Zeven ingevoegde teksten

De zeven andere teksten behoren ook tot het verhalencomplex rond de legendarische koning Artur. Hieronder volgen beknopte samenvattingen van hun inhoud.

Perchevael

Dit verhaal heeft in de literatuur als titel de naam van Perceval gekregen – in het handschrift komt aan het begin van deze tekst geen opschrift voor – maar die vlag dekt de lading slechts gedeeltelijk. De Perchevael verhaalt van Perceval, die op vijftienjarige leeftijd door zijn oudere broer Agloval naar het hof van koning Artur wordt gehaald, waar hij al snel tot ridder wordt geslagen. Zijn snel rijzende ster irriteert anderen aan het hof, onder wie Keye en Mordret, hier een ridder van de Ronde Tafel. Zij sporen Perceval aan om Lancelot te gaan zoeken, die uit liefdesverdriet het hof verlaten heeft: een zeer moeilijke opdracht, die Perceval in elk geval lang van huis zal weghouden. De jonge ridder overwint vele tegenslagen tot hij een ridder treft die tegen hem is opgewassen. Bijna doden zij elkaar, tot blijkt dat beiden ridder zijn van koning Artur. De heilige Graal bevordert hun genezing en samen vervolgen zij de zoektocht naar Lancelot.

Het perspectief verschuift naar de vertwijfeld ronddolende Lancelot, maar zijn verhaal wordt niet voltooid. Een deel ontbreekt; van Percevals metgezel wordt ten slotte niets meer vernomen. Groot is de vreugde als Perceval terugkeert aan Arturs hof. Maar nieuwe uitdagingen liggen in het verschiet. Daarbij speelt echter niet Perceval een hoofdrol, maar vreemd genoeg vooral Walewein, die allerlei spannende avonturen beleeft. Ook ontmoet hij zijn grootmoeder en moeder, van wie hij dacht dat zij al lang overleden waren. Perceval is veelal op de achtergrond aanwezig en fungeert vaak als Waleweins reddende engel.

Dit ‘Perchevael’-verhaal in de Lancelotcompilatie telt 5598 verzen en is grotendeels een bewerking door de compilator van een bestaande Middelnederlandse vertaling van een Oudfranse tekst, de Perceval *of *Conte du Graal van Chrétien de Troyes en de Première Continuation, het zogenoemde Eerste Vervolg daarop door een anonieme auteur (dit vervolg is ook bekend als de Continuation Gauvain). Naast deze Middelnederlandse vertaling, waarvan delen bewaard zijn gebleven in fragmenten van andere handschriften, heeft de compilator mogelijk ook andere bronnen voor zijn ‘Perchevael’ gebruikt.

Moriaen

Dit verhaal, zoals overgeleverd in de Lancelotcompilatie, kan als volgt kort worden samengevat. Walewein en Lancelot zijn op zoek naar Perceval en ontmoeten een zwarte ridder in een zwarte wapenuitrusting: Moriaen. Deze is alleen door zijn moeder opgevoed en nu zelf op zoek naar zijn vader Acglaval (Agloval), een broer van Perceval (in andere verhalen is Moriaen de zoon van Perceval zelf). Gedrieën vervolgen zij hun zoektocht naar de twee broers, waarbij zij ver buiten het rijk van koning Artur belanden. Bij een viersprong echter gaan zij uiteen, beleven ieder diverse avonturen. Walewein bijvoorbeeld komt in een hachelijke situatie terecht en wordt ternauwernood gered door Moriaen. Dan vernemen beide ridders dat koning Artur is ontvoerd door de Saksen en dat het rijk door binnenvallende Ieren wordt bedreigd. Moriaen spoort Perceval en Acglaval op, Walewein vindt Lancelot, die kort daarvoor een draak heeft verslagen. Zij treffen elkaar uiteindelijk bij dezelfde viersprong waar zij uiteengingen en keren gevieren spoorslags naar Arturs rijk terug. Artur wordt bevrijd en de koning van Ierland moet zich aan hem onderwerpen. Acglaval trouwt alsnog met Moriaens moeder. Walewein, Lancelot en Perceval keren terug naar het hof van koning Artur.

Anders dan de uitgevers van deze tekst schrijven (zie Paardekooper-van Buuren & Gysseling 1971, p. 5) is het verhaal in deze vorm vrijwel zeker een door de compilator gemaakte Brabantse bewerking in 4716 verzen van een ouder Middelnederlands verhaal over de zwarte ridder Moriaen (zie ook de samenvatting van de Ridder metter mouwen), die de zoon was van Perceval.

Wrake van Ragisel

De Wrake van Ragisel *in de *Lancelotcompilatie telt 3414 verzen en is een bewerking, deels een verkorting en deels een uitbreiding, van een al langer bestaande en helaas alleen fragmentarisch overgeleverde Vlaamse vertaling van een Franse tekst van Raoul de Houdenc: La Vengeance Raguidel. De hoofdpersoon daarvan is Gauvain, een neef van koning Artur, die in het Middelnederlands bekend is als Walewein. In deze roman is Walewein voorbestemd om de dood te wreken van een Schotse ridder: Raguidel of in het Middelnederlands Ragisel. Walewein is immers in staat de afgebroken lanspunt uit Ragisels borst los te trekken.

Walewein vertrekt van het hof, maar vergeet de lanspunt mee te nemen waarmee hij Ragisels dood moet wreken. Tijdens de zoektocht, samen met een ridder met de naam Ydier, verslaat hij de Zwarte Ridder, bevrijdt hij zijn gevangen gehouden broer Gariet en wordt hij verliefd op jonkvrouw Ydeine. Voorlopig keert hij dan terug naar Arturs hof. Daar is inmiddels het onderwerp trouw en ontrouw actueel. Walewein leert dat Ydeine hem ontrouw is als blijkt dat hij - nota bene in de gedaante van een dwerg - in staat is haar te verleiden. Daarna vervolgen Walewein en Ydier hun zoektocht naar Ragisels moordenaar; nu heeft Walewein de lanspunt bij zich. Walewein verslaat met Ydiers hulp Gygantioen, de moordenaar van Ragisel. Ydier heeft daarmee zijn sporen verdiend en wordt ridder van Arturs Ronde Tafel. Maar hij trouwt ook met Gygantioens dochter en op weg naar Arturs hof daagt Lancelot hem uit tot een duel. Bohort herstelt de vrede

Het beeld dat van Walewein gegeven wordt in de Wrake van Ragisel is – net als in de Oudfranse bron daarvan – lang niet meer zo positief als dat in de meeste andere middeleeuwse verhalen rond deze held. In diverse opzichten blijkt hij een onhandige, lompe ridder te zijn. Vermakelijk is dat Walewein de vrouwelijke psyche wil doorgronden en hoe hem dat door toverkunst lukt. De compilator heeft in zijn bewerking van dit verhaal enerzijds de rol van hofmaarschalk Keye vergroot, maar anderzijds Walewein ook minder negatief afgeschilderd dan in de Franse bron (zie Besamusca in Neophilologus 2003).

Ridder metter mouwen

Ook dit verhaal kennen we grotendeels alleen zoals het bekort tot 4020 verzen voorkomt in de Lancelotcompilatie. Artur en bijna het hele hof zijn op weg naar de begrafenis van Tristan en Ysaude (of Isolde). Alleen Keye, die ziek is, en een naamloze knaap die nog niet tot ridder is geslagen, zijn bij de koningin en haar hofdames achtergebleven. Dan krijgt de ridder in spe opdracht een jonkvrouw te hulp te schieten die door een ridder wordt mishandeld. De koningin omgordt hem met een zwaard, terwijl Clarette, een nichtje van Walewein, hem ter aanmoediging een witte mouw schenkt. Door Keye wordt de ‘Ridder metter mouwen’ echter bij zijn vertrek beledigd, en laatstgenoemde zweert daarvoor wraak te zullen nemen.

Na de jonkvrouw van haar belager gered te hebben, beleeft de Ridder metter mouwen talloze avonturen in het ‘Woud zonder genade’, neemt hij wraak op Keye, treedt hij in een klooster in, maar keert hij terug naar Arturs hof als daar een toernooi plaatsvindt met als hoofdprijs de hand van Clarette! Uiteraard wint de ridder het toernooi. Dan verschijnt een koningin ten tonele die beweert de moeder te zijn van de Ridder metter mouwen en die hem zijn naam openbaart: Miraudijs. In het rijk van zijn moeder wordt Miraudijs koning waarmee hij de status verwerft om Clarette te kunnen huwen, waardoor hij bovendien koning wordt van Spanje.

Uitgedaagd door Keyes neef Galyas gaat Miraudijs, alias de Ridder metter mouwen, vervolgens op zoek naar zijn vader. Opnieuw beleeft hij enkele avonturen, waarbij hij verneemt dat zijn vader gevangen wordt gehouden. Vanzelfsprekend wordt de vader met veel moeite bevrijd, maar dan blijkt Clarette in gevaar en wordt het rijk van koning Artur aangevallen door de koning van ‘Yrlant’ (vergelijk de Moriaen). Dankzij Miraudijs wordt deze koning verslagen. Ook verslaat de ridder zijn uitdager Galyas. Maar daarna lokt de koning van Yrlant vele ridders van koning Artur, onder wie ook Miraudijs, toch nog in de val, zodat zij door Ywein bevrijd moeten worden. Ten slotte kunnen Miraudijs’ ouders alsnog met elkaar in het huwelijk treden en keert iedereen terug naar Arturs hof.

Net als bij de *Moriaen *moet er rekening mee gehouden worden dat deze ‘Brabantse’ *Ridder metter mouwen *een bewerking en verkorting is door de compilator van een eveneens – op zo’n 320 verzen van een fragmentarisch handschrift na – niet bewaard gebleven ouder Vlaams verhaal over Miraudijs of de ‘Ridder metter mouwen’.

Walewein ende Keye

Centraal in dit verhaal van 3668 verzen staat de rivaliteit tussen de twee hoofdpersonen. Walewein is door koning Artur belast met het toezicht over zijn rijk en Keye, Arturs hofmaarschalk die met alles en iedereen de spot drijft, voelt zich voor die functie gepasseerd. Hij tracht zijn rivaal bij de koning zwart te maken en beweert dat Walewein gezegd zou hebben dat deze in één jaar meer avonturen te kunnen beleven dan alle ridders van de Ronde Tafel bij elkaar. Walewein is razend om deze beschuldiging van grootspraak. Hij verlaat het hof en trekt de wereld in. Een lange reeks van heldendaden volgt waarbij Walewein zich altijd bescheiden opstelt, zich uiterst hoofs gedraagt en daardoor aantoont dat hij werkelijk een voortreffelijke ridder aan Arturs hof is. Hij slaagt er uiteindelijk in een groot aantal overwonnen tegenstanders als getuigen van zijn daden naar het hof te laten gaan. Walewein valt een maximaal eerbetoon ten deel. De onhoofse Keye, die met een groep vrienden uittrok om Walewein te overtreffen, beleeft slechts één avontuur dat bovendien uitloopt op een grote mislukking. Keye wordt afgestraft en is aan het einde van de roman niet eens meer welkom aan het hof, sterker nog: Artur vervloekt zijn hofmaarschalk.

Er zijn sterke argumenten om te veronderstellen dat ook Walewein ende Keye in de Lancelotcompilatie een verregaande bewerking is door de compilator van een al bestaande Middelnederlandse tekst.

Een editie met woordverklaring, annotaties en toelichting is te vinden op de website van het Huygens Instituut.

Lanceloet en het hert met de witte voet

Professor Maartje Draak heeft in haar uitgave van de tekst een nauwelijks te verbeteren samenvatting gegeven van het verhaal: ‘Een jonkvrouw zoekt als uitverkorene een ridder die dapper genoeg is om haar de ‘witte voet’ te brengen van een door leeuwen bewaakt hert. Als gids naar de plaats van avontuur dient een wit hondje. Keye, Arthurs hofmaarschalk, onderneemt de tocht en komt onverrichterzake terug. Lanceloet trekt uit, slaagt in zijn poging maar wordt zwaar gewond. Een schurk – aan wie Lanceloet de ‘witte voet’ heeft toevertrouwd – eist de jonkvrouw op. Walewein redt zijn vriend Lanceloet en verslaat de schurk in een gerechtelijk duel. De genezen Lanceloet trouwt niet met de jonkvrouw (hij heeft immers Koningin Guinevere lief).’

Dit verhaal telt in de Lancelotcompilatie slechts 851 verzen. Ongetwijfeld heeft de compilator ook hier een langere Middelnederlandse tekst sterk bekort en bewerkt en vervolgens in het geheel van de compilatie ingevoegd. Het was hem waarschijnlijk te doen om de idealisering van Walewein in dit verhaal. Van de oorspronkelijke, langere tekst is geen vers bewaard gebleven. Het verhaal gaat – niet rechtstreeks maar indirect – terug op een Franse brontekst, bekend onder de naam Tyolet, een verhaal dat behoort tot het 'lai'-genre (zie Draak 1971, p. 8-12 en Zemel & Besamusca 1999, p. 204-205).

Torec

Ridder Torec is de hoofdpersoon van een sprookjesachtige roman. Torecs grootmoeder bezat ooit een gouden diadeem die haar ontstolen werd. De kleinzoon tracht deze misdaad te wreken. Hij spoort de dief op, overwint hem en leert dat de diadeem in bezit is van een jonkvrouw, Miraude. Op zoek naar haar beleeft Torec allerlei ridderlijke en amoureuze avonturen. Aangekomen bij Miraudes kasteel kan Torec door een huwelijk met haar de diadeem verwerven. Voorwaarde is dat hij eerst alle ridders van de Ronde Tafel in een gevecht verslaat. Dat lukt hem, grotendeels omdat Walewein de tafelridders heeft overgehaald om de buikriemen van hun zadels door te snijden. Alleen koning Artur is sterker en verslaat Torec. Aan het hof van Artur trouwt Torec met Miraude en komt de diadeem weer in bezit van zijn familie.

In de Lancelotcompilatie telt de Torec slechts 3844 verzen. Aangenomen wordt dat de compilator een oorspronkelijk veel langere Middelnederlandse tekst fors heeft ingekort en bewerkt. Het is heel goed mogelijk dat de auteur van die langere Roman van Torec *niemand minder was dan Jacob van Maerlant, de meest productieve en fameuze auteur van een groot aantal Middelnederlandse werken. In zijn *Historie van Troyen *noemt Maerlant immers de ‘Merlijn’ en de ‘Toerecke’ als enkele van zijn werken. Overigens moet ook Maerlants *Torec teruggaan op een Franse brontekst.

Volgende pagina