A is een aapje

Het abc-versje dat begint met A is een aapje dat eet uit zijn poot, B is de bakker die bakt voor ons brood is al minstens 170 jaar oud. De eerst aangetroffen gedrukte versie staat in een prentenboekje uit 1836, genaamd Nieuw Abé-boekje voor lieve kinderen : met eene menigte prentjes en rijmpjes. Wie de tekst heeft geschreven is niet bekend, misschien was het de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863), maar bewijzen daarvoor ontbreken.

Dit abc-versje is tot het nationale geheugen gaan behoren, doordat het steeds opnieuw werd uitgegeven met nieuwe plaatjes erbij. De tekenaars ervan uit de negentiende eeuw kennen we niet bij naam. Uit de twintigste eeuw zijn bekend: Louis Landré en P.J. van Geldorp (rond 1907), Rie Cramer (vanaf ca. 1947) en Max Velthuijs (1964).
Rudolf Geel heeft dit verschijnsel, met alle toen bekende versies, beschreven in de bundel A is een aapje : opstellen over ABC-boeken van de vijftiende eeuw tot heden (Querido 1995).

Dankzij een schenking van Annette Biemond-Peck uit de Verenigde Staten, is nieuwe informatie over de vroegste uitgaven van dit abc-rijm beschikbaar gekomen. Zij schonk de Koninklijke Bibliotheek (onder meer) twee verschillende vroege edities van dit boekje, waardoor vergelijking van de inhoud mogelijk was.
De eerste versie verscheen bij uitgever Hendrik Frijlink in Amsterdam in 1836; de ingenaaide ongekleurde editie kostte 60 cent, een gekleurde 75 cent. De daarop volgende editie verscheen in Leiden, bij uitgever D. Noothoven van Goor (werkzaam van 1850-1880). De gravures uit de Noothoven-uitgave zijn heel dicht bij de originelen van 1836 gebleven, daarom wordt aangenomen dat deze editie kort na de start van uitgeverij Noothoven van Goor op de markt is gebracht, circa 1852.

Uit de met de hand ingekleurde plaatjes kan men zich een beeld vormen van de maatschappij in de eerste helft van de negentiende eeuw. Zo worden een aantal beroepen getoond: bakker, fruitvrouw, koopman, landman, visser en zeeman; kan men bekijken welk speelgoed gangbaar was: een scheepje, een trommel en een wagen met een bok ervoor; en wat er aan eten en drinken was: brood, chocolaad, fruit, koffie, peren, appelen en vis. Ook kan men zien hoe de omgang met dieren was: een aap aan een ketting en een papegaai in een kooi; landbouwdieren als ezel en geit; dieren in de natuur als otter, uil en ijsbeer.

De tekst in beide vroege uitgaven is – op één uitzondering na – identiek. In 1836 is de tekst bij de letters M en N:
M is een molen, Die koren vermaalt. N is een nestje, Dat Nardus uithaalt.
Circa 1852 is dat veranderd in:
M is een molen, Die maalt door den wind. N is een nestje, Dat Nicolaas vindt.
Behalve dat dit laatste vers beter loopt, zou men daaruit kunnen afleiden dat het uithalen van vogelnesten in die periode minder gewenst werd gevonden.

Opvallend is dat van de 24 letters (Q en X zijn overgeslagen) twee letters gewijd zijn aan nesten met vogels erin:
*L is een Landman, die leeuwrikken vond *
*N is een Nestje, dat Nardus uithaalt / Nicolaas vindt *
De landman houdt het nest in zijn uitgestrekte handen en Nardus/Nicolaas heeft zijn muts al klaar om de buit er in te stoppen. Het gaat hier niet om een gewone vorm van kattenkwaad, want wanneer we een blik werpen in 18e en 19e eeuwse kookboeken, blijkt dat men leeuweriken en andere (zang)vogels zag als smakelijke happen, die met liefde en kruiden klaargemaakt werden om genuttigd te worden.

In het boek De volmaakte Hollandsche keuken-meid (6e dr., 1767-1769) staan recepten voor het bereiden van “leeuwerikken, lysters en vinken op zyn fransch, - op zijn engels, en op zyn hollands”.
En uit De bekwame huisvrouw, of nieuw kookboek (1854) blijkt dat ook in de 19e eeuw “vinken of leeuwerikken” worden beschouwd als “een zeer lekker en ligt voedsel”. Hier raadt men aan ze aan een pen te steken en te roosteren. “Ze zijn in den winter vet en dus het best om te eten” met een schijfje spek en een selderij-blad.

Dat de collectie van de Koninklijke Bibliotheek niet alleen belangrijke verzamelingen kinderboeken en kookboeken omvat, maar bijvoorbeeld ook boeken over het vangen van vogeltjes blijkt uit:

Vanwege de helderheid van de gravures is gekozen voor de afbeeldingen uit de editie van D. Noothoven van Goor. De afwijkende letters M en N uit de Frijlink-editie van 1836 zijn als extra afbeelding bij deze tekst geplaatst.

Versies van de aloude bekende tekst in verschillende edities uit de KB-collectie

Literatuur

A is het aapje dat tante ons schonk : van kinderalfabet tot het ABC van de onschuld / Rudolf Geel. In: A is een aapje : opstellen over ABC-boeken van de vijftiende eeuw tot heden. Querido, 1995.
Lust en leering : geschiedenis van het Nederlandse kinderboek in de negentiende eeuw / door P.J. Buijnsters en L. Buijnsters-Smets. - Zwolle : Waanders, 2001. Pag. 149-150.