WO I: Nederland na twee jaar oorlog (1916)

Hoe verging het Nederland twee jaar nadat de Eerste Wereldoorlog was begonnen? Hieronder een greep uit wat de krantenlezer halverwege 1916 onder ogen kwam. Het is allemaal terug te vinden in Delpher.

Vergaderen ‘in vollen vrede’

Bij de zomerzitting van de Provinciale Staten in Noord-Brabant zei de Commissaris van de Koningin dat ‘terwijl de vreeselijkste oorlog, die ooit gevoerd werd’ net over de grens woedde, het gezelschap toch ‘in vollen vrede’ kon bijeenkomen. Nederland dankte deze gelukkige omstandigheid aan ‘het wijze bestier van H.M. de Koningin en haar raadslieden’, die ‘een eervolle neutraliteit’ wisten te handhaven. De provincie had wel te kampen met de economische problemen die de oorlog veroorzaakte. De spreker voorzag dat die problemen direct na de oorlog niet voorbij zouden zijn (De Tijd, 5 juli 1916).

Geruchten over Belgische annexatieplannen

In het voorjaar van 1916 verschenen in de geallieerde pers uitlatingen dat België na de oorlog schadevergoeding moest krijgen. België dacht aan annexatie van Nederlands Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg. In Nederland vond men dat de Belgische regering, die was uitgeweken naar het Franse Le Havre, zulke verontrustende geruchten diende te ontzenuwen. Nederland moest hierover opheldering vragen bij de Geallieerden - Frankrijk en Engeland - (Leeuwarder Courant, 28 juni 1916).

In augustus kreeg dit een vervolg, toen een Nederlands journalist opving dat België veiliger grenzen in het oosten verlangde en meer controle over de Westerschelde. Dat kon alleen door Nederlands grondgebied te annexeren (Leeuwarder Courant, 17 augustus 1916). Zulke berichten veroorzaakten onrust; neutraal Nederland wilde zijn grenzen gerespecteerd zien.

Geschonden neutraliteit op zee

Begin juli 1916 liepen Nederlandse schepen nog volop risico. Het kofschip ‘Neerlandia’ was in de Oostzee doelwit van een Russische onderzeeër en moest voor reparatie naar een Zweedse haven uitwijken. Voor de Deense kust ontkwam de schoener ‘Weldaad’ ternauwernood aan een bom, die vanuit een Duitse zeppelin was uitgeworpen. Nadat de bemanning een grote Nederlandse vlag had uitgevouwen en luidkeels had geschreeuwd, was het luchtschip snel weggekoerst (De Tribune, 12 juli 1916). De ‘Geertruide’ verging het slechter, want een voltreffer van een Duitse duikboot werd het schip fataal.

De Nederlandse regering moest tegen deze schendingen van de neutraliteit blijven protesteren en schadevergoeding eisen, aldus het Algemeen Handelsblad (11 juli 1916).

Anglicaanse bisschop over de Nederlands houding

De Engelse bisschop Bury had de Britse geïnterneerde miltairen in Groningen bezocht en zijn bevindingen opgetekend. Bury had gemerkt dat Nederlanders ‘zich als een voorbeeld van een onzijdig volk gedroegen’. De bisschop merkte op dat Nederland handel dreef met buurland Duitsland, de vijand van de Engelsen. Bury noemde ook Louis Raemaekers, de cartoonist die voor De Telegraaf ronduit anti-Duitse tekeningen maakte. Maar over het algemeen had Nederland zich volgens Bury onberispelijk neutraal opgesteld. Alleen wanneer Nederlandse schepen of het grondgebied werden belaagd, volgden er krachtige protesten. En Nederland bewaakte permanent de grenzen, om zich tegen elke indringer te verdedigen (De Tijd, 12 juli 1916).

Het Volk, 15 augustus 1916

Uit: Het Volk, 15 augustus 1916

Omgaan met kindvluchtelingen

In de pers was kritiek geuit op de opvang van buitenlandse kinderen. Moesten niet eerst ‘onze eigen hongerlijertjes’ genoeg te eten krijgen? Het Volk reageerde vinnig. De columnist stelde onomwonden dat het niet uitmaakte uit welk land, ‘geallieerd, centraal, neutraal’, de kinderen kwamen, Nederland zou er op fatsoenlijke wijze voor zorgen.

Er kwamen meer kinderen, uit Duitsland en uit het bezette deel van Frankrijk. Het opvangen van kinderen uit Duitsland kon de neutraliteit in gevaar brengen, als de Entente dat zou opvatten als steun aan Duitsland. Dat vond de afdeling Nederland van de ‘Bond van neutrale landen.’ Anderen vonden weer dat Nederland zelf bepaalde wie het wilde ondersteunen.

Dan waren er nog de Nederlandse kinderen, voor wie gold: ‘Schraalhans is reeds zeer lang keukenmeester in duizenden gezinnen van arbeiders en ambtenaren’, die mocht men ook niet vergeten. Dat vroeg om een ‘goed geordende weldadigheid’ (Nieuwsblad van Friesland, 22 augustus 1916).

Een geheel kwestie, aldus het Nieuwsblad van Friesland (22 augustus 1916), was de vraag of Duitsland om propagandistische redenen kinderen naar Nederland liet gaan?

Ten slotte

In de zomer van 1916 kwamen er geen terugblikken op juli/augustus 1914 die er het jaar daarvoor wel waren geweest. De Nederlander leek wel immuun geworden voor het oorlogsnieuws, hoezeer er ook het besef was aan veel ellende te ontkomen.
Maar de oorlog liet het land niet met rust, blijkt uit bovenstaande. Berichten over aanvallen op schepen, kritiek op de regering, discussies in de pers, geruchten over annexatie van Nederlands grondgebied door België, het kwam allemaal voorbij en moet de burger hebben beziggehouden en verontrust.

Het Belgische voornemen om na de oorlog Nederlands grondgebied te annexeren als compensatie kreeg na november 1918 een vervolg. België kaartte dit inderdaad aan bij de zegevierende geallieerde mogendheden. Die voelden daar niet veel voor. Bovendien opereerden de Belgische onderhandelaars onhandig, zodat die annexaties nooit zijn gerealiseerd. Het Belgische standpunt heeft de betrekkingen tussen Nederland en België wel jarenlang onder druk gezet.

Meer lezen over de Eerste Wereldoorlog

Zie de indexpagina van onze artikelenreeks Nederland en de Eerste Wereldoorlog.