Selectieve bibliografie

Algemeen

  • Bart Besamusca, The book of Lancelot. The Middle Dutch Lancelot Compilation and the medieval tradition of narrative cycles. Translated by Thea Summerfield. Cambridge 2003. Arthurian Studies 53, p. 9-11
  • .Bart Besamusca en Frank Brandsma (Red.), De ongevalliche Lanceloet. Studies over de Lancelotcompilatie. Hilversum 1992. Middeleeuwse Studies en Bronnen XXVIII.
  • Bart Besamusca, Walewein, Moriaen en de Ridder metter mouwen. Intertekstualiteit in drie Middelnederlandse Arturromans. Hilversum 1993. Middeleeuwse Studies en Bronnen XXXIX.
  • Een overzicht van Artur-teksten en -handschriften in Nederland biedt M. Meuwese (Red.) King Netherlands. Tentoonstellingsctalogus Bibliotheca Philosophica Hermetica. Amsterdam 2005.

Chronologisch overzicht

  • J. te Winkel, Jacob van Maerlants Roman van Torec. Opnieuw naar het handschrift uitgegeven en van eene inleiding en woordenlijst voorzien. Leiden 1875.
  • J. te Winkel, Roman van Moriaen. Op nieuw naar het handschrift uitgegeven en van eene inleiding en woordenlijst voorzien. Groningen 1878. Bibliotheek van Middelnederlandsche Letterkunde.
  • J. van Vloten, Jacob van Maerlants Merlijn, naar het eenig bekende Steinforter Handschrift uitgegeven. Leiden 1880.
  • J. te Winkel, ‘De Perchevael en het Haagsche Lancelothandschrift’, in Tijdschrift voor Nederlandsche taal- en letterkunde 10 (1891), p. 161-174 [Ook verschenen in Arturistiek in artikelen. Een bundel fotomechanisch herdrukte studies over Middelnederlandse Arturromans. Met een bibliografie van de Middelnederlandse Arturistiek sinds 1945. Samengesteld door F.P. van Oostrom. Utrecht 1978, p. 223-174].
  • B.M. van der Stempel, Roman van den Riddere metter Mouwen. Opnieuw naar het hs. uitgegeven en van een inleiding en glossarium voorzien. Leiden [1914]. Bibliotheek van Middelnederlandsche Letterkunde.
  • Maartje Draak, Lanceloet en het hert met de witte voet. Tekstuitgave met inleiding en woordverklaring. Zwolle 1953. Zwolse drukken en herdrukken 6 [Voor deze website is gebruikgemaakt van Draak 1971].
  • M. Draak, ‘De Middelnederlandse vertalingen van de Proza-Lancelot’, in Mededelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, afd. Letterkunde, nieuwe reeks 17 (1954), p. 193-242.
  • G.I. Lieftinck, ‘‘Methodologische’ en paleographische opmerkingen naar aanleiding van een hert met een wit voetje’, in *Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde *72 (1954), p. 1-17.
  • W.P. Gerritsen, Die wrake van Ragisel. Onderzoekingen over de Middelnederlandse bewerkingen van de Vengeance Raguidel, gevolgd door een uitgave van de Wrake-teksten. 2 dln., Assen 1963. Neerlandica Traiectina XIII.
  • G.I. Lieftinck, ‘Pleidooi voor de philologie in de oude en eerbiedwaardige ruime betekenis van het woord’, in Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 81 (1965), p. 58-84 [Ook verschenen in Arturistiek in artikelen. Een bundel fotomechanisch herdrukte studies over Middelnederlandse Arturromans. Met een bibliografie van de Middelnederlandse Arturistiek sinds 1945. Samengesteld door F.P. van Oostrom. Utrecht 1978, p. 49-75].
  • J. Deschamps, ‘Een fragment van de onverkorte versie van Die riddere metter mouwen’, in Liber alumnorum E. Rombauts. Leuven 1968. Universiteit te Leuven. Werken op het gebied van de geschiedenis en de filologie. 5e Reeks 5, p. 61-78.
  • H. Paardekooper-van Buuren, ‘Betrekkingen tussen de Middelnederlandse Moriaen en de Parzival van Wolfram von Eschenbach’, in De nieuwe taalgids 62 (1969), p. 345-367.
  • W.P. Gerritsen, ‘L’épisode de la guerre contre les Romains dans La mort Artu néerlandaise’, in Mélanges de langue et de littérature du Moyen Age et de la Renaissance offerts à Jean Frappier. 2 dln. Genève 1970. Publications romaines et françaises 112, dl. 1, p. 337-349 [Ook verschenen in Arturistiek in artikelen. Een bundel fotomechanisch herdrukte studies over Middelnederlandse Arturromans. Met een bibliografie van de Middelnederlandse Arturistiek sinds 1945. Samengesteld door F.P. van Oostrom. Utrecht 1978, p. 359-371].
  • Maartje Draak, Lanceloet en het hert met de witte voet. Tekstuitgave met inleiding en woordverklaring. Culemborg 1971. Zwolse drukken en herdrukken 6 [Zie Draak 1953].
  • R. Hamburger, ‘Nog meer aanwijzingen voor de bekorting van Lanceloet en het Hert met de Witte Voet?’, in De nieuwe taalgids 64 (1971), p. 482-485 [Ook verschenen in Arturistiek in artikelen. Een bundel fotomechanisch herdrukte studies over Middelnederlandse Arturromans. Met een bibliografie van de Middelnederlandse Arturistiek sinds 1945. Samengesteld door F.P. van Oostrom. Utrecht 1978, p. 333-336].
  • H. Paardekooper-van Buuren en M. Gysseling, Moriaen. Opnieuw uitgegeven en geannoteerd. Zutphen [1971]. Klassiek Letterkundig Pantheon 183.
  • D.A. Wells, ‘Source and tradition in the Moriaen’, in European context. Studies in the history and literature of the Netherlands presented to T. Weevers. Ed. by P.F. King and P.F. Vincent. Cambridge 1971. Publications of the Modern Humanities Research Association 4, p. 30-51 [Ook verschenen in *Arturistiek in artikelen. Een bundel fotomechanisch herdrukte studies over Middelnederlandse Arturromans. *Met een bibliografie van de Middelnederlandse Arturistiek sinds 1945. Samengesteld door F.P. van Oostrom. Utrecht 1978, p. 237-258].
  • M.J.M. de Haan, ‘Het bediet van Moriane’, in Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 88 (1972), p. 200-215 [Ook verschenen in *Arturistiek in artikelen. Een bundel fotomechanisch herdrukte studies over Middelnederlandse Arturromans. Met een bibliografie van de Middelnederlandse Arturistiek sinds 1945. *Samengesteld door F.P. van Oostrom. Utrecht 1978, p. 259-274].
  • J. Deschamps, *Middelnederlandse handschriften uit Europese en Amerikaanse bibliotheken. Tentoonstelling ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis. *Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 24 okt.-24 dec. 1970 [repr. Leiden 1972], no. 11b, p. 47-50.
  • M.J.M. de Haan, ‘Een filologische vaderschapstest’, in De nieuwe taalgids 66 (1973), p. 110-115.
  • A.M.J. van Buuren, ‘Een Moriaen-fragment geïdentificeerd’, in De nieuwe taalgids 67 (1974) 1, p. 41-46.
  • M. Joye, ‘De middelnederlandse graalromans: overzicht en enkele vaststellingen’, in Leuvense bijdragen *63 (1974), p. 151-164 [Ook verschenen in *Arturistiek in artikelen. Een bundel fotomechanisch herdrukte studies over Middelnederlandse Arturromans. Met een bibliografie van de Middelnederlandse Arturistiek sinds 1945. Samengesteld door F.P. van Oostrom. Utrecht 1978, p. 209-222].
  • C.W. de Kruyter, Die Riddere metter mouwen. Ms. The Hague, Royal library 129 A 10 fol. 167-177v and the fragment Brussels, Royal Library IV 818. With an introduction. Leiden 1975. A series of facsimiles of Middle Dutch manuscripts ed. by M.J.M. de Haan 3.
  • J. Tersteeg, ‘Op zoek naar een wit voetje. Bijdrage tot een interpretatie van Lancelot en het hert met de witte voet. I, tekst en handschrift’, in LEKR [Letterkundige Krant [van de] afdeling Nederlands RU Groningen] 1 (1975-1976) 2: p. 15-23, 4: p. 17-26; 2 (1976-1977) 2: p. 1-8.
  • M. Draak, Oude en nieuwe Lancelot-problemen, en de noodzakelijkheid van lezen. Amsterdam 1976. Mededelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Afd. Letterkunde, Nieuwe reeks, deel 39, no. 8.
  • M. Draak, ‘The workshop behind the Middle Dutch Lancelot Manuscript The Hague K.B. 129 A 10’, in J.P. Gumbert and M.J.M. de Haan (eds), Neerlandica manuscripta. Amsterdam 1976. Litterae textuales, Essays presented to G.I. Lieftinck 3, p. 18-38.
  • W.P. Gerritsen, ‘Corrections and indications for oral delivery in the Middle Dutch Lancelot manuscript The Hague K.B. 129 A 10’, in J.P. Gumbert and M.J.M. de Haan (eds), Neerlandica manuscripta. Amsterdam 1976. Litterae textuales, Essays presented to G.I. Lieftinck 3, p. 39-59.
  • J. Hogenhout, De geschiedenis van Torec en Miraude. Een onderzoek naar de oorsprong en ontwikkeling van een Arthurroman. Leiden 1976.
  • Arturistiek in artikelen. Een bundel fotomechanisch herdrukte studies over Middelnederlandse Arturromans. Met een bibliografie van de Middelnederlandse Arturistiek sinds 1945. Samengesteld door F.P. van Oostrom. Utrecht 1978
  • W.P. Gerritsen, O.S.H. Lie & F.P. van Oostrom, ‘Le Lancelot en prose et ses traductions moyen-néerlandaises’, in Langue et littérature françaises du Moyen Age. *Études réunies par R.E.V. Stuip. Assen 1978, p. 39-49 [Ook verschenen in *Arturistiek in artikelen. Een bundel fotomechanisch herdrukte studies over Middelnederlandse Arturromans. Met een bibliografie van de Middelnederlandse Arturistiek sinds 1945. Samengesteld door F.P. van Oostrom. Utrecht 1978, p. 137-147].
  • M. & J. Hogenhout,* Torec. Een tekstuitgave naar het handschrift met een inleiding. *Abcoude 1978.
  • F.P. van Oostrom, ‘Origineel, vertaling, bewerking. Een gevecht in Lancelot en prose, Lancelotcompilatie en Lantsloot vander Haghedochte’, in *De nieuwe taalgids *72 (1979), p. 322-334.
  • F.P. van Oostrom, ‘De oorspronkelijkheid van de Torec, of: de vrije val van een detail door de Nederlandse literatuurgeschiedenis’, in *Spiegel der letteren *21 (1979), p. 197-201.
  • W. Kuiper, ‘Lombarden, paragraaf- en semiparagraaftekens in Middelnederlandse epische teksten’, in *Spektator. Tijdschrift voor neerlandistiek *10 (1980), p. 50-85.
  • T. Sodmann, Jacob van Maerlant, Historie vanden Grale und Boek van Merline. Nach der Steinfurter Handschrift herausgegeben. Köln, Wien 1980. Niederdeutsche Studien 26.
  • B. Besamusca & H. Kienhorst, ‘Een onbekend fragment van de Middelnederlandse vertaling van La Queste del Saint Graal’, in *De nieuwe taalgids *76 (1983), p. 496-500.
  • *Hoe Artur sinen inde nam. Studie over de Middelnederlandse ridderroman *Arturs doet. Door een werkgroep van Groninger neerlandici. Tweede druk, Groningen 1983.
  • *Roman van den Riddere metter mouwen. Opnieuw naar de bewaarde bronnen uitgegeven. *Met letterkundige inleiding door M.J.M. de Haan en L. Jongen, en annotaties en emendaties door B.C. Damsteegt en M.J. van der Wal. Met medewerking van Annemarie Meesen. Utrecht 1983. Publikaties van de [Leidse] Vakgroep Nederlandse Taal- en Letterkunde 11.
  • B. Besamusca, ‘De verzen van de corrector in handschrift ’s-Gravenhage, KB, 129 A 10 (De Lancelot-compilatie)’, in *Spiegel der letteren *26 (1984), p. 83-88.
  • B. Besamusca, ‘Boekbeoordelingen: Roman van den riddere metter mouwen. Opnieuw naar de bewaarde bronnen uitgegeven. Met letterkundige inleiding door M.J.M. de Haan en L. Jongen en annotaties en emendaties door B.C. Damsteegt en M.J. van der Wal. Met medewerking van A. Meesen. Utrecht 1983’, in *De nieuwe taalgids *77 (1984), p. 247-248.
  • M. Hogenhout-Mulder, *Proeven van tekstcritiek. Een onderzoek betreffende de tekstgeschiedenis van de Renout van Montalbaen en de Perceval. *Groningen 1984.
  • B. Besamusca, ‘Maerlants Boek van Merline, Velthems Merlijn-continuatie en de Historie van Merlijn’, in *Bzzletin *13 (1985) 124, p. 37-42.
  • B. Besamusca, ‘Middeleeuwse Artur-romans: overlevering in handschriften, fragmenten en een oude druk’, in Bzzlletin 13 (1985) 124, p. 20-25.
  • B. Besamusca, *Repertorium van de Middelnederlandse Arturepiek. Een beknopte beschrijving van de handschriftelijke en gedrukte overlevering. *Utrecht 1985.
  • M. Draak, ‘Enkele raadsels opgelost van ‘fo. 99’ in de Lancelotcompilatie (’s-Gravenhage, KB, 129 A 10)’, in *Tussentijds. Bundel studies aangeboden aan W.P. Gerritsen ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag. *Onder redactie van A.M.J. van Buuren e.a. Utrecht 1985. Utrechtse bijdragen tot de mediëvistiek 5, p. 71-81, 335.
  • M. Hogenhout-Mulder, ‘Torec: van sprookjesprins tot Arturridder’, in *Bzzletin *13 (1985) 124, p. 69-72.
  • J.D. Janssens. *Koning Artur in de Nederlanden. Middelnederlandse Artur- en Graalromans, ingeleid en geannoteerd. *Utrecht 1985.
  • A. Meesen, ‘Miraudijs, de ridder met de mouw. De carrière van een vondeling’, in *Bzzletin *13 (1985) 124, p. 64-68.
  • R.D.H. Stufkens, ‘Perchevael: de rode ridder’, in *Bzzletin *13 (1985) 124, p. 58-63.
  • L. Verhoeff, ‘De ondergang van de beschaving’, in *Bzzletin *13 (1985) 124, p. 73-79.
  • J.P. Bruggink, P.J.J. van Geest [e.a.],* Roman van Lancelot.* Amsterdam 1986. Griffioen.
  • F. van den Dungen, ‘Hoe Walewein sinen inde nam. Restauratie (van de geloofwaardigheid) van de Lancelot-compilatie’, in *De nieuwe taalgids *79 (1986), p. 238-255.
  • H. Joye, ‘Het colofon van de Lancelot-compilatie, in *Leuvense bijdragen *75 (1986), p. 185-201.
  • H. Kienhorst & H. Mulder, ‘Copiisten van Middelnederlandse literaire handschriften’, in Dokumentaal 15 (1986) 3, p. 93-95.
  • *Arturus rex. Volumen I: Catalogus. Koning Artur en de Nederlanden. La matière de Bretagne et les anciens Pays-Bas. *Ed. W. Verbeke e.a. Tentoonstellingscatalogus Stedelijk Museum. Leuven 1987. Volumen II: Acta conventus Lovaniensis 1987. Ed. W. van Hoecke e.a. Leiden 1991. Mediaevalia Lovaniensia, series I / studia 16-17.
  • Jos A.A.M. Biemans, ‘[Bespreking van:] Bart Besamusca, Repertorium van de Middelnederlandse Arturepiek. Een beknopte beschrijving van de handschriftelijke en gedrukte overlevering. Utrecht 1985’, in *De nieuwe taalgids *81 (1988), p. 554-558.
  • H. Kienhorst, *De handschriften van de Middelnederlandse ridderepiek, een codicologische beschrijving. *2 dln. Deventer 1988. Deventer Studiën 9.
  • B. Besamusca, ‘Het Lancelotproject als voorbeeld van de uitgave van een editiereeks’, in *De studie van de Middelnederlandse letterkunde: stand en toekomst. Symposium Antwerpen 22-24 september 1988. *Onder redactie van F.P. van Oostrom en F. Willaert. Hilversum 1989. Middeleeuwse Studies en Bronnen 14, p. 31-42.
  • J.D. Janssens, ‘De Middelnederlandse, ‘niet-historische’ Arturroman. Vertaling of oorspronkelijke schepping?’, in De studie van de Middelnederlandse letterkunde: stand en toekomst. Symposium Antwerpen 22-24 september 1988. Onder redactie van F.P. van Oostrom en F. Willaert. Hilversum 1989. Middeleeuwse Studies en Bronnen 14, p. 121-132.
  • W. Kossen, ‘Moriaen en de graalheld’, in *‘In onse scole’. Opstellen over Middeleeuwse letterkunde voor M.H. Schenkeveld. *Onder redactie van F. de Bree en R. Zemel. Amsterdam 1989, p. 95-108.
  • S. Smith, ‘Van koning tot kroonprins. Over de structuur van de Roman van den riddere metter mouwen’, in *‘In onse scole’. Opstellen over Middeleeuwse letterkunde voor M.H. Schenkeveld. *Onder redactie van F. de Bree en R. Zemel. Amsterdam 1989, p. 109-141.
  • J.W. Klein, ‘Codicologie en de Lancelot-compilatie: de invoeging van de Perchevael en de Moriaen’, in *De nieuwe taalgids *83 (1990), p. 526-539.
  • B. Besamusca, ‘The influence of the Lancelot en prose on the Middle Dutch Moriaen’, in Arturus rex. Volumen II. Acta conventus Lovaniensis 1987. Ed. W. Van Hoecke e.a. Leuven 1991. Mediaevalia Lovaniensia, series I/studia 17, p. 352-360.
  • F. Brandsma, ‘Interlace and the implied audience of the Préparation à la Queste’, in Arturus rex. Volumen II. Acta conventus Lovaniensis 1987. Ed. W. Van Hoecke e.a. Leuven 1991. Mediaevalia Lovaniensia, series I/studia 17, p. 269-277.
  • J. Koekman, ‘A guiding thread through the textual labyrinth of the Middle Dutch Lancelot en prose’, in Arturus rex. Volumen II. Actus conventus Lovaniensis 1987. Ed. W. van Hoecke e.a. Leuven 1991. Mediaevalia Lovaniensia, series I / studia 17, p. 361-366.
  • Bart Besamusca, ‘Het Lancelotproject als voorbeeld van de uitgave van een editiereeks’, in F.P. van Oostrom and F. Willaert (Red.), De studie van de Middelnederlandse letterkunde: stand en toekomst. Symposium Antwerpen 22-24 september 1988. Hilversum 1989. Middeleeuwse Studies en Bronnen 14, p. 35-37.
  • Bart Besamusca, ‘Lanceloet’. De Middelnederlandse vertaling van de ‘Lancelot en prose’ overgeleverd in de ‘Lancelotcompilatie’. Pars 2 (vs. 5531-10740). Met een inleidende studie over de vertaaltechniek. Assen, Maastricht 1991. Middelnederlandse Lancelotromans V.
  • S. Smith, ‘Dat begin vanden Riddere metter Mouwen’, in Voortgang, jaarboek voor de Neerlandistiek 12 (1991), p. 151-179.
  • B. Besamusca & W.P. Gerritsen, ‘De studie van de Lancelotcompilatie’, in De ongevalliche Lanceloet. Studies over de Lancelotcompilatie. Onder redactie van B. Besamusca en F. Brandsma. Hilversum 1992. Middeleeuwse Studies en Bronnen 28, p. 9-20.
  • F. Brandsma, ‘‘Avonturen die te vertelne wardich sijn’. Agravein, Gurreës en Gaheret in de Lanceloet’, in De ongevalliche Lanceloet. Studies over de Lancelotcompilatie. Onder redactie van B. Besamusca en F. Brandsma. Hilversum 1992. Middeleeuwse Studies en Bronnen 28, p. 99-115.
  • Frank Brandsma, ‘Lanceloet’. *De Middelnederlandse vertaling van de ‘Lancelot en prose’ overgeleverd in de ‘Lancelotcompilatie’. Pars 3 (vs. 10741-16263). Met een inleidende studie over de entrelacement-vertelwijze. *Assen, Maastricht 1992. Middelnederlandse Lancelotromans VI.
  • W.P. Gerritsen, ‘A medieval text and its oral delivery’, in Talks on text. Papers read at the closing session of the NIAS theme group ‘Orality and Literacy’ on May 27th, 1992. Ed. by W.P. Gerritsen and C. Vellekoop. Wassenaar 1992, p. 72-81.
  • J.D. Janssens. ‘De ‘Vlaamse’ achtergronden van de Lancelotcompilatie. Wat onzekerheden op een rijtje: Vlaams, Brabants of Hollands?’, in *De ongevalliche Lanceloet. Studies over de Lancelotcompilatie. *Onder redactie van B. Besamusca en F. Brandsma. Hilversum 1992. Middeleeuwse Studies en Bronnen 28, p. 21-43.
  • Ludo Jongen, *Walewein, de neef van koning Arthur. *Amsterdam 1992. Griffioen.
  • E. Mantingh, ‘Lanceloet, Perchevael, Moriaen, en de spin Sebastiaan. Luisteren met tussenpozen?’, in De ongevalliche Lanceloet. Studies over de Lancelotcompilatie’. Onder redactie van B. Besamusca en F. Brandsma. Hilversum 1992. Middeleeuwse Studies en Bronnen 28, p. 44-75.
  • F.P. van Oostrom, *Aanvaard dit werk. Over Middelnederlandse auteurs en hun publiek. *Amsterdam 1992. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen 6.
  • S. Smith, ‘‘Der Minnen Cracht’. Over de thematiek van de Roman van den Riddere metter Mouwen’, in Voortgang, jaarboek voor de Neerlandistiek 13 (1922), p. 37-63.
  • R. Zemel, ‘‘Hoe Walewein Lanceloet bescudde ende enen camp vor hem vacht’. Over Lanceloet en het hert met de witte voet’, in De ongevalliche Lanceloet. Studies over de Lancelotcompilatie. Onder redactie van B. Besamusca en F. Brandsma. Hilversum 1992. Middeleeuwse Studies en Bronnen 28, p. 77-97.
  • B. Besamusca, ‘14 augustus 1316: Lodewijk van Velthem voltooit boek V/6 van de Spiegel historiael. De bekoring van het Artur-genre’, in Nederlandse literatuur, een geschiedenis. Hoofdred. M.A. Schenkeveld-Van der Dussen, red. T. Anbeek e.a. Groningen 1993, p. 47-52.
  • H. Brinkman, ‘The composition of a fifteenth-century aristocratic library in Breda: the books of John IV of Nassau and Mary van Loon’, in* Quaerendo *23 (1993), p. 162-183.
  • *The seventeenth-century Orange-Nassau library. The catalogue compiled by Anthonie Smets in 1686, the 1749 auction catalogue, and other contemporary sources. *Ed. with introduction and notes by A.D. Renting and J.T.C. Renting-Kuijpers. With notes on the manuscripts by A.S. Korteweg. Utrecht 1993.
  • G. Croenen & J.D. Janssens, ‘Een nieuw licht op de Lancelotcompilatie? De betekenis van het pas gevonden fragmentje van Arturs Doet’, in Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 1 (1994), p. 3-11, 108-125.
  • Honderd hoogtepunten uit de Koninklijke Bibliotheek / A hundred highlights from the Koninklijke Bibliotheek. Onder redactie van W. van Drimmelen, A. Leerintveld, Th. Vermeulen & C. de Wolf. Zwolle 1994.
  • D. Hogenelst & F.P. van Oostrom, Handgeschreven wereld. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen. Amsterdam 1995.
  • J.W. Klein, ‘‘Het getal zijner jaren is onnaspeurlijk’. Een herijking van de dateringen van de handschriften en fragmenten met Middelnederlandse ridderepiek’, in *Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde *111 (1995), p. 1-23.
  • J.W. Klein, ‘(Middelnederlandse) handschriften: produktieomstandigheden, soorten, functies’, in* Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden *2 (1995), p. 1-30.
  • F. Brandsma, ‘Opening up the narrative. The insertion of new episodes in Arthurian Cycles’, in *Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden *2 (1995), p. 31-39.
  • Jos A.A.M. Biemans, ‘Arturs Doet op papier of perkament?’, in *Queeste. Tijdschrift over Middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden *2 (1995), p. 72-73.
  • W.P. Gerritsen, ‘Van oog tot oor. De Lancelotcompilatie als ‘voorleesboek’’, in *Nederlandse letterkunde *1 (1996), p. 45-56.
  • H. Kienhorst, ‘Middelnederlandse verzamelhandschriften als codicologisch object’, in *Middeleeuwse verzamelhandschriften uit de Nederlanden. Congres Nijmegen 14 oktober 1994. *Onder redactie van G. Sonnemans. Hilversum 1996. Middeleeuwse Studies en Bronnen 51, p. 39-60.
  • P. Obbema, *De middeleeuwen in handen. Over de boekcultuur in de late middeleeuwen. *Hilversum 1996.
  • Roel Zemel, ‘Pertceval en geen einde’, in Voortgang, jaarboek voor de Neerlandistiek 16 (1996), p. 7-26.
  • Bart Besamusca en Ada Postma, *‘Lanceloet’. De Middelnederlandse vertaling van de ‘Lancelot en prose’ overgeleverd in de ‘Lancelotcompilatie’. Pars 1 (vs. 1-5530, voorafgegaan door de verzen van het Brusselse fragment). *Met een verantwoording van de editie door W.P. Gerritsen en een beschrijving van de handschriften door Jan Willem Klein. Hilversum 1997. Middelnederlandse Lancelotromans IV.
  • Jos A.A.M. Biemans, Onsen Speghele Ystoriale in Vlaemsche. Codicologisch onderzoek naar de overlevering van de Spiegel historiael van Jacob van Maerlant, Philip Utenbroeke en Lodewijk van Velthem, met een beschrijving van de handschriften en fragmenten. 2 dln. Leuven 1997. Schrift en schriftdragers in de Nederlanden in de Middeleeuwen II, 1-2.
  • J.W. Klein, ‘De status van de Lancelotcompilatie: handschrift, fragmenten en personen’, in Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 114 (1998), p. 105-124.
  • A.S. Korteweg, Boeken van Oranje-Nassau. De bibliotheek van de graven van Nassau en prinsen van Oranje in de vijftiende en zestiende eeuw. Tentoonstellingscatalogus Museum Meermanno Westreenianum / Koninklijke Bibliotheek. Den Haag 1998.
  • Ada Postma, ‘Lanceloet’. De Middelnederlandse vertaling van de ‘Lancelot en prose’ overgeleverd in de ‘Lancelotcompilatie’. Pars 4 (vs. 16264-26636). Hilversum 1998. Middelnederlandse Lancelotromans VII.
  • Bart Besamusca, ‘Inleiding: de Lancelotcompilatie’, in Jeesten van rouwen ende van feesten. Een bloemlezing uit de Lancelotcompilatie. Onder redactie van Bart Besamusca. Hilversum 1999. Middelnederlandse tekstedities 6, p. 7-24.
  • Jeesten van rouwen ende van feesten. Een bloemlezing uit de Lancelotcompilatie. Onder redactie van Bart Besamusca. Hilversum 1999. Middelnederlandse tekstedities 6.
  • W.P. Gerritsen, ‘Textgenese, Textbearbeitung zum mündlichen Vortrag und Wiedergabe in einer Edition. Überlegungen zur mittelniederländischen Lancelot-Handschrift Den Haag, K.B. 129 A 10’, in Editio. Internationales Jahrbuch für Editionswissenschaft 13 (1999), p. 53-65.
  • H. Kienhorst, ‘De Wrake van Ragisel-fragmenten. Lay-out en opkomst van het literaire handschrift in de dertiende eeuw’, in *Geschreven, gedrukt, gedigitaliseerd, elf eeuwen boekcultuur in de Lage Landen. Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis *6 (1999), p. 49-66.
  • Roel Zemel & Bart Besamusca, ‘Lanceloet en het hert met de witte voet’, in Jeesten van rouwen ende van feesten. Een bloemlezing uit de Lancelotcompilatie. Onder redactie van Bart Besamusca. Hilversum 1999. Middelnederlandse tekstedities 6, p. 181-210.
  • F. Brandsma, ‘A voice in the margin. The corrector of the Lancelotcompilation’, in King Arthur in the medieval Low Countries. Ed. by G.H.M. Claassens and D.F. Johnson. Leuven 2000. Mediaevalia Lovaniensia, series I / studia 28, p. 69-86.
  • B. Besamusca, ‘The damsel of Montesclare in the Middle Dutch Lancelot Compilation’, in King Arthur in the medieval Low Countries. Ed. by G.H.M. Claassens and D.F. Johnson. Leuven 2000. Mediaevalia Lovaniensia, series I / studia 28, p. 87-96.
  • G.H.M. Claassens, ‘Redressing the balance: on the Queeste vanden Grale’, in King Arthur in the medieval Low Countries. Ed. by G.H.M. Claassens and D.F. Johnson. Leuven 2000. Mediaevalia Lovaniensia, series I / studia 28, p. 135-150.
  • G.H.M. Claassens, ‘The narrator as a character in Lanceloet en het hert met de witte voet’, in King Arthur in the medieval Low Countries. Ed. by G.H.M. Claassens and D.F. Johnson. Leuven 2000. Mediaevalia Lovaniensia, series I / studia 28, p. 173-185.
  • G.H.M. Claassens & D.F. Johnson, ‘Arthurian literature in the medieval Low Countries. An introduction’, in King Arthur in the medieval Low Countries. Ed. by G.H.M. Claassens and D.F. Johnson. Leuven 2000. Medievalia Lovaniensia, series I / studia 28, p. 1-33.
  • M. Hogenbirk, ‘A perfect knight: Walewein in the Walewein ende Keye’, in King Arthur in the medieval Low Countries. Ed. by G.H.M. Claassens and D.F. Johnson. Leuven 2000. Mediaevalia Lovaniensia, series I / studia 28, p. 163-172.
  • N.J. Lacy, ‘Narration and textual grammar in Moriaen’, in King Arthur in the medieval Low Countries. Ed. by G.H.M. Claassens and D.F. Johnson. Leuven 2000. Mediaevalia Lovaniensia, series I / studia 28, p. 125-134.
  • S. Oppenhuis de Jong, ‘Agloval and the compiler: the variant story of Acglovael in the Lancelot Compilation’, in King Arthur in the medieval Low Countries. Ed. by G.H.M. Claassens and D.F. Johnson. Leuven 2000. Mediaevalia Lovaniensia, series I / studia 28, p. 113-124.
  • G. Pallemans,’Undoing the subversive: parody and the Wrake van Ragisel’, in King Arthur in the medieval Low Countries. Ed. by G.H.M. Claassens and D.F. Johnson. Leuven 2000. Mediaevalia Lovaniensia, series I / studia 28, p. 151-161.
  • F. Brandsma, ‘Gathering the narrative threads. The function of the court scenes in the narrative technique of interlace and in the insertion of new romances in the Lancelot Compilation’, in Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 7 (2000), p. 1-18.
  • Bart Besamusca, ‘Mütter und Söhne in zwei mittelniederländischen Perceval-Variationen: Moriaen und Ridder metter mouwen’, in M. Meyer & H.-J. Schiewer (Red.), Literarische Leben. Rollenentwürfe in der Literatur des Hoch- und Spätmittelalters. Festschrift für Volker Mertens zum 65. Geburtstag. Tübingen 2002, p. 19-31.
  • Bart Besamusca, ‘In quest of what’s on a woman’s mind. Gauvain as dwarf in the Middle Dutch Wrake van Ragisel’, in Neophilologus 87 (2003), p. 589-596.
  • Five interpolated romances from the Lancelot Compilation. Ed. by D.F. Johnson and G.H.M. Claassens with the assistance of K. De Bundel and G. Pallemans. [Cambridge 2003.] Arthurian Archives, Dutch Romances, Volume III.
  • S.I. Oppenhuis de Jong, De Middelnederlandse Perceval-traditie. Inleiding en editie van de bewaarde fragmenten van een Middelnederlandse vertaling van de Perceval of Conte du Graal van Chrétien de Troyes, en de Perchevael in de Lancelotcompilatie. Hilversum 2003. Middelnederlandse Lancelotromans IX.
  • Marjolein Hogenbirk, Avontuur en anti-avontuur. Een onderzoek naar Walewein ende Keye, een Arturroman uit de Lancelotcompilatie. With a summary in English. Amsterdam, Münster 2004. Uitgaven Stichting Neerlandistiek VU 42.
  • S. Smith, ‘Mouw – minne – maunch. Over het attribuut van de riddere metter mouwen’, in Voortgang, jaarboek voor de Neerlandistiek 22 (2004), p. 31-70.
  • Jos A.A.M. Biemans, ‘De ‘corrector’ in de Lancelotcodex’, in *Maar er is meer. Avontuurlijk lezen in de epiek van de Lage Landen, Studies voor Jozef D. Janssens. *Onder redactie van R. Sleiderink, V. Uyttersprot en B. Besamusca. Leuven, Amsterdam 2005, p. 358-375.
  • Jos A.A.M. Biemans, *Het begrijpen van de vorm. *Amsterdam 2005. Inaugurele rede Universiteit van Amsterdam.
  • K. De Bundel & G. Claassens, ‘Alle daventuren van logers. Over de samenstelling van de Lancelotcompilatie’, in *Maar er is meer. Avontuurlijk lezen in de epiek van de Lage Landen. Studies voor Jozef D. Janssens. *Onder redactie van R. Sleiderink, V. Uyttersprot en B. Besamusca. Leuven, Amsterdam 2005, p. 303-318.
  • M. Meuwese (Ed.), King Arthur in the Netherlands. Tentoonstellingsctalogus Bibliotheca Philosophica Hermetica. Amsterdam 2005.
  • S. Smith, ‘Eenzame Eglentine. Over een slapeloze vrouw’, in Die Riddere metter Mouwen’, in Ton van Strien & Roel Zemel (Red.), ‘Daer omme lachen die liede’. Opstellen over humor in literatuur en taal voor Fred de Bree. Amsterdam 2005, p. 23-30.
  • S. Smith, ‘Een martiale monnik. Over moniage, tenue en toernooi in Die Riddere metter Mouwen’, in *Voortgang, jaarboek voor de Neerlandistiek *23 (2005), p. 33-90.
  • U. Wuttke, ‘Ein Minneritter als Mönch? Eine Episode des mittelniederländischen Artusromans De Ridder metter Mouwen aus Sicht der Genderforschung’, in Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 12 (2005), p. 1-17.
  • S. Smith, ‘Een vermakelijk verhaal. Over humor in Die Riddere metter Mouwen’, in Voortgang, jaarboek voor de Neerlandistiek 25 (2007), p. 7-66.
  • W. Schrover, ‘Ontmoeting van twee werelden. Een nieuwe interpretatie van de intertekstuele relatie tussen de Conte du Graal en Die riddere metter mouwen’, in Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 15 (2008), p. 120-141.
  • S. Smith, ‘Ywein metten lybaerde. Over een curieuze episode in DieRiddere metter Mouwen’, in Voortgang, jaarboek voor de Neerlandistiek 26 (2008), p. 29-73.
  • B. Besamusca, R. Sleiderink & G. Warnar, ‘Lodewijk van Velthem. Ter inleiding’, in De boeken van Velthem. Auteur, oeuvre en overlevering. Onder redactie van B. Besamusca, R. Sleiderink en G. Warnar. Hilversum 2009. Middeleeuwse Studies en Bronnen 119, p. 7-30.
  • Jos A.A.M. Biemans, ‘No miniatures, not even decoration, yet extraordinarily fascinating. New hypotheses concerning the Lancelotcompilation and related manuscripts’, in Quaerendo 39 (2009), 3-4: Proceedings from the conference in honour of Anne S. Korteweg on the occasion of her retirement from the Koninklijke Bibliotheek, p. 225-256.
  • Jos A.A.M. Biemans, ‘Understanding form’, in Quaerendo 39 (2009), p. 1-25. M. Hogenbirk, ‘De carrière van de zwarte ridder Moriaen. Tussen Conte du Graal en Aliscans’, in Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 16 (2009), p. 51-73.
  • M. Hogenbirk, ‘Is hij het? Lodewijk van Velthem en de compilator’, in R. Sleiderink, B. Besamusca and G. Warnar (Red.), De boeken van Velthem. Auteur, oeuvre en overlevering in de veertiende eeuw. Hilversum 2009, Middeleeuwse Studies en Bronnen 119, p. 47-72.
  • Marjolein Hogenbirk, met medewerking van Wim Gerritsen, in samenwerking met de afdeling ICT& Teksten van het Huygens Instituut-KNAW, Walewein ende Keye. Een dertiende-eeuwse Arturroman, overgeleverd in de Lancelotcompilatie. Digitale editie met inleiding en commentaar. Den Haag, Huygens Instituut – KNAW, 2009. Middelnederlandse Lancelotromans X: www.waleweinendekeye.huygens.knaw.nl [een uitgave in druk is in voorbereiding].
  • S. Smith, ‘Ware minnaars en valse vrijers. Over de liefdesthematiek in Die Riddere metter Mouwen’, in* Voortgang, jaarboek voor de Neerlandistiek* 27 (2010),
  • E. van der Vlist & K.M. Rudy, ‘Het geschreven boek in Nederland tot omstreeks 1400. Continuïteit en emancipatie’, in *Kopij en druk Revisited. Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis *17 (2010), p. 15-52.
  • Jos A.A.M. Biemans, ‘Conventies, standaarden en varianten. Verschillende mogelijkheden en keuzes bij de vormgeving van handschriften met berijmde Middelnederlandse ridderepiek’ [ter perse].

Volgende pagina