Protestantisme in Nederland

Hoe verliep de ontwikkeling van het protestantisme in Nederland? In de collecties van de KB zijn veel sporen te vinden van de meest beeldbepalende personen uit die tijd: Johannes Calvijn, Jacobus Arminius en Guido de Brès.

Johannes Calvijn (1509-1564)

Calvijn was in zijn jeugd een gelovig katholiek. Hij groeide op in een tijd waarin velen de katholieke kerk wilden hervormen. In Frankrijk was het evangelisch humanisme op dit gebied dominant.

Calvijn! : eenmalige glossy over het Nederlands calvinisme heden ten dage, 2009
Calvijn! (2009)

Calvijn! : eenmalige glossy over het Nederlands calvinisme heden ten dage (2009)

Calvijn en de Nederlanden (2009)
Calvijn en de Nederlanden (2009)

Calvijn en de Nederlanden (2009)

Clément Marot, Les pseavmes de David (1611)
Clément Marot, Les pseavmes de David (1611)

Clément Marot, Les pseavmes de David (1611)

Mirjam van Veen, Calvijn (2006)
Mirjam van Veen, Calvijn (2006)

Mirjam van Veen, Calvijn (2006)

Op zijn omzwervingen door Frankrijk leerde hij de invloedrijkste Franse humanist uit die tijd kennen, de bijbelvertaler Jacques Lefèvre d’Étaples. In Bazel schreef hij twee voorwoorden bij de bijbelvertaling die zijn neef Pierre Robert had gemaakt. Geleidelijk verschoof Calvijns belangstelling van klassieke teksten naar de bijbel en de kerkvaders. Op doorreis in Genève werd hij in 1536 door de Franse predikant Guillaume Farel overgehaald hem te helpen die stad voor de hervorming te winnen. Nadien heeft Calvijn zijn literair talent en juridische kennis aan de reformatie gewijd.

Tweedegeneratiehervormer die eenheid en identiteit bracht

Toen Calvijn zich in 1541 voorgoed in Genève vestigde, was Zwitserland al voor een groot deel protestants. Het ontbrak de Zwitserse en Franse reformatie echter aan eenheid. Calvijn heeft die eenheid gebracht, op dogmatisch, kerkelijk en liturgisch gebied. In 1536 publiceerde hij in Bazel onder de titel Institutio religionis christianae (Onderwijs in het christelijk geloof, 1536) een samenvatting van de christelijke leer, naar voorbeeld van Luther. Met deze kleine catechismus bracht Calvijn diverse hervormingsgezinde bewegingen samen in een nieuw ‘gereformeerd geloof’.

Hij ontwierp in 1541 te Genève een kerkorde, waarin de plaatselijke gemeente van gelovigen centraal stond. Sterker dan Luther benadrukte Calvijn de eenheid van kerk en samenleving. Ook gaf hij gestalte aan een nieuwe liturgie die van de bijbel uitging. Omdat de bijbel in gezongen vorm begrijpelijker zou zijn, beijverde Calvijn zich voor het verschijnen van een Franstalige berijming van de 150 psalmen. Dit Geneefse psalter gaf de Franse calvinisten hun identiteit. Eeuwenlang is eruit gezongen in de kerk, tijdens hagenpreken en, in het ergste geval, tot op de brandstapel toe.

Man van de bijbel en het ‘rationele’ geloof

De lutheranen noemden de aanhangers van Calvijn ‘calvinisten’, dit tegen de zin van Calvijn zelf. Hij streefde er niet naar de aandacht op zichzelf te vestigen, maar wilde de bijbel voor iedereen toegankelijk maken.

Aan de Institutie die Calvijn in 1536 in het Latijn had uitgegeven, werkte hij zijn leven lang. In 1541 maakte hij deze voor het Franse publiek toegankelijk door een Franstalige editie te publiceren. Bij de laatste uitgave in 1559 was het uitgegroeid tot een driedelig werk, waarin was samengevat wat Calvijn zélf in de bijbel had ontdekt. Calvijn ging ervan uit dat God via de bijbel direct tot de mens sprak met een heldere boodschap. Wie tot het ‘ware, rationele’ geloof wilde komen, moest de bijbel als ‘leider en leraar’ aanvaarden. Zelfkennis was daarbij even belangrijk als bijbelkennis, want alleen uit het innerlijk besef van God als de bron van de natuurlijke orde, zou het verlangen groeien om vertrouwen in God te stellen.

Drijvende kracht achter de verspreiding van het gereformeerde geloof

Calvijn legde als humanist grote nadruk op het onderwijs. Om de bijbel te kunnen begrijpen, moest de bevolking ontwikkeld zijn en moesten er predikanten zijn die de bijbeltekst goed konden uitleggen. Om die reden kwam er in 1536 in Genève openbaar onderwijs en Calvijn stichtte in 1559 de Academie, een universiteit waar Grieks en Hebreeuws werd gedoceerd en waar studenten uit geheel Europa tot predikant werden opgeleid.

Naast zijn dagelijks werk als predikant schreef Calvijn veel en maakte hij dankbaar gebruik van het gedrukte boek als nieuw medium. Was er van 1520 tot 1540 al veel verschenen op het gebied van de hervorming, de periode 1541-1564 werd gedomineerd door de werken die Calvijn vanuit zijn ballingsoord Genève in het licht gaf. In de eerste jaren schreef hij veel polemische pamfletten, onder andere tegen de paus en de ‘dissidente’ protestanten. Behalve de Institutie (waarvan de Koninklijke Bibliotheek een Nederlandse vertaling bezit uit 1578), heeft Calvijn veel diepgravende bijbelcommentaren gepubliceerd. Een mooi voorbeeld hiervan is de Nederlandse vertaling VVtlegghinghe op alle de Sendbrieuen Pauli des apostels, in 1566 gedrukt te Emden (zie voor beide boeken de illustraties).

Calvinisme in Nederland

Vanaf 1540 verspreidde het calvinisme zich in de Lage landen. Enerzijds was dit het gevolg van calvinistische propaganda vanuit Genève (drukwerk, predikanten). Anderzijds kwam het voort uit de vlucht van duizenden Franse protestanten (‘hugenoten’) uit Frankrijk in de zestiende en de zeventiende eeuw. In Nederland werden de hugenoten opgevangen in de Waalse kerken die vanaf 1574 in verschillende steden gesticht waren. De calvinisten integreerden uiteindelijk beter dan de andere protestantse stromingen in Nederland. In tegenstelling tot de luthersen, konden de calvinisten zich aan de Opstand tegen Spanje verbinden.

Wat bezit de KB?

De KB bezit een aantal bijzondere oude drukken van en over Calvijn en veel oude werken op het gebied van het Franse protestantisme. Vele hiervan maken deel uit van de collectie ‘Roobol’. In de Leeszaal van Nederland staan in het Religiepaviljoen vele boeken over protestantisme.

Titels over Calvijn

Jacobus Arminius (1559-1609)

Sinds 1588 was Arminius predikant van de gereformeerde staatskerk te Amsterdam. Hij moet een opgewekt en beminnelijk man zijn geweest, die niet alleen scherp kon redeneren maar ook goed musiceren. Zijn opleiding had hij gevolgd aan de calvinistische bolwerken te Leiden en Genève, maar bij hem ging de persoonlijke overtuiging boven de orthodoxie. Zijn Amsterdamse stadsgenoten noemden hem ‘de vijl der waarheid’, omdat hij in zijn bijbelinterpretatie de onderste steen boven haalde. Maar volgens hem was het toch mogelijk om in een goede verstandhouding van mening te verschillen.

'Omtrent voorbeschikking, erfzonde en vrije wil wordt bij ons veel getwist. Ik kan er niet uit wijs worden, hoe ijverig ik ook de Schrift en haar uitleggers bestudeer en God bid om licht', schreef Arminius in 1591 aan zijn vroegere leermeester Grynaeus te Basel.

Arminius (1560-1609)
Arminius (1560-1609)

Arminius (1560-1609)

Arminius, Arminianism, and Europe: Jacobus Arminius (1559/60-1609) (2009)
Arminius, Arminianism, and Europe (2009)

Arminius, Arminianism, and Europe: Jacobus Arminius (1559/60-1609) (2009)

Copie. Van sekeren brief eertijts gheschreven van Jacobo Arminio aen Gellium Snecanum (1610)
Copie. Van sekeren brief eertijts gheschreven van Jacobo Arminio aen Gellium Snecanum (1610)

Copie. Van sekeren brief eertijts gheschreven van Jacobo Arminio aen Gellium Snecanum (1610)

Albuminscriptie door Arminius in het album amicorum van Joannes Narsius, 1598
Albuminscriptie door Arminius (1598)

Albuminscriptie door Arminius in het album amicorum van Joannes Narsius (1598)

Jacobus Arminius, Corte ende grondighe verclaringhe uyt de Heylighe Schrift ... (1609)
Jacobus Arminius, Corte ende grondighe verclaringhe uyt de Heylighe Schrift ... (1609)

Jacobus Arminius, Corte ende grondighe verclaringhe uyt de Heylighe Schrift... (1609)

Keith D. Stanglin, Arminius on the assurance of salvation : the context, roots, and shape of the Leiden debate, 1603-1609 (2007)
Keith D. Stanglin, Arminius on the assurance of salvation (2007)

Keith D. Stanglin, Arminius on the assurance of salvation : the context, roots, and shape of the Leiden debate, 1603-1609 (2007)

Predestinatie, gerechtigheid en vrije wil

Arminius worstelde met de predestinatieleer (de leer van voorbestemming of uitverkoren zijn) die door Calvijns opvolger, Theodore Beza, extra was aangescherpt. Volgens Beza had God al vóór de schepping en de zondeval beschikt wie gered of verdoemd zou worden.

Arminius miste in deze opvatting Gods rechtvaardigheid, de genade en de vrije wil om te geloven. Hij vond een tussenoplossing: God redt diegenen van wie hij weet dat zij zullen gaan geloven en hij laat alleen diegenen vallen die zijn aanbod verwerpen. Zo hield de mens een eigen verantwoordelijkheid in de relatie tot God.

Wat dan,zo vraagt ge,doet de vrije wil?Mijn antwoord is kort: zij redt. Neem de vrije wil weg en er blijft niets over om gered te worden. Neem de genade weg en er blijft niets over als bron van redding. (Arminius, Disputatie 23 juli 1605)

Strijd met Franciscus Gomarus

In 1603 was Arminius op uitdrukkelijk verzoek van de Leidse curatoren aangesteld als hoogleraar theologie te Leiden. Hij moest als ‘rekkelijke’ (liberale) theoloog tegenwicht bieden aan zijn ‘precieze’ (orthodoxe) collega Franciscus Gomarus. Dat lukte, maar niet zonder strijd. Arminius en Gomarus vochten hun geschillen uit in openbare disputaties, waarbij ook hun studenten een rol speelden. In zijn kritiek op Arminius ging het Gomarus niet alleen om diens afwijkende interpretatie van de predestinatie.

Belangrijker was dat Arminius de Nederlandse geloofsbelijdenis en de catechismus op het punt van de predestinatie wilde veranderen. Deze geschriften waren volgens Arminius, anders dan de bijbel, door mensen gemaakt en daarom voor verbetering vatbaar. Dit ging Gomarus en de preciezen veel te ver. Er werd een lastercampagne tegen hem op touw gezet. Arminius wilde zich verantwoorden voor een nationale synode. In een vergadering van de Staten van Holland sprak hij in 1608 zijn Verclaringhe uit, waarin hij zijn kritiek op de predestinatieleer uiteenzette en nog eens aandrong op de herziening van de Nederlandse geloofsbelijdenis en de catechismus. Een jaar later overleed hij.

1619: Kerkscheuring en oprichting van de Remonstrantse Broederschap

Na Arminius’ dood in 1609 stelde zijn vriend Johannes Wtenbogaert (1557-1644), een Remonstrantie op, met het verzoek de Nederlandse geloofsbelijdenis op twee punten te herzien. Het ging daarin ommeer gezag van de staat over de kerk en erkenning van Arminius’ kritiek op de leer van de predestinatie. De Remonstrantie werd door 44 predikanten ondertekend en op 14 januari 1610 door Oldenbarnevelt bij de Staten ingediend. De gomaristische partij presenteerde daarop een Contra-Remonstrantie, waarin het wijzigen van de Nederlandse geloofsbelijdenis werd afgewezen. Het conflict kreeg een politieke dimensie en bracht het land op de rand van een burgeroorlog. Toen stadhouder Maurits in 1617 de kant van de contra-remonstranten koos, was het pleit snel beslecht. De arminianen werden voortaan uit bestuursfuncties gehouden en de Dordtse Synode veroordeelde in 1619 de remonstranten als ketters. Wtenbogaert stichtte met de andere verdreven predikanten in 1619 te Antwerpen een nieuwe kerk: de ‘Remonstrantse Broederschap’.

Invloed in Europa en Noord-Amerika

In Nederland koesteren de remonstranten nog steeds Arminius’ ideeën van verdraagzaamheid en vrije wil, maar zijn naam is in de vergetelheid geraakt. De remonstranten voelen zich meer verbonden met de Remonstrantie die door Wtenbogaert is opgesteld. Aan het proteststuk dat in 1618/19 tot de kerkscheuring leidde, ontlenen zij hun naam. In het buitenland leeft Arminius’ naam nog wel voort in de term ‘arminianisme’. Arminius’ geestverwanten zijn op het Europese vasteland, in Engeland en in Noord-Amerika te vinden.

Plaatsen waar het werk van Arminius bewaard wordt

Het merendeel van het werk van Arminius ligt in de universiteitsbibliotheken van Amsterdam, Leiden en Dublin. De Koninklijke Bibliotheek te Den Haag bezit enkele brieven en pamfletten met disputaties. In de collectie ‘Alba amicorum’ bevinden zich albums met inscripties van zijn hand. (Zie bij de links hieronder)

Literatuur

Titels over Arminius

Links

Guido de Brès (1522-1567)

In de nacht van 1 op 2 november 1561 werd een verzegeld pakje over de muur van het kasteel in Doornik geworpen. Daarin zat een anoniem boekje met de titel Confession de foy. Voor in het boekje was een brief ingebonden aan de koning Philips II van Spanje. Er zat apart een brief bij voor de landvoogdes, Margaretha van Parma. Het was kennelijk de bedoeling dat de bevelhebber van het kasteel, De Montigny, het pakje door zou sturen naar de landvoogdes en dat het via haar de koning zou bereiken. Dit obscure Franstalige boekje zou later de grondslag vormen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Guy de Brès, Confession de foy (1561)
Guy de Brès, Confession de foy (1561)

Guy de Brès, Confession de foy (1561)

Guy de Brès, Confession de foy (1561)
Guy de Brès, Confession de foy (1561)

Guy de Brès, Confession de foy (1561)

Guido de Brès, Belydenisse des gheloofs (1562)
Guido de Brès, Belydenisse des gheloofs (1562)

Guido de Brès, Belydenisse des gheloofs (1562)

Guido de Brès, Belydenisse des gheloofs (1562)
Guido de Brès, Belydenisse des gheloofs (1562)

Guido de Brès, Belydenisse des gheloofs (1562)

Guido de Brès, Gevangen om het evangelie : het verblijf van Guido de Brès in de gevangenis en de gesprekken die hij daar voerde (2010)
Guido de Brès, Gevangen om het evangelie (2010)

Guido de Brès, Gevangen om het evangelie : het verblijf van Guido de Brès in de gevangenis en de gesprekken die hij daar voerde (2010)

L. A. van Langeraad, Guido de Bray : zijn leven en werken (1884)
L. A. van Langeraad, Guido de Bray (1884)

L. A. van Langeraad, Guido de Bray : zijn leven en werken (1884)

P. Korteweg, Guido de Brès (1522-1567) (2010)
P. Korteweg, Guido de Brès (1522-1567) (2010)

P. Korteweg, Guido de Brès (1522-1567) (2010)

Opkomende reformatie

Rond 1550 liepen in de Zuidelijke Nederlanden verscheidene protestantse figuren van formaat rond. Dat was te danken aan de invloed van Calvijn. Hij had velen van hen tijdens hun ballingschap les gegeven aan zijn academie te Genève. Anderen hadden zijn geschriften gelezen, die overal de steden werden binnengesmokkeld. Op hun beurt gaven deze voormannen in preken of geschriften de calvinistische geloofsopvatting door aan hun landgenoten. Maar het was zeer gevaarlijk in die tijd om openlijk een protestantse groep op te zetten. Het Habsburgse katholieke bewind had een geducht repressieapparaat in het leven geroepen tegen ketters. Tot dan toe waren vooral de wederdopers vervolgd. Maar de inquisitie maakte nu ook jacht op calvinisten. Daarom opereerden deze gereformeerde gemeenten in het geheim, onder schuilnamen en met rondtrekkende predikers.

Opsteller van de Confession de foy

Eén van deze voormannen was Guido de Brès uit Bergen in Henegouwen. Hij stond van 1559 tot november 1561 aan het hoofd van de gemeente “La Palme”, die verspreid was over de steden Doornik, Rijsel en Valenciennes. De Brès maakte zich bezorgd over het feit dat de autoriteiten de gereformeerden ervan beschuldigden ongehoorzaam te zijn aan de staat. Dit deden in zijn ogen de wederdopers, maar niet de gereformeerden. Daarom schreef hij een geloofsbelijdenis waarin naast de verschillen vooral de overeenkomsten tussen de katholieke en gereformeerde leerstellingen benadrukt werden, zoals het leerstuk van de drie-eenheid. Nadat hij zijn geschrift door enkele invloedrijke calvinisten had laten goedkeuren, liet hij het in 1561 clandestien drukken en behoedzaam verspreiden.

Vlucht uit Doornik en auteurschap ontdekt

In september 1561 gingen leden van zijn gemeente ’s avonds in Doornik psalmzingend de straat op. Margaretha van Parma, die al een exemplaar van de Confession in bezit had en er niet blij mee was, besloot hard op te treden tegen deze chanteries. De Brès – hiervan onkundig – besloot om zijn Confession via de landvoogdes aan de koning aan te bieden, in de hoop hiermee een verzoening tot stand te brengen. Maar het effect was tegengesteld en De Brès moest vluchten. De autoriteiten kregen snel door wie de auteur was. In januari 1562 vond de inquisitie in Doornik de restanten van zijn boekerij, waaronder 200 exemplaren van de Confession. Maar ook het drukkersmerk vormde een aanwijzing. Het verwees naar Abel Clémence te Rouen, die meer clandestiene calvinistische werken had gedrukt.

Confession de foy als de Nederlandse geloofsbelijdenis

De Confession was bedoeld als een geloofsbelijdenis voor de Zuid-Nederlandse gereformeerden. Maar door de hechte organisatie van de calvinisten zou ze snel in veel wijdere kring als geloofseenheid worden aanvaard. Eerst werd ze aangenomen door de Belgische kruisgemeenten Antwerpen (1561) en Armentières (1563). Maar in 1571 kreeg ze kerkelijke geldigheid toen ze als ‘Formulier van Eenheid’ werd aanvaard werd door de Nationale Synode te Emden (1571). Tenslotte is de oorspronkelijke tekst, zowel de Franse (1561) als de Nederlandse (1562), op de Synode van Dordrecht (1618-’19) aanvaard als de authentieke tekst. Daarmee werd zij de officiële geloofsbelijdenis van de Nederlandse Hervormde kerk.

De Confession de foy in de Koninklijke Bibliotheek

In de Koninklijke Bibliotheek bevindt zich een eerste uitgave van de Confession van 1561. Jhr. A.D. Trip van Zoudtland (1776-1835) kocht dit exemplaar en schonk het aan de KB. Het boekje is zeldzaam, maar niet uniek. Eenzelfde exemplaar is in 1972 teruggevonden in de Bayerische Staatsbibliothek te München. Een exemplaar van de oudste Nederlandse vertaling uit 1562, Belydenisse des gheloofs, werd gevonden door de Nederlandse geleerde dr. Antonius van der Linde (1833-1897). Ook hij schonk zijn exemplaar aan de KB.

De persoon Guido de Brès

Guido de Brès was de onbetwiste leidsman van de Reformatie in de Zuidelijke Nederlanden. Een belangrijke bron voor zijn leven is Jean Crespin, auteur van het bekende martelarenboek Histoire des martyrs (1554-1564). De Brès heeft zelf aan een heruitgave van dit boek meegewerkt door uitvoerig gegevens te verstrekken over martelaren uit Doornik en directe omgeving. Zijn eigen leven en martelaarsdood werden door Crespin gedetailleerd beschreven in Histoire des vrays temoins de la vérité de l’Evangile (1570).

Vanaf 1548 was het leven van De Brès een aaneenschakeling van vluchten, lezen, schrijven en prediken. In 1564 werd hij betrokken bij een overleg over mogelijke samenwerking tussen lutheranen en calvinisten. Bij dat overleg was ook Willem van Oranje aanwezig. Op verzoek van prediker Peregrinde de la Grange keerde hij in 1566 terug naar Valenciennes. Om beurten hielden ze er openbare diensten, onder bescherming van gewapende ruiters. Zij waren zo succesvol, dat spoedig tweederde van de bevolking fanatiek calvinist was. Maar toen de stad in 1566 werd belegerd, is de ijdele hoop op militaire hulp van de edelen, in het bijzonder van Willem van Oranje, hun noodlottig geworden. De stad moest zich overgeven. De Brès en De La Grange werden op hun vlucht gearresteerd en in de nacht van 30 op 31 mei 1567 te Valenciennes opgehangen.

Literatuur