Utrechtse Historiebijbel

Dit bijzonder fraaie deel van een historiebijbel bevat het Nieuwe Testament met Die Wrake van Jherusalem, voorafgegaan door het boek der Psalmen. De tekst werd in 1443 afgeschreven door Gerard Wesselszoon, een beroepsschrijver uit Deventer, die in die tijd in Utrecht moet hebben gewoond. De Utrechtse herkomst wordt eveneens bevestigd door de vormen van de geschilderde bladranken in de marge alsmede door de typisch Utrechtse penwerkversiering bij de kleinere initialen. De verluchting bestaat uit een kolombrede miniatuur en een gehistorieerde initiaal aan het begin van elk van de hoofdonderdelen; daarnaast zijn er 23 gehistorieerde initialen in de tekst aangebracht.

De eerste verluchte bladzijde van het boek valt vooral op door de wat buitenissige mise-en-page. De tekst begint in de linkerkolom met de proloog op de Psalmen, waardoor de inleidende miniatuur, David in gevecht met Goliath, enigszins vreemd onder aan de bladzijde terecht is gekomen. De eigenlijke psalmtekst begint bovenaan de rechterkolom met een gehistorieerde initiaal waarin David, de schepper der psalmen, harpspelend is weergegeven. Tussen de ranken rond de tekst staan zes wonderlijke figuren, die bovenmatig groot zijn in verhouding tot de rest van de verluchting. In de benedenrand bevinden zich links een muzikant met fluit en trommel, in het midden een aapje, dat aan een blok is vastgebonden en rechts een nar met een zotskolf. In de rechterrand staan drie dansers, twee mannen met bellen aan hun benen, en een vrouw die een soort ring in haar hand houdt. Recentelijk is deze randversiering geïdentificeerd als een moriskendans, een volksdans waarin verschillende mannen om de gunst van een vrouw werven. Deze sterk pantomimische dans, waarin gewoonlijk ook een trommelende fluitspeler en een nar optreden, was in de vijftiende en zestiende eeuw in West-Europa populair. Het antwoord op de vraag of de figuren verband houden met het begin van de Psalmen of dat zij toch alleen als ‘drôlerieën’ moeten worden beschouwd, staat echter nog open.

Historiebijbel. Utrecht, 1443. Perkament, 248 folia, 395 x 295 mm. Herkomst: antiquariaat H. Wolff te 's-Gravenhage, 1939. - 69 B 10, fol. 8r

Historiebijbel.Utrecht, 1443. Perkament, 248 folia, 395 x 295 mm. Herkomst: antiquariaat H. Wolff te 's-Gravenhage, 1939. - 69 B 10, fol. 8r

Literatuur

The golden age of Dutch manuscript painting. Stuttgart 1989, nr. 43
Michael Schauder, 'Zur Deutung einer Drolerie in einer niederländischen Historienbibel', in: Obraz, slowo, gest i muzyka w kulturze s'redniowiecznej Europy. Pozna 1992.