Verantwoording en colofon Gruuthuse

Verantwoording van de transcriptie

Alleen teksten die tot de oorspronkelijke codex behoren zijn getranscribeerd. De tekstweergave is diplomatisch, dat wil zeggen dat de tekst en de muziek worden weergegeven volgens de spelling, de notatiewijze van het handschrift. Als er in het handschrift fouten zijn gemaakt zijn die in de transcriptie dus blijven staan. Maar als er gecorrigeerd is door een contemporaine schrijfhand, zijn die verbeteringen verwerkt in de transcriptie. In rubriek geschreven tekst is weergegeven met klein kapitaal. Onzekere lezingen staan tussen rechte haken (zie ook hieronder) en onleesbare tekst woordt aangegeven door liggende streepjes tussen rechte haken. Slechts in een geval (bij lied II.135) is van de regelval van het handschrift afgeweken, daar de weblayout ons dwong tot aanpassing.

Er is voor deze webpagina's afgezien van een verantwoording van de transcriptie op microniveau. Correcties, rasuren, beschadigingen van inkt en perkament, e.d. worden dus niet becommentarieerd. Een volledige diplomatische web- en een kritische boekeditie zullen verschijnen in de reeks Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden.

Het handschrift is op talrijke plaatsen slecht of zelfs helemaal niet meer leesbaar, ook als gebruik wordt gemaakt van UV-licht of computerbewerking van digitale foto’s. De onleesbaarheid is meestal het gevolg van de toepassing van speciale chemicaliën door de eerste uitgever, Charles-Louis Carton. Door passages te bestrijken met deze vloeistoffen werden de inktsporen gedurende een korte periode beter leesbaar. Op den duur echter tastten ze de letters en het perkament zodanig aan, dat ofwel zwarte vlekken ontstonden, ofwel vervaging van de inkt optrad. Het uiteindelijke resultaat is dat er op de meeste plaatsen die zo'n behandeling ondergingen, tegenwoordig weinig tot niets meer leesbaar is. Gebruik van UV-licht kan soms nog wel behulpzaam bij het lezen zijn, maar in de meeste gevallen zijn we voor de lezing van deze plaatsen aangewezen op de tekst van de editie-Carton (1848-1849). In zulke gevallen is de tekst uit die editie in deze transcriptie tussen rechte haken geplaatst. Dat geldt eveneens voor alle andere onzekere lezingen. Waar Carton zijn tekst heeft genormaliseerd (dat wil zeggen: waar zijn spelling afwijkt van de orthografie van het handschrift) conformeerden wij ons aan de handschriftelijke spellingwijze, ter vermijding van een hybride schriftbeeld. Wij hebben, waar nodig, dankbaar gebruik gemaakt van het door Willem de Vreese op het handschrift gecollationeerde exemplaar van zijn editie-Carton. Dit exemplaar, dat lange tijd onvindbaar was, bevindt zich tegenwoordig in de Universiteitsbibliotheek Leiden (signatuur 766 G 25).

De teksten zijn voorzien van tekstnummer en een titel die meestal ontleend is aan de beginregel. Voor het tekstnummer verschijnt altijd, in romeinse cijfers, een aanduiding van het deel (I, II of III) waarin de tekst zich bevindt. Een foliëring (een bladnummer), een aanduiding van de bladzijde (recto of verso) en van de kolom (a, b of c) is aangebracht, naast een verzentelling. Omdat bij de liederen veel strofen of tekstsegmenten worden afgekort, heeft het weinig zin om daar een doorlopende verzentelling te hanteren. Immers, in een kritische tekstbewerking waarin afgekorte strofen worden uitgeschreven (wat bijvoorbeeld bij de rondelen geenszins overbodig is), zou de verzentelling niet meer corresponderen met de verzentelling van deze webeditie. Daarom is ervoor gekozen om bij de liederen (ook bij de ingevlochten liederen in de teksten III.1 en III.2) in plaats van de verzen de strofen te tellen. Deze telling is gebaseerd op de (hier niet gegeven) tekstkritische bewerking van de transcriptie. Dat betekent dat het, weliswaar zelden, kan voorkomen dat er een hiaat lijkt te zitten in de strofetelling. Op zulke plaatsen mag men er dus van uit gaan dat in de kritische editie een in het handschrift het ontbreken van een strofe of tekstherhaling zal worden hersteld.De strofentelling is zuiver pragmatisch. In het Gruuthuse-liedboek vinde we, juist doordat er veel gevarieerd is op bestaande dichtvormen, soms structuurelementen die zich verderop in het liedboek lijken te verzelfstandigen. Dat is bijvoorbeeld het geval met de refreinregel van de ballade die soms uitgroeit tot een lange refreinstrofe. Om die reden zijn alle refreinen van balladen die twee of meer regels omvatten als strofen geteld.

De muziek is hier zo getrouw mogelijk weergegeven zoals hij in het handschrift te vinden is. Gebruikssporen die de leesbaarheid hebben aangetast – zoals snijranden, bindnaden, rasuren – zijn weergegeven. Van lied 135 is (nog) geen diplomatische editie beschikbaar, omdat het dermate vlekkerig is dat er geen betrouwbare weergave gemaakt kon worden.

Colofon

Deze webpagina's met Het Gruuthusehandschrift werden gemaakt door de Koninklijke Bibliotheek in samenwerking met het Huygens Instituut, tegenwoordig Huygens ING genoemd.
Vormgeving en de bouw van de applicatie waren in handen van Fabrique.
De scans werden gemaakt door het Fotografisch Atelier van de KB. Ad Leerintveld voerde de redactie.
De transcriptie van de teksten is het werk van Herman Brinkman, een der uitvoerders van het Gruuthuse-editieproject van het Huygens Instituut. Hij schreef ook de inleidingen en de toelichtingen. Ondersteuning werd geboden door Peter Boot van het Huygens Instituut.
Hun collega Ike de Loos verzorgde de transcripties van de muzieknotaties. Zij schreef ook de inleidingen over de muziek in het handschrift en over de instrumenten. Ike de Loos reconstrueerde de melodie bij een aantal liederen en begeleidde de opname en uitvoering ervan door het ensemble Fala Música bestaande uit: Paulien van der Werff - sopraan, Bram Verheijen - tenor, Maurice van Lieshout - blokfluit, Hans Lub – vedel.

Op deze site beleven de volgende liederen hun première:
Lied II.42: So wie bi nachte gherne vliecht: Paulien van der Werff (sopraan), Maurice van Lieshout, (blokfluit), Hans Lub, (vedel)
Lied II.49: Gheldeloze, volghet mi: Paulien van der Werff (sopraan), Bram Verheijen (tenor), Maurice van Lieshout (blokfluit), Hans Lub (vedel)
Lied II.128: O, soete natuere, wijflich moet: Bram Verheijen (tenor), Hans Lub (vedel)

In samenwerking met Ike de Loos is hier ook een selectie uit eerdere opnames van liederen uit het Gruuthusehandschrift opgenomen:
Van de CD Egidius waer bestu bleven door het Paul Rans-ensemble:
Lied II.27: Het soude een scamel mersenier
Lied II.86: Ic sach een scuerduere open staen
Lied II.120: Wel op, elc zondich si bereit
Met dank voor hun toestemming deze uitvoeringen over te nemen aan Paul Rans en aan Uitgeverij Davidsfonds/Eufoda.

Van de CD Pacxken van Minnen door Camerata Trajectina:
Lied II.85: Kerelslied (Wi willen van den kerels zinghen)
Lied II.125: Aloeette, voghel clein
Lied II.96: Sceiden, onverwinlic leit
Met dank voor de toestemming deze liederen over te nemen aan Camerata Trajectina.

Van de LP Studio Laren speelt liedjes uit: Een schoon liedekens Boeck […] en liedjes uit het “Gruuthuse manuscript” (Constanter, 1-2 (VR 20498)):
Lied II.98: Egidius, waer bestu bleven, gezongen door Philip Schuddeboom Met dank aan Marijke Ferguson (Studio Laren).

Copyright

Deze webpagina's zijn een gezamenlijke publicatie van KB en Huygens Instituut en vallen onder de regels voor copyright die de KB stelt. De inleidingen, toelichtingen en transcripties door dr. Herman Brinkman en dr. Ike de Loos zijn auteursrechtelijk beschermd: © Huygens Instituut, dr. Herman Brinkman en erven dr. Ike de Loos.

Sponsors

Het Gruuthusehandschrift werd in 2007 verworven door de Koninklijke Bibliotheek, Den Haag met de steun van de Mondriaan Stichting, het VSBfonds, de BankGiro Loterij, de VandenEnde Foundation en de Vereniging ‘Vrienden van de Koninklijke Bibliotheek’.