Arnhems getijdenboek

Gekocht bij Sotheby’s, Londen
Verwerving: 1994
Datering: Ca. 1465-1485
Formaat: 14 x 10 cm.
Aanvraagnummer: 77 L 58

Een middeleeuws getijdenboek is een handschrift dat particulieren gebruikten bij het belijden van hun persoonlijke devotie, met name tijdens het gebed. Het bevat dikwijls een kalender en enkele vaste teksten. Dit exemplaar is in de late middeleeuwen vervaardigd te Arnhem en is gedecoreerd met overdadige hoeveelheden goud, kenmerkend voor handschriftverluchting uit de oostelijke Nederlanden in die tijd. De kunstenaar heeft zelfs twee verschillende soorten goud gebruikt in zijn ontwerp: schelpgoud en bladgoud. Het schelpgoud, dat in vloeibare vorm met een kwast is aangebracht, is bijvoorbeeld te zien in de pauwenstaart. Het bladgoud, dat in dunne plakjes werd verwerkt op een laagje lijm, komt voor in de versierde initiaal. Onder het bladgoud heeft de kunstenaar een laag gesso gesmeerd, wat het goud een driedimensionaal effect geeft en het nog meer laat ‘schijnen’.
We zouden deze decoratiewijze horror vacui kunnen noemen, wat de Latijnse term is voor angst voor lege ruimten. Op deze opening heeft de kunstenaar vrijwel alle beschikbare ruimte gevuld met kleur, goud en drukke decoratie. Deze kleuren en het oplichtende goud maken het voor de gebruiker makkelijker om een bepaalde tekst terug te vinden, in dit geval die van de boetpsalmen. De psalmen worden toegeschreven aan koning David. Hij voelde wroeging omdat hij Uria naar het slagveld – en naar de dood – had gestuurd, terwijl hij zelf overspel pleegde met Uria’s vrouw Batseba. Deze tekst gaat dikwijls vergezeld van een afbeelding van de in rouw gedompelde David die zijn harp bespeelt, maar hier zien we een heel ander plaatje.

De kunstenaar heeft namelijk een miniatuur met het Lam Gods toegevoegd, die de hele bladzijde vult. Het Lam draagt een kruisstaf met banier en is omcirkeld door lagen gepolijst goud, rood schrift en een vlak met blauwe verf. De rode tekst om het lam heen luidt: ‘O, alre sachtmoedichste lam gods, ontfarme di over mi sunder.’ De afbeelding gaat dus over zonde en boetvaardigheid, maar tegelijkertijd lijkt zij wat betreft afmeting, ronde vorm en beeldtaal sprekend op een hostie, die in hun bakvorm vaak een lam ingestempeld kregen. (KT)

Literatuur

H.C. van Bemmel (ed.), Catalogus van de handschriften aanwezig in de bibliotheek van Arnhem. Hilversum 1999, p. 195.