Gouden Boekjes

Eind 1953 verscheen bij De Bezige Bij het eerste Nederlandse Gouden Boekje, Pietepaf, het circushondje. Het was een felgekleurd prentenboek met een simpel verhaaltje, dat uitblonk door helderheid, herkenbaarheid en herhalingen. De jarenlang voortgezette reeks waarvan dit het eerste deeltje was, is een niet weg te denken deel van ons cultureel erfgoed. De vertellingen zijn 'van iedereen'. Zo maakte Theater Vandenbulck een kleuteropera gebaseerd op Kippetje Tok (nr. 49), en maakte de VPRO de televisieserie Gebakken Mannetjes, gebaseerd op zeven Gouden Boekjes. Het Zuiderzeemuseum wijdde zelfs een tentoonstelling aan het jubileum.

De stevige, handzame gekartonneerde boekjes met het gouden rugje en de meestal flinterdunne verhaaltjes op 28 pagina's zijn voor kleuters en peuters heel herkenbaar. De verhaaltjes zijn simpel: een min of meer neutrale beginsituatie - verslechtering van de situatie - gelukkig einde.
Wie kent niet het door iedereen geliefde kleinste hondje van de wereld Pietepaf, dat een circusattractie was? Hij begint op een dag te groeien, en moet dan weg uit het circus, maar gelukkig! Hij wordt zo groot, dat hij daarmee ook weer een circusattractie is. Of het door een muizenfamilie geadopteerde poesje, dat in een identiteitscrisis raakt als hij ontdekt dat hij geen muis is? (De poes die dacht dat hij een muis was, nr. 17). Uiteindelijk gaat hij als poes door het leven, maar bezoekt nog vaak de muizen. Nog dichter bij huis: een rit met hindernissen in de taxi naar het station (De gele taxi, nr. 16), waar moeder en zoontje gelukkig op tijd arriveren. Plofje de olifant (nr. 9) die zo veel te ruim in zijn vel zit en door allerlei dieren uitgelachen wordt, tot hij opgenomen wordt door andere olifanten. Door de tekstherhalingen en aansprekende platen zijn deze helden al generaties een succes.

De meeste verhaaltjes zijn door twee vooraanstaande Nederlandse auteurs voor kinderen bewerkt naar hun Amerikaanse voorbeeld, de Little Golden Books. Han G. Hoekstra selecteerde de verhaaltjes en hij en Annie M.G. Schmidt vertaalden ze en bewerkten ze tot Nederlandse verhaaltjes. De uitgever liet hun daarin veel vrijheid. Hoekstra bewerkte er zesenveertig en Schmidt achtentwintig. Een paar latere titels zijn bewerkt door Joke Linders, Nicolaas Matsier en Imme Dros. Daarnaast schreef Hoekstra zelf het boekje De jarige stad (nr. 68), en (her)bewerkte Schmidt een verhaaltje van Rogier Boon, Wim is weg (nr. 35). Een apart cluster vormen vier oorspronkelijke boekjes die getekend en geschreven werden door Ies Spreekmeester. Het eerste deeltje, Het boek van de vier kleurpotloden, verscheen al in 1945, maar werd herdrukt in 1971 als Gouden Boekje nr. 64. In 1972 verschenen drie vervolgdeeltjes (nrs. 65-67).
De Amerikaanse serie is vele malen groter, en omvat bijvoorbeeld ook Disney-bewerkingen, Barbie-verhalen en sprookjes. In Nederland maakt men een andere keus, namelijk voor de oorspronkelijke verhaaltjes uit de beginjaren van de Little Golden Books. Een uitzondering is het verhaal van Roodkapje (nr. 18). De Bezige Bij gaf ook Grote Gouden Boekjes uit.

In de Verenigde Staten bestaat veel merchandising rond de Little Golden Books. Uitgeverij Leopold die het fonds in 1999 overnam van de Bezige Bij, kon hierover geen overeenstemming bereiken met de Amerikaanse uitgever. Tot verontwaardiging van velen belandden de boekjes in de ramsj. De rechten zijn in 2001 overgenomen door uitgeverij Rubinstein, die nu de gouden boekjes in verschillende formaten uitbrengt. Naast de gewone vorm zijn er nu ook mini- en reuzen-gouden boekjes, en verschijnt binnenkort een cd waarop Henny Vrienten een aantal verhaaltjes vertelt ('luisterboekje').
Rubinstein streeft ook naar het op de markt brengen van nieuwe oorspronkelijk Nederlandse verhaaltjes. Het eerste daarvan is al verschenen: Het meisje dat alleen maar witte chocolade lust, geschreven en getekend door Paul Steenhuis en in de loop van 2004 verschijnt een volgend deeltje. Ter gelegenheid van het jubileumjaar is ook een complete vertaling verschenen van de Vijf brandweermannetjes op 42 in plaats van 28 pagina's. Als vertaler werkt nu Sieneke de Rooij. De Gouden Boekjes vinden hun weg naar de kleinkinderen van de eerste toehoorders uit de jaren vijftig. Van vrijwel alle uitgebrachte deeltjes zijn een of meer exemplaren in de collectie van de KB aanwezig.

Najaar 2010 stonden de Gouden Boekjes opnieuw in de belangstelling. Joke Linders schreef een overzichtswerk over de 60-jarige geschiedenis: Ik hou zo van ... de Gouden Boekjes. De tentoonstelling De Gouden Boekjes beestenboel in Kasteel Groeneveld in Baarn trok veel belangstelling. Ook verschenen nieuwe Gouden Boekjes: drie deeltjes met tekst van Ton Tellegen en werk van drie illustratoren, een nieuw deeltje door Hans Hagen en Philip Hopman; en het Van Gogh-Museum bracht het Gouden Boekje Vincent en Camille uit.

Literatuur

Links

Pietepaf, het circushondje, 1953

Pietepaf, het circushondje, 1953

De gele taxi, 1955

De gele taxi, 1955

Plofje, de olifant, 1953

Plofje, de olifant, 1953

De vier kleurpotloden maken zelf een kleuren-tévé, 1972

De vier kleurpotloden maken zelf een kleuren-tévé, 1972

Het meisje dat alleen maar witte chocolade lust, cop. 2002

Het meisje dat alleen maar witte chocolade lust, cop. 2002

De kladderkatjes, 1954

De kladderkatjes, 1954

VPRO gids, 5 oktober 2002

VPRO gids, 5 oktober 2002