Verantwoording van de leestekst

Constitutie van de leestekst

De tekst van deze webeditie is gebaseerd op de kritische leesteksten in de reeds totstand gekomen (en, voor zover mogelijk, in voorbereiding zijnde) delen uit de reeks Middelnederlandse Lancelotromans (MLR), aangevuld met de leesteksten van vier romans (Wrake van Ragisel, Ridder metter Mouwen, Lanceloet en het hert met de witte voet en Torec) in de editie-Claassens & Johnson 2003. De in de MLR-reeks nog niet voorhanden tekstgedeelten (Lanceloet vss. 26637-36947, en Queeste van den Grale vss. 5801-11160), alsmede de gehele tekst van Arturs doet zijn ontleend aan de editie van W.J.A. Jonckbloet uit 1846-1849. Hoewel deze hybride editievorm geenszins ideaal is, wordt zo toch de stand van de wetenschap gegegeven. Bij het verschijnen van nieuwe delen in de MLR-reeks zal de leestekst op de website worden aangepast. Hieronder volgt een precieze opgave van de bronnen van de leestekt:

Roman van Lancelot

vs. 1-5530
B. Besamusca en A. Postma (eds.), Lanceloet: de Middelnederlandse vertaling van de Lancelot en prose overgeleverd in de Lancelotcompilatie. Ps. 1: vs. 1-5530, voorafgegaan door de verzen van het Brusselse fragment. Hilversum: Verloren, 1997 (Middelnederlandse Lancelotromans, 4).

vs. 5531-10740
B. Besamusca (ed.), *Lanceloet: de Middelnederlandse vertaling van de Lancelot en prose overgeleverd in de Lancelotcompilatie. Ps. 2 (vs. 5531-10740). *Assen: Van Gorcum, 1991 (Middelnederlandse Lancelotromans, 5).

vs. 10741-16263
F. Brandsma (ed.), Lanceloet: de Middelnederlandse vertaling van de Lancelot en prose overgeleverd in de Lancelotcompilatie. Ps. 3 (vs. 10741-16263), met een inleidende studie over de entrelacement-vertelwijze. Hilversum: Verloren, 1992 (Middelnederlandse Lancelotromans, 6).

vs. 16264-26636
A. Postma (ed.), *Lanceloet: de Middelnederlandse vertaling van de Lancelot en prose overgeleverd in de Lancelotcompilatie. Ps. 4 (vs. 16264-26636). *Hilversum: Verloren, 1998 (Middelnederlandse Lancelotromans, 7).

vs. 26637-36947
W.J.A. Jonckbloet (ed.), Roman van Lancelot, (XIIIe eeuw). Naar het (eenig-bekende) handschrift der Koninklijke Bibliotheek, op gezag van het gouvernement uitgegeven. 2 dln. Den Haag: Van Stockum, 1846-1849, dl. I, p. 178-247 (gebruikte versie: Cd-rom Middelnederlands. Den Haag/Antwerpen: SDU, 1998).

Perchevael

S.I. Oppenhuis de Jong (ed.), De Middelnederlandse Perceval-traditie. Inleiding en editie van de bewaarde fragmenten van een Middelnederlandse vertaling van de Perceval of Conte du Graal van Chrétien de Troyes, en de Perchevael in de Lancelotcompilatie. Hilversum: Verloren, 2003 (Middelnederlandse Lancelotromans, 9).

Moriaen

G.H.M. Claassens en D.F. Johnson (eds.), *Five romances from the Lancelotcompilation. *Woodbridge (U.K.) and Rochester (N.Y.): Boydell and Brewer, 2003 (Arthurian Archives VII, Dutch Romance, 3).

Queeste van den Grale

vs. 1-5800
Reindert van Eekelen en Willem Kuiper (eds.), Die Queste van den grale. Ongepubliceerd.

vs. 5801-11.160
W.J.A. Jonckbloet (ed.), Roman van Lancelot, (XIIIe eeuw). Naar het (eenig-bekende) handschrift der Koninklijke Bibliotheek, op gezag van het gouvernement uitgegeven. 2 dln. Den Haag: Van Stockum, 1846-1849, dl. II, p. 40-76 (gebruikte versie: Cd-rom Middelnederlands. Den Haag/Antwerpen: SDU, 1998).

Wrake van Ragisel

G.H.M. Claassens en D.F. Johnson (eds.), Five romances from the Lancelotcompilation. Woodbridge (U.K.) and Rochester (N.Y.): Boydell and Brewer, 2003 (Arthurian Archives VII, Dutch Romance, 3).

Ridder metter mouwen

G.H.M. Claassens en D.F. Johnson (eds.), Five romances from the Lancelotcompilation. Woodbridge (U.K.) and Rochester (N.Y.): Boydell and Brewer, 2003 (Arthurian Archives VII, Dutch Romance, 3).

Walewein ende Keye

Marjolein Hogenbirk en W.P. Gerritsen (eds.), Walewein ende Keye. Een dertiende-eeuwse Arturroman, overgeleverd in de Lancelotcompilatie. Digitale editie met inleiding en commentaar bezorgd door Marjolein Hogenbirk, met medewerking van Wim Gerritsen, in samenwerking met de afdeling ICT & Teksten van het Huygens Instituut-KNAW. Den Haag: Huygens Instituut, 2009
http://www.waleweinendekeye.huygens.knaw.nl/path (een gedrukte editie is in voorbereiding)

Lanceloet en het hert met de witte voet

G.H.M. Claassens en D.F. Johnson (eds.), Five romances from the Lancelotcompilation. Woodbridge (U.K.) and Rochester (N.Y.): Boydell and Brewer, 2003 (Arthurian Archives VII, Dutch Romance, 3).

Torec

G.H.M. Claassens en D.F. Johnson (eds.), Five romances from the Lancelotcompilation. Woodbridge (U.K.) and Rochester (N.Y.): Boydell and Brewer, 2003 (Arthurian Archives VII, Dutch Romance, 3).

Arturs doet

W.J.A. Jonckbloet (ed.), Roman van Lancelot, (XIIIe eeuw). Naar het (eenig-bekende) handschrift der Koninklijke Bibliotheek, op gezag van het gouvernement uitgegeven. 2 dln. Den Haag: Van Stockum, 1846-1849, dl. II, p. 284-316 (gebruikte versie: Cd-rom Middelnederlands. Den Haag/Antwerpen: SDU, 1998).

Helaas ontbrak de gelegenheid om voor deze webeditie de tekst van Jonckbloet systematisch te zuiveren van fouten. Niettemin zijn evidente fouten die tijdens de bewerking aan het licht kwamen na vergelijking met het handschrift stilzwijgend verbeterd. Ook werd de tekst zoveel mogelijk ontdaan van Jonckbloets conjecturen.

Doordat in de edities uit de MLR-reeks tekstwijzigingen van de corrector zijn verwerkt en Jonckbloet daarentegen de werkzaamheid van de corrector in beginsel negeerde (behoudens een aantal gevallen van tekstverbetering), bestaat er een verschil in delen van de leestekst die op de MLR-reeks teruggaan en de delen die steunen op de editie-Jonckbloet. (Bij de ingelaste romans die naar de editie-Claassens & Johnson zijn bewerkt doet zich het probleem niet voor). Dit is vooral merkbaar aan het voorkomen van woorden als ende, mer, want, etc. aan het begin van een versregel. Overeenkomstig de editiewijze in de boekuitgaven zijn deze door de corrector toegevoegde woorden niet voorzien van een hoofdletter.

In de edities in de MLR-reeks worden de marginale aanvullingen van de 'corrector' op de tekst aan het versbegin weergegeven ter linkerzijde van de tekstkolom (ze vallen daarmee dus ook buiten de interpunctie). Zo wordt snel duidelijk welke tekst van de 'corrector' is en welke van de kopiist. In de hier geboden leestekst was het niet mogelijk om deze wijze van tekstpresentatie over te nemen. De marginale tekst van de 'corrector' is in de tekstkolom opgenomen, maar goed van de kopiistentekst te onderscheiden, doordat deze in kleine letter is weergeven.

Om de tekstgeleding van de compilatie zichtbaar te maken zijn initialen en lombarden in de leestekst vet weergegeven. De grootte van de initialen en lombarden is in de leestekst weergegeven op basis van het aantal versregels dat inspringt. In het gedeelte t/m f. 29 verdeelt de kopiist versregels naast een initiaal of lombarde dikwijls over meer dan een kolomregel. Technisch bleek het helaas niet mogelijk om in die gevallen de weergave van de grootte van de initiaal in de leestekst overeen te laten komen met de grootte in het handschrift. Een opgave van de werkelijke grootte van de initialen en lombarden, uitgedrukt in kolomregels, vindt men in de 'Uitgebreide inhoudsopgave'. De tekststructuur wordt mede inzichtelijk gemaakt door de weergave van paragraaftekens en kapittelopschriften.

De romanteksten zijn zo onderverdeeld, dat elk tekstdeel waarvan het begin wordt gemarkeerd door een initiaal als begin van een tekstsegment is beschouwd. Alle segmenten zijn genummerd, zo mogelijk gelijklopend met de nummering in de gebruikte moderne edities, en met de nummering van het handschrift. Dit laatste is er de reden van dat de nummering van de* Queeste van den Grale doorloopt in de *Wrake van Ragisel.

De leesaanwijzingen in de vorm van grafische onderscheidingstekens die door de 'corrector' in de linkermarge werden toegevoegd en die wel worden weergegeven in de MLR-delen, is hier niet overgenomen.

Om typografische redenen is de manier waarop directe rede wordt weergegeven tot op zekere hoogte geüniformeerd.

Ten behoeve van de uniformiteit is de weergave van getallen in romeinse cijfers door de hele tekst heen aangepast aan de conventies van de reeks Middelnederlandse Lancelotromans.

Versnummering

De verzen van elke roman zijn afzonderlijk genummerd. Het bleek helaas niet mogelijk door het hele handschrift heen dezelfde wijze van versnummering aan te houden. Doordat de nummering van de gebruikte edities moest worden gevolgd, is er in sommige tekstgedeelten om de vier regels genummerd, in andere om de vijf. De nummering is in het geval van de nieuwere edities die uit de linkermarge, d.w.z. die per compilatiedeel. Een verspringing in de nummering kan samenhangen met het ontbreken van een versregels in het handschrift (zoals bv. in de Roman van Lancelot, f. 2vb bovenaan de kolom).

De tekst van twee romans, de Lanceloet en de Queeste van den Grale *is samengesteld uit verschillende edities. Daardoor treedt er onregelmatigheid op in de versnummering bij de overgangen tussen de edities. In de *Roman van Lancelot was het hierdoor noodzakelijk om de doublerende versnummers 26634-26636 van de letter a te voorzien. In de *Queeste van den Grale *ontbreken om deze reden de versnummers 5801-5802.

Volgorde van de bladen

Op verschillende plaatsen in het handschrift zijn bladen of katernen foutief ingebonden. Op deze website is de juiste volgorde van de leestekst aangehouden, wat inhoudt dat op de desbetreffende plaatsen van de volgorde van de bladen in het handschrift is afgeweken. De situatie is beschreven door J.W. Klein:

Ten gevolge van een bindfout zijn f. 116 en 117, die de eerste twee folia van katern XIII behoren te zijn, in de volgorde 117-116 achteraan katern XII meegebonden.
Het enkelblad dat na 147 hoort, is als f. 218 in de codex terecht gekomen.
Het enkelblad 133 is achterstevoren, verso vóór recto, gebonden.
De katernen XXIV (f. 211-219) en XXV (f. 220-230) dienen verwisseld te worden.
Bovendien is f. 230 niet het laatste blad van het huidige katern XXV, maar het eerste blad van het huidige katern XXIV en moet dus vóór f. 211 gedacht worden.
(Besamusca & Postma 1997, p. 56).

Volgende pagina