Psalter van Eleonora van Aquitanië (ca. 1185)

Een van de oudste middeleeuwse handschriften in de KB is een zeer fraai geïllustreerd gebedenboek uit de twaalfde eeuw. Recent onderzoek wijst erop dat het is gemaakt voor Eleonora van Aquitanië, de machtigste vrouw in twaalfde-eeuws Europa.

Op deze pagina vindt u een algemene inleiding bij het Psalter. Er is ook een aparte pagina over Eleonora van Aquitanië. Wilt u direct naar het gedigitaliseerde boek? Klik dan op de link in dit plaatje:

Het psalter

Een psalter is een gebedenboek met de 150 psalmen uit het Oude Testament. Deze liederen worden toegeschreven aan koning David. Het psalter is in de middeleeuwen het belangrijkste gebedenboek voor leken. Hoogadellijke kinderen, zowel meisjes als jongens, leerden eruit lezen; in het Latijn natuurlijk.

Portret van Eleonora van Aquitanie in KW 76 F 13
Donorportret, Eleonora van Aquitanië

KW 76 F 13, fol. 28v

Psalm 1, initiaal met David en Goliath, KW 76 F 13, fol. 29r
Psalm 1, openingsinitiaal, met David (boven), David en Goliath

Psalm 1, 'Beatus vir qui non abiit in consilio inpiorum et in via peccatorum non stetit et in cathedra pestilentie non sedit’, 76 F 13, folio 29r

Psalm 51, 76 F 13, fol. 74v 'Quit gloriaris in malitia, qui potens es in iniquitate’
Doëg doodt Achimelech en de priesters van Nob

Psalm 51, 76 F 13, fol. 74v 'Quit gloriaris in malitia, qui potens es in iniquitate’

KW 76 F 13, fol. 040r

KW 76 F 13, fol. 040r

De heiligenkalender

Aan de 150 psalmen werden vaak andere elementen toegevoegd, zoals een kalender. Die geeft aan op welke dagen bepaalde heiligen zijn gestorven. Op die dagen werd er speciaal voor hen en tot hen gebeden.

76 F 13, fol. 010r
Kalender augustus

76 F 13, fol. 010r

KW 75 F 13, fol. 004r, kalender april
Kalender april

KW 75 F 13, fol. 004r, kalender april

De kalender wordt afgewisseld met de ‘werken van de maand’ – afbeeldingen van verschillende bezigheden die passen bij de maanden van het jaar.

maart: snoeien en opbinden van wijnranken
Maart: snoeien en opbinden van wijnranken

76 F 13, fol. 003v

juli: snoeien van een bloeiende tak
juli: snoeien van een bloeiende tak

KW 76 F 13, fol. 007v

augustus: graan oogsten
augustus: graan oogsten

KW 76 F 13, fol. 008v

september: druiven oogsten en persen
september: druiven oogsten en persen

KW 76 F 13, fol. 009v

De volgorde van die afbeeldingen lag aardig vast in de middeleeuwen, maar de vorm kan verschillen. In dit handschrift zijn de werken van de maand paginagroot afgebeeld, en dat is voor de twaalfde eeuw uitzonderlijk.

De nadruk in de werken van de maand ligt op de landbouw. De meeste afgebeelde personen zijn landarbeiders – te herkennen aan hun sjofele kleding én (typisch voor de middeleeuwen) hun nogal ruwe gezicht.

KW 76 F 13, februari
Een 'gewone' man, fragment februari

76 F 13, folio 002v, fragment

KW 76 F 13, december
Een 'gewone' man, fragment december

KW 76 F 13, folio 012v, fragment

De maanden april en mei tonen geen landarbeiders maar adellijke figuren. Dat is duidelijk te zien aan hun kleding én aan hun adellijke gezichtstrekken.

april: edelman met bloem
april: edelman met bloem

KW 76 F 13 fol. 004

mei: edelman te paard met valk
mei: edelman te paard met valk

KW 76 F 13, fol. 005v.

KW 76 F 13, april

KW 76 F 13, fol. 004v.

KW 76 F 13, fol. 005v, mei

KW 76 F 13, fol. 005v

Kleine afbeeldingen in de kalender

In de kalender zelf vinden we kleine afbeeldingen met de tekens van de dierenriem en maar liefst 24 afbeeldingen van mensen die een aderlating ondergaan. Aderlatingen werden in de middeleeuwen ingezet tegen allerlei ziektes. De afbeeldingen in dit handschrift zijn uniek, we komen ze nergens anders tegen.

kalender juli: aderlating
kalender juli: aderlating

KW 76 F 13, fol. 008r

juli, dierenriem, leeuw, KW 76 F 13, fol. 008r
juli, dierenriemteken, leeuw

KW 76 F 13, fol. 008r

juli: aderlating (2)
juli: aderlating (2)

KW 76 F 13, fol. 008r

KW 76 F 13, fol. 006r, laatste week van mei
Is de laatste week van mei misschien géén goede tijd voor een aderlating?

KW 76 F 13, fol. 006r, laatste week van mei

Beelden uit het leven van Jezus

Na de heiligenkalender zien we een aantal afbeeldingen uit het leven van Jezus Christus, ook wel een ‘christologie’ genoemd. Er is geen tekst bij. Het is goed mogelijk dat deze afbeeldingen werden gebruikt bij mondeling onderricht. Ook deze afbeeldingen komen we veel tegen in middeleeuwse psalters, daarom weten we dat er in dit geval enkele ontbreken. Die moet iemand er ooit uit gehaald hebben.

Jezus in de kribbe
Jezus in de kribbe

KW 76 F 13, fol. 016v

Jezus wordt gedoopt in de Jordaan
Jezus wordt gedoopt in de Jordaan

KW 76 F 13, fol. 019r

Jezus wordt gevangengenomen
Jezus wordt gevangengenomen

KW 76 F 13, fol. 021v; let op de 'ruwe' koppen van de soldaten i.t.t. de edeler trekken van de apostelen.

De drie Maria's bij het lege graf
De drie Maria's bij het lege graf

KW 76 F 13, fol. 023r

De psalmen

In dit psalter zijn de 150 psalmen onderverdeeld in 10 ongelijke secties. Ze beginnen allemaal met fraaie ‘gehistorieerde initialen’, beginletters waarin afbeeldingen zijn geschilderd van passages uit de psalmen.

Psalm 1, 'Beatus vir'
Psalm 1, 'Beatus vir'

Koning David speelt harp; David en Goliath, KW 76 F 13, f. 029r

Psalm 26, Samuel zalft David
Psalm 26, miniatuur Samuel zalft David

'Dominus, illuminatio mea, et salus', KW 76 F 13, fol. 49v

Psalm 38, KW 76 F 13, fol. 062v
Psalm 38, Miniatuur man met banderol op dak

KW 76 F 13, fol. 062v, 'Dixi custodiam vias meas'

Waar en wanneer is het psalter gemaakt?

Over de datering en de localisering van dit psalter is onder deskundigen nogal wat te doen geweest. Volgens David van der Kellen (1827-1895), directeur van het Nederlands Museum voor Geschiedenis en Kunst in Amsterdam, dateert de kleding van de in het boek afgebeelde personen uit de tweede helft van de dertiende eeuw. Naar inzicht van KB-directeur Willem G.C. Byvanck (1848-1925) is het psalter geschreven en verlucht omstreeks het jaar 1200. De meeste moderne onderzoekers sluiten zich daarbij aan en dateren het boek tegen het eind van de twaalfde eeuw. Het moet in elk geval ná 1173 zijn geschreven, want in de heiligenkalender staat aartsbisschop Thomas Becket vermeld die in 1173 heilig is verklaard (meer details over de moord op Becket op de pagina over Eleonora).

In rood op 29 december de sterfdag van St. Thomas, bisschop en martelaar. KW 76 F 13, fol. 13r

In rood op 29 december de sterfdag van St. Thomas, bisschop en martelaar. KW 76 F 13, fol. 13r

KB-bibliothecaris Byvanck was de eerste die wees naar Fécamp aan de Normandische kust als plaats van ontstaan van het psalter. Ook die conclusie ontleent hij aan de heiligenkalender. Waning, een heilige uit de zevende eeuw die in andere kalenders niet voorkomt, staat hier vermeld op 9 januari en nogmaals een week later, bij zijn ‘octaaf’ (dat is de datum tot wanneer een viering gerekt kon worden). Die dubbele vermelding wijst op een bijzondere verering van deze heilige op de plek waar het boek is ontstaan, of waar de opdrachtgever vandaan kwam. Waning was de stichter van de abdij van Fécamp.

Fragment kalender januari, op de bovenste regel de vermelding van St. Waning, op de onderste zijn 'octaaf'. KW 76 F, fol. 002r

Fragment kalender januari, op de bovenste regel de vermelding van St. Waning, op de onderste zijn 'octaaf'. KW 76 F, fol. 002r

De kunsthistoricus Walter Cahn bracht in 1996 naar voren dat de relieken van Waning in de negende eeuw zijn terechtgekomen in Ham in Picardië, meer dan tweehonderd kilometer ten oosten van Fécamp. Daarom wordt ook Ham wel genoemd als mogelijke geboorteplaats van ons handschrift. Cahn heeft weinig navolging gekregen in zijn datering.

Een paar jaar geleden is een lans gebroken voor een nieuwe datering en localisering. Stilistisch onderzoek leidde in 2012 tot de conclusie dat het aannemelijk is dat het psalter rond 1200-1210 in Parijs is vervaardigd. Overeind blijft dat de opdrachtgever van het boek een speciale band moet hebben gehad met enkele Normandische heiligen, die vooral zijn verbonden met Rouen en Fécamp.

Is de opdrachtgeefster Eleonora van Aquitanië?

Over één ding zijn de onderzoekers het wel eens. Het boek moet zijn gemaakt voor een zeer rijke adellijke dame. We zien haar afgebeeld op fol. 28v, met de handen geheven geknield voor David die in de beginletter van de eerste psalm (‘Beatus vir’) op het tegenoverliggende blad is afgebeeld.

De opening met de opdrachtgeefster links en het begin van de psalmen rechts, KW 76 F 13, fol. 28v, 29r

De opening met de opdrachtgeefster links en het begin van de psalmen rechts, KW 76 F 13, fol. 28v, 29r

Tot zeer recent is aan de identificatie van de opdrachtgeefster geen aandacht besteed. Onderzoek uit 2016 wijst in de richting van Eleonora van Aquitanië. Daarvoor zijn verscheidene argumenten.

Muurschildering in Chinon
Muurschildering in Chinon

Zo zijn er overeenkomsten tussen de kleding van de opdrachtgeefster van het psalter en die van Eleonora en haar familie, zoals afgebeeld op een fresco in een kapel in Chinon, een dorp vlakbij Fontevraud. De beschermheilige van die kapel, Radegundis, komt uitsluitend voor in de kalender van het psalter, niet in daarmee vergelijkbare kalenders uit dezelfde tijd. Opvallend is ook dat de edelman afgebeeld op fol. 4v in hetzelfde kledingmotief gehuld gaat, en dat hij en de edelman te paard met valk op fol. 5v beiden een met hermelijn gevoerde mantel dragen, wat duidt op koninklijk bloed.

Er is verder maar één psalter bekend waarin een vrouwenportret is geplaatst tegenover Psalm 1: het Psalter van Helmarshausen (nu bewaard in Baltimore, Walters Art Gallery, ms. W.10). Dat is in of kort na 1185 gemaakt voor Mathilde, hertogin van Saksen († 1189). Mathilde was de oudste dochter van Eleonora en Hendrik II van Engeland. Zij en haar echtgenoot bevonden zich in 1182-1184 in ballingschap in Normandië, waar zij met zekerheid haar moeder heeft ontmoet. Misschien is Mathilda toen ook geïnspireerd geraakt door het psalmboek dat haar moeder zojuist had laten maken.

Wie was Eleonora van Aquitanië?

Eleonora werd geboren in 1122-24 als erfdochter van de machtige hertog Willem van Aquitanië. Haar rijkdom, intelligentie en schoonheid zijn beroemd. Zij was dan ook een felbegeerde bruid. Een huwelijk met de Franse kroonprins maakte haar koningin van Frankrijk. Een tweede huwelijk, met hertog Hendrik van Normandië, bracht haar op de Engelse troon. Eleonora stierf na een lang een rumoerig leven op 1 april 1204. Zij ligt begraven in de abdij van Fontevraud. Op het grafmonument ligt haar levensgrote beeltenis met in de handen een opengeslagen boek. Het is de vroegste afbeelding van een niet-geestelijke lezende vrouw. Het beeld verbindt het vergankelijke leven met het eeuwige lezen. Geen boek was daar beter voor geschikt dan het psalter. Zie onze pagina Eleonora van Aquitanië: een formidabele middeleeuwse voor meer details.

Latere lotgevallen van het psalter

Rond het midden van de dertiende eeuw bevond het psalter zich in het grensgebied tussen Henegouwen en Vlaanderen. Dat blijkt uit allerlei toevoegingen in de kalender. Daarin vinden we onder meer de sterfdata van Johanna van Constantinopel, gravin van Vlaanderen en Henegouwen († 1244), van Willem van Dampierre († 1231), diens dochter Johanna, gravin van Bar († 1246), zoon Willem, graaf van Vlaanderen († 1251), zoon Jan, heer van Dampierre († 1258), en schoondochter Machteld van Béthune († 1263), maar ook die van een bisschop van Doornik, een abt van Anchin, een proost van Mons en een scholaster van Kamerijk. De overlijdensberichten zijn genoteerd door verschillende handen, kort na de gebeurtenissen zelf.

Jonas en de walvis, KW 76 F 13, fol. 88r
Jonas en de walvis, Psalm 68

KW 76 F 13, fol. 88r

Christus en God, psalm 109, KW 76 F 13, fol. 132v
Christus en God, psalm 109

KW 76 F 13, fol. 132v

Pas diep in de achttiende eeuw duikt het boek weer op. Het is dan in handen van Georges-Joseph Gérard (1734-1814), een gedreven ambtenaar aan het hof in Brussel met een passie voor boeken. Hij bemachtigde het psalter nog voordat hij in 1769 werd benoemd tot secretaris van de Sociéte Littéraire, de voorloper van de Academie der Wetenschappen en Letteren. Hij plaatste zijn naam voorin het boek, met het jaartal 1767 (fol. 1r). In de daarop volgende jaren bracht Gérard een grote verzameling boeken bijeen, waaronder ongeveer honderd middeleeuwse handschriften. Het psalter kreeg de signatuur ‘A 1’, wat iets zegt over het belang dat de nieuwe eigenaar aan het boek hechtte. Vier jaar na Gérards dood kwam zijn collectie grotendeels terecht in het Rijksarchief. In 1832 werden de handschriften overgebracht naar de Koninklijke Bibliotheek.

‘Disclaimer’

Is het psalter in de Koninklijke Bibliotheek werkelijk gemaakt voor koningin Eleonora? Misschien kunnen we de vraag beter anders stellen. Voor wie, anders dan voor Eleonora van Aquitanië, kan het Haagse psalter zijn gemaakt? Wie het weet mag het zeggen.

Meer informatie

Literatuur

KW 76 F 13, Psalter van Eleonora

KW 76 F 13, fol. 005v, maand mei, ruiter te paard met valk