Beschrijving van het handschrift

Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, hs. 129 A 10 staat bekend als het handschrift met de Lancelotcompilatie en is omstreeks 1320-1330 vervaardigd in de Zuidelijke Nederlanden (Brabant).

De inhoud van het handschrift bestaat uit een compilatie of samenvoeging van drie kernteksten en zeven ingevoegde teksten over de legendarische koning Artur en de ridders van de Ronde Tafel, zoals Lancelot en Walewein. Alle teksten zijn berijmd en geschreven in het Nederlands van de Middeleeuwen, het Middelnederlands. In totaal telt de compilatie ruim 87.000 verzen. Aangenomen wordt dat dit handschrift het tweede deel is van een tweedelige set en dat met band 1 helaas ook het eerste deel van de compilatie verloren is gegaan (zie de paragraaf 'Het verloren eerste deel').

De teksten zijn geschreven op perkament van matige tot soms ronduit slechte kwaliteit. In een aantal gevallen is reeds eerder beschreven perkament schoongemaakt: de tekst daarop is weggeradeerd en het perkament werd hergebruikt. Het handschrift telt in totaal 241 folia of bladen, met een moderne bladtelling van 1-238 (enkele bladen zijn vergeten bij het nummeren, vandaar de foliëringen 20, 20a, 70, 70a en 160, 160a). Enkele bladen zijn niet meer aanwezig, zoals vermoedelijk drie bladen na fol. 99 aan het slot van de Lanceloet, een van de kernteksten in de compilatie, en één blad na fol. 219 waardoor een gedeelte van Arturs doet ontbreekt. Het handschrift is in fasen totstandgekomen en bestaat uit 26 katernen, die over het algemeen zijn samengesteld uit vijf bifolia of dubbelbladen (zie de paragraaf Tekstvolgorde en handschriftvolgorde). De huidige samenstelling kan - voor de vakgenoten - grotendeels in een formule als volgt worden samengevat: 1-9 V (1-88), 10 V+1 (89-98, 99); 11 III (100-105; 1 à 3 ff. ontbreken, met tekstverlies), 12 V-1+1 (106-115, min het blad dat nu fol. 99 is; het laatste blad (115) vervangt een eerder blad); 13 2+IV (116,117 en 118-125), 14 V (quinio van enkelbladen, samengesteld uit 126-128 en 129-135), 15 V (136-145), 16 V-1 (146-154 min 1 fol. na 147: thans ingebonden als fol. 218), 17 telt 4+1 folia (155-159), 18 IV (160-166); 19 V+1 (167-176, 177); 20 V (178-187); 21 V (188-197), 22 I+1 (198-200 met daarin 199 toegevoegd); 23 V (201-210), dan eerst 24 V-1+1-1 (het eerste blad ontbreekt hier en is ingebonden als fol. 230, daarna volgen 211-219 met daarin 218 toegevoegd (hoort na fol. 147), waarna het pendantblad van fol. 230 ontbreekt met als gevolg tekstverlies), vervolgens 25 V+1 (220-229, 230) en 26 IV (231-238). De katernen 24 en 25 zitten ondanks de doorlopende bladtelling van 211-230 in de verkeerde volgorde.

Het boekblok meet thans 287 x 199 mm, maar de marges zijn enigszins besnoeid; oorspronkelijk zal de bladmaat ca. 320 x 215 mm geweest zijn. De tekstspiegel bedraagt over het algemeen 248 x 160 mm en is verdeeld in drie tekstkolommen met ruimte voor in principe 60 of 61 regels per kolom. Elke bladzijde telt dus zo'n 180 verzen en elk blad of folium in totaal ca. 360 verzen.

Jan Willem Klein heeft vastgesteld dat het schrijfwerk aanvankelijk, namelijk alleen in de Lanceloet, werd verricht door vijf kopiisten - thans aangeduid met de letters A t/m E - onder leiding van een van hen, kopiist B.

  • Kopiist A: fol. 1r t/m 47v, kol. c, r. 37, waarna B verder schreef tot en met fol. 50r.
  • Kopiist C: fol. 50v tot en met fol. 63r, kol. c, r. 41, waarna B de resterende 20 regels op dit blad voltooide. C schreef verder op fol. 63v, kol. a, r. 1-39; B maakt deze kolom vol (21 rr.). Verder schreef C de tekst op de folia 63v, kol. b tot en met fol. 69v.
  • Kopiist D: fol. 70r tot en met fol. 87r, kol. a, r. 24; B maakt het werk op deze bladzijde af.
  • Kopiist E: fol. 87v tot en met fol. 98v, op de laatste 4 regels na: die zijn door B geschreven.

Vanaf folium 99 voerde kopiist B het werk verder alleen uit. De kopiisten schreven weliswaar een van de laatmiddeleeuwse formele boekschriften, de littera textualis, maar het niveau van hun werk is laag, de letters zijn weinig gestileerd. Zij maakten gebruik van de gangbare abbreviaturen of afkortingen om woorden verkort te schrijven. Twee voorbeelden van zulke abbreviaturen moeten hier volstaan. Het voegwoord ende, dat natuurlijk talloze malen voorkomt, verkortten zij zoals gebruikelijk meestal tot . Een bijwoord als daer werd - eveneens zoals gebruikelijk - vaak verkort tot d'.

Ook de markering van de structuur van de tekstcompilatie is ogenschijnlijk eenvoudig. Aan het begin van de drie kernteksten staat een grote initiaal of beginletter (11 of 12 regels hoog), de ingevoegde teksten zijn gemarkeerd met een wat kleinere initiaal (5 of 6 regels hoog, voor de Torec echter 7 regels). De verdere geleding is verschillend. De Lanceloet kent lombarden van 2 tot 6 regels hoog (dit verdient nader onderzoek). In de Queeste en in Arturs doet komen lombarden voor van 4, 5 of 6 regels hoog. De ingevoegde romans bevatten ofwel lombarden van 4 of 5 regels hoog (Moriaen, Walewein ende Keye), ofwel van 5 of 6 regels hoog (Wrake van Ragisel, Lanceloet en het hert met de witte voet, Torec). Alleen de Perchevael kent lombarden van 4 tot 7 regels hoogte. De Ridder metter mouwen is uitsluitend onderverdeeld met behulp van lombarden van 4 regels hoog. Paragraaftekens geven eveneens het begin aan van episoden of kleinere onderdelen van het verhaal aan (ze zijn enigszins te vergelijken met onze alinea's). Opschriften zijn niet in de tekstkolommen aangebracht maar - in de gewone schrijfinkt - in de marges bijgeschreven. Meestal zijn de opschriften met rood geaccentueerd. Op het laatste blad van het boek is een notitie geschreven in rode inkt (zie Lodewijk van Velthem en zijn rol bij de productie van tekst en tekstdrager).

De versiering van de initialen, de andere structurerende letters en de paragraaftekens beperkt zich tot het gebruik van de kleuren rood en/of blauw: voor deze letters en voor de paragraaftekens, voor het contrasterende penwerk bij de initialen en voor de sierlijst bij de initiaal aan het begin van Arturs doet (fol. 201r). Opnieuw is het gedeelte met de Ridder metter mouwen (fol. 167r-177v) opmerkelijk: de initiaal van 6 regels hoog en de lombarden van steeds 4 regels hoog zijn alleen in rood uitgevoerd en hebben geen versiering. In het hart van de initiaal (fol. 167r) heeft een ongeoefende hand later wat penwerk toegevoegd.

De band dateert volgens deskundigen van omstreeks 1755-1760 en is vervaardigd in de 'eerste stadhouderlijke binderij', vermoedelijk in opdracht van prinses Anna van Hannover, de echtgenote van stadhouder Willem IV. De vraag is nu voor wie oldit boek met spannende ridderverhalen opnieuw werd ingebonden, haar man of hun zoon? Op voor- en achterplat bevindt zich immers het stadhouderlijke wapen met rondom de versierselen van de Orde van de Kousenband en zowel Willem IV (sinds 1733) als Willem V (sinds 1752, hij was toen vier jaar oud) waren in deze Orde opgenomen. Omdat de vader in 1751 was overleden, komt de zoon gelet op de datering van de band het meest in aanmerking (zie ook de Geschiedenis van het handschrift).

Noot

  • Veel van de gegevens in deze beknopte beschrijving zijn ontleend aan de uitvoerige en gedetailleerde beschrijving van Jan Willem Klein, opgenomen in Bart Besamusca en Ada Postma, 'Lanceloet'. De Middelnederlandse vertaling van de 'Lancelot en prose' overgeleverd in de 'Lancelotcompilatie'. Pars 1 (vs. 1-5530, voorafgegaan door de verzen van het Brusselse fragment). Met een verantwoording van de editie door W.P. Gerritsen en een beschrijving van de handschriften door Jan Willem Klein. Hilversum 1997. Middelnederlandse Lancelotromans IV, pp. 51-110.

Volgende pagina

Kopiist B. Detail van folio 158v.

Kopiist B. Detail van folio 158v.

Kopiist C. Detail van folio 58r.

Kopiist C. Detail van folio 58r.

Kopiist D. Detail van folio 80r.

Kopiist D. Detail van folio 80r.

Kopiist E. Detail van folio 89r.

Kopiist E. Detail van folio 89r.

Slechte kwaliteit perkament. Detail van folio 19v.

Slechte kwaliteit perkament. Detail vanfolio 19v.

Kopiist A. Detail van folio 45r.

Kopiist A. Detail van folio 45r.

Littera textualis. Detail van folio 57r.

Littera textualis. Detail van folio 57r.

Abbreviaturen voor de voegwoorden ende en daer. Detail van folio 158v.

Abbreviaturen voor de voegwoorden 'ende' en 'daer'. Detail van folio 158v.

Initiaal. Detail van folio 216v.

Initiaal. Detail van folio 216v.