WO I: Smokkelen: lucratief en riskant

Smokkel of sluikhandel aan de Nederlandse grenzen is van alle tijden. Prijsverschillen maken het lucratief goederen illegaal in of uit te voeren. Maar begin augustus 1914 zette de oorlog die handel op scherp. De kranten stonden vol berichten over smokkelarij.

Neutraal Nederland beperkte de export

Nederland moest vanwege de oorlog nadrukkelijker de grenzen bewaken en beperkte het personenverkeer. Daarnaast volgde een uitvoerverbod voor levensmiddelen, brandstoffen en oorlogsmateriaal. Allemaal zaken die Duitsland hard nodig had en waarvoor de oosterburen goed betaalden.

Ondanks het uitvoerverbod ‘verdwenen’ meteen na het begin van de oorlog flinke hoeveelheden meel, tabak, rijst, spek, benzine, margarine, worst, brood, kaas, maïs, vetten, zeep, terpentijn en veel meer over de grens naar Duitsland en België. De bestaande smokkelbendes incasseerden flinke bedragen. Doordat ook in de grensstreek als gevolg van de oorlog bedrijven stilvielen, ontstond er werkloosheid. Daardoor kwam ‘personeel’ beschikbaar, dat als 'nieuwbakken' smokkelaars aan de sluikhandel ging deelnemen.

Smokkelwaar op schip

Uit: Nederland in den oorlogstijd, 1920

Over land, over water

Het eenvoudigste was het met de handel over de grens te stappen, andere smokkelaars kozen ervoor met kleine of grote vaartuigen naar Duitsland te varen. Het Nieuwsblad van Friesland (31 december 1915) maande schippers niet op verdachte aanbiedingen en geruststellende praatjes in te gaan. Met smokkelen schaadden die schippers hun eigen naam en het landsbelang. Alle uitgevoerde waar ging immers voor Nederland verloren.

En per spoor

Ook de trein bood mogelijkheden. Een Duits operagezelschap had in Arnhem opgetreden; op de terugreis inspecteerde de douane de wagons. Tussen en in de requisieten van de voorstelling zat allerlei smokkelwaar verborgen. De acteurs zelf hadden ook verboden spullen bij zich. De douane nam de goederen in beslag en de betrapte acteurs moesten voor proces-verbaal achterblijven in Zevenaar (Nieuwsblad van het Noorden, 8 mei 1916). Hier ging het om een bijzonder gezelschap, tallozen probeerden per trein de grens te passeren met verboden artikelen.

Meer versperringen

Op meer plaatsen waar een levendige smokkel plaatsvond kwamen barrières. Bij Losser en Lonneker werd in december 1915 langs de Duitse grens een prikkeldraadversperring aangebracht. Op de doorgaande wegen kwamen hekken. Enige honderden Nederlandse militairen gingen er patrouilleren. In oktober 1916 verrees langs de Duitse grens een draadafrastering van bijna tien kilometer ten oosten van Roermond en Venlo, een Duitse maatregel om verboden handel te verhinderen (Algemeen Handelsblad, 2 oktober 1916).

Duitse houding ambivalent

De Duitse houding tegenover het illegale grensverkeer was ambivalent. Enerzijds bestond een enorme vrees voor spionnen, aan de andere kant had Duitsland de gesmokkelde etens- en andere waren hard nodig.

Wat de bestrijding van smokkel compliceerde was dat niet alle Duitse grenswachten onkreukbaar waren. Zo werden drie Duitse soldaten bij Broek-Sittard aangehouden die meel smokkelden. Bij Beek betrapten grenswachten in maart 1915 zeven smokkelaars en voorkwamen dat twee paarden de grens passeerden. Toch ‘ontsnapten’ vier paarden. Wat de zaak delicaat maakte was het gerucht dat ‘de Duitsche grenswacht de meest mogelijke hulp [verleent] bij deze karweitjes’. Eind april 1915 verscheen weer een bericht over Duitse soldaten.

Nederlandse militairen in de fout

Voor Nederlandse soldaten kon de verleiding ook groot zijn. Dichtbij de grens maakte de gelegenheid de smokkelaar. Zes soldaten die begin september 1916 aan de grens wachtliepen hadden bij Ter Apel tegen betaling smokkelaars geholpen en waren daarom gearresteerd. Aan de Belgische grens doorzochten ambtenaren een foeragewagen (militair voertuig); onder het hooi zat 450 kg plantenvet verborgen. De begeleidende onderofficier en een collega werden gearresteerd (De Telegraaf, 3 oktober 1916).

Met dodelijke afloop

Niet alle militairen smokkelden zelf of lieten het oogluikend toe, veel militairen grepen in. Zij hadden opdracht verdachte personen aan te houden. Wanneer die probeerden te ontkomen moesten de patrouillerende grenswachten hun wapens gebruiken en dat gebeurde ook. Regelmatig schoten militairen smokkelaars neer, waarbij gewonden en doden vielen.

Nederland in den oorlogstijd, 1920

Uit: Nederland in den oorlogstijd, 1920