Compilatie, compilator en 'corrector'

De compilatie

Onderzoek heeft geleerd dat de compilator gebruik heeft gemaakt van reeds bestaande Middelnederlandse teksten en dat de wijze waarop hij de zeven romans in de compilatie heeft opgenomen, heel bijzonder is. De teksten zijn niet eenvoudigweg tussengevoegd. De compilator heeft de bestaande romans verkort en aangepast met de bedoeling één nieuw geheel te smeden. Teksten zijn op compositorisch weloverwogen plaatsen ingevoegd en door middel van verbindende teksten of lassen met elkaar verbonden. Een voorbeeld dat op zorgvuldige compositie wijst, is dat de twee verhalen waarin Perceval een hoofdrol vervult vóór de Queeste van den Grale zijn ingevoegd omdat deze held in de Queeste overlijdt. Voor het invoegen van de romans ging de compilator op verschillende manieren te werk. Hij voegde korte of langere episoden in en maakte overgangspassages om de teksten met elkaar te verstrengelen. Daarnaast bracht hij verwijzingen aan naar eerder vertelde verhalen of naar wat nog komen ging.

Een bijzonder probleem voor de compilator was dat enkele van de ingevoegde Arturteksten, vooral werken in de stijl van Chrétien de Troyes (zoals de Perchevael en de Moriaen) sterk van karakter verschillen met de Arturverhalen in de traditie van de Lanceloet-Queeste-Arturs doet. Meer dan eens heeft de compilator – en met hem ook kopiist B – kunstgrepen moeten toepassen om van de compilatie een min of meer coherent geheel te maken.

De compilator

Omdat de maker van dit complex van Arturteksten gebruik gemaakt heeft van reeds bestaande Middelnederlandse teksten, wordt vanuit een modern onderzoeksstandpunt terecht gesproken van een compilatie en wordt de maker aangeduid als compilator en niet als auteur. Het resultaat van zijn keuzes en de manier waarop hij deze tien teksten tot een geheel nieuwe eenheid heeft samengesmeed, zouden overigens rechtvaardigen om te spreken van een nieuw, uniek literair werk waarvan de maker het verdient om auteur genoemd te worden. Vanuit middeleeuws perspectief is hier feitelijk weinig of geen verschil tussen een auteur en een compilator. Middeleeuwse auteurs maakten wel vaker vrijelijk en niet zelden woordelijk gebruik van het werk van voorgangers en tijdgenoten (zelfs op een wijze die tegenwoordig wellicht als plagiaat zou worden bestempeld). In deze toelichtingen worden de gangbare aanduidingen van compilatie en compilator gebruikt.

Over de identiteit van de compilator is en wordt veel gespeculeerd. Net zoals van vele andere Middelnederlandse auteurs is zijn naam niet bekend. Ook van de teksten die de compilator in zijn compilatie heeft opgenomen, kennen we de namen van de auteurs niet, de Torec wellicht uitgezonderd. Op het laatste blad van het handschrift, aan het slot van de compilatie, schreef kopiist B de volgende notitie: ‘Hier indet boec van lancelote dat heren lodewijcs es van velthem’. Die notitie laat verschillende conclusies en interpretaties toe. In de eerste plaats kunnen we vaststellen dat de aanduiding ‘boec van lancelote’ verwijst naar het geheel van de voorafgaande inhoud en daarvan dus de titel is: dat is de reden waarom het werk de Lancelotcompilatie wordt genoemd. Onduidelijk is verder of de genoemde Lodewijk van Velthem beschouwd mag worden als de auteur van dit werk of dat hij ‘slechts’ de eigenaar was van het handschrift (zie Lodewijk van Velthem en zijn rol bij de productie van tekst en tekstdrager).

De 'corrector'

Behalve de kernteksten en de ingevoegde teksten bevat de compilatie nog een ander bijzonder tekstbestanddeel. In bepaalde delen van de compilatie heeft iemand tussen de regels en in de marges voor en na de verzen allerlei notities toegevoegd. Voor een deel gaat het om verbeteringen van foutjes van de kopiisten en om aanpassingen van typisch Vlaamse woorden en uitdrukkingen naar woorden en formuleringen die in Brabant gebruikelijker waren. Om die redenen wordt deze persoon meestal aangeduid als de ‘corrector’. Daarnaast zijn er wijzigingen die om een andere reden moeten zijn aangebracht, zodat de aanduiding ‘corrector’ niet in alle opzichten toepasselijk is (zie De status van de ingrepen van de ‘corrector’. Oorspronkelijk was de tekst van de compilatie verdeeld over twee banden. Daarvan is het eerste deel verloren gegaan, het Haagse handschrift vormde deel 2. De vraag of de ‘corrector’ ook in het eerste deel actief geweest is, kan uiteraard niet beantwoord worden. Voor het antwoord op de vraag naar de identiteit van de ‘corrector’ zie ‘Lodewijk van Velthem en zijn mogelijke rol bij de productie van tekst en tekstdrager’.

Volgende pagina

Hier indet boec van lancelote dat heren lodewijcs es van velthem. Detail van folio 238r.

'Hier indet boec van lancelote dat heren lodewijcs es van velthem'. Detail van folio 238r.