Hans G. Kresse (1921-1992)

Hans Georg Kresse (Amsterdam, 1921) behoorde samen met Marten Toonder, Piet Wijn en Pieter Kuhn hoorde Kresse tot Nederlands belangrijkste striptekenaars van de 20e eeuw. Kresses bekende stripfiguur Eric de Noorman bevindt zich in gezelschap van andere striphelden als Kapitein Rob, Tom Poes en Douwe Dabbert.

Foto van Hans G. Kresse op de achterzijde van de Nieuwsbrief, 1997

Foto van Hans G. Kresse op de achterzijde van de Nieuwsbrief, 1997

Over Hans G. Kresse : herinneringen aan een Meester / Julius de Goede, 2010

Over Hans G. Kresse : herinneringen aan een Meester / Julius de Goede, 2010

Eric de Noorman 60 jaar : hommage aan Hans G. Kresse op Arnhemse muren / Berry Kessels en Anka Kresse, 2006

Eric de Noorman 60 jaar : hommage aan Hans G. Kresse op Arnhemse muren / Berry Kessels en Anka Kresse, 2006

Hans G. Kresse bibliografie / samengest. door Theo Keijzer, 1988

Hans G. Kresse bibliografie / samengest. door Theo Keijzer, 1988

ANP-bulletin van 18 september 1976; te vinden op: ANP Radiobulletins Digitaal 1937-1984

ANP-bulletin van 18 september 1976; te vinden op: ANP Radiobulletins Digitaal 1937-1984

Nieuwsbrief / Stichting Hans G. Kresse, verschijnt sinds 1997

Nieuwsbrief / Stichting Hans G. Kresse, verschijnt sinds 1997

Al jong tekenaar

Hans Kresse, zoon van een Duitse violist, was al in zijn jeugd verzot op tekenen en daarbij een fervent padvinder. Het was dan ook niet vreemd, dat de autodidact Kresse in 1938 debuteerde in het padvindersblaadje De Verkenner, met zijn strip Tarzan van de apen. Daarnaast vervaardigde hij al boekomslagen en ander illustratiewerk. Er was toen volop werk voor illustratoren, want tot in de jaren zeventig bevatten tijdschriften, dagbladen en advertenties nog vaak getekende afbeeldingen.

Nationaal-socialisme en illegaliteit

In 1941 moest de ‘Duitser’ Hans Kresse de Wehrmacht in, maar de recruut bleek tegen de militaire discipline geestelijk niet opgewassen en belandde in een inrichting. In 1942 mocht hij ongeschikt verklaard de dienst verlaten. Kresse volgde een opleiding filmtekenen, waarna hij aan het werk ging bij Nederland-Film, een onderneming met een nationaal-socialistische signatuur. Het bedrijf veranderde van naam: Tekenfilmstudio Van Putten, maar hield begin 1943 op te bestaan. Vervolgens ging Kresse aan de slag bij Toonder Studio’s. Daar werkte hij onder meer mee aan de antisemitische tekenfilm Van den Vos Reynaerde. Twee van zijn verhalen over een Germaans personage Siegfried verschenen in Jeugd, een nationaal-socialistisch jongerenblad.
Anderzijds maakte Kresse illustraties voor Toonders illegale tijdschrift Metro, hoewel dat in verzetskringen niet heel goed viel. Kresse werd na de oorlog als Duitser in hechtenis genomen, maar na bemoeienis van medewerkers van Toonder Studio’s kwam hij vrij. Deze ervaringen brachten Kresse opnieuw in een tijdelijke geestelijke crisis.

Eric de Noorman

Najaar 1945 en voorjaar 1946 publiceerde Kresse in Trouw drie strips over het beertje Robbie. In die periode ontstond ook zijn grote vikingheld Eric de Noorman, in samenspraak met Marten Toonder. Aanvankelijk hadden dat fantasy-verhalen moeten zijn, spelend in Atlantis met vliegtuigen, Egyptenaren en sprookjesfiguren. Maar langzamerhand trad Eric steeds meer op in de ‘gewone’ wereld van Noord-Europa. In de verhalen kwamen daarnaast meer dan eens indianen voor, voor wie Kresse een grote interesse had opgevat.

Vanaf juli 1946 tot in 1964 verschenen er 68 Eric-verhalen; het eerste werd gepubliceerd in het Vlaamse dagblad Het laatste Nieuws. Zeker in de beginjaren verdiende Kresse goed aan Eric; een aantal verhalen kwam tot stand in samenwerking met tekstschrijver Dirk Huizinga. Door zich terdege te documenteren maakte Kresse de verhalen steeds meer historisch verantwoord. Na deze bijna twintig jaar durende reeks was hij er wel even ‘klaar mee’. Toch volgde nog een korte serie verhalen over de zoon van Eric, Erwin de Noorman. Die serie verscheen in de jaren zestig in Pep.

Ander werk

Hans Kresse leverde illustraties voor omslagen en strips voor weekbladen als Revue, Margriet, Donald Duck, Pep en Tom Poes Weekblad. Daarnaast sierden zijn illustraties de boeken van *Pim Pandoer,**Arendsoog *en *De Vijf*. Zijn belangstelling voor indianen kon hij kwijt in negen albums (1973-1982) over Noord-Amerikaanse indianen. Kresse koos in dit geval voor het perspectief van de bedreigde indiaan. De albums, met titels als *De meesters van de donder* en *De eer van een krijger*, hadden wereldwijd succes.

De mens Kresse

Kresse raakte soms geestelijk tijdelijk van slag, waardoor hij rusteloze periodes met depressies doormaakte. Dat heeft zijn enorme productie niet in de weg gestaan, maar het hemzelf en zijn omgeving bij tijden wel moeilijk gemaakt. Zijn twee huwelijken zijn gestrand. Bovendien begon hij op latere leeftijd last te krijgen van een oogaandoening; hij kon nog wel tekenen of schilderen, maar het bleef een handicap.
De waardering voor zijn werk kwam met de Stripschapsprijs (1976) en de Franse Prix Alfred (1977). Zijn werk is in veel talen uitgegeven.
Kresse was een buitenmens. Met bewonderaars had hij niet veel op, niettemin was hij zich wel degelijk bewust van zijn kwaliteiten. Hij meed grote gezelschappen, maar kon geanimeerd vertellen wanneer hij ergens door gegrepen was.

Laatste jaren in Doorwerth

In de loop van 1991 kreeg Kresse te horen dat hij aan ‘de gevreesde ziekte’ leed. Bezoeken aan Duitse artsen mochten niet baten en Hans G. Kresse overleed in maart 1992 in Doorwerth. Al eerder, in 1989, was de Stichting De Kressekring opgericht, die in 1997 hernoemd werd tot de Stichting Hans G. Kresse en die een Nieuwsbrief uitgeeft.
Kresses boekverzameling met werken over indianen, vikingen, Kelten, de oude Grieken en Atlantis bleef bewaard, evenals zijn documentatiemateriaal, tekeningen, aantekeningen en correspondentie. Na ordening kwam de collectie beschikbaar voor onderzoek.
Kresses verhalen zijn tot kort geleden opnieuw uitgegeven. Zie daarvoor de link naar de KB-catalogus. De KB bezit bijna vrijwel alle werken van Hans Kresse.

Literatuur

Links