WO I: Hamsteren tijdens de mobilisatie van 1914

Nederland bleef neutraal in de Eerste Wereldoorlog, maar de mobilisatie en oorlogsdreiging in de zomer van 1914 hadden grote invloed op het dagelijks leven. In dit artikel staat de paniek centraal die uitbrak onder de bevolking in de eerste dagen van ‘de Groote Oorlog’. Het massaal hamsteren van levensmiddelen met daaropvolgende prijsstijgingen, angst voor inflatie en angstaanjagende berichten vereisten een daadkrachtig optreden van de overheid.

Vrees voor de oorlog

Een oogenblik scheen het, dat alle rede zoek raakte. Een kinderlijke angst kreeg iedereen te pakken. Men ging elkander aansteken zoals men elkaar te voren had trachten te bemoedigen, en al die angst trok zich, naar Hollandschen trant, vooral samen op een angst voor het bezit.[1]

Hoewel de oorlog al langer dreigde, kwam de afkondiging van de Nederlandse mobilisatie als een donderslag bij heldere hemel. Niemand leek er rekening mee gehouden te hebben dat ook Nederland bij de oorlog betrokken zou kunnen raken. De bevolking raakte in paniek. Willem Treub, de toenmalige minister van Landbouw, Handel en Nijverheid, en kort daarna ook van Financiën, beschreef in zijn memoires (1916) de angst die onder de bevolking ontstond ‘zooals een plotseling opkomende vrees voor dreigend brandgevaar pleegt te werken op het publiek in een schouwburg- of concertzaal.’[2] Achteraf bleek deze collectieve reactie nogal voorbarig te zijn geweest. Toen het front na een paar weken verder naar het zuiden verschoof en de neutrale positie van Nederland gewaarborgd leek, werd iedereen weer een stuk rustiger.

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 2 augustus 1914

Uit: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 2 augustus 1914

Angst voor schaarste

In een grooten grutterswinkel in de Van Woustraat – elders trouwens ook – vochten en worstelden, drongen en schreeuwden dertig, veertig vrouwen, die geweldige voorraden rijst, meel, haverdegort, en andere voedzame ingrediënten wilden inslaan. Tot driemaal toe moest deze winkel zijne poorten sluiten, omdat de aandrang te bar, en de voorraad tijdelijk uitgeput was. En voor de dichte deur verdrongen zich weer andere vrouwtjes, gewapend met reusachtige manden en zelfs beddetijken!

Bovenstaand tafereel bleef niet beperkt tot de steden. In het hele land ontstond een massale run op levensmiddelen. Iedereen wilde genoeg hebben voor de komende weken. Vrouwen vormden lange rijen voor de kruidenierszaken om zoveel mogelijk rijst, meel, bonen, erwten, suiker en andere houdbare levensmiddelen in te slaan. Er werden grote bestellingen gedaan van vijftig zakken koffie, vijftig kilo suiker of vijfhonderd kilo rijst. Sommige leveranciers gingen ertoe over beperkte hoeveelheden te verkopen. En waar de ene kruidenier zijn zaak moest sluiten omdat hij door zijn voorraad heen was, bleef de ander tot in de nacht open om de klanten te helpen – en er natuurlijk zelf aan te verdienen. Door de grote vraag naar houdbare producten zagen veel winkeliers de mogelijkheid hun prijzen te verhogen.

Tilburgsche Courant, 16 augustus 1914

Mensen staan in Amsterdam voor de Nederlandsche Bank in de rij om zilvergeld op te nemen. Deze foto stond in de Tilburgsche Courant van 16 augustus 1914.

Zorg om inflatie

Er ontstond niet alleen een rij voor de kruidenier, ook de banken kregen te maken met hordes mensen. Zoals P.H. Ritter het mooi verwoordde in De donkere poort: ‘Naast dezen schrikkelijken eeredienst der maag, was er de eeredienst voor den daalder.’[3] In lange rijen wachtten mensen voor de spaarbankloketten in de postkantoren om hun papiergeld in te wisselen voor waardevaste zilveren munten. De mensen stonden niet alleen daarom in de rij: door de fluctuerende prijzen, zorg om inflatie, tekorten en eventuele faillissementen van banken groeide de onrust en haalde men het spaargeld van de bank.

Het Rotterdamsch Nieuwsblad van 4 augustus benadrukte, in opdracht van de overheid, dat Nederlands briefgeld een wettig betaalmiddel bleef.

De Nederlandsche Regeering (…) brengt ter openbare kennis (…) dat de soliditeit der biljetten van de Nederlandsche Bank boven elken twijfel is verheven en dat de Regeering aan al haar bureaux en kantoren de bankbiljetten tot de volle waarde in betaling aanneemt.

De oproep was tevergeefs. Winkeliers weigerden briefgeld nog langer aan te nemen: niet alleen omdat ze de waarde niet vertrouwden, maar ook omdat ze simpelweg geen wisselgeld meer hadden. Er waren zelfs mensen die uit wanhoop hun tientjes op straat inwisselden tegen een lagere waarde. Door de grote vraag ontstond er een nijpend tekort aan zilvergeld.

De regering grijpt in

De run op kruideniers en banken leidde in sommige gevallen tot protesten en opstootjes. Om de rust te doen wederkeren greep de regering, en in het bijzonder minister Treub, snel in door middel van een aantal wetsvoorstellen.
Op 3 augustus stelde de regering maximumprijzen van producten vast in de Levensmiddelenwet. Deze haastig gevormde wet gaf burgemeesters de bevoegdheid levensmiddelen en grondstoffen feitelijk in beslag te nemen en tegen redelijke prijzen te laten verkopen. Op overtreding stonden hoge gevangenis- of geldstraffen.

Nieuws van den Dag, 4 augustus 1914

Uit: Het Nieuws van den Dag, 4 augustus 1914

Verdere maatregelen

De instelling van maximumprijzen had als gevolg dat de uitvoer toenam, omdat in het buitenland een hogere prijs betaald werd. De regering moest er zorg voor dragen dat niet te veel goederen vanwege winstbejag aan het buitenland verkocht zouden worden. De Tweede Kamer nam op 3 augustus een wetvoorstel aan dat de regering de bevoegdheid gaf de uitvoer van bepaald handelswaar geheel of gedeeltelijk te verbieden. Er bestonden in verband met de mobilisatie al uitvoerverboden voor paarden, hooi, stro, steenkool en andere goederen die in geval van oorlog nodig zouden zijn. Dit nieuwe wetsvoorstel had betrekking op middelen waar schaarste in zou kunnen ontstaan, zoals suiker en goud. In de loop van de oorlog werd uitvoer van steeds meer middelen verboden, waaronder aardappelen, kaas, boter, spek en eieren.
Om het tekort aan zilvergeld op te lossen kwamen er op 7 augustus 1914 zilverbonnen in omloop. Deze bonnen, ter waarde van 1, 2 ½ of 5 gulden, konden ‘na den crisis’ ingewisseld worden tegen zilver.

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 4 augustus 1914

Berichten over prijsverhogingen en vereiste contante betaling verschenen in veel kranten in de eerste week van augustus. Uit: Nieuwe Rotterdamsche Courant van 4 augustus 1914.

De rol van de kranten

Adverteerders speelden handig in op de angst voor schaarste. In krantenadvertenties werd opgeroepen om als voorzorgsmaatregel voorraden van ‘voedzame en houdbare’ producten aan te leggen, of de klant kreeg bij aankoop van een grote hoeveelheid kaas een speciale verpakking om die lang te kunnen bewaren. Er werd daarnaast gevraagd om contante betalingen, vanwege het tekort aan wisselgeld en als een poging om het oppotten van grote voorraden te voorkomen.
De kranten deden uiteraard verslag van de onrust, maar poogden ook de gemoederen te kalmeren. Op last van de overheid werden oproepen geplaatst rustig te blijven en van het hamsteren van levensmiddelen af te zien. Hierbij werd vooral een beroep gedaan op de veronderstelde nuchtere Nederlandse volksaard. De Telegraafin de avondeditie van 1 augustus:

Of zijn wij, die altijd prat er op gaan, dat wij bij uitstek koelhoofdig zijn, ten slotte toch niets meer dan een hersenlooze massa, die als kinderen bang geworden voor een spook, een angst toonen, waarover wij over enkele weken vermoedelijk hartelijk zullen lachen? Nog eens en voor het laatst: kalmte alleen kan ons redden.

De Telegraaf, 3 augustus 1914

Tekenaar Louis Raemaekers dreef de spot met de Nederlandse angst en hamsterwoede. Uit: De Telegraaf, van 3 augustus 1914.

En daarna?

Al snel bleek dat de hamsterwoede in de eerste dagen na het uitbreken van de oorlog voorbarig was geweest. De winkels konden gewoon open blijven, er ontstond geen acute schaarste. Schrijfster en historica Annie Romein-Verschoor schreef in haar memoires: ‘In de eerste dagen lieten we ons ook even meeslepen in een (…) hamsterrage: het spek was allang ranzig voor we aan het laatste stuk toe waren, want de slagerijen draaiden voorlopig rustig door.’[4]

Toch kreeg Nederland nog met schaarste te maken. De jaren 1917 en 1918 zouden in dat opzicht de zwaarste oorlogsjaren worden voor het door oorlogvoerende landen omgeven Nederland. Net als in andere landen had trouwens vrijwel niemand verwacht dat de oorlog – en dus ook de Nederlandse mobilisatie – nog vier jaar zou duren.

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 2 augustus 1914

Prima bakmeel, zoolang de voorraad strekt, uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant, 2 augustus 1914.

Voetnoten

  • [1] P.H. Ritter. De donkere poort. Den Haag, 1931, pag. 21.
  • [2] M.W.F. Treub, Oorlogstijd: Herinneringen en indrukken. 1916, pag. 3.
  • [3] P.H. Ritter. De donkere poort. Den Haag 1931, pag. 38.
  • [4] A. Romein-Verschoor. Omzien in Verwondering – deel 1. Amsterdam 1970, pag. 53.

Verder lezen