Haags liederenhandschrift

Het 'Haags liederenhandschrift' bevat een rijke collectie laat-middeleeuwse liederen, gedichten en andere teksten.

Op deze pagina vindt u een algemene inleiding bij het Haags liederenhandschrift. Wilt u direct naar het gedigitaliseerde boek? Klik dan op de link in dit plaatje:

Een bron voor kennis van het middeleeuwse lied

Het Haags liederenhandschrift bevat een groot aantal gedichten, liederen, raadsels en sproken (korte didactische verhaaltjes in versvorm). Het precieze aantal hangt af van de geleerde die zich erover buigt, want van sommige gedichten is niet duidelijk waar ze ophouden. Dat betekent dat een gedicht in de ene editie als één, en in een andere als twee teksten kan worden gepresenteerd. De tellingen lopen uiteen van ca. 110 tot meer dan 150. Hoe het ook zij: het Haags liederenhandschrift is een belangrijke bron voor de kennis van het lied in de middeleeuwen, net als het Gruuthuse-handschrift dat zich ook in de KB-collectie bevindt.

De hoofse liefde centraal

De liederen gaan bijna allemaal over de hoofse liefde, en bijna zonder uitzondering zijn ze geschreven vanuit een mannelijk perspectief. De dames die bezongen worden zijn fraai van lijf en zeden en als er aan hen al iets niet deugt, dan is dat hun volhardende afwijzing. De mannen zijn al even hoofse ridders: kerels die zich kranig weren met zwaard en goedendag en tegelijkertijd grossieren in sociale vaardigheden. Een doodenkele keer komt het omgekeerde perspectief voor en klaagt een vrouw over een minnaar die haar verlaten heeft omdat kwaadwillenden over haar geroddeld hebben.

Waar en wanneer het werd gemaakt

De datering en localisering van het handschrift heeft de geleerden lang beziggehouden. De codicoloog Willem de Vreese dateerde het op circa 1340; E.F. Kossmann, die in 1940 een facsimile uitgaf, hield het op 'overgang 14de-15de eeuw'. Die laatste datering is vermoedelijk juist. Het handschrift werd waarschijnlijk geschreven in Gelre; de taal vertoont Duits-Nederlandse mengvormen.

Hoe het handschrift in de KB kwam

De herkomst van het handschrift kan tot in de vijftiende eeuw getraceerd worden. Uit een aantekening achterin het boek blijkt dat het eigendom is geweest van Jan IV van Nassau-Breda (1410-1475) en zijn echtgenote Maria van Loon (1424-1502): 'Dit boech huert zo Ioncker Iohan greve zo nossou zo vijanden [Vianden in Luxemburg] vnd marien van loen sijnre huijsvrauwen'. Via de graven van Nassau en de prinsen van Oranje belandde het boek in de bibliotheek van de Friese Oranjes, die in 1749 in Den Haag geveild werd. Het werd gekocht door stadhouder Willem IV en belandde in de bibliotheek van diens zoon, Willem V. Die boekerij vormde in 1798 de basis van de Koninklijke Bibliotheek.

Literatuur

B. Schludermann, A quantitative analysis of German/Dutch language mixture in the Berlin songs mgf 922, the Gruuthuse-songs, and the Hague MS 128 E 2. Göppingen: Kümmerle, 1996. 3 dl. (Göppinger Arbeiten zur Germanistikn, nr. 338 I-III)
F.P. van Oostrom, Het woord van eer : literatuur aan het Hollandse hof omstreeks 1400. Amsterdam: Meulenhoff, cop. 1987, p. 85-135.
E.F. Kossmannn (hrsg.), Die Haager Liederhandschrift : Faksimile des Originals mit Einleitung und Transskription. ([I]: Einleitung und Transskription. [II]: Faksimile). Haag : Nijhoff, 1940.