Assepoester

Wereldwijd komt het Assepoestermotief al eeuwenlang in volksverhalen voor. De populariteit van het Assepoesterverhaal heeft te maken met de herkenbaarheid van het gevoel, achtergesteld te worden bij anderen en niet genoeg waardering te krijgen. En hoe wensvervullend is het dan, wanneer de goedheid en de eerder verborgen schoonheid van de hoofdpersoon worden erkend, en zij vanuit haar armoedig bestaan wordt opgeheven tot koninklijke hoogte door haar prins op het witte paard.
In het boek The Cinderella story door Neil Philip (Penguin books 1989) zijn 24 verschillende variaties van het Assepoester sprookje opgenomen. Hier beperken we ons tot de twee bekendste versies, die van Charles Perrault (1628-1703) en van de gebroeders Jacob (1785-1863) en Wilhelm (1786-1859) Grimm.

'Cendrillon' van Charles Perrault, 1697

De oudste Nederlandse versie van het sprookje, aanwezig in de collectie van de Koninklijke Bibliotheek, betreft een tweetalige uitgave, verschenen in Den Haag in 1754: Contes de ma Mere l'Oye. Vertellingen van Moeder de Gans. Dit boek was tevens ‘dienstig voor de jeugdt om haar zelve in het Fransch en Hollands te oeffenen’.
De Nederlandse titel van het daarin opgenomen verhaal Cendrillon luidt: Vertelling van het Assche-poestertje, of Het glasen muiltje. Er staat een kopergravure bij van Assepoester die wegvlucht van het bal, en de prins die haar muiltje opraapt. Het verhaal begint met een edelman die voor de tweede maal trouwt. Zijn tweede vrouw is hoogmoedig, net als haar twee dochters. De zachte en goedaardige dochter van de edelman wordt al gauw veroordeeld tot het zware en vuile werk, en tot haar plaats in de as bij de haard. De oudste stiefzuster noemt haar daarom ‘Aschgat’. Dan geeft de zoon van de koning een ‘ballet’ en de stiefzusters worden ook uitgenodigd. Assepoester helpt hen met kappen en kleden. Zij mag niet mee. Dan komt haar petemoei, een tovergodin, ten tonele, en met een pompoen, zes muizen, een rat en zes hagedissen, die worden veranderd in een koets, paarden, een koetsier en lakeien, is het vervoer naar het bal geregeld. Assepoesters vuile kleren worden veranderd in ‘Goud en Zilverlaken, overal bezet met kostelyke Juweelen’. Na de waarschuwing niet na middernacht op het bal te blijven vertrekt Assepoester, en ze wordt door de prins ontvangen en is de ster van het bal. De stiefzusters herkennen haar niet. Ook de tweede avond gaat Assepoester naar het bal, en ‘de jonge prins was altoos by haar, en liefkoosde haar op allerhande wyze.’ Op die avond vergeet ze bijna de tijd en verliest ze haar glazen muiltje. De prins laat dan omroepen dat hij degene die het muiltje past zal trouwen. De edelman die met het muiltje ook in het huis van Assepoester komt, ziet haar schoonheid en laat haar ook passen. Dan herkennen de stiefzusters in haar de mooie prinses van het bal en vragen vergiffenis. Assepoester toont haar goedheid door hen uit te huwelijken aan twee ‘groote Heeren van het Hof’.
Het verhaal wordt afgesloten met twee zedenlessen, waarin wordt benadrukt dat ‘een zeker iet, by ons Bevalligheid genoemd’ belangrijker is dan schoonheid; en dat jonge mensen, die hogerop willen, niet heel ver komen als ze geen rijke Peetoom of Petemoei hebben.

Contes de ma Mere lOye. = Vertellingen van Moeder de Gans. : Met negen keurlyke koopere plaatjes, : zeer dienstig voor de jeugdt om haar zelve in het Fransch en Hollands te oeffenen. - A La Haye, : chez Pierre van Os..., 1754. Sign. 2102 B 15

Contes de ma Mere l'Oye. = Vertellingen van Moeder de Gans. : Met negen keurlyke koopere plaatjes, : zeer dienstig voor de jeugdt om haar zelve in het Fransch en Hollands te oeffenen. - A La Haye, : chez Pierre van Os..., 1754.Sign. 2102 B 15

De vertellingen van Moeder de Gans/ [van Charles Perrault] ; opnieuw uit het Fransch vertaald ; met dichterlijke bijschriften door J. Schenkman ; met plaatjes. - Amsterdam : G. Theod. Bom, [1851]. Sign. BJ 25760

De vertellingen van Moeder de Gans/ [van Charles Perrault] ; opnieuw uit het Fransch vertaald ; met dichterlijke bijschriften door J. Schenkman ; met plaatjes. - Amsterdam : G. Theod. Bom, [1851].Sign. BJ 25760

Asschepoester, of Het glazen muiltje/ [naar Charles Perrault]. - Amsterdam : K.H. Schadd, [1869]. Sign. Ki 3586

Asschepoester, of Het glazen muiltje/ [naar Charles Perrault]. - Amsterdam : K.H. Schadd, [1869].Sign. Ki 3586

De sprookjes van Moeder de Gans/ [naar het Fransch van Charles Perrault] op nieuw berijmd door Ant. L. de Rop ; geïll. door Gustave Doré. - Leiden : Van Santen, [1876]. Sign. 1087 A 50

De sprookjes van Moeder de Gans/ [naar het Fransch van Charles Perrault] op nieuw berijmd door Ant. L. de Rop ; geïll. door Gustave Doré. - Leiden : Van Santen, [1876]. Sign. 1087 A 50

Aardige sprookjes : 24 vroolijke fabels met mooie plaatjes[van C. Offterdinger]. - Berlin : Adolf Engel, [189-?]. Sign. Ki 5105

Aardige sprookjes : 24 vroolijke fabels met mooie plaatjes[van C. Offterdinger]. - Berlin : Adolf Engel, [189-?]. Sign. Ki 5105

Sprookjes voor de huiskamer en het huisgezin / naar de gebroeders Jacob en Willem Grimm ; bew. door Agatha ; platen naar Robert Geissler. - Schiedam : Roelants, [ca. 1890]. - Dl. VI: Assche-poetster. Sign. BJ 02456

*Sprookjes voor de huiskamer en het huisgezin */ naar de gebroeders Jacob en Willem Grimm ; bew. door Agatha ; platen naar Robert Geissler. - Schiedam : Roelants, [ca. 1890]. - Dl. VI: Assche-poetster.Sign. BJ 02456

Asschepoetster/ Agatha. - Amsterdam : Jacs. G. Robbers, [1893]. (Agathas pantomime prentenboeken ; no. 1)  Sign. 1087 a 24

Asschepoetster/ Agatha. - Amsterdam : Jacs. G. Robbers, [1893]. (Agatha's pantomime prentenboeken ; no. 1) Sign. 1087 a 24

Asschepoester/ [Charles Perrault] ; opnieuw verhaald door G. van der Hoeven ; geïll. door W.C. Drupsteen. - [Amsterdam] : D. Coene & Co., [1907]. Sign. Ki 6424

Asschepoester/ [Charles Perrault] ; opnieuw verhaald door G. van der Hoeven ; geïll. door W.C. Drupsteen. - [Amsterdam] : D. Coene & Co., [1907].Sign. Ki 6424

'Asschenputtel' van de Gebroeders Grimm, 1812 en 1857

Helaas is in geen enkele Nederlandse bibliotheek een editie bewaard gebleven van de eerste Nederlandse vertaling van de Kinder- und Hausmärchen, in 1820 verschenen met de titel: Het Sprookjes-boek voor kinderen uit de nalatenschap van Moeder de Gans.
In de meeste Nederlandse vertalingen wordt uitgegaan van de laatste door de Gebroeders zelf verzorgde uitgave uit 1857, waarin vergeleken met hun eerste uitgave, de ‘Urfassung’ uit 1812, al vele veranderingen zijn aangebracht. Een samenvatting van de tekst van de ‘Urfassung’ met het daarin afgedrukte verhaal Asschenputtel (Sprookje nummer 21) volgt hier.

Een rijke man leeft tevreden met vrouw en dochter. De vrouw wordt ziek en zegt op haar sterfbed tegen haar dochter dat deze een boompje op haar graf moet planten en daaraan moet schudden als ze iets wenst of in nood is. De dochter begiet het boompje met haar tranen. Na enkele jaren trouwt de vader opnieuw. De nieuwe vrouw en haar dochters zijn mooi, maar trots en kwaadaardig. De dochter wordt naar de keuken verbannen, moet zwaar werk doen en in de as slapen. Om haar te plagen gooien de stiefzussen erwten en linzen in de as die Asschenputtel er dan weer uit moet halen. De koning organiseert een driedaags bal, waarop zijn zoon een echtgenote moet uitzoeken, en de twee stiefzusters worden uitgenodigd. Assepoester moet hen helpen met kappen en aankleden. Ze zeggen dat ze mee mag naar het bal als ze eerst een schotel met linzen heeft uitgezocht. Ze wordt daarbij geholpen door twee witte duiven. Maar ze mag toch niet mee. Bovenop de duiventil kan ze in de feestzaal kijken, waar ze haar stiefzusters met de prins ziet dansen. De tweede dag moet Assepoester een zak vol erwten uitzoeken. Ze wordt weer geholpen door de duiven, en weer mag ze niet mee naar het bal. Dan gaat ze naar het graf van haar moeder, en schudt aan het boompje. Er valt een prachtige jurk van zilver uit de boom en er staat een koets met zwarte paarden en bedienden klaar om haar naar het kasteel van de koning te brengen. De prins ziet haar als een onbekende prinses en danst alleen met haar. Om middernacht vertrekt ze en verwisselt bij het boompje van kleding. Daarna gaat ze in de as liggen slapen. De stiefzusters zijn teleurgesteld en boos. Voor de derde maal moet Assepoester haar zusters behulpzaam zijn en als dank een schotel erwten uitzoeken. De duiven helpen weer, en het boompje op het graf werpt nu een gouden feestjurk en gouden muiltjes naar beneden. De koets is bespannen met zes schimmels, en de prins staat haar bij de feestzaal al op te wachten. Om middernacht vlucht ze weg en verliest haar gouden muiltje op de met pek bestreken trap. Ze is laat, en daardoor staat ze weer in haar armoedige kleren op straat. De prins laat weten dat wie het muiltje past zijn echtgenote zal worden. De stiefzusters passen er niet in, en snijden daarom op aanraden van de stiefmoeder stukken van hiel en teen af. Tot twee maal toe neemt de prins de verkeerde bruid mee, zoals hij onderweg hoort als de duiven koeren dat er bloed in de schoen zit. Uiteindelijk mag Assepoester ook passen, en de prins herkent haar als de echte bruid, en neemt haar mee naar zijn huis.

Vergeleken met de laatste door de Gebroeders Grimm geautoriseerde versie uit 1857 zijn tussen 1812 en 1857 een aantal onderdelen in het verhaal veranderd.
Het planten van een boompje op het graf werd in de ‘Urfassung’ door de moeder op haar sterfbed aan de dochter gevraagd. In deze versie is een nieuw element ingevoerd (ook bekend uit het verhaal van 'La Belle et la Bete'. De vader vraagt aan zijn dochters wat hij voor ze mee zal brengen. De stiefdochters wensen kostbare geschenken, maar Assepoester vraagt hem de eerste tak mee te brengen die hem op de terugweg tegen de hoed aanstoot. Ze plant die tak op het graf van haar moeder, en het wordt een mooie boom, waarin een witte vogel zit die haar geeft wat ze wenst.
In deze versie zijn het niet slechts twee duiven die haar helpen met het uitzoeken van de linzen, maar een heleboel vogels. Het einde van het verhaal is anders: op de bruiloft van Assepoester en de prins pikken de duiven de ogen van de twee stiefzusters uit. Zo worden ze levenslang gestraft.

Verschillen

Het grootste verschil in de versies van Perrault en de Gebroeders Grimm zit in de wijze waarop Assepoester wordt geholpen om naar het bal te gaan: bij Perrault is het een tovervrouw, haar petemoei; bij de Grimm’s is het de boom op het graf van haar moeder die de gewenste verandering levert.
Heel opvallend is de wrede afstraffing van de stiefzusters in de laatste versie van de Gebroeders Grimm uit 1857. In de ‘Urfassung’ van 1812 is wel het afsnijden van delen van de voeten, maar niet het uitpikken van de ogen opgetekend. Men zou een dergelijk gruwelijk element eerder verwachten in de Perrault-uitgave, omdat die versie meer dan anderhalve eeuw eerder werd gepubliceerd. Perrault’s Roodkapje was bijvoorbeeld veel wreder dan de versie van de Gebroeders Grimm. Bij Perrault worden grootmoeder en Roodkapje door de wolf opgevreten, einde verhaal; terwijl bij Grimm beiden worden gered uit de buik van de wolf door een passerende houthakker of jager (Zie ook Roodkapje).
In het boek Vertel geen sprookjes over sprookjes *(1977) wordt beweerd dat het bewerkingsproces van de Grimm's, in de diverse edities van de oerversie tot aan de 7e druk, naast het literairder maken van de verhalen, ook bestond uit het weglaten van passages en verhalen die te wreed of te hard waren. Dat gaat dus niet op voor hun *Asschenputtel.Hieruit blijkt wel dat de twintigste eeuw, de ‘eeuw van het kind’, waarin de kinderziel te teer werd bevonden voor dergelijke gruwelen, nog niet was aangebroken.

Uitgaven in de collectie van de Koninklijke Bibliotheek

De Perrault-versie met petemoei en pompoen wordt het meest gebruikt voor latere bewerkingen in boekvorm. In de loop van de 19e en 20e eeuw zijn ook bewerkingen verschenen die elementen uit beide versies combineren.

In het Centraal Bestand Kinderboeken zijn circa 260 titels te vinden met de naam Asschepoe(t)ster of Assepoester erin. Nog veel meer versies zijn er wanneer alle bundels met sprookjes van Perrault of Grimm erbij worden betrokken.
Er zijn opmerkelijk veel Assepoesterversies die in een bijzondere boekvorm zijn verschenen, zo zijn er minimaal 15 pop-up boeken te vinden.
Ook J.J.A. Goeverneur, de productieve 19e eeuwse verteller, maakte een Perrault-bewerking. Oude sprookjes verscheen in 1861 bij uitgever H.A.M. Roelants in Schiedam. Daarin komt een tovergodin voor die Assepoester aan mooie kleren en aan een koets helpt, maar de pompoen, de ratten en de muizen doen niet mee. De fee raadt Assepoester aan: ‘vermaak u eens ter deeg.’ Dat doet ze, en de prins wordt ‘terstond smoorlijk op haar verliefd.’
Christine Doorman mengt de versies van Perrault en Grimm. In haar boek uit 1907 gaat Assepoester naar het graf van haar moeder, en daar verschijnt een vogel met een jurk, èn een fee met een pompoen!
Perraults sprookje is ook de basis voor de tekenfilm uit 1950 van Walt Disney. De eerste Nederlandse bewerking in boekvorm, die hierop was gebaseerd, verscheen in 1953 als Walt Disney's Cinderella, het sprookje van Assepoes. Het is een ‘Gouden Margriet boek’ in groot formaat, met sierranden in gouddruk rond de pagina's en gouddruk in de illustraties. Disney heeft een aantal nieuwe elementen in het verhaal gebracht, zo sterft de vader van Assepoester kort na zijn huwelijk met zijn nieuwe vrouw. Assepoester krijgt een baljurk van haar vrienden de muizen, maar haar stiefzusters scheuren die kapot. Een tovervrouwtje zorgt dan voor een koets (van een meloen) en een baljurk. Assepoester gaat één keer naar het bal, danst met de prins en verliest haar glazen muiltje. De Eerste Minister gaat op zoek en Assepoesters stiefmoeder sluit haar op. De muizen brengen de sleutel en zo past Assepoester toch het muiltje en trouwt met de prins, die wel wat trekken lijkt te hebben van Hollywood-ster Dean Martin…
Assepoester lijkt in de Disney tekenfilm en de daarnaar gemaakte boeken op het Amerikaanse schoonheidsideaal uit de jaren vijftig: grote ogen, getuite lipjes, lang blond haar en een extreem zandloperfiguur. De hoeveelheid merchandising van deze Cinderella is gigantisch.

Er zijn diverse bewerkingen van het sprookje van Assepoester gemaakt voor het theater, onder andere de opera van Rossini: La Cerenentola. Een toneelbewerking, gespeeld door kinderen, werd in 1874 in een prentenboek vastgelegd: 'Asschepoester in het cirque Carré' met ‘vertelling en dichtregelen’ van Jan Schenkman.

Illustraties

Illustratoren konden zich uitleven in dit sprookje, vanwege de tegenstellingen tussen lelijkheid en schoonheid en tussen armoede en rijkdom. De lelijkheid van de stiefzusters en de bescheiden schoonheid van Assepoester zijn in een aantal afbeeldingen naast elkaar gezet. En zowel de gerafelde kleding van Assepoester bij de haard als de prachtige jurken voor het bal, evenals de rijke koets met toebehoren, zijn vaak uitgebeelde elementen. Hoe de schoonheid van Assepoester wordt getoond is afhankelijk van het dan geldende ideaalbeeld. Bovendien hoefden de kunstenaars zich niet te storen aan tijd of plaats. Assepoester kan een middeleeuwse, achttiende-eeuwse of hedendaagse jonge vrouw zijn. De verschillen in illustraties zijn groot: van platte en onpersoonlijke afbeeldingen tot zeer stijlvolle, zoals de Art Nouveau platen van Wilhelmina Drupsteen in Asschepoester uit 1907, of de sfeervolle en geheimzinnige afbeeldingen van Lidia Postma in De wondervogel, 14 sprookjes van Grimm uit 1996.

Een aantal scènes is favoriet bij de illustratoren, zoals Assepoester in voddige kleren bij de haard, wenend aan het graf, met haar petemoei, bij de pompoenkoets, dansend met de prins en de schoen passend. Maar de meest gebruikte scène is wel Assepoester wegvluchtend op de trap, haar glazen of gouden muiltje achterlatend. Een prachtige gelegenheid om de beheersing van perspectief te tonen. De trap van Thé Tjong-Khing uit Grootmoeder, wat heb je grote oren... : klassieke sprookjes opnieuw verteld voor jonge kinderen door Jacques Vriens (1996) is werkelijk prachtig.
De illustrator Jan Rinke gaf Assepoester in 1912 een zeer Hollandse uitmonstering: haar werkkleding bestaat uit een soort Hollandse klederdracht en ze loopt op klompen.
In de 20e eeuw vormen de afbeeldingen van de stiefzusters soms de komische noot: ze zijn dan heel dik of heel dun, en hebben soms vreselijke neuzen. In het met foto’s geïllustreerde boek van Anna van Gogh-Kaulbach uit 1913 worden de zusters gespeeld door mannen in travestie. Toch zijn er ook illustraties waarop de zusters niet afstotelijk lelijk zijn, maar wel zuur en chagrijnig kijken. De petemoei wordt heel verschillend uitgebeeld: als dik oud vrouwtje, als toverkol, als fee of godin. De leeftijd van de prins varieert, bij Doré is hij een stuk ouder dan in 20e eeuwse bewerkingen, en de hele scène daar doet denken aan een nachtmerrie, met karikaturaal getekende figuren, waarin de prins een wellusteling lijkt en Assepoester een onschuldig lammetje. In de opdringende menigte om hen heen zijn jaloerse en begerige blikken te ontwaren.

Door het tijdloze gegeven van het sprookje en dankzij al die steeds weer verschijnende bewerkingen met nieuwe illustraties, blijft Assepoester een populair verhaal.

Asschepoester / opnieuw verteld door Christine Doorman ; [geïllustreerd door Daan Hoeksema]. - Amsterdam : J. Vlieger, [1907]. Aanvraagnummer Ki 3391

Asschepoester / opnieuw verteld door Christine Doorman ; [geïllustreerd door Daan Hoeksema]. - Amsterdam : J. Vlieger, [1907]. Aanvraagnummer Ki 3391

Asschepoetster : een sprookje / met prentjes van Jan Rinke. - Amsterdam : Letteren & Kunst, [1909]. Aanvraagnummer Ki 4042

Asschepoetster : een sprookje / met prentjes van Jan Rinke. - Amsterdam : Letteren & Kunst, [1909]. Aanvraagnummer Ki 4042

Asschepoester / door Anna van Gogh-Kaulbach. - Amsterdam : Allert de Lange, [1913]. Met bijgekleurde foto's. Aanvraagnummer BJ Z0190

Asschepoester / door Anna van Gogh-Kaulbach. - Amsterdam : Allert de Lange, [1913]. Met bijgekleurde foto's. Aanvraagnummer BJ Z0190

Asschepoester / naverteld door Johanna Wildvanck ; teekeningen van Sijtje Aafjes. - Amsterdam : Scheltens & Giltay, [1917]. Aanvraagnummer BJ 25757

Asschepoester / naverteld door Johanna Wildvanck ; teekeningen van Sijtje Aafjes. - Amsterdam : Scheltens & Giltay, [1917]. Aanvraagnummer BJ 25757

Asschepoes / platen en tekst van Rie Cramer. - Utrecht : W. de Haan, [1925]. Aanvraagnummer BJ 52009

Asschepoes / platen en tekst van Rie Cramer. - Utrecht : W. de Haan, [1925]. Aanvraagnummer BJ 52009

Assepoester / [tekeningen B. van Balen]. - Amsterdam : Relpi, [194-?]. Aanvraagnummer XKZ 164

Assepoester / [tekeningen B. van Balen]. - Amsterdam : Relpi, [194-?]. Aanvraagnummer XKZ 164

De sprookjes van Grimm / [Jacob Grimm en Wilhelm Grimm] ; volledige uitgave vertaald door M.M. de Vries-Vogel; met medewerking van en ingeleid door Prof. Dr Jan de Vries ; geïllustreerd door Anton Pieck. - Utrecht : W. de Haan, [1942].Aanvraagnummer BJ Z0308

De sprookjes van Grimm / [Jacob Grimm en Wilhelm Grimm] ; volledige uitgave vertaald door M.M. de Vries-Vogel; met medewerking van en ingeleid door Prof. Dr Jan de Vries ; geïllustreerd door Anton Pieck. - Utrecht : W. de Haan, [1942].Aanvraagnummer BJ Z0308

Illustratietechnieken

De uitgave uit 1754 bevat een niet ingekleurde kopergravure. Dezelfde plaat is in latere edities ook ingekleurd te vinden. De tweede afbeelding (1851) is een met de hand ingekleurde litho, wat goed te zien is aan de gele kleur in de kroonluchter. De Asschepoester van uitgeverij Schadd (1869) is een in kleur gedrukte houtgravure, mogelijk afkomstig uit Engeland. Ook Gustave Doré maakte houtgravures, hier in de uitgave uit 1876. De platen in Agatha’s Pantomime-prentenboek zijn chromolitho’s (meerkleuren-litho’s). De meeste kinderboeken werden na 1840 geïllustreerd met steendrukken ofwel litho’s. In de 20e eeuw is de techniek zo ver voortgeschreden dat alles mogelijk is. Zo is de Disney-uitgave uit 1953 rijkelijk voorzien van gouden versieringen en accenten, en is de Assepoester van Dick Bruna in elementaire kleuren tot een minimum teruggebracht.

Interpretaties

Hoe moeten we Assepoester bekijken? Is ze een slachtoffer of een heldin? Wat voor beeld wordt via dit personage aan kinderen doorgegeven? Vragen waarop verschillende antwoorden mogelijk zijn.

Assepoester kan gezien worden als een meisje dat zich willoos door stiefmoeder en -zusters laat gebruiken. De naam van de heldin is zelfs een zelfstandig begrip geworden, wat blijkt uit de titel van het boek Het Assepoester complex, de verborgen angst van vrouwen voor onafhankelijkheid door Colette Dowling uit 1981.

Tegenover die passieve vrouwelijke braafheid staat dat ze – tegen de wil van haar stieffamilie – haar eigen lot in handen neemt en naar het bal gaat. Ook komt ze naar voren bij het passen van de schoen en voelt ze zich niet te min voor de prins. In een artikel uit 2004 van Belinda Stott wordt beweerd dat zij gezien kan worden als de verpersoonlijking van vrouwelijke kracht, en dat zij een boodschap over versterking van zelfvertrouwen kan overbrengen.

Net als in Beauty & The Beast gaat het in dit sprookje om het herkennen van ware schoonheid en deugd. Ook klasse speelt hier een rol, want Assepoester heeft, gezien haar afkomst, net zoveel recht om naar het bal te gaan als haar stiefzusters, al wordt ze als een slavin behandeld. Via de petemoei of de overleden moeder wordt slechts ingegrepen om een onrechtvaardige situatie recht te zetten.

De rol van stiefmoeders in sprookjes is mede bepalend voor het negatieve imago waar stiefmoeders ook nu nog mee te kampen hebben. In sommige sprookjes, bijvoorbeeld Sneeuwwitje, werd de slechte moeder in 19e en 20e eeuwse bewerkingen vervangen door een stiefmoeder, vanwege de gewenste beeldvorming over het moederschap en ideeën over het gezin als hoeksteen.

De vader van Assepoester beschermt zijn dochter niet tegen de wreedheid van stiefmoeder en -zussen. Perrault verklaart dat door aan te geven dat ‘zyne vrouw geheel den baas over hem speelde’. Goeverneur geeft in zijn bewerking uit 1861 de volgende verklaring: ‘want hij was met zijne tweede vrouw verbazend ingenomen, en al wat deze zeide of deed, moest hem goed wezen.’ De Grimm’s geven er geen verklaring voor. In de 19e en 20e eeuwse bewerkingen wordt dit punt meestal omzeild. In de Disney-bewerking sterft de vader, een probleem minder.

Perrault schreef het sprookje in een tijd dat gearrangeerde huwelijken heel gewoon waren. Dat blijkt ook uit het uithuwelijken van de twee stiefzusters. Bij hem wordt de vader van Assepoester omschreven als edelman. De prins uit dit sprookje hoefde dus geen prinses te kiezen; het mocht een dochter uit de lagere adel zijn. Bij Grimm is de vader een rijke koopman, dat is dus een stuk moderner. Maar bij beiden ligt de keuze voor een partner eenzijdig bij de prins. Blijkbaar is diens rijkdom en macht aantrekkelijk genoeg voor al die trouwlustige jonge dames op het bal. Andere eigenschappen worden niet beschreven, soms wordt zijn uiterlijk, als zijnde min of meer aantrekkelijk, in beeld gebracht. Het verhaal blijft ‘ in beweging’, want in de uitgave uit 2001 van Kinuko Y Craft is het eigentijdser gemaakt, door de invoeging van een extra scène in het begin van het verhaal, waarin Assepoester de prins beter leert kennen, zodat de liefde tussen hen aannemelijker wordt.

De bewerkers en de illustratoren geven aan Assepoester goede eigenschappen en een mooi uiterlijk mee. Kennelijk is de opvatting dat innerlijke en uiterlijke schoonheid samengaan gemeengoed. In tegenstelling daarmee worden de stiefzusters en de stiefmoeder heel vaak als lelijke wezens, van binnen èn van buiten, weergegeven. Toch zijn daar ook uitzonderingen op, en wordt hun uiterlijk als mooi weergegeven, en hun karakter als hard en koud.

Jeannette Kok en Marita Ton

Literatuur

Er is veel literatuur over het sprookje Assepoester, over Charles Perrault en over de Gebroeders Grimm. Hier slechts een kleine selectie.

  • Van Aladdin tot Zwaan kleef aan : lexicon van sprookjes: ontstaan, ontwikkeling, variaties / Ton Dekker & Jurjen van der Kooi & Theo Meder. - Antwerpen] : Kritak ; Nijmegen : SUN, 1997.
  • The Cinderella story / door Neil Philip. - Penguin books, 1989.
  • Die Kinder- und Hausmärchen der Brüder Grimm / vollst. Ausg. in der Urfassung hrsg. von Friedrich Panzer. - Wiesbaden : Vollmer, 1955.
  • Anmerkungen zu den Kinder- u. Hausmärchen der Brüder Grimm. - Leipzig : Dieterich'sche Verlagsbuchhandlung, 5 delen, 1913 - 1932. Bd.1: (Nr.1-60), 1913. Bevat de teksten uit de 7e druk uit 1857.
  • Cinderella the strong and reader empowerment / Belinda Stott In : The New review of children's literature and librarianship, ISSN 1361-4541: vol. 10 (2004), afl. 1, pag. 15-26.
  • Vertel geen sprookjes over sprookjes / D. Richter en J. Merkel. – Leuven : Kritak, 1977.

Links

Assepoes : het oude sprookje / opnieuw verteld door Froukje van der Meer. – ‘s-Gravenhage ; Batavia : G.B. van Goor Zonen, 1944. Aanvraagnummer BJ 52784

Assepoes : het oude sprookje / opnieuw verteld door Froukje van der Meer. – ‘s-Gravenhage ; Batavia : G.B. van Goor Zonen, 1944. Aanvraagnummer BJ 52784

Assepoester / geïllustreerd en opnieuw verteld door Cees Woltman ; [naar Charles Perrault]. - Amsterdam : Joh. M. Allis, [ca. 1948]. Aanvraagnummer BJ 53466

Assepoester / geïllustreerd en opnieuw verteld door Cees Woltman ; [naar Charles Perrault]. - Amsterdam : Joh. M. Allis, [ca. 1948]. Aanvraagnummer BJ 53466

Assepoester en andere sprookjes van Perrault / ingeleid en verteld door Jeanne Cappe ; Nederlandse tekst: Gaby Monden ; tekeningen van J.C. Huens. - Doornik : Casterman, 1950. Aanvraagnummer BJ 53034

Assepoester en andere sprookjes van Perrault / ingeleid en verteld door Jeanne Cappe ; Nederlandse tekst: Gaby Monden ; tekeningen van J.C. Huens. - Doornik : Casterman, 1950. Aanvraagnummer BJ 53034

Walt Disney's Cinderella : het sprookje van Assepoes / met tekeningen van Walt Disney naar de film "Cinderella". - Amsterdam : De Geïllustreerde Pers, [1953]. Aanvraagnummer BJ Z1225

Walt Disney's Cinderella : het sprookje van Assepoes/ met tekeningen van Walt Disney naar de film "Cinderella". - Amsterdam : De Geïllustreerde Pers, [1953]. Aanvraagnummer BJ Z1225

Assepoester / met tek. van Joop Geesink. - Joure ; Utrecht : Douwe Egberts, [1959]. Aanvraagnummer BJ Z2151

Assepoester / met tek. van Joop Geesink. - Joure ; Utrecht : Douwe Egberts, [1959]. Aanvraagnummer BJ Z2151

Assepoester / bew. door Dick Bruna. - Utrecht : Bruna, [1966]. Aanvraagnummer Ki 5368

Assepoester / bew. door Dick Bruna. - Utrecht : Bruna, [1966]. Aanvraagnummer Ki 5368

*Lidia's Grimm : 14 sprookjes van Grimm* / geïll. door Lidia Postma ; [vert. uit het Duits door Johan van Nieuwen-huizen]. - Rotterdam : Lemniscaat, 1986. Aanvraagnummer BJ 52248

Lidia's Grimm : 14 sprookjes van Grimm / geïll. door Lidia Postma ; [vert. uit het Duits door Johan van Nieuwen-huizen]. - Rotterdam : Lemniscaat, 1986. Aanvraagnummer BJ 52248

Grootmoeder, wat heb je grote oren... : klassieke sprookjes opnieuw verteld voor jonge kinderen / door Jacques Vriens ; met tek. van Thé Tjong Khing ... [et al.]. - Houten : Van Holkema & Warendorf, 1996. Aanvraagnummer BJ 53411

Grootmoeder, wat heb je grote oren... : klassieke sprookjes opnieuw verteld voor jonge kinderen/ door Jacques Vriens ; met tek. van Thé Tjong Khing ... [et al.]. - Houten : Van Holkema & Warendorf, 1996. Aanvraagnummer BJ 53411

Assepoester / Charles Perrault ; naverteld door Guido Stocker ; met ill. van Loek Koopmans ; [vert. uit het Duits Ineke Ris]. - [Voorschoten] : De Vier Windstreken, 1999. Aanvraagnummer 5125417

Assepoester / Charles Perrault ; naverteld door Guido Stocker ; met ill. van Loek Koopmans ; [vert. uit het Duits Ineke Ris]. - [Voorschoten] : De Vier Windstreken, 1999. Aanvraagnummer 5125417

Assepoester : een sprookje van Grimm / geïll. door Kinuko Y. Craft ; [vert. uit het Engels door Tjalling Bos]. - [Voorschoten] : Westeinde, 2001. Aanvraagnummer 5169134

Assepoester : een sprookje van Grimm / geïll. door Kinuko Y. Craft ; [vert. uit het Engels door Tjalling Bos]. - [Voorschoten] : Westeinde, 2001. Aanvraagnummer 5169134