WOI: Zwitserland en Nederland neutraal (1914-1916)

Nederland en Zwitserland verkeerden tijdens de Eerste Wereldoorlog in vergelijkbare omstandigheden. De twee landen waren neutraal, maar werden omringd door strijdende partijen die hun grondgebied en luchtruim schonden, de handel bemoeilijkten en elkaar op neutraal terrein bespioneerden. In kranten uit Delpher lezen we hoe het beide landen verging.

Zwitserland na 1900

Eind negentiende eeuw kwam Zwitserland tussen twee kampen te zitten. In het westen lag Frankrijk, in het noorden, oosten en zuiden grensde Zwitserland aan de bondgenoten Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië. De dreiging van een Europees conflict hing in de lucht. Zwitserland had aan Duitsland en Oostenrijk-Hongarije duidelijk gemaakt dat het in geval van oorlog neutraal zou blijven. Toch voelden de Zwitsers zich niet op hun gemak. Uit voorzorg reorganiseerde Zwitserland (ca. 3,7 miljoen inwoners) na de eeuwwisseling de krijgsmacht, waardoor het over een 250.000 man tellende Feldarmee kon beschikken. De Zwitserse zorgen waren niet geheel onterecht. Duitsland had bij het opstellen van zijn krijgsplannen een opmars door Zwitserland naar Frankrijk wel degelijk overwogen.

Zwitserland verdeeld

Toen eind juli 1914 de oorlogsdreiging concreet werd ging Zwitserland op 1 augustus tot algemene mobilisatie over, net als Nederland. Het land kende door de Duitse, Franse en Italiaanse taalregio’s een soort ‘verzuiling’, die de sympathieën voor de strijdende partijen bepaalde. Na het uitbreken van de oorlog vreesden Duitstalige Zwitsers een Franse inval en Franssprekende Zwitsers zagen Duitse troepen al binnentrekken, zoals België was overkomen. Door de oorlog ontstond wantrouwen tussen die met Duitsland en Frankrijk sympathiserende volksdelen. Daarnaast vreesde men aanvankelijk dat Italië zich via Zwitserland aan Duitse zijde in de strijd zou mengen.

Hamsteren en muntgeld

Net als in Nederland brak er paniek uit in Zwitserland toen de oorlog losbarstte. Na enkele weken keerde de rust terug, omdat de Fransen noch de Duitsers waren binnengevallen. Nadat de plaatselijke overheden hadden gegarandeerd dat er voorraden voor een half jaar waren, was ‘de belegering der bakkers- en kruidenierswinkels … opgehouden’(Nieuwe Rotterdamsche Courant, 24 augustus 1914). Wel bleven mensen proberen zoveel mogelijk muntgeld te verkrijgen. Begin augustus ‘had het volk in de eerste dagen de banken bestormd’. De Centrale bank had extra biljetten van 5 en 20 frank uitgegeven om het betaalverkeer te laten doorgaan. Volgens de Courant zou ‘binnen korten tijd alles weer zijn gewonen loop … hebben.’

Bewaken van de Zwitserse grens

Bewaken van de Zwitserse grens, ansichtkaart 1914; bron: Zwitserland tijdens de Eerste Wereldorlog

Uitruil van geïnterneerden

Vanaf begin augustus liep de westelijke frontlinie van de Noordzee tot de Zwitserse grens bij Basel. Duitse en Franse soldaten passeerden soms per ongeluk de grens en werden geïnterneerd volgens het oorlogsrecht. Anders dan Nederland hield Zwitserland hen niet tot het eind van de oorlog vast. Het kwam met Duitsland en Frankrijk een uitruilregeling overeen.

Geruchten over een Franse of Duitse doortocht

In de pers circuleerden geruchten dat Frankrijk en Duitsland de Zwitserse regering, de Bondsraad, hadden benaderd om doortocht over Zwitsers grondgebied te krijgen. De Zwitsers hadden op grond van hun neutraliteit geweigerd. Die geruchten kwamen soms van officiële zijde (Nieuwe Rotterdamsche Courant, 21 september 1914). Een maand later volgde een gerucht dat Duitsland door Zwitserland naar Italië zou oprukken ‘om het voor zijn onzijdigheid in den huidigen oorlog te straffen’.

Beperking van de Europese handel

Zwitserland kreeg te maken met economische oorlogvoering door de strijdende partijen. De geallieerden probeerden de invoer van goederen naar Duitsland zoveel mogelijk te beperken. De Zwitserse economie liep daardoor schade op. De Züricher Zeitung plaatste een ‘krachtig gesteld artikel tegen de Engelsche maatregelen, waardoor de invoer van voor Zwitserland bestemde verbruiksartikelen wordt belemmerd’. In reactie exporteerde Zwitserland minder levensmiddelen naar Frankrijk en Engeland (De Telegraaf, 13 januari 1915). De Zwitserse bondspresident Motta zei groot belang te hechten aan de Italiaanse neutraliteit, want de handel via Genua was voor zijn land essentieel (Algemeen Handelsblad, 30 januari 1915).

Italië mengt zich in de strijd

In mei 1915 nam de spanning in Europa toe door geruchten over Italiaanse deelname aan de oorlog. ‘Italië op de tweesprong’ kopte het Rotterdamsch Nieuwsblad (11 mei 1915). Duitse en Oostenrijkse burgers verlieten via Zwitserland haastig het Italiaanse grondgebied. Daar was de mobilisatie op gang gekomen. Zwitserland mobiliseerde opnieuw om de grens met Italië en Oostenrijk te bewaken. Al spoedig volgden berichten dat in Italiaanse steden de bevolking het op Oostenrijkse gebouwen had gemunt. Op 24 mei was de oorlog tussen Italië en Oostenrijk-Hongarije een feit.

Humane gebaren

De maand daarop gaf de Bondsraad gehoor aan een pauselijk verzoek en bood de strijdende partijen aan tienduizenden gewonde krijgsgevangenen voor verpleging op te nemen. De oorlogvoerende landen zouden zelf de verzorging betalen (De Telegraaf, 12 juni 1915). Ook Nederland maakte diverse malen zo’n humaan gebaar en liet zwaargewonde Britse en Duitse krijgsgevangenen over zijn grondgebied naar huis terugkeren.

De Zwitserse handel met de Centrale mogendheden

De geallieerden wilden de Zwitserse handel met Duitsland en Oostenrijk belemmeren en kwamen telkens met nieuwe beperkende voorwaarden. De Zwitsers weigerden medewerking en beriepen zich op hun neutraliteit. Het werd een langdurige diplomatieke kwestie. Daaraan lag ten eerste de vrijgevochten Zwitserse volksaard ten grondslag. Ten tweede speelde de heersende Frans- en Duitsgezindheid mee, waarbij de pers weer een rol had. Om de problemen met de handel te regelen werd in oktober 1915 de Société Suisse de Surveillance Economique (SSS) opgericht. Deze SSS bewaakte als Zwitserse particuliere maatschappij de handel met de Centrale mogendheden. De Société was te vergelijken met de Nederlandsche Overzee Trust Maatschappij (NOT), die als particuliere organisatie de Nederlandse handel met Duitsland coördineerde.

Zwitserse legerleiding versus Bondsraad

Naarmate de oorlog voortduurde, werd de Zwitserse legertop een ‘militaire oligargie’ die in toenemende mate onafhankelijk van de Bondsraad opereerde. De Zwitserse burger raakte geïrriteerd door de militaire maatregelen. Zo had de legerleiding besloten dat alle mannen van 16 tot 60 jaar, ‘al wie een geweer hanteeren kan’, de infanterie zouden versterken. De sfeer verslechterde door een onverkwikkelijke spionage-affaire.

Spionagezaak Egli en Wattenwyl

In januari 1916 waren de kolonels Egli en Wattenwyl, functionarissen bij de inlichtingendienst, gearresteerd (De Tijd, 17 januari 1916). Zij hadden onder meer informatie doorgespeeld over ‘Fransche stellingen bij de Zwitsersche grens’ aan ‘Duitsche en Oostenrijksche militaire attachés’. Het kwam tot een geruchtmakende rechtszaak. De Duits-Zwitserse pers hield zich opvallend rustig; de Frans-Zwitserse bladen verklaarden openlijk dat die attaché’s het land uit moesten.

De affaire versterkte het wantrouwen tussen de bevolkingsgroepen. ‘Nooit gaapte de kloof tusschen Fransch-Zwitserland en Duitsch-Zwitserland zo wijd’ aldus het Algemeen Handelsblad (28 februari 1916). De kolonels hadden de Zwitserse neutraliteit in gevaar gebracht. De details die over de zaak aan het licht kwamen kregen in de Frans-Zwitserse pers veel aandacht. Tenslotte was Zwitserland van Frankrijk afhankelijk voor de aanvoer van grondstoffen en levensmiddelen. Daarbij kwam dat de kolonels door de legerleiding nauwelijks waren gestraft - ze werden alleen overgeplaatst - terwijl lagere militairen voor kleine vergrijpen zware straffen kregen.

Het spionageproces

Tijdens het proces voerden Egli en Wattenwyl ter verdediging aan dat inlichtingenwerk uit geven en nemen bestaat. Voor doorgespeelde informatie kwamen andere inlichtingen terug. De Zwitserse krijgsmacht moest waakzaam blijven. De rechter stelde dat de handelwijze van de kolonels ‘niet met de plichten der neutraliteit overeen was te brengen’. Zij kregen 20 dagen zwaar arrest. Daarmee liet Zwitserse rechterlijke macht zien dat zij de zaak hoog opnam en de kennelijk pro-Duitse houding van het opperbevel afwees.

Zwitserse neutraliteitspolitiek

De affaire maakte parlementsleden duidelijk dat de legerleiding sinds augustus 1914 naar eigen goeddunken handelde. Een aantal parlementsleden had een andere neutraliteitsopvatting dan de legertop. Daarom werd een parlementaire neutraliteitscommissie ingesteld, die het buitenlands beleid meer naar de inzichten van het parlement ging invullen. De Frans-Zwitserse parlementswoordvoerder Secretan zei dat Zwitserse burgers hun mening over het brute optreden door de strijdende partijen niet hoefden te verzwijgen, ook al was hun land neutraal. Duitsland had weinig respect getoond voor kleine staten als België, Luxemburg en Servië. Bij de kolonels-affaire had de legertop de indruk gewekt een pro-Duitse houding aan te nemen. Secretan voelde zich gerustgesteld door de nu aangetreden neutraliteitscommissie (Algemeen Handelsblad, 11 maart 1916).

‘Nationaal ontwaken’

Door alle commotie beseften de Zwitsers eens te meer dat zij klem zaten tussen de oorlogvoerende landen. Er volgde een reactie, een ‘nationaal ontwaken’, zoals het Algemeen Handelsblad (1 april 1916) het noemde. De ‘Neue Helvetische Gesellschaft’ besloot een ‘nationale week’ te organiseren met tentoonstellingen, voordrachten en winkels vol Zwitserse producten. Zo’n nationale actieweek kon bij de Duits- en Fransgezinde Zwitsers de ‘nationale gedachte’ versterken. Twee maanden later concludeerde de Frans-Zwitserse letterkundige Philippe Godet dat er geschilpunten bestonden tussen Duits- en Fransgezinde Zwitsers, maar dat bij beide volksdelen dankzij alle evenementen een ‘gemeenschappelijke snaar van de vaderlandsliefde was aangeroerd’ ( Nieuwe Rotterdamsche Courant, 9 juni 1916).

Nederland en Zwitserland indirect betrokken

Sinds augustus 1914 verkeerden Nederland en Zwitserland in vergelijkbare omstandigheden: zij kregen te maken met mobilisatie, hamsterwoede, jacht op muntgeld, grensschendingen, spionage-affaires en handelsbelemmeringen. Beide regeringen beriepen zich bij diplomatieke kwesties op hun neutraliteit. Die wisten zij slechts met moeite en met toewijding te handhaven. Er waren grote verschillen tussen beide landen. Ten eerste natuurlijk het landschap: Nederland was vlak en moeilijk te verdedigen, terwijl Zwitserland zich achter bergen kon verschansen. Maar Zwitserland kreeg in het westen en oosten te maken met frontlinies tot aan de landsgrens. Nederlands Zeeuws-Vlaanderen lag zo’n zestig kilometer van de dichtstbijzijnde frontlinie. Nederland kende niet de sterke verdeeldheid onder de bevolking door de taalregio’s. De rivaliteit tussen Frans- en Duitsgezinde Zwitsers werd versterkt door de oorlog. De loyaliteit van beide volksdelen kon de neutraliteit in gevaar brengen.

Meer lezen over de Eerste Wereldoorlog

Ga naar de indexpagina Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog.