WO I: Mobilisatie!

In de zomer van 1914 werden 200.000 Nederlandse mannen opgeroepen om zich te melden voor het leger. Hoewel nog onduidelijk was of Nederland wel in de oorlog verwikkeld zou raken, moest het Nederlandse leger paraat zijn. Mobilisatie, dus.
Delpeher logo

Meer dan 12 miljoen kranten- en boekenpagina's gratis toegankelijk

Ga naar Delpher

Ze namen afscheid, fier en kloek,
Droogden de tranen met hun sokken,
Een had er in de haast zijn broek,
Een dikkert sprak, heel wel te moe:
‘In mijn jas is voor mijn buik geen plaatsie,
Nou rijg ik het ding met touwtjes toe,
Want ik moet naar de mob’lisatie.’
[1]

Op 31 juli 1914 werden 200.000 Nederlandse mannen onder de wapenen geroepen. Plotseling moesten zij huis en haard, familie, vrouw en kinderen verlaten om te dienen in het leger in een oorlog waarvan men niet wist of die er zou komen, hoe lang hij zou duren en wat voor tol hij zou eisen.

Nieuwsblad van Friesland, 8 augustus 1914

In 1870, toen het Nederlandse leger mobiliseerde tijdens de Frans-Duitse oorlog, was Nederland buiten de oorlog gebleven. Uit: Nieuwsblad van Friesland, 8 augustus 1914

Oplopende spanning

De mobilisatieoproep kwam niet geheel onverwacht. In de laatste weken van juli 1914 nam de oorlogsdreiging in Europa snel toe. De regering en de legerleiding reageerden hierop door op 26 juli de zogenaamde ‘strategische voorzorgen’ te nemen. Op 28 juli berichtten de Nederlandse kranten over de toegenomen militaire activiteit als gevolg van de strategische voorzorgen:

Er werden gisteren te 's[-Graven]hage door compagnieën van de brigade grenadiers en jagers nachtelijke oefeningen gehouden, die waarschijnlijk in verband staan met eene eventueele mobilisatie van onze weermacht en de eerste militaire maatregelen, die zullen genomen worden met het oog op het dreigend oorlogsgevaar. Bij deze nachtelijke oefening werd de Pier bewaakt door een detachement grenadiers onder bevel van den 1e luitenant Borel. Ook aan de Scheveningsche haven en op andere punten van de Scheveningsche kust hadden dergelijke oefeningen plaats. […]

Te Deventer [is] gisterenavond is de spoorbrug door infanterie bezet. Niemand mag meer passeeren. Gisterenavond tusschen 8 en 10 uur zijn uit het garnizoen te 's [Hertogen]bosch verschillende detachementen infanterie vertrokken ter bezetting der voet- en spoorbruggen in den omtrek.

Te Maastricht wordt de spoorbrug bewaakt door een 30-tal soldaten […] De „Avondpost" verneemt, uit betrouwbare bron, dat de regeering beslag heeft laten leggen op alle sleepbooten in den Nieuwen Waterweg. Ook de in de Scheveningsche haven aanwezige 4 sleepbooten zijn gerequireerd; drie er van zijn gedirigeerd naar den Nieuwen Waterweg. [2]

Te Middelburg werd gisteravond groote opschudding veroorzaakt doordat aan de landweerplichtigen, behoorende tot de Kustwacht, een geheime circulaire van den Minister van oorlog werd uitgereikt waarbij hun wordt aangezegd zich gereed te houden voor mogelijke mobilisatie en hun zakboekje na te zien. [3]

De strategische voorzorgen werden op 30 juli gevolgd door het afkondigen van de ‘toestand van oorlogsgevaar’ en het oproepen van de kust- en grensbewakingstroepen, de zogeheten voormobilisatie.

De Telegraaf, 3 augustus 1914

Uit: De Telegraaf, 3 augustus 1914

Mobilisatie

H.M. de Koningin heeft hedenmiddag te half twee geteekend het oproepingsbesluit: Alle miliciens en landweermannen met spoed opkomen. Zo kopte de avondeditie van de Nieuwe Rotterdamse Courant op vrijdag 31 juli. De voormobilisatie was voorspoedig verlopen. Vrijwel alle eenheden waren binnen 24 uur op hun plaats van bestemming aangekomen. De oorlogsdreiging nam echter onverminderd toe. De dag daarvoor had Rusland de mobilisatie afgekondigd, en ook Duitsland en Frankrijk troffen onmiskenbaar voorbereidingen voor het mobiliseren van hun legers. Om een strategische verrassingsaanval vanuit één van de buurlanden te voorkomen besloot de regering, op advies van opperbevelhebber generaal Snijders, op 31 juli tot gehele mobilisatie van het leger.

Ten gevolge van een oproepingsbesluit gistermiddag bij openbare plakkaten en klokgelui bekendgemaakt, zijn hedenmorgen in alle vroegte alle miliciens en landweermannen, te samen 15 lichtingen, met spoed naar de aangewezen garnizoensplaatsen vertrokken.[4]

Al het spoorwegmaterieel werd door de overheid gevorderd om de militairen te vervoeren. Bij de spoorwegen, de telegraaf en de posterijen werden alle verloven ingetrokken.

De mobilisatie verliep succesvol en volgens plan. Op 1 augustus bereikte al meer dan 90% van de militie zijn mobilisatiebestemming. Op 4 augustus waren 200.000 man op de been gebracht. Van een jubelende oorlogsstemming was echter geen sprake. De dienstplichtigen meldden zich gelaten maar gedisciplineerd op hun bestemmingen. Er werden slechts enkele gevallen van dronkenschap geconstateerd. Dat was wel anders tijdens de mobilisatie van 1870 toen er grote tekortkomingen in de logistiek en organisatie aan het licht kwamen. De lessen van 1870 waren dus geleerd en omgezet in een betere organisatie, planning en voorbereiding. Desalniettemin deed zich toch een aantal problemen voor.

Geoefendheid

In Duitsland en Frankrijk duurde de eerste oefening van dienstplichtigen wel twee jaar, in het Nederlandse dienstplichtstel slechts acht-en-een-halve maand. De geoefendheid van de Nederlandse militair liet dus te wensen over. Hij kon zich zeker niet meten met zijn Franse of Duitse evenknie, en al helemaal niet met de Britse beroepssoldaten. Generaal–majoor Van Terwisga, commandant van de 3e divisie, klaagde:

Wat men overal aantreft is een schijnopleiding; de geoefendheid, als men die zoo noemen mag, ligt geheel aan de oppervlakte, en zelfs ligt zij er zoo dun op, dat de ongeoefendheid er veelal duidelijk doorheen zichtbaar is.[5]

Het feit dat Nederland in augustus 1914 buiten de oorlog bleef, was dus niet te danken aan de afschrikwekkende werking van de krijgsmacht. Die werd door de buurlanden niet heel serieus genomen.

Rotterdamsch Nieuwsblad, 14 september 1914

uit: Rotterdamsch Nieuwsblad, 14 september 1914

Huisvesting

De Nederlandse hoofdverdedigingslinie werd gevormd door de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hoewel de forten in deze linie nog relatief nieuw waren bleken de bomvrije kazernes voor de soldaten donker, vochtig en te klein, en daarom ongeschikt om langdurig als verblijf te dienen. Vóór de waterlinie, in het oosten en zuiden van het land lag het veldleger. Na enige weken werd dat vooral in het zuiden van het land geconcentreerd, aangezien daar de militaire dreiging het grootst was. Daar en aan de grenzen was niet in permanente huisvesting voor zoveel militairen voorzien. Zowel in de waterlinie als in het veld moesten de militairen dus elders ondergebracht worden. In eerste instantie vonden zij in kleine groepjes onderdak bij particulieren. De omstandigheden waren daar vaak verre van ideaal, zoals een ingezonden briefschrijver aan het Algemeen Handelsblad laat weten:

Het is mij van nabij bekend hoe aldaar onze jongens slecht zijn gehuisvest, als lepels in een lepeldoosje liggen op stroo onder de dakpannen met tot dekking een dunne moltondeken, zoodat zij hunne kleederen moeten aanhouden. In sommige plaatsjes waar welvaren ontbreekt, hebben zij bovendien geen localiteit, waar zij buiten hun diensttijd behoorlijk kunnen zitten, tenzij in kroegjes van min kaliber. [6]

Ook bleek het niet praktisch dat een compagnie soldaten over tientallen woningen verspreid lag. Als de kapitein zijn mannen onverwachts wilde verzamelen, moest de ordonnans eerst het hele dorp doorfietsen! Daarom ging men langzaamaan over tot het legeren van hele eenheden in stallen, fabrieken, scholen, gymzalen, etc.

Deze accommodaties lieten natuurlijk vaak te wensen over op het gebied van sanitair, hygiëne en verwarming. Pas toen de mobilisatie langer duurde werden op veel plaatsen houten barakken gebouwd om de soldaten in onder te brengen.

Kostwinners

Zo’n 200.000 mannen waren in augustus 1914 gemobiliseerd. Velen van hen hadden een gezin en waren kostwinner. Nu zij gemobiliseerd waren werd hun salaris niet doorbetaald. Zij kregen wel een kostwinnersvergoeding, maar die was zo laag dat een flink gezin daar niet van kon leven. Duizenden gezinnen zaten dus opeens zonder inkomen, konden de huur niet meer betalen, konden onvoldoende eten kopen en dreigden dus plotseling tot armoe te vervallen. Op veel plaatsen in Nederland sloegen daarop de overheid en de burgers de handen ineen en kwamen tot de oprichting van Steuncomités. Deze comités zamelden geld en levensmiddelen in om de getroffen gezinnen bij te staan en daarmee de ergste nood te lenigen.

De Tijd, 4 augustus 1914

In Den Bosch werd een Steuncomité opgericht. Uit: De Tijd, 4 augustus 1914

Vier jaar mobilisatie

Meer dan vier jaar bleef het Nederlandse leger gemobiliseerd. De geoefendheid en de huisvesting zou verbeteren. De steuncomités verzachtten de ergste nood. Maar het zou een groot probleem blijken het moreel van de soldaten hoog te houden, de verveling te verdrijven, en voor voldoende aflossing te zorgen. Daar zal een volgend artikel over gaan.

Voetnoten

[1] Uit het lied: De mobilisatie. Tekst Tony Schmitz. Gepubliceerd in: Het Monster van de oorlog. Nederlandse liedjes en gedichten over de Eerste Wereldoorlog, Rob Kammelar (red.), (Amsterdam 2004)
[2] Nieuwe Tilburgsche Courant 28 juli 1914
[3] Het Centrum 28 juli 1914
[4] Nieuwe Tilburgsche Courant 1 augustus 1914
[5] Klinkert, drs. W., De Nederlandse mobilisatie van 1914, in: Mobilisatie in Nederland en België, 1870-1914-1939, (Amsterdam, 1991), p. 27-28
[6] Algemeen Handelsblad 17 september 1914