Cité de Dieu

In de eerste twee decennia van de vijftiende eeuw beleefde Parijs een periode van ongekende artistieke bloei op het gebied van de miniatuurkunst. Deze ontwikkeling werd vooral gestimuleerd door talloze adellijke opdrachtgevers, waaronder de Franse koning en de hertog van Berry. Tientallen illuminatoren van hoog niveau voerden opdrachten uit die varieerden van het verluchten van getijdenboeken tot het illustreren van werken van auteurs uit de oudheid en van meer recente datum. Een bijzonder fraai handschrift dat in die periode ontstond, is het hier afgebeelde exemplaar van de Franse vertaling van De Civitate Dei van de kerkvader Augustinus. Zoals bij dit soort werken gebruikelijk begint de tekst met een rijkversierde openingsbladzijde, waarna tien kleinere miniaturen aan het begin van de afzonderlijke boeken volgen. De miniatuur toont God de Vader tronend temidden van de vier kerkvaders: linksboven Augustinus, rechtsboven Gregorius de Grote, herkenbaar aan zijn pauselijke tiara, linksonder Ambrosius en rechtsonder Hieronymus, gekleed als kardinaal en met zijn attribuut, de leeuw, aan zijn voeten. De belangrijkste auteurs van de christenheid zijn al schrijvend weergegeven, waarbij hun schrijfvellen worden vastgehouden door rode linten die verzwaard zijn met loden balletjes. Fameus onder handschriftdeskundigen zijn de beschreven bladeren, die door Gregorius aan een lijntje te drogen zijn gehangen - een praktijk die alleen hier is uitgebeeld. Uitzonderlijk fraai is de dichte rand van groene en roze bladeren rond de bladzijde, die, aansluitend bij enkele naturalistisch weergegeven heuvels met boompjes, de indruk wekt van een woud vol met vogels en speelse jachtscènes.

Rond 1485 kwam het boek in bezit van Philips van Kleef, raadsheer en krijgsman van achtereenvolgens de Bourgondische hertog Maximiliaan, de Franse koning Lodewijk XII en keizer Karel V. In de marge onderin liet hij zijn wapen en zijn embleem, twee korenwannen, aanbrengen evenals, tussen beide tekstkolommen erboven, de banier met zijn devies ‘A JAMAIS’. Na zijn dood in 1528 werd een deel van zijn handschriftencollectie gekocht door Hendrik III van Nassau en vererfde zo binnen de stadhouderlijke collectie tot deze opging in de Koninklijke Bibliotheek.

Cité de Dieu (eerste deel). Augustinus. Parijs, begin vijftiende eeuw. Perkament, 339 folia, 423 x 330 mm. - 72 A 22, fol. 6r

Cité de Dieu (eerste deel). Augustinus. Parijs, begin vijftiende eeuw. Perkament, 339 folia, 423 x 330 mm. - 72 A 22, fol. 6r

Literatuur

Schatten van de Koninklijke Bibliotheek. 's-Gravenhage 1980, nr. 33
De verluchte handschriften en incunabelen van de Koninklijke Bibliotheek. 's-Gravenhage 1985, nr. 43.