Trivulzio-getijdenboek, ca. 1470

Het echte wonder van het middeleeuwse handschrift Trivulzio is dat het maar 9 cm breed is en 13 cm hoog. En toch staan er 28 bladvullende miniaturen op met prachtige kleuren en precieze details. De schilders zijn meesters van de Vlaamse miniatuurkunst. Laat u rondleiden door kunst op de vierkante millimeter.

Op deze pagina vindt u een algemene inleiding bij de het Trivulzio-getijdenboek. Wilt u direct naar het gedigitaliseerde boek? Klik dan op de link in dit plaatje:

Het Trivulzio-getijdenboek

Het Trivulzio-getijdenboek is gemaakt rond 1470. Voor wie het is gemaakt weten we niet. Is het misschien een van de schatrijke hertogen van Bourgondië die daartoe de opdracht geeft? Het is in elk geval niet iemand uit de prinselijke familie Trivulzio uit Milaan. Die familie krijgt het handschrift pas later in haar bezit. Omdat het handschrift eeuwenlang in handen blijft van de Trivulzio’s is hun naam aan het handschrift gekoppeld.

Getijdenboeken als statussymbool

Rond 1470 zijn de Bourgondische hertogen op het toppunt van hun macht. De productie van laken (geweven wollen stoffen) en de internationale handel in laken hebben de Vlaamse steden rijk gemaakt. Kunst en cultuur bloeien. In Vlaanderen worden in deze periode zeer veel getijdenboeken met prachtige miniaturen gemaakt.

Getijdenboeken bevatten de gebeden, psalmen en andere teksten die katholieke leken op vaste tijdstippen (‘getijden’) opzeggen. Aan het eind van de middeleeuwen zijn getijdenboeken in brede kring heel populair. Versierde getijdenboeken zijn een teken van rijkdom, want de productie ervan is kostbaar. Ieder exemplaar moet met de hand overgeschreven worden op duur perkament. Mooi versierde exemplaren worden ware statussymbolen.

Vlaamse meesters aan het werk in Trivulzio

De onbekende opdrachtgever van dit handschrift laat de allerbeste vaklieden van zijn tijd inhuren. Drie miniatuurschilders zijn in het handschrift aan het werk geweest: Lieven van Lathem uit Gent, later werkzaam in Antwerpen (die 38 miniaturen maakt), Simon Marmion uit Valenciennes (9 miniaturen) en een derde schilder die we alleen kennen als de ‘Weense Meester van Maria van Bourgondië’ (omdat hij bekend is van een getijdenboek voor Maria dat nu in Wenen wordt bewaard). Hij is in die tijd de Rembrandt onder de miniatuurschilders. In het Trivulzio-handschrift maakt hij de miniatuur bij de vrijdagse kruisgetijden.

Trivulzio, Vrijdagse kruisgetijden

Vrijdagse kruisgetijden

Een combinatie van ernst en plezier

Het handschrift heeft 28 paginagrote afbeeldingen, die ieder een hoofdstuk in het boek inluiden. Daarnaast telt het 16 gehistoriseerde initialen (d.w.z. initialen in de stijl van een vroegere periode) en talrijke andere gedecoreerde beginletters. De miniaturen en versierde initialen zijn rijk voorzien van decoratie in de marges. De bladgrote hoofdafbeeldingen hebben meestal een duidelijke relatie met de inhoud, maar in de marges laten de schilders soms hun fantasie de vrije loop. Daar vinden we planten, bloemen, vogels, jachttaferelen, muzikanten, aapjes en fantasiewezens.

De miniatuur van Pinksteren in Trivulzio

Deze bladgrote miniatuur toont de leerlingen van Christus die na zijn dood bedroefd bij elkaar zitten als plotseling de Heilige Geest in de gedaante van een duif neerdaalt. Hij geeft hun weer nieuwe moed om verder te gaan.

Trivulzio, miniatuur van Pinksteren

Miniatuur van Pinksteren, fol. 44v.

De hoofdafbeelding meet maar 85 bij 50 millimeter, en toch zien we een compleet schilderij. Op de achtergrond is het interieur van een gotische kerk te zien, compleet met gedraaide kolommen en een verguld koorhek. De figuren op de voorgrond zijn levendig afgebeeld, hun golvende kleding suggereert beweging. De duif die de Heilige Geest verbeeldt heeft een subtiele gouden stralenkrans die met één of twee haren geschilderd moet zijn.

De vogel in de marge is een hop. Rechtsonder staat een ‘harpij’, een roofzuchtig monster met het hoofd van een vrouw, de klauwen van een leeuw en de vleugels van een roofvogel. In een visueel woordspel bespeelt zij een harp. Links probeert een mannenhoofd onder de rok van een vioolspelende vrouw vandaan te kruipen.

Schenking van de eeuw voor de KB

Als de schenking aan de KB uiteindelijk bekend wordt gemaakt, is dat landelijk voorpaginanieuws. Nog nooit heeft een culturele instelling in Nederland zo’n kostbaar geschenk gekregen.

De KB is gekozen vanwege ‘de rijke collectie middeleeuwse handschriften van deze instelling, het belang dat de KB hecht aan onderzoek naar en beschikbaarstelling van het materiaal en de deskundigheid en het enthousiasme van de conservator op dit terrein.’

Inhoud van een getijdenboek

Een getijdenboek bevat een aantal standaardteksten, waarvan de kern gevormd wordt door drie teksten die ontleend zijn aan het brevier, het gebedenboek van de geestelijkheid: de Mariagetijden, de Boetpsalmen en de Dodenvigilie [=dodenwake]. Getijdenboeken zijn niet bestemd voor geestelijken, maar voor leken. Dat verklaart waarom er niet alleen Latijnse getijdenboeken worden gemaakt, maar ook bijvoorbeeld Franse of Nederlandse. De belangrijkste teksten in een getijdenboek zijn de Mariagetijden. Dat zijn psalmen, hymnen, korte lezingen en gebeden die worden opgezegd ter ere van Maria.

De hymnen en gebeden zijn verdeeld over de acht getijden of gebedsuren van de dag -- de metten, lauden, priem, terts, sext, noon, vesper en completen. De Zeven Boetpsalmen zijn geschikt om berouw over zonden uit te drukken en om vergeving af te smeken. De Dodenvigilie bevat gebeden die tijdens de nachtwake bij de baar van een overledene werden uitgesproken. Voor leken is het vooral een tekst om geliefde overledenen te gedenken en om de tijd die zij in het vagevuur moeten doorbrengen te bekorten. Het vagevuur is in de christelijke traditie een onaangename ‘wachtkamer’ waar zondaars kortere of langere tijd moeten doorbrengen om boete te doen voor hun zonden. Pas daarna worden ze toegelaten tot de hemel.

Behalve deze vaste kern bevat het getijdenboek een aantal standaardonderdelen. Aan het begin staat een kalender waarin de belangrijkste feesten van het jaar en de te gedenken heiligen staan vermeld. Verder is vaak een serie korte smeekbeden tot heiligen opgenomen, suffragiën genoemd. Kenmerkend voor Zuid-Nederlandse getijdenboeken zijn vier korte teksten uit de evangelies en een reeks getijden voor de zeven dagen van de week, die elk gevolgd worden door de tekst van een mis.

Beschrijving van het handschrift

Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, SMC 1.
Vlaanderen, ca. 1470.
Perkament, 382 fol., ca. 130×90 mm, 1 kolom, 16 regels (kalender 18 regels). Rode marokijnleren band uit de 18de eeuw met goudstempeling.

  • fol. 1r-12v: kalender
  • fol. 13v-126v: Getijden van de zeven weekdagen, elk gevolgd door een mis
  • fol. 128r-138v: zestien gebeden tot heiligen
  • fol. 139v-155v: drie gebeden tot Maria (fol. 139v-144r: Stabat Mater; fol. 149r-153r: Obsecro te; fol. 153r-155v: O Intemerata)
  • fol. 157v-165v: vier passages uit de evangeliën (fol. 157v-159r: Johannes; fol. 159v-161r: Lucas; fol. 161v-163v: Mattheus; fol. 164v-165v: Marcus)
  • fol. 166v-247r: Mariagetijden
  • fol. 248v-270r: Zeven Boetpsalmen
  • fol. 271v-318v: Dodenvigilie