WO I: Nederland omstreeks 1914

Vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was Nederland een langzamer land dan nu, bijvoorbeeld de elektrische tram had maar net zijn intrede gedaan. Rooms-katholieken en protestanten hadden hun eigen kerken, clubs, scholen en verenigingen. Nederland bezat nog winstgevende koloniën in Indië.

Een eeuwfeest in 1913

De Nieuwe Rotterdamsche Courant van 17 november 1913 berichtte over ‘Het onafhankelijkheidsfeest’ dat een dag eerder in Rotterdam was gevierd. Daar had de plaatselijke Oranjevereeniging Het Centrum allerlei activiteiten op poten gezet. In Den Haag was een krans gelegd bij het monument op Plein 1813, dat herinnerde aan de ‘wederopstanding’ van de Nederlandse natie. Op veel meer plaatsen waren er feestelijkheden tijdens het herdenkingsjaar 1913, waarin de terugkeer van de prins van Oranje Willem Frederik in november 1813 werd herdacht.

Nederland rond 1914

Nederland was begonnen aan de ‘tweede eeuw’ van zijn bestaan en zag er heel anders uit dan tegenwoordig. Het land telde in 1914 zo’n 6,2 miljoen inwoners, een groter deel van de bevolking dan nu leefde op het platteland. De Afsluitdijk en de IJsselmeerpolders moesten nog worden aangelegd. Van filemeldingen had niemand ooit gehoord, te meer omdat er geen radio en televisie was. Op bestuurlijk en organisatorisch gebied viel er in het land nog heel wat te regelen. Bijvoorbeeld de klokken gaven pas vanaf 1909 overal in Nederland hetzelfde tijdstip aan; die waren toen wettelijk in het hele land gelijkgeschakeld.
Foto’s van rond 1914 tonen een heel ander straatbeeld: bijna iedereen draagt een hoofddeksel en paardentrams zijn maar net vervangen door elektrische trams.

Een tragere samenleving

In de loop van de negentiende eeuw waren de industrialisering en de modernisering op gang gekomen. Dat stelde eisen aan de infra-structuur. Nederland kende in 1914 een dicht netwerk van spoor- en tramwegen, maar nog geen goed wegennet. De (vracht)auto was maar net aan zijn opmars begonnen, veel vervoer ging met paard en wagen of per fiets, op veel plaatsen over nauwelijks verharde wegen. Reizen kostte beduidend meer tijd dan nu. Velen kwamen trouwens zelden veel verder dan tien of twintig kilometer van hun woonplaats.
De fiets was in die vroege twintigste eeuw na wat technische aanpassingen een steeds populairder vervoermiddel geworden. Zeker nadat de prijs ervan was gezakt. Rond 1914 waren er ruim een half miljoen fietsen in Nederland; de mobiliteit in de stad en tussen vlak bij elkaar gelegen steden was daardoor toegenomen. Dat kreeg onbedoelde gevolgen. In het Rotterdamsch Nieuwsblad van 9 april 1914 stond onder ‘Stadsnieuws’ een bericht over een ongeval van een fietser, die had moeten uitwijken voor een aankomende tram en daarna tegen een vrachtauto was aangereden. Dat was echt pech, want zoveel vrachtauto’s reden er nog niet in Nederland. (Zie ook hieronder het fragment uit het Algemeen Handelsblad van 3 maart 1914.)

Fragment uit het Algemeen Handelsblad van 3 maart 1914

Fragment uit het Algemeen Handelsblad van 3 maart 1914

Personeelsadvertentie voor een medewerker bij een bedrijf in 'de oost'. Hier bleek de verzuiling, de medewerker moet de Protestantse Godsdienst belijden. Algemeen Handelsblad, 24 april 1914

Religie en zuilen

De ontkerkelijking in Nederland sinds de negentiende eeuw verliep geleidelijk, zodat de katholieke en de protestante zuil nog stevig overeind stonden. Daarnaast stonden de socialistische en de of liberale zuil. De verzuiling was diep in het maatschappelijk leven doorgedrongen. Voor sport, zang, vakbonden enz. waren eigen verenigingen opgericht, zodat iedereen vooral met leden van de eigen gezindte in aanraking kwam. Zo bestond er zelfs een katholieke Geitenfokkersvereniging.
Ook op het politieke vlak was de maatschappij sterk gesegmenteerd. In 1918 namen 32 partijen aan de verkiezingen deel. De verzuilde partijen waren eenvoudig te herkennen door namen als de Rooms-Katholieke Staatspartij of de liberale Vrijzinnig Democratische Bond.
De verzuiling uitte zich bijvoorbeeld rond 30 april 1914, prinses Juliana’s vijfde verjaardag. In Zaandam, dat een sociaal-democratische burgemeester had, zou op die dag bij gemeentegebouwen geen rood-wit-blauwe vlag wapperen. Zo pricipeel konden sociaal-democraten zijn. Een aantal burgers in Zaandam besloot juist wel de vlag uit te hangen, zo schreef het de Leeuwarder Courant op 29 april. In veel andere dagbladen rond die datum kwamen overigens berichten over feestelijkheden in het land ter gelegenheid van Juliana’s verjaardag.

Koloniën en Europa

Een groot verschil met het huidige Nederland was het bezit van het uitgestrekte koloniale rijk, waarvan Nederlands Oost-Indië deel uitmaakte. De ‘oost’ was sinds de tweede helft van de negentiende eeuw een winstgevend gewest geworden en de economische betrekkingen en de contacten waren geïntensiveerd. Tienduizenden Nederlanders verbleven daar voor werk of omdat er familie woonde. Lijndiensten onderhielden een regelmatig contact, zeker na de aanleg van het Suez-kanaal. Steeds meer Indische producten kwamen in de Nederlandse winkels te liggen.

Algemeen Handelsblad, 24 april 1914

Personeelsadvertentie voor een medewerker bij een bedrijf in de ‘oost’. Hier bleek de verzuiling, de medewerker moet de Protestantse Godsdienst belijden. Uit: Algemeen Handelsblad, 24 april 1914

Koloniaal bezit als een probleem

Anderzijds waren de koloniën een zorg voor de Nederlandse staat, ten eerste omdat meer en meer de ‘ethische politiek’ voet aan de grond kreeg. Die hield in dat Nederland de morele plicht had om Indië en zijn bevolking verder te ontwikkelen door onderwijs, gezondheidszorg, sociale voorzieningen en meer medezeggenschap in het bestuur. Ten tweede omdat men zich realiseerde Indië nooit tegen een agressor te kunnen verdedigen.
Dichterbij vormde de machtige Duitse ‘buur’, waarmee Nederland veel handel dreef, een verhulde bedreiging. Zou Nederland niet langzaam - eerst economisch, later politiek - worden opgeslokt door Duitsland? Dan kwamen de Nederlandse koloniën in Duitse handen, dat begreep men maar al te goed.

Kabinetsformatie

In 1913 waren er Tweede Kamerverkiezingen gehouden. Het was de laatste keer dat de verkiezingen volgens het districtenstelsel hadden plaatsgevonden. Nederland was opgedeeld in honderd districten en elk district leverde een Kamerlid.
Bij de formatie van een nieuw kabinet werden voor het eerst de sociaal-democraten uitgenodigd aan de besprekingen deel te nemen, maar na overleg in eigen kring weigerden zij mee te doen. Daarna kreeg de partijloze Cort van der Linden opdracht een regering te vormen; diens kabinet zou tot 1918 aan het bewind blijven.

Maatschappelijke kwesties

Onderwerpen die de gemoederen toen bezighielden waren het algemeen kiesrecht en de gelijke financiering van het christelijk onderwijs. Voor de confessionale partijen was het laatste een vurige wens, want de Nederlandse staat financierde de christelijke scholen niet. In liberale en socialistische kringen stond het ‘kiesrecht voor iedereen’ hoog op de agenda. De meeste arbeiders hadden geen stemrecht. Beide kwesties kwamen tijdens de Eerste Wereldoorlog tot een oplossing.
Andere zaken die speelden waren de beperking van de arbeidsduur: invoering van een tienurige werkdag, zes dagen per week, en andere voorstellen voor sociale wetgeving als ziekte- en invaliditeitswetten en een staatspensioen. Het waren de eerste stappen op weg naar wat de verzorgingsstaat zou worden.

Nieuwsvoorziening

Voor de berichtgeving was de Nederlander aangewezen op kranten, tijdschriften, de dorps- of stadsomroeper of de officiële aanplakbiljetten op het stadhuis. Daarnaast was er natuurlijk het gesproken woord. In die dagen waren er verder zo’n 75.000 telefoonaansluitingen in Nederland, naast de al langer bestaande telegrafie. De meeste huishoudens zaten uiteraard zonder telefoon.
Populaire tijdschriften uit die periode waren De Katholieke Illustratie, De Prins, Het Leven en Panorama, dat net in 1913 van start was gegaan. Die tijdschriften bevatten al veel foto’s, vanaf augustus 1914 ook uit het oorlogsgebied, zodat de Nederlandse lezer een goed beeld kreeg van de verwoestingen en de ellende.

Nieuwe Tilburgsche Courant, 21 maart 1914

De Nieuwe Tilburgsche Courant van 21 maart 1914 schreef over ‘enkele prachtkiekjes’ die in een nummer van de Katholieke Illustratie stonden afgebeeld; weer blijkt hoe verzuild Nederland was.

De betrekkingen tussen Holland en België

De verhouding van Nederland met België kwam aan de orde in het Algemeen Handelsblad van 9 maart 1914. Het betrof onder meer de eventuele aanleg van een militaire versterking bij Vlissingen ter verdediging van de Westerschelde. Daarmee kwam tevens de vrije toegang tot Antwerpen in het geding en daarover maakte de Belgische pers zich zorgen. Belgische kranten brachten eerdere afspraken daarover in herinnering. Een van de redenen voor het bouwen van de fortificatie was de toegenomen spanning aan de Duits-Russische grens en de eventuele verstrekkende gevolgen daarvan - tot aan de Noordzee toe.

Zo ging Nederland tot in juli 1914 gestaag voort met het inrichten van een moderne samenleving in de geest van het heersende voouitgangsgeloof. Mochten zich internationale conflicten voordoen, dan stond op Nederlandse bodem een nieuw gerechtshof: het Vredespaleis. Maar zo rustig zou het niet blijven.