Lodewijk van Velthem en zijn mogelijke rol bij de productie van tekst en tekstdrager

Op het laatste blad van het handschrift, na het slot van de tekst, schreef kopiist B de volgende notitie: ‘Hier indet boec van lancelote dat heren lodewijcs es van velthem’. Men neemt aan dat hier verwezen wordt naar de Brabantse auteur Lodewijk van Velthem, die zijn toenaam dankt aan het Brabantse dorp Velthem bij Leuven, waar hij als priester (‘heer’) werkzaam was vanaf 1312. Deze Lodewijk werd mogelijk rond 1270 geboren en stierf vermoedelijk kort na 1326. Voor zover bekend begon hij zijn carrière als schrijver in 1315-1316 door de Vierde Partie van de Spiegel historiael te voltooien, een vertaling en bewerking door de dertiende-eeuwse dichter Jacob van Maerlant van een Latijnse wereldkroniek die bij de schepping van de wereld begint en doorloopt tot 1250. Aansluitend schreef Velthem een zelf ontworpen Vijfde Partie om Maerlants wereldgeschiedenis van 1250 door te zetten tot zijn eigen tijd, 1317. Zeker is dat hij in 1326/1327 de Oudfranse Suite-Vulgate du Merlin in het Middelnederlands vertaalde: de Merlijn-continuatie. Ook daarmee trad hij in de voetsporen van Jacob van Maerlant, die de Robert de Borons Joseph d'Arimathie of Estoire dou Graal en de Borons Merlin had vertaald en bewerkt: de Historie van den Grale en het Boek van Merline. Het mag niet worden uitgesloten dat Velthem deze dubbelroman van Jacob van Maerlant enigszins bewerkt en/of ingekort heeft. Van een zelfstandige handschriftelijke overlevering van deze dubbelroman ontbreekt immers elk spoor, deze twee Arturromans van Maerlant zijn alleen overgeleverd in een handschriftelijke samenhang met Velthems Merlijn-continuatie.

Ondanks deze rijke informatie over de persoon Lodewijk van Velthem blijft de betekenis van de notitie in het Haagse handschrift met de* Lancelotcompilatie onduidelijk of tenminste dubbelzinnig: ‘Hier eindigt het boek over Lanceloet dat van Heer Lodewijk is’. Het woord ‘boec’ kan zowel verwijzen naar de tekst, het verhaal over *Lanceloet, alsook naar het materiële boek met dat verhaal. Ook het woord ‘is’ kan op verschillende manieren begrepen worden. Bedoeld kan zijn dat de tekst ‘geschreven is’ door Lodewijk, waarbij ‘geschreven’ nog ruimte laat voor twee interpretaties: Lodewijk was de kopiist van het handschrift dan wel de auteur van de compilatie (daarmee is hij de compilator). Een geheel andere interpretatie is dat Lodewijk niet met de tekst in verband moet worden gebracht maar alleen met het boek, dat dan wordt aangeduid als het eigendom van Lodewijk. Over deze verschillende mogelijkheden is heel veel geschreven.

Langzaam maar zeker groeit de consensus dat Velthem inderdaad de auteur was die de compilatie heeft samengesteld en daarvoor de reeds bestaande teksten bewerkte en inkortte. Denkbaar is dat hij zijn Merlijn-continuatie *speciaal geschreven heeft met het oog op invoeging in de compilatie, bijvoorbeeld in aansluiting op zijn bewerking van Maerlants dubbelroman (van al deze teksten wordt verondersteld dat zij mogelijk behoorden tot de inhoud van het niet-overgeleverde eerste deel van de set handschriften met de Lancelotcompilatie). Ook de bewerking van Maerlants Historie van den Grale en het *Boek van Merline zou dan misschien speciaal voor de Lancelotcompilatie kunnen zijn gedaan.

Indien de compilator en Velthem één en dezelfde persoon waren, dan gaf Velthem ongetwijfeld instructies voor de productie van het handschrift aan kopiist B. Deze kopiist gaf het handschrift met de Lancelotcompilatie stap voor stap vorm, in gelijke tred met de genese van de compilatie. Als we kijken naar verschillende aspecten van het Haagse handschrift (zie de paragrafen ‘De status van de compilatie’, ‘De datering en lokalisering van de compilatie’ en ‘De status van het handschrift’), dan vormt de interpretatie dat Velthem de compilator was geen enkele belemmering voor de aanvullende interpretatie dat hij tevens de eigenaar was van het Haagse handschrift.

Blijft over de vraag wie de ‘corrector’ was (zie de paragrafen ‘De ‘corrector’’ en ‘De status van de ingrepen van de ‘corrector’’). Als Velthem (ook) de eigenaar was van het handschrift, dan is het heel goed mogelijk dat hij in zijn eigen boek notities aanbracht. En als hij (tevens) de compilator was dan is het niet vreemd dat hij als dichter experimenteerde met de vorm van zijn eigen tekst in zijn eigen exemplaar daarvan.

Volgende pagina

Hier indet boec van lancelote dat heren lodewijcs es van velthem. Detail van folio 238r.

'Hier indet boec van lancelote dat heren lodewijcs es van velthem'. Detail van folio 238r.