Fabrieksprentenboeken over vakantie

Maak digitaal kennis met twee 'fabrieksprentenboeken' over het thema vakantie uit het begin van de twintigste eeuw.

Wat zijn fabrieksprentenboeken?

In deze fabrieksprentenboeken is geen uitgever, geen drukker, geen illustrator, geen auteur en geen jaar van uitgave vermeld. De term is ontleend aan Nienke van Hichtum, die de prentenboeken van Beata zo omschreef. In het Nieuwsblad van de Boekhandel worden ze ook wel 'warenhuisboeken' of 'platte prentenboeken' genoemd. Typisch voor dit massagoed zijn: een vaak zeer grote oplage, goedkope productie, vaak anoniem gepubliceerd, met slecht gedrukte platen en met blauw of bruin gedrukte tekst op matig papier.

Op de voorzijde staan dikwijls nummers - bij deze twee boeken zijn dat 154 en 5014. De betekenis van die nummers is niet bekend. Op het achterplat is in veel gevallen een kaderrand gedrukt, waarin (lokale) winkeliers of fabrikanten reclame konden laten drukken. Er zijn fabrieksprentenboeken met verschillende reclame-uitingen op de achterzijde, maar ze werden ook zonder reclame op de markt gebracht. Het zijn geen uitgaven zoals we die kennen van bijvoorbeeld de firma Van Nelle (Piggelmee) of van De Betuwe (Flipje), want die boeken werden ter meerdere eer en glorie van één bepaald product gemaakt.

De twee prentenboeken zijn behalve zeldzaam ook interessant vanwege het beeld dat ze geven van vervoermiddelen en van opvattingen over 'vacantie'. De herkomst van de platen is onbekend. In elk geval zijn de afgebeelde landschappen on-Nederlands: bergen, meren, auto's, het ademt allemaal de sfeer van beneden de grote rivieren.

Buiten! Waar de vogels fluiten!

In Buiten! Waar de vogels fluiten gaan pa (met pijp) en ma (met pothoed en charlestonjurk) met hun twee kinderen een paar dagen uit. De familie reist gezamenlijk in hun auto naar een meer en naar de bergen, ze gaan kamperen en ze hebben zelfs een draagbare radio bij zich, zodat Pa kan genieten van 'Hallo, hier Hilversum'. De auto lijkt uit een reclame weggereden te zijn en is herkenbaar als een Packard of een Cadillac uit het begin van de jaren dertig van de twintigste eeuw.

Hoera! We gaan op reis!

In Hoera! We gaan op reis zijn het vooral treinen waarmee gereisd wordt. Hoewel in de tekst sprake is van treinen 'voor Haarlem en Zandvoort, voor Dordrecht en Leur' lijken de voorstellingen van Franse origine te zijn. Ook deze uitgave stamt waarschijnlijk uit het begin van de jaren dertig, gezien de moderne elektrische trein en tram. Overigens is ook het stoomtijdperk niet vergeten: er zijn platen van een stoomlocomotief en een stoomschip. Een vliegmachine en een motor met zijspan maken het geheel af. De dubbele middenplaat toont een enorm lange open auto. Het is een fantasiemodel, gebaseerd op de trend eind twintiger, begin dertiger jaren. De afbeelding van weer een andere wagen is herkenbaar als een Franse auto zoals de Hispano Suiza.

Tekst op rijm

De flinterdunne tekst van beide uitgaven is op rijm en er staan nogal wat zetfouten en on-Nederlandse uitdrukkingen in - het zou dus om vertalingen kunnen gaan. Een proeve:

Vacantie, vacantie
O, zaligen tijd.
Van schoolgaan en leeren
Zijn wij nu bevrijd.

Bruin gebrand, vroolijk en stevig,
Komen ze terug, tevree.
Dragend frissche kracht, gezondheid
Voor den tijd van werken mee.

Collectie Matze-Warnaer

In de collectie van de Koninklijke Bibliotheek zijn 500 van deze 'fabrieksprentenboeken' te vinden. Vooral de collectie Matze-Warnaer is bijzonder, met bijna 100 boekjes die in een kruidenierswinkel tussen 1910 en 1930 aan klanten werden meegegeven. De boeken in deze collectie zijn voorbeelden van zeer uiteenlopende reclames, die ons rechtstreeks terugvoeren naar een lang vervlogen tijd waarin het 'Zeeuwsche Meisje' en de 'J v S' borstels en bezems het voor het zeggen hadden. Ook zijn er voorbeelden bewaard van 'Van den Bergh's Vitello' (een vervanger van natuurboter) en 'het Bleekertje' (een zeep-extract). Helaas, hoe groot de oplagen ook waren, de meeste exemplaren zijn weggegooid. Deze boeken zijn in het verleden nooit verzameld door liefhebbers en er waren kinderhanden in overvloed die er op hun eigen wijze vakantie mee vierden.

Onderzoek

Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar dit soort prentenboeken. In 2003 verscheen een boek van Utrechtse kunsthistorici onder leiding van Saskia de Bodt: Prentenboeken, ideologie en illustratie, 1890-1950. Daarin staat een hoofdstuk geschreven door Theo Gielen over het fenomeen 'fabrieksprentenboek'.

Weet u meer over deze prentenboeken?

Bezoekers van de website die meer kunnen vertellen over dit type prentenboeken, of over deze twee uitgaven in het bijzonder, wordt verzocht te reageren. Stuur een e-mail naar Karin Vingerhoets.