WO I: Sinterklaas en Kerstmis in 1914

Ook in het eerste jaar van Eerste Wereldoorlog werd het december, en Sinterklaas en Kerstmis. Hoeveel invloed had de oorlog die bijna heel Europa overspoelde op de viering van de decemberfeesten in Nederland? We slaan er de kranten uit die tijd op na.

Was Nederland in december 1914 met alle dagelijkse berichten over oorlog, vluchtelingen en mobilisatie nog in de stemming voor de traditionele feesten? Toch wel, bleek in Het Nieuws van den Dag (1 december 1914), zelfs ‘[in] het Gruweljaar 1914’. De sfeer zou waarschijnlijk niet uitgelaten zijn, ‘maar de stille viering, die in den huiselijken kring? Die zat en zit er daarvoor te diep in bij ons volk.’ Dus maakte Nederland zich op voor de decemberfeesten.

Tot half november waren middenstanders door de oorlog somber geweest over hun omzet met Sinterklaas. Maar naarmate 5 december naderde sloeg de stemming om. Goed nieuws was bijvoorbeeld dat ondanks de belemmeringen voor het vrachtverkeer er toch genoeg ingrediënten voor speculaas en banketletters zouden zijn. De legerleiding had bovendien toegestaan dat ieder die ‘in de Sint-Nicolaas-bakkerij van doen heeft, in de Sint-Nicolaasweek vrij zal hebben’.
Waar het voor het bakkersbedrijf nog leek mee te vallen, dreigden de luxe-artikelen en boeken minder verkocht te worden. Volgens Het Nieuws van den Dag (28 november 1914) zou ditmaal Sinterklaas ‘voornamelijk voor de kinderen’ een feest worden.

Het Nieuws van den Dag, 28 november 1914

Uit: Het Nieuws van den Dag, 28 november 1914

Zou de goede Sint wel komen?

Dat was natuurlijk spannend. ‘Ondanks mijnengevaar, storm en mist, had de groote kindervriend toch gevolg gegeven’ aan de verzoeken om Nederland te bezoeken, onder meer Breda. In die stad was zijn komst zeer gewenst ‘opdat de talrijke Belgische kinderen aldaar, mede van zijn bezoek konden profiteeren’. Traditiegetrouw arriveerde het stoomschip “Spanje” met de Sint aan boord aan de kade in Breda, waar duizenden kinderen reikhalzend turend wachtten. In plaats van het gebruikelijke welkom met saluutschoten speelden dit jaar fanfares ter begroeting. Men had ‘het kanongebulder achterwege gelaten, daar dit bij de Belgische kinderen herinneringen van angst en ellende zou kunnen oproepen’. Aan wal gekomen maakte de Sint op zijn schimmel, vergezeld van twee knechten, een ‘ommegang door de stad’. (Algemeen Handelsblad, 1 december 1914)

'Vanwege den duren tijd'

De Tilburgsche Courant (3 december 1914) constateerde dat ondanks alles de ‘voorbereidingen tot het St. Nicolaasfeest’ in volle gang waren. Het was als vanouds ‘gezellig-druk en leuk-rumoerig in onze winkelstraten’ met hel verlichte etalages. Het moest alleen iets minder ‘vanwege den duren tijd’. Toch was er genoeg om familie en kennissen te verrassen en eventueel ook nog een ander … De Courant riep de lezers op ‘onze “Jantjes” aan de grenzen, in de forten’ niet te vergeten. Want ‘onze landverdedigers hebben een streepje voor’ en zij zouden blij verrast zijn door de goede Sint eens extra bedacht te worden.
Meer van dergelijke oproepen verschenen in de kranten. De oorlog had vele gezinnen in een benarde financiële positie gebracht door werkloosheid, doordat de kostwinner gemobiliseerd was of door de prijsstijgingen.
Een ingezonden brief in het Rotterdamsch Nieuwsblad (4 december) bevatte ook een aansporing aan ‘elk die er financieel toe in staat is’ dit keer ook aan ‘anderen dan d’eigen familie te denken’. De briefschrijver voorzag dat nu zoveel kinderen een slechte of heel geen sinterklaas te wachten stond, een gul gebaar welkom was.

Sinterklaas in Tilburg en Amsterdam

‘De goede Sinterklaas zal, gezeten op een mooi wit paard en vergezeld van zijn knecht … morgen door onze stad trekken’. De Nieuwe Tilburgsche Courant (6 december 1914) publiceerde de route die de Sint zou volgen. Padvinders en collectanten zouden onderweg geld inzamelen en het publiek kon aan hen pakjes overhandigen voor de minder bedeelden.
Een paar dagen later deed een correspondent verslag van de drukke sinterklaastijd in Amsterdam. (Nieuwe Rotterdamsche Courant, 9 december 1914) Daar waren de straten vol kijkers en ‘wie bijv. ons groots “warenhuis’ de Bijenkorf binnentrad [dat net twee maanden eerder was geopend], bemerkte alras dat er veel gekocht werd ook’. Het werd zelfs zo druk, dat er politie nodig was om de aandringende menigte te bedwingen. Het nam niet weg, dat de Amsterdamse middenstand beduidend minder luxe-artikelen had verkocht dan in de jaren daarvoor. De klanten hadden alleen het hoognodige aangeschaft. Vooral de banketbakkers en speelgoedwinkels hadden redelijk goede zaken gedaan.

Rotterdamsch Nieuwsblad, 7 december 1914
Uit: *Rotterdamsch Nieuwsblad*, 7 december 1914
Rotterdamsch Nieuwsblad, 5 december 1914
Uit: *Rotterdamsch Nieuwsblad*, 5 december 1914

Advertenties

Sommige ondernemers probeerden de oorlogstoestand te gebruiken voor commerciële doeleinden. Dat was terug te vinden in de krantenadvertenties. In Het Nieuws van den Dag (24 november) stond bijvoorbeeld een advertentie van Jean Louis Pisuisses boek De franc-tireur van Warsage. Pisuisse was als correspondent in België geweest en had dit ‘op ware feiten berustend’ verhaal opgetekend.

Het Nieuws van den Dag, 24 november 1914

Uit: Het Nieuws van den Dag, 24 november 1914

Veel luchtiger was een annonce van Wedstrijd-Bureau “Union” uit Den Haag. Wie het hoogste aantal woordjes van maximaal vijf letters wist te verzinnen met de letters van ‘Oorlogstoestanden’ kon een zilveren horloge winnen. (Nieuws van den Dag, 25 november 1914)

Magazijn “De Bijenkorf” plaatste een kennisgeving waarin het bedrijf zich verontschuldigde voor ‘de ongeregelde expeditie der goederen’. Als verklaring gaf De Bijenkorf ‘dat verscheidene onzer goede werkkrachten thans onder de wapenen zijn’ en dat het de overweldigende drukte voor sinterklaas niet aankon. (De Telegraaf, 1 december 1914)

Het Nieuws van den Dag, 25 november 1914
Uit: Het Nieuws van den Dag, 25 november 1914
De Telegraaf, 1 december 1914
Uit: De Telegraaf, 1 december 1914
Nieuwsblad van het Noorden, 1 december 1914
Sinterklaasadvertenties in het Nieuwsblad van het Noorden, 1 december 1914

Extra ondersteuning met de kerst

Het Kerstfeest kwam in Nederland door de oorlog in een ander licht te staan. De zorg voor de naasten bracht de steuncomité’s en burgers weer ertoe initiatieven te nemen om noodlijdenden te ondersteunen.
Zo bezag het Schiedamse Steuncomité 1914 de toestand ter plaatse. Nu ‘Kerstmis nadert, en voor tal van werkloozen zullen het sombere dagen zijn, daar … door het Steuncomité slechts gedeeltelijke hulp verstrekt kan worden.’ Toch wilde het Comité een kleine extra-gave schenken en daarom zou op 21 december in de stad een collecte worden gehouden. Tevens wilde het Comité overtollige kleding inzamelen ten behoeve van de werklozen. Voor hen gold dat men niet eens voldoende gevoed wordt, en bovendien ook nog koude moest lijden. (Rotterdamsch Nieuwsblad, 16 december 1914)

Steun voor gemobiliseerden en hun gezinnen

In Het Volk, (14 december 1914) stond het volgende verzoek van ‘Een landsweerman’: ‘Doordat de uitbetalingsdatum (26 december) voor steun van de gezinnen der gemobiliseerden op den tweeden Kerstdag valt, is die uitbetaling uitgesteld tot den 28en’. De toch al geringe uitkering viel dus na Kerstmis en dat zou de feestvreugde bederven. De briefschrijver vroeg om een eerdere uitbetaling. In Nieuwolda (Gr.) had een collecte om militairen ‘die met Kerstmis niet met verlof gaan, een verrassing te bezorgen’ nog zo'n f 80,50 opgebracht. (Nieuwsblad van het Noorden, 18 december 1914)
Voor allen die het moeilijk hadden machtigde het Koninklijk Nationaal Steuncomité de lokale comité’s aan alle hoofden van huisgezinnen, die door die comités gesteund worden, een extra Kerstgave uit te reiken van een gulden. (Algemeen Handelsblad, 24 december 1914)

Breien en nog eens breien!

Het Algemeen Handelsblad (19 december 1914) plaatste deze kop om Hollandse vrouwen aan te sporen. Breien was ‘een nuttige en noodige arbeid, waaraan ook in Holland zoveel tijd wordt besteed. Veel, niet genoeg.’ Want het ontbrak de in Zeist en elders gelegerde militairen nog ernstig aan hemden, sokken, broeken en borstrokken enz. De productie, van soms enkele duizenden, was veel te weinig voor de 200.000 gemobiliseerden. ‘Als we die getallen eens beter bezien, moeten we ons er dan niet voor schamen?’ In vredestijd was handwerken in de weken voor sinterklaas en Kerst blijkbaar populair, maar vrouwen deden er nu beter aan te breien. ‘Er mag van geen vermindering sprake zijn, zoolang de soldaten nog niet naar den huiselijken haard zijn teruggekeerd’ besloot het artikel.
Tien dagen later kon dezelfde krant berichten dat ‘het Vrouwen-comité’… een Kerstgave [voor] onze grens- en kustbewakers’ had bijeengebracht en dat aan talrijke afgelegen detachementen versnaperingen waren verstrekt. Deze vrouwen toonden hun goede wil.

Kerstfeest Duits?

Een heel andere zaak was de bewering dat Kerstmis vieren een Duitse gewoonte zou zijn en dat Nederlanders dat niet moesten doen. Wellicht dat hier het streven naar een volstrekte Nederlandse neutraliteit meespeelde. De Leeuwarder Courant (24 december 1914) nam stelling in deze: ‘Waarom zouden wij niet van den buurman overnemen, wat ons aantrekt?’ Wie stil en huiselijk Kerst wilden vieren, moesten geen verwijt krijgen ‘dat hun feest niet vaderlandslievend is.’

Advertenties

Blijkbaar was kerstmis een eeuw geleden nog niet het kadootjesfestijn dat het tegenwoordig is. In de dagbladen stonden veel minder advertenties voor geschenken dan een paar weken eerder met sinterklaas. Toch valt er wel iets te vinden dat met kerst van doen heeft. In de Nieuwe Rotterdamsche Courant (11 december 1914) verscheen een advertentie voor kerstdennen.

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 11 december 1914

Uit: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 11 december 1914

In De Telegraaf verscheen een annonce voor het feestelijk aankleden van het kerstdiner.

De Telegraaf, 16 december 1914

Uit: De Telegraaf, 16 december 1914

Dat er toch wel mensen waren die met kerst kadootjes gaven bleek in het Rotterdamsch Nieuwsblad, waarin een juwelier adverteerde.

Rotterdamsch Nieuwsblad, 22 december 1914

Uit: Rotterdamsch Nieuwsblad, 22 december 1914

In de laatste dagen voor kerst verschenen wel allerlei aankondigingen van kerstuitvoeringen in het land, waarvan een aantal speciaal ten behoeve van de gemobiliseerde militairen.

Oudjaar 1914

Een beschouwing van het voorbije jaar verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden (31 december 1914). Het dagblad stelde dat een terugblik op 1914 geen prettige is: ‘alles wat vóór Augustus plaats had’ is vervaagd door wat ‘nu na vijf maanden nog dag aan dag ons geheel in beslag neemt, den oorlog’. ‘Het “Vrede op aarde” is een ijdele klank geworden’. Maar het dagblad vond niettemin dat men niet droef en troosteloos bij de pakken neer moest zitten, maar met enig optimisme weer grijpen naar het ideaal van de wereldvrede. ‘En laat dan 1915 voor ons allen een beter jaar zijn dan het laatste deel van 1914 was, met veel heil en veel zegen’.