WO I: Nederlandse socialisten en de Eerste Wereldoorlog

Nederland bleef neutraal in de Eerste Wereldoorlog. Maar journalisten en politici hadden natuurlijk wel een mening over wat er in Europa gebeurde. Zo ook de Nederlandse socialisten. Hoe stonden zij tegenover de oorlog? Uit krantenberichten wordt veel duidelijk. In Delpher zijn de originele kranten te doorzoeken.

Toen de Eerste Wereldoorlog eenmaal was uitgebroken, probeerde menige Nederlandse journalist en politicus de uitbraak van geweld te verklaren. Omdat Nederland zelf neutraal bleef, kon dat gebeuren met de nodige afstandelijkheid. De socialisten waren in de media het duidelijkst met hun boodschap: zij vonden het een 'kapitalistische oorlog', waar ze natuurlijk tegen waren.

Het Volk, 11 augustus 1914

Uit: Het Volk, 11 augustus 1914

Socialistische partijen in de Eerste Wereldoorlog

Sinds 1894 waren de socialisten verenigd in de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) onder leiding van Pieter Jelles Troelstra. De SDAP probeerde via het bestaande politieke systeem verandering te brengen in de levensomstandigheden van de arbeidersklasse. Een kapitalistisch systeem was volgens de SDAP slecht voor de arbeiders omdat zij door de ondernemers, de bezittende klasse, werden uitgebuit.

Een marxistische groepering binnen de SDAP geloofde niet in een politieke oplossing voor de klassentegenstelling en propageerde een revolutionaire koers. Na verschillende persoonlijke en politiek-inhoudelijke confrontaties tussen de voormannen van beide stromingen scheidden de marxisten zich in 1909 af als de Sociaal Democratische Partij in Nederland (SDP, later de Communistische Partij Holland).

Nieuws van den Dag, 16 maart 1909

Uit: Nieuws van den Dag, 16 maart 1909

Internationale arbeiderssamenwerking tegen de Eerste Wereldoorlog

Socialisten uit Europese landen hadden een eerste samenwerkingsverband gekend van 1864 tot 1876. Na jarenlange onenigheid werd die samenwerking beëindigd. Sinds 1889 kwamen socialistische leiders weer in congressen bij elkaar; deze beweging stond bekend als de ‘Tweede Internationale’. Die internationale verbondenheid was belangrijk, onder meer om oorlog tussen imperialistische staten - de Europese grootmachten en hun koloniale rijken - te voorkomen. Het waren immers vooral de arbeiders die sneuvelden tijdens de oorlogen.

In de decennia vóór de oorlog waren socialistische politici in de parlementaire politiek actief. Als sociaal-democraten hadden zij doelstellingen geformuleerd. Zo moesten zij in eigen land streven naar een volksleger: een democratische organisatie van het leger moest voorkomen dat arbeiders in imperialistische oorlogen werden gestort. De socialistische partijen zouden daarom altijd tegen defensiebegrotingen moeten stemmen. Mocht er toch een oorlog uitbreken, dan moest deze aangegrepen worden om ‘het volk wakker te schudden en zo de afschaffing van de kapitalistische klassenheerschappij te bespoedigen.’

Socialistische partijen kozen toch voor nationalisme

In augustus 1914 bleek dat van deze idealen niets terechtkwam. De gematigde sociaal-democratische partijen in de grote Europese landen hadden massaal met de oorlogsbegrotingen ingestemd; ook de socialisten lieten zich meeslepen in een nationalistische roes. De radicale socialisten waren gedesillusioneerd dat de oorlog niet met een arbeidersopstand was gesaboteerd en zij leverden felle kritiek op de Internationale. Die had geen rol van betekenis gespeeld. Met massale stakingen hadden de arbeiders zich volgens de radicalen tegen hun regeringen kunnen keren (zie ook het artikel Europa 1914).

Polarisatie en desoriëntatie in Nederland

Tot afgrijzen van Nederlandse radicalen had ook de SDAP de mobilisatie en de defensiebegroting gesteund. Uit de kranten blijkt dat veel sociaal-democraten hier moeite mee hadden. De sociaal-democratische krant 'Het Volk’ stelde:

Dat hij langer zal duren, dan voor het gestelde doel absoluut nodig is, kan ook allerminst worden gewenscht door de strijdende arbeidersklasse.

De Tribune, 8 augustus 1914

Uit: De Tribune, 8 augustus 1914

Het socialistische kamp raakte verder verdeeld: de radicale socialisten keerden zich tegen de ‘reformisten’, de gematigde sociaal-democraten. Velen zegden hun vertrouwen op in de Internationale. Die zou door de ‘theorieloozen, de heen-en-weer-geslingerden, de kompromis-sluiters in elkaar zijn gezakt’ (De Tribune, 16 september 1914).

Het was een roerige tijd en ook bij de socialisten was de verwarring groot. Er bestonden over de koers die gevaren moest worden meningsverschillen onder de individuele socialistische denkers, bij welke richting ze ook hoorden. Verschillende gematigde sociaal-democratische denkers waren toch kritisch over de SDAP en niet elke radicaal steunde de SDP.

Ieder socialistisch kamp had zijn eigen nieuwsbladen

De socialisten publiceerden veel, zeker vergeleken met andere politieke stromingen. Zo probeerden ze bij het volk de steun voor hun politieke doelen te vergroten. De SDAP-ers publiceerden in hun dagblad Het Volk en dan vooral in de weekendbijlage Het Weekblad. De radicalen schreven veel in De Tribune. De meeste redacteuren van die kranten waren zelf politiek actief en hadden daardoor een duidelijke politieke ‘kleur’.

De Tribune, 23 augustus 1914

Voorpagina van De Tribune, 23 augustus 1914

Socialistische brochures

Socialistische schrijvers die niet in een krant publiceerden, die hun krantenartikelen wilden bundelen of meer pagina’s nodig hadden om hun visie uiteen te zetten, brachten brochures uit. Hierin zetten zij hun standpunten in maximaal honderd bladzijden uiteen. Om een groot publiek te bereiken waren de brochures zo goedkoop mogelijk en vaak voor minder dan 10 cent verkrijgbaar. Doordat in deze werkjes vaak privé-meningen ten beste werden gegeven, vergrootten ze de diversiteit binnen het socialistische gedachtegoed.

Een brochure van Anton Pannekoek

Een voorbeeld is De Oorlog: zijn oorsprong en zijn bestrijding (1915) door de ‘radicaal’ Anton Pannekoek; deze brochure is aanwezig in de KB-collectie. Het voornaamste thema in zijn brochures was de strijd tegen het kapitalisme. Hij benoemde de problemen die volgens hem inherent zijn aan het kapitalistische systeem:

Wij spreken van onze 'beschaafde' maatschappij, alsof de oorlog daarin de eenige onnatuurlijke gruwel is. Maar in werkelijkheid is deze maatschappij, omdat zij op uitbuiting van menschen door menschen ten behoeve van winst berust, ook in vredestijd vol van onderdrukking en ellende, leed en moord.

Relevante bronnen