WO I: Prinsjesdag 1914

Ook in 1914 was het op de derde dinsdag in september Prinsjesdag. De speciale zitting van de Staten-Generaal bracht toen al veel publiek op de been. De mensen kwamen voor de rijtoer over het Lange Voorhout, de erewachten en de troonrede in de Ridderzaal. Door de in augustus 1914 uitgebroken Eerste Wereldoorlog was de situatie in september heel anders dan het jaar daarvoor.

Troonrede in 1913

In 1913 herdacht Nederland het honderdjarig bestaan van het jaar Koninkrijk. Overal in het land ging dat met feestelijkheden gepaard. Maar, business as usual, het gewone leven ging door en ook het kabinet, de net aangetreden regeringsploeg van minister-president Cort van der Linden, was aan het werk.
De opening van de Staten-Generaal viel dat jaar op 16 september. Koningin Wilhelmina begon de troonrede met te zeggen dat de betrekkingen met andere mogendheden ‘in het afgelopen jaar weder van even vriendschappelijke aard [waren] als in het vorige.’ Voorts noemde de koningin de aanstaande grondwetswijziging die het kiesrecht voor mannen aanzienlijk uitbreidde. Over de ‘reorganisatie der levende strijdkrachten’ merkte Wilhelmina op dat ingevolge de nieuwe Militiewet ‘de voorziening in de behoeften betreffende de uitrusting en de verpleging van het leger zal worden voortgegaan.’ (Algemeen Handelsblad, 16 september 1913). In de jaren daarvoor was de Nederlandse krijgsmacht gereorganiseerd. In 1911 had luitenant-generaal Snijders de plannen voor mobilisatie herzien, zodat deze snel kon verlopen. De duur van de dienstplicht was met één tot twee jaar verkort, maar er werd een hoger aantal dienstplichtigen opgeroepen. Dat leidde per saldo tot een grotere krijgsmacht.

Prinsjesdag 1913

De Telegraaf deed in een artikel ‘De opening der Staten Generaal’ verslag van Prinsjesdag. De dag toonde hetzelfde beeld ’als vorige jaren … [met] veel gedrang, veel woeling … [langs] den weg waarover de stoet passeeren zou.’ Voor de ‘Hagenaars en voor velen van buiten de residentie’, zoals de ‘boeren en boerinnekes’ viel er veel te genieten van de ‘glans, die buiten afstraalt van de opening van de Staten Generaal.’ Om één uur ’s middags vertrok koningin Wilhelmina vanaf het Noordeinde in de Gouden Koets op weg naar het Binnenhof. Zij en prins Hendrik werden ‘overal met gejuich begroet.’ Het waren de vertrouwde taferelen.

Algemeen Handelsblad, 16 september 1913

Passage uit de troonrede van 1913 over de Nederlandse krijgsmacht, uit: Algemeen Handelsblad, 16 september 1913

Prinsjesdag 1913

De Telegraaf deed in een artikel ‘De opening der Staten Generaal’ verslag van Prinsjesdag. De dag toonde hetzelfde beeld ’als vorige jaren … [met] veel gedrang, veel woeling … [langs] den weg waarover de stoet passeeren zou.’ Voor de ‘Hagenaars en voor velen van buiten de residentie’, zoals de ‘boeren en boerinnekes’ viel er veel te genieten van de ‘glans, die buiten afstraalt van de opening van de Staten Generaal.’ Om één uur ’s middags vertrok koningin Wilhelmina vanaf het Noordeinde in de Gouden Koets op weg naar het Binnenhof. Zij en prins Hendrik werden ‘overal met gejuich begroet.’ Het waren de vertrouwde taferelen.

De spanningen in 1914

In het voorjaar van 1914 schreven de kranten regelmatig over de spanningen die bestonden tussen de Europese grootmachten. Een directe aanleiding voor een gewapend conflict was er gelukkig niet, constateerde men. Aanvankelijk leek ook de aanslag op de Oostenrijke kroonprins Frans Ferdinand in Sarajevo eind juni 1914 geen ernstige gevolgen te krijgen. (Zie ook: WO I: 28 juni 1914, de aanslag op Frans Ferdinand: ). Maar op 28 juli 1914 kwam plots de Oostenrijkse oorlogsverklaring aan Servië en binnen twee weken waren de grote Europese landen met elkaar in oorlog.

Nederland neutraal

Nederland had zich neutraal verklaard en wachtte na het uitbreken van de oorlog gespannen af wat er ging gebeuren. Wel merkte men vanaf begin augustus terdege dat de oorlog maar net over de grens woedde. De Duitse opmars door België was half september al weken aan de gang. Tienduizenden Belgische vluchtelingen hadden een veilig heenkomen gezocht in Nederland. Het bleef onrustig en oppassen bij de grens. Maar de oorlogvoerende landen respecteerden vooralsnog Nederlands neutraliteit.

Troonrede 1914

In de troonrede (15 september) kon koningin Wilhelmina niet om de ‘zeer buitengewone omstandigheden’ heen. De troonredes van de jaren daarvoor behandelden globaal de rijksfinanciën, de wetsvoorstellen en de buitenlandse betrekkingen van het moederland en de koloniën.
Maar de oorlog maakte alles anders. De koningin stelde dat Nederlands ‘volstrekte neutraliteit’ ‘tot dusver op geen enkele wijze [was] geschonden.’ De in- en uitvoer, scheepvaart, visserij en het internationaal geldverkeer hadden wel grote hinder ondervonden. De overzeese rijksdelen kregen uiteraard indirect met de oorlogvoering te maken. Wilhelmina drukte eenieder op het hart ‘alles te vermijden wat [de] neutraliteit in gevaar zou kunnen brengen.’ Tot slot zei de koningin dat haar volk een ‘trouwe plichtsbetrachting’ aan de dag had gelegd. Zij bespeurde ‘een eendracht, die zich alom in het land geopenbaard heeft, [en hopelijk] tot het einde toe zal worden volgehouden.’ (uit Het Nieuws van den Dag, 16 september 1914)

Nieuwe Tilburgsche Courant, 15 september 1914

Uit: Nieuwe Tilburgsche Courant, 15 september 1914

Commentaren

De Tilburgsche Courant (15 september 1914) was het in de troonrede opgevallen dat niets wat aanleiding kan geven tot het oproepen van geschillen over het inwendige staatsbestuur aan de orde was gesteld. Geruststellend was de mededeling dat Nederland zijn neutraliteit ‘met al zijn krachten zal handhaven.’
Het Centrum wees op Wilhelmina’s opmerking dat ‘onze vriendschappelijke betrekkingen met alle mogendheden ongestoord zijn gebleven.’ (Het Centrum, 15 september 1914.) Die opmerking kreeg te meer gewicht, omdat Duitsland in de eeuw daarvoor de Nederlandse en Belgische neutraliteit had gegarandeerd, maar niettemin dat laatste land was binnengevallen en er grof had huisgehouden. Veel Belgische steden en dorpen lagen grotendeels in puin. Honderden burgers waren zonder pardon gefusilleerd bij meedogenloze represailles na (vermeende) aanslagen op Duitse militairen. Een toespeling daarop stond op 17 september in het Nieuwsblad van het Noorden. De Duitse pers prees de oproep in de troonrede om zich geheel neutraal op te stellen, ook in de berichtgeving over de oorlog. Want uit België kwamen ‘lasterlijke berichten’ als zouden de Duitse troepen bestaan uit ‘een horde dieven en dronkaards.’ Dat laatste lag soms wel dicht bij de waarheid.
De Telegraaf waardeerde de vastberadenheid en kloekheid die uit de troonrede sprak.

Eensgezinde reacties op de troonrede

Het Nieuwsblad van het Noorden van 16 september 1914 vatte reacties op de troonrede uit de landelijke pers samen. Overheersend in het commentaar was het algemeen positieve oordeel over de regering, die kordaat maatregelen had genomen door Nederland neutraal te verklaren en paniek zoveel mogelijk te voorkomen.
Het Algemeen Handelsblad bespeurde in de troonrede geen woorden over verleden of toekomst, maar slechts de huidige situatie en waakzaamheid waren onderwerp.
Het socialistische Het Volk merkte op een totaal andere troonrede te hebben gehoord dan de jaren daarvoor. Geen ‘drogen toon’, dorre berichten of pietluttigheden, maar ernst. Cruyffiaans samengevat: ’Geen ongeluk zoo groot of er is een geluk bij.’ De krant gaf verder uiting aan ‘bewondering voor de snelheid en de kracht, waarmede de regering is opgetreden’ om de gemoederen te bedaren. Over de consequenties van de regeringsmaatregelen voor de arbeiders viel nog niets te zeggen, wel waren ‘oorlog en honger beide tot het huidige oogenblik van ons grondgebied […] geweerd.’

De Telegraaf, 16 september 1914

Uit: De Telegraaf, 16 september 1914

Prinsjesdag minder feestelijk

De Telegraaf (15 september 1914) schreef over Prinsjesdag. Even leek het voor het publiek of er ‘geen wolkje aan de lucht is’ tijdens de jaarlijks ‘weerkeerende plechtige feestelijkheid.’ Zoals altijd zijn er ‘drommen nieuwsgierigen’, ‘maar toch anders dan anders’ omdat ‘thans de plechtigheid een ander karakter draagt.’ Deze troonrede kende wellicht ‘een diepere beteekenis en strekt zich wat verder uit dan tot de gouden koets en de goudschitterende uniformen.’ De dag daarop plaatste De Telegraaf een vervolg op bovenstaand verslag. Het publiek was teleurgesteld dat de stoet rijtuigen vanwege de ‘bijzondere omstandigheeden’ ‘zoo ingekrompen was’ en in een ommzien voorbij zou trekken. ‘Een dubbelen haag soldaten’ stond langs de route, maar dat was ‘geen wonder, soldaten genoeg in dezen tijd!’ met de gemobiliseerde krijgsmacht.
In deze onzekere tijden kon de regering uiteraard weinig concrete plannen presenteren. Men volgde met ingehouden adem wat er zich in Europa afspeelde. Pas na de val van Antwerpen, op 10 oktober, rukte het Duitse leger op in zuid-westelijke richting en strandde bij Ieper. Nadien keerde bij de grens van Zeeuws-Vlaanderen en in de rest van Nederland de rust wat terug.
De eendracht en saamhorigheid die Wilhelmina had bespeurd verdween langzamerhand. Van de bizarre situatie waarin Nederland was terechtgekomen gingen velen misbruik maken, door regelgeving te ontduiken en te smokkelen.

Zie ook:

Onze andere artikelen over de Eerste Wereldoorlog