Beloningsbrief voor de familie van Balthasar Gerards

Op 10 juli 1584 werd Willem van Oranje door Balthasar Gerards doodgeschoten op de trappen van het Prinsenhof in Delft. Deze beloningsbrief of patentbrief (in het Frans 'lettre patente') uit 1590 betreft de officiële verklaring van koning Filips II van Spanje waarin de beloning van 25.000 gouden kronen, in de vorm van drie heerlijkheden in Franche-Comté, werd geschonken aan de familie van Balthasar Gerards.

Op deze pagina vindt u een algemene inleiding bij de patentbrief. Wilt u direct naar de gedigitaliseerde brief? Klik dan op de link in dit plaatje:

Ban ende edict (1580)

In 1580 schreef de Spaanse overheid een ban uit tegen Willem van Oranje (1533-1584): de Ban ende edict by forme van proscriptie. De tekst werd zowel in het Frans als in het Nederlands uitgegeven in Leuven en Douai. In dit edict beschuldigt koning Filips II (1527-1598) Willem van Oranje van hoogverraad. Als leider van de opstandige gewesten van de Nederlanden wordt de prins beschouwd als een eedbreker en de ‘hoofd beroerder ende bederver van tgeheel Christenrijck’. Door zijn toedoen was in 1568 de Opstand begonnen en ondanks vele toenaderingspogingen bleef Oranje weigeren het rechtmatig gezag van de koning te erkennen. In de ban wordt Oranje daarom uitgeroepen tot staatsvijand en vogelvrij verklaard. Diegene die hem van zijn leven kon beroven (‘hem te beschadighen, offenderen ende uuter werelt [te] helpen’), stond een riante beloning te wachten: hij en zijn familie mochten rekenen op een adelverheffing en een geldprijs van 25.000 gouden kronen (meer dan 3 miljoen euro vandaag de dag). Bovendien zouden eerdere misdaden worden kwijtgescholden.

Filips II, Ban ende edict by forme van proscriptie, Jan Schoeffer, ‘s-Hertogenbosch 1580 (KW Pflt 527)

De Apologie (1581)

De reactie vanuit het kamp van Willem van Oranje bleef niet uit. Hetzelfde jaar werd de Apologie ofte Verantwoordinghe geschreven, onder andere door Willems hofprediker Pierre Loyseleur de Villiers (1530-1590). Met dit verweerschrift, gericht aan de Staten-Generaal, verdedigde de prins zich tegen de beschuldigingen die Filips II tegen hem inbracht. Ook ging hij in de aanval: het is volgens de Apologie niet de prins, maar de koning die, naast het plegen van tal van andere misdaden, de privileges van het land heeft geschonden en zijn eed aan het volk heeft verraden. In 1581 werd de Apologie in vier talen gedrukt (Nederlands, Frans, Latijn en Engels) en in de Nederlanden verspreid.

Balthasar Gerards (1557-1584)

De moord op Willem van Oranje

Prent van Hogenberg uit Willem Baudartius, De Nassausche oorloghen, Michiel Colijn, Amsterdam 1611 (KW 357 F 38), fol. 453r.

De executie van Balthasar Gerards

Prent van Hogenberg uit Willem Baudartius, De Nassausche oorloghen, Michiel Colijn, Amsterdam 1611 (KW 357 F 38), fol. 449r.

De beloningsbrief

Na de dood van Balthasar Gerards moest Filips II de beloofde beloning nog afhandelen. Dit had best wat voeten in de aarde. Nu de daad gedaan was, had Filips II weinig zin om de 25.000 kronen werkelijk uit te betalen. Hij was bovendien helemaal niet in de gelegenheid om een dergelijke grote som weg te schenken. De Spaanse schatkist was door het vele oorlogvoeren leeg. Onder druk van landvoogd Alexander Farnese en de broers van Balthasar Gerards, die naar Madrid waren gereisd om hun zaak te bepleiten, besloot Filips II in 1589 (vijf jaar later!) de beloofde adeltitel aan de familieleden van Gerards te schenken. Het hele gezin, de moeder, de broers en de zussen van Balthasar Gerards én hun nageslacht, werd tot de adelstand verheven met de daarbij horende rechten en plichten. Ze mochten bijvoorbeeld een familiewapen dragen. Dat wapen, door de Spaanse kroon ontworpen, is bij de beloningsbrief gevoegd: een zilverrode leeuw op een achtergrond van zilver en rood. De klimmende leeuw draagt in zijn rechterhand een bliksemschicht, symbolisch voor de goddelijke straf die Oranje in hun ogen had ondergaan.

Familiewapen Gérard uit: Filips II, Patentbrief voor de familie van Balthasar Gerards, Madrid 1590, fol. 1v (KW 1930 A 008)

Met de brief die nu in het bezit is van de KB werd in 1590 voldaan aan de andere helft van de beloning. De patentbrief, geschreven in naam van koning Filips II van Spanje, beschrijft eerst dat Balthasar Gerards uit Vuillafans, Franche-Comté, ‘een vurig verlangen’ had (‘d'une fervent désir’) om zijn koning te dienen en zo in de voetsporen wilde treden van zijn grootvader en vader. Hij besloot daarom naar de Nederlanden af te reizen om de ‘straf’ (‘chastoy’) uit te voeren die Willem van Oranje moest ondergaan vanwege zijn rol als ‘leider en verstoorder van de christelijke staat en in het bijzonder van de Nederlanden’ (‘chief et perturbateur de l’étât de la chrestienté et spécialement de nos dedits Pays-Bas’).

Citaat uit: Filips II, Patentbrief voor de familie van Balthasar Gerards, Madrid 1590, fol. 2r (KW 1930 A 008)

Op dinsdag 10 juli 1584 toonde Gerards volgens de brief ‘grote moed’ (‘grand courage’) door die straf goed uit te voeren. Diezelfde dag werd hij gevangen genomen en doorstond hij ‘vreselijke en wrede martelingen’ (‘tourmens tant horribles et cruelz’), totdat hij vier dagen later werd geëxecuteerd. Zijn ‘standvastigheid’ (‘sa constance’) gedurende deze wreedheden was ‘bewonderenswaardig’ (‘admirable’) en zorgde voor ‘verbazing’ (‘estonnement) bij de beulen.

Citaat uit: Filips II, Patentbrief voor de familie van Balthasar Gerards, Madrid 1590, fol. 2v (KW 1930 A 008)

Om eer te betuigen aan Balthasar Gerards besloot de koning via de patentbrief de familie Gerards drie heerlijkheden te schenken in de buurt van Balthasars geboortedorp Vuillafans: Lièvremont, Hostal en Dommartin. Deze domeinen, gelegen in Franche-Comté had de Spaanse kroon al eerder geconfisqueerd van de ‘misdadiger’ Oranje. Ze werden nu het bezit van de familie van zijn moordenaar.

Detail uit een kaart van Franche-Comté, Joan Blaeu, Amsterdam 1662 (KW 1049 B 12, plaat 45)

Citaat uit: Filips II, Patentbrief voor de familie van Balthasar Gerards, Madrid 1590, fol. 3r (KW 1930 A 008)

Lang heeft de familie Gerards echter niet van de landerijen kunnen genieten. In 1595 eiste Filips Willem (1554-1618), de katholiek gebleven eerste zoon van Willem van Oranje, zijn vaders bezittingen weer op. Hij weigerde daarbij uitdrukkelijk de broers en zussen van Balthasar Gerards zelf uit te betalen. Uiteindelijk kregen zij van de Spaanse kroon een stuk land bij Vuillafans en een bedrag van 15.000 franken. Voor hen een ongunstige regeling. In 1609 zouden ze ook nog verplicht worden die grond te verkopen. Hun familiereputatie van huurmoordenaars bleef uiteindelijk langer hangen dan de beloning die ze voor de moord hadden gekregen.