Statuts et armorial de la Toison d'Or

In 1431 richtte hertog Philips de Goede van Bourgondië de Orde van het Gulden Vlies op, ‘uit eerbied voor God en ter bevordering van het christelijke geloof’. Zijn belangrijkste oogmerk was echter zijn vazallen en bevriende buitenlandse vorsten door middel van de orde nauwer aan zich te binden. De ridders van het Gulden Vlies, eerst 31 in aantal maar in de loop der tijd uitgebreid tot 45, kwamen op onregelmatige tijden bijeen op verzoek van hun soeverein. Tijdens deze bijeenkomsten, waarin kerkdiensten en feesten elkaar afwisselden, werden politieke kwesties besproken en nieuwe ridders verkozen. Bij hun benoeming kregen alle ridders de keten van de orde en een exemplaar van de statuten. Het Haagse Statutenboek is uitzonderlijk omdat het opent met een van de oudste bewaard gebleven voorstellingen van de vergadering van het Gulden Vlies en het bovendien portretten van alle ridders bevat en niet zoals gebruikelijk alleen die van de soevereinen. Het handschrift bevat de portretten van alle leden tot en met de vergadering van 1468 en zal dus gemaakt zijn voor een van de ridders die in dat jaar verkozen zijn. Het werd later nog aangevuld met de portretten van diegenen die tijdens de vergaderingen van 1473 en 1478 tot de orde waren toegelaten.

De miniatuur van de vergadering toont achterin de toenmalige soeverein Karel de Stoute, die in 1467 zijn vader Philips was opgevolgd, zetelend temidden van de ridders onder een hoge groene baldakijn. Allen zijn gekleed in het rode ordegewaad en dragen de keten van het Gulden Vlies om de hals. Op de voorgrond bevinden zich de vier officieren van de orde, de kanselier, de thesaurier, de griffier, en staande de wapenkoning, die de functie van ceremoniemeester vervulde. Deze laatste draagt rond zijn hals de ‘potence’, de ordeketen waarin alle wapens van de nog levende leden waren opgenomen. Hoezeer de schilder erop bedacht was de actualiteit weer te geven kan blijken uit het feit dat van de tien wapens die er in deze keten (met behulp van een vergrootglas) geïdentificeerd kunnen worden, er zes zijn van ridders die in 1468 werden benoemd.

Statuts et armorial de la Toison d'Or. Zuidelijke Nederlanden, 1468 of kort daarna. Perkament, 86 folia, 249 x 187 mm. - Herkomst: collectie G.J. Gérard, 1832. - 76 E 10, fol. 5v

Statuts et armorial de la Toison d'Or. Zuidelijke Nederlanden, 1468 of kort daarna. Perkament, 86 folia, 249 x 187 mm. - Herkomst: collectie G.J. Gérard, 1832. - 76 E 10, fol. 5v

Literatuur

Schatten van de Koninklijke Bibliotheek. 's-Gravenhage 1980, nr. 50
De verluchte handschriften en incunabelen van de Koninklijke Bibliotheek. 's-Gravenhage 1985, nr. 35
Schatten van het Gulden Vlies. Brussel 1987, nr. 35.