Getijdenboek, Utrecht, ca. 1425

In tegenstelling tot in Frankrijk, België, Duitsland en Italië, landen die konden bogen op een eeuwenoude traditie van boekverluchting, kwam de productie van verluchte handschriften in de Noordelijke Nederlanden pas rond 1400 op gang. Maar toen groeide de productie dan ook snel en rond 1425 was de verluchtingskunst tot volle wasdom gekomen. De belangrijkste meester uit deze vroege periode is de Meester van Zweder van Culemborg, genoemd naar het missaal dat hij rond 1425 voor deze Utrechtse bisschop verluchtte.

De schilder die in het hier getoonde getijdenboek zeven miniaturen en acht gehistorieerde initialen aanbracht is een directe voorloper van deze Meester van Zweder van Culemborg. De miniaturen vallen niet alleen op door hun hoge kwaliteit maar ook door hun inhoud. Tegenover de bladgrote miniaturen met voorstellingen van het lijden van Christus bevinden zich gehistorieerde initialen, die oudtestamentische scènes bevatten. Zo staat tegenover de graflegging van Christus een initiaal met Jonas die door de walvis wordt opgeslokt, en tegenover de geseling van Christus de voorstelling van Job op de mesthoop. Dergelijke combinaties, waarbij het Oude Testament gold als ‘voorafbeelding’ van het Nieuwe, werden vooral populair in de tweede helft van de vijftiende eeuw.