De gevaren en kansen van de utopie

Vandaag de dag is het thema van de utopie misschien wel relevanter dan ooit. Met alle technologische en wetenschappelijke mogelijkheden die tot onze beschikking staan kunnen we de ideale maatschappij vormgeven. Maar hoe wenselijk is een utopische wereld? En zijn utopische idealen eigenlijk wel uitvoerbaar?

Wat is een utopie?

Het thema ‘utopie’ loop als een rode draad door het oeuvre van Hans Achterhuis. Als een filosofisch en politiek concept is het al sinds de publicatie van Utopia van Thomas More in 1516 onderwerp van discussie in de westerse wereld. Het woord ‘u-topia’, bedacht door More, betekent ‘de goede plaats die niet bestaat.’ Achterhuis omschrijft in zijn boek Koning van Utopia (2016) het centrale kenmerk ervan als ‘de maakbaarheid van de beschreven samenleving’ (p. 61). De nadruk ligt op de mogelijke verwerkelijking van het idee. Hiervoor moet het ontwerp plausibel en haalbaar zijn, anders wordt het een fantasie of droom in plaats van een utopie.

Thomas More, *Utopia* (2008)
Thomas More, Utopia (2008)

Thomas More, Utopia (2008)

*Insel Utopia*, houtsnede, uit *Utopia* (1516) [Bron: [Wiki Commons](https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Insel_Utopia.png)]
Insel Utopia (houtsnede, 1516)

Insel Utopia, houtsnede, uit Utopia (1516) [Bron: Wiki Commons]

More’s Utopia is een grote inspiratie voor Achterhuis in zijn denken over de utopie. Het boek wordt vaak beschouwd als het prototype van de utopie. More beschrijft een fictief eiland waar iedereen even gelukkig is en er geen verschillen tussen mensen bestaan, op zowel financieel als sociaal niveau. Dit komt omdat hebzucht en ijdelheid zijn afgeschaft, net zoals persoonlijk bezit. Geld is overbodig geworden en religieuze tolerantie heerst waardoor conflict nagenoeg is verdwenen. De perfecte leefomstandigheden, toch?

De mens in de utopie

Hoewel de samenleving die More ons voorhoudt heel aantrekkelijk lijkt, kunnen we vraagtekens zetten bij zijn mensbeeld. Wat voor mens woont in deze utopie? Past deze zich aan aan zijn nieuwe omgeving? Of is het naïef of zelfs schadelijk te denken dat de mens kan of wil veranderen?

Verschillende bekende filosofen zoals Plato hebben zich ook over deze vragen gebogen en zich met de utopie beziggehouden. In zijn werk De ideale staat uit 380 v. Chr. zet Plato de structuur van zijn ideale samenleving uiteen. Hij verdeelt de maatschappij in drie klassen. De laagste klasse bevat de mensen die een producerende rol hebben in de maatschappij. Zij zijn de arbeiders die alle benodigde goederen en diensten verzorgen. De middenklasse houdt toezicht op de massa mensen in de lagere groep en biedt bescherming. Zij worden door Plato de ‘wachters’ genoemd. De hoogste, en tevens leidende, klasse is verantwoordelijk voor het bestuur van de staat. Dit zijn de filosofen.

Rafael, Plato in *De School van Athene*, fresco (1509) (detail)
Rafael, De School van Athene (1509) (detail: Plato)

Rafael, Plato in De School van Athene, fresco (1509) (detail) [Bron: Wiki Commons]

Plato, *De ideale staat* (2012)
Plato, De ideale staat (2012)

Plato, De ideale staat (2012)

In de perfecte, rechtvaardige staat van Plato is er van sociale mobiliteit en emancipatie geen sprake. Hij veronderstelt dat er verschillen bestaan tussen mensen die onveranderlijk zijn. We kunnen daarom beter ieders capaciteiten zo goed mogelijk benutten daar waar het nodig is. Iedereen moet doen waar hij of zij goed in is. Daartegenover beschouwt More juist alle mensen als gelijk. Iedereen heeft dezelfde potentie mits de staat zorgt voor onderwijs.

Utopische bouwprojecten in Nederland

De opvattingen van More hebben velen geïnspireerd. In Nederland zijn er verschillende bouwprojecten geweest die zijn beoogde gelijkheid probeerden te realiseren.

Blokhuizen aan de Ring, Nagele, foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (2002) [Bron: [Wiki Commons](https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Blok_huizen_aan_de_Ring,_noordzijde_-_Nagele_-_20329585_-_RCE.jpg)]

Blokhuizen aan de Ring, Nagele, foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (2002) [Bron: Wiki Commons]

Het dorp Nagele in de Noordoostpolder werd in 1956 gebouwd met onder andere Gerrit Rietveld in het architectenteam. Alle wijken werden precies hetzelfde ingedeeld opdat alle mensen beter, gelijker en gelukkiger zouden worden. De bontgekleurde huizen zijn gelijkvormig en even groot, waardoor er geen verschillen in rijkdom of status zichtbaar zijn. Het dorp bestaat nog steeds.

Walden maakte de spanning duidelijk die ontstaat tussen theoretische ideeën en de praktische realisatie van een utopie. De mens is toch niet altijd in staat aan de verwachtingen van een utopische samenleving te voldoen.

De jaren zestig: optimisme over de toekomst

Hans Achterhuis begon in de jaren zestig te schrijven over de utopie. Destijds probeerden velen een radicaal nieuwe ordening van de samenleving te vestigen. Hun ideeën waren gebaseerd op een utopisch gedachtegoed. Op het Europese politieke toneel was er veel dat weerstand opriep. Geweld was alomtegenwoordig, zoals in de Vietnamoorlog en de Algerijnse vrijheidsstrijd. Met name vanuit de politiek linkse hoek werd gevochten voor emancipatie. De massale studentenprotesten van over de hele wereld getuigden van een internationale strijd.

Karl Marx, Friedrich Engels, *Het communistisch manifest* (2015)
Karl Marx, Friedrich Engels, Het communistisch manifest (2015)

Karl Marx, Friedrich Engels, Het communistisch manifest (2015)

*Portret van Karl Marx*
Karl Marx

Portret van Karl Marx, fotograaf: John Jabez Edwin Mayal (1875) [Bron: Wiki Commons]

De Russische revolutionair Vladimir Lenin, en zijn opvolger Jozef Stalin, waren twee marxisten die de communistische ideologie een praktische vorm gaven. Onder leiding van Lenin en de Communistische Partij werd in 1922 de Sovjet-Unie opgericht. De meest ingrijpende veranderingen in de staatsinrichting was de afschaffing van klassenverschillen en privé-eigendom – net zoals in Utopia. Ze trachtten daarmee een samenleving te bouwen waar iedereen een gelijkwaardige bijdrage kan leveren en terugverwachten.

De schaduwkant van de utopie

Naarmate zijn denken vordert wordt Achterhuis zich echter bewuster van de negatieve kanten van een utopische samenleving. Mensen die leven in een maatschappij die gestoeld is op utopisch gedachtegoed zijn vaak ondergeschikt aan de staat en het collectieve belang. Ook al was de Sovjet-Unie in principe een democratische staat, oppositie tegen de Communistische Partij was onmogelijk. De idealen van het communisme werden opgedrongen aan iedereen.

Hans Achterhuis, *De erfenis van de utopie* (1998)
Hans Achterhuis, De erfenis van de utopie (1998)

Hans Achterhuis, De erfenis van de utopie (1998)

Kritiek van links

Natuurlijk is 1984 fictie maar toch moeten we de bedreigingen voor onze hedendaagse maatschappij wel serieus nemen, zegt Achterhuis. Zijn felle kritiek op de utopie viel in zijn vroege carrière slecht bij veel van zijn linkse tijdgenoten, met name sympathisanten van het communisme.

De zenuw die hij toen bij verschillende denkers raakte is nog steeds actueel. SP-tweede kamerlid Ronald van Raak beargumenteert in de lezing Grenzen aan de utopie in Utrecht dat de utopie ook een visie kan bieden voor een betere toekomst. De vroege SP is een voorbeeld waarbij de praktische uitvoering van utopische principes veranderingen teweeg kunnen brengen in de maatschappij, bijvoorbeeld op het gebied van zorginstellingen. Zonder idealen zouden we nooit vooruit kunnen komen. Utopisch denken is dus niet geheel verwerpelijk, het is zelfs in bepaalde mate noodzakelijk.

Ayn Rand, *Atlas shrugged* (1957) [Bron: [Wiki Commons](https://en.wikipedia.org/wiki/Atlas_Shrugged#/media/File:AtlasShrugged.jpg)]
Ayn Rand, Atlas shrugged (1957)

Ayn Rand, Atlas shrugged (1957) [Bron: Wiki Commons]

Ayn Rand
Ayn Rand

Portret van Ayn Rand, fotograaf: Talbot (1943) [Bron: Wiki Commons]

Vrije markt?

Eén van deze nadelen is het feit dat de vrije markt benaderd wordt als een natuurlijk gegeven. Dit verhult de ideologie die eraan ten grondslag ligt en neemt de verantwoordelijkheid van individuele mensen voor de grote sociale verschillen in de wereld weg. Met een analyse van de geschiedenis van de marktmaatschappij wil Achterhuis laten zien dat de vrije markt helemaal niet gebaseerd is op een natuurlijk proces maar door het regelmatig kunstmatig ingrijpen van bestuurlijke instanties tot stand is gekomen.

Het mensbeeld dat in het vrije markt denken gepresenteerd wordt is volgens Achterhuis misleidend. Dit gaat er namelijk vanuit dat de mens een volledig rationeel wezen is dat altijd rationele keuzes zal maken en naar deze keuzes zal handelen. Maar de mens is nooit volledig rationeel, laat staan dat hij altijd rationeel zal handelen. De buitensporige speculaties op de beurs van voor de kredietcrisis van 2008 laten dat maar al te goed zien.

Desondanks vindt de liberale utopie veel aanhang. Richard Rorty, een Amerikaanse filosoof, stelt dat het onmogelijk is om de publieke en private domeinen te willen verenigen, zowel in de filosofie als de maatschappij, zoals in veel utopieën gepoogd wordt. In zijn boek Contingentie, ironie en solidariteit uit 1989 beargumenteert hij dit aan de hand van de begrippen ironie en liberalisme. Ironie, schrijft hij, is het besef dat ons eigen, individuele bestaan geen noodzakelijkheid maar een samenvallen van toevallige omstandigheden is. Wanneer we ons dit realiseren kunnen we niet langer denken dat het menselijk leven een intrinsiek doel heeft.

Richard Rorty, *Contingentie, ironie en solidariteit* (2007)
Richard Rorty, Contingentie, ironie en solidariteit (2007)

Richard Rorty, Contingentie, ironie en solidariteit (2007)

Richard Rorty, Contingentie, ironie en solidariteit (2007)
Richard Rorty, Contingentie, ironie en solidariteit (2007)

Richard Rorty, Contingentie, ironie en solidariteit (vertaling 2007)

Ondanks de contingentie van het bestaan willen we publieke regels opstellen , zodat iedereen optimale vrijheden kan genieten. De kloof tussen de persoonlijke worsteling met de contingentie van het bestaan en de solidariteit met anderen die nodig is om een succesvolle maatschappij op te bouwen is onoverbrugbaar volgens Rorty. De ideale samenleving die hij voor ogen heeft is daarom een liberale utopie. Mensen moeten zich volledig bewust zijn van de toevalligheid van hun leven en zullen daarom nooit vaststaande regels en wetten accepteren. Deze hangen volkomen af van de situatie en mensen zijn vrij deze aan te passen.

Achterhuis zet zich hiermee vooral af tegen de Franse existentialist Jean-Paul Sartre (midden twintigste eeuw). In tegenstelling tot Achterhuis, stelt Sartre dat het in bepaalde gevallen wél gerechtvaardigd is geweld te gebruiken om geweld te bestrijden. Hij steunde bijvoorbeeld de Algerijnse ‘terroristen’ aan het begin van de jaren zestig. Algerije was in deze tijd nog onder Frans bewind. Gewelddadige optredens van de Franse oproerpolitie tegen het Algerijnse volk net na de Tweede Wereldoorlog gaf de onafhankelijkheidsbeweging een impuls. Dit leidde na veel conflict uiteindelijk in 1962 tot de onafhankelijkheidsverklaring van Algerije. Sartre vond dat geweld in de vorm van terrorisme tijdens de Algerijnse vrijheidsoorlog een logische reactie was op het geweld van de Fransen - dat schreef hij de inleiding voor een boek van de Franse psychiater Frantz Fanon, De verworpenen der aarde (1961). Het reactieve karakter van het terroristische geweld maakt deze secundair: de onafhankelijkheidsstrijders reageren op eerder primair geweld. Hierdoor is het ‘tegengeweld’ gerechtvaardigd. In zijn stuk zegt hij tegen pacifisten:

‘U veroordeelt de oorlog, maar u durft u nog niet solidair te verklaren met de Algerijnse vrijheidsstrijders; wees niet bang, u kunt rekenen op de kolonisten en de huurlingen; die geven u wel een zetje in de goed richting. Dan zult u misschien, met de rug tegen de muur, eindelijk dat nieuwe geweld de vrije teugel laten, dat door oude, opgewarmde euveldaden in u opgewekt wordt’ (p. 23).

Frantz Fanon, *De verworpenen der aarde* (1984)
Frantz Fanon, De verworpenen der aarde (1984)

Frantz Fanon, De verworpenen der aarde (1984)

Frantz Fanon, De verworpenen der aarde (1984)
Frantz Fanon, De verworpenen der aarde (1984)

Frantz Fanon, De verworpenen der aarde (1984)

Hannah Arendt, *Over geweld* (2009)
Hannah Arendt, Over geweld (2009)

Hannah Arendt, Over geweld (2009)

Volgens Hannah Arendt, joods-Duitse filosofe en tijdgenote van Sartre, is dit echter een verkeerde manier om geweld te benaderen. In Over geweld uit 1969 heeft ze kritiek op Sartre die geweld behandelt als een middel om een doel te bereiken. Geweld is nooit een louter middel maar doet altijd iets met de persoon die geweld pleegt. Achterhuis sluit zich bij Arendt aan en geeft het voorbeeld van de Nazi moordcommando’s. Voor hen werd doden gemakkelijker naarmate ze het vaker deden. De normalisering van geweld is gevaarlijk omdat het nog meer geweld veroorzaakt.

Omgaan met geweld

Volgens Achterhuis is het echter naïef om geweld te willen wegdenken. Het is namelijk onmogelijk geweld volledig uit te bannen omdat geweld bij de mens hoort. In Met alle geweld noemt Achterhuis de theorie van René Girard over het ‘oergeweld’. Geweld ligt volgens Girard aan de basis van de menselijke beschaving. Iedere mens wordt namelijk gedreven door de begeerte te willen hebben wat een ander heeft. We kunnen dit zien in het kopieergedrag van kinderen maar ook in Bijbelse verhalen zoals die van Kain en Abel. Deze menselijke trek zorgt voor veel conflict. De opgelopen spanningen worden vaak met het aanwijzen van een zondebok opgelost. Zodra de gekozen zondebok gestraft is zal de balans in de maatschappij hersteld worden.

Jacopo Tintoretto, *De moord op Abel* (1551-1552)

Jacopo Tintoretto, De moord op Abel (1551-1552) [Bron: Wiki Commons]

Achterhuis zegt: ‘Mijn voorzichtige conclusie luidt dat geweld behoort tot de menselijke conditie. Het is een onlosmakelijk onderdeel van ons bestaan, ook in zijn mimetische vorm, en de illusie dat we het kunnen uitschakelen is funest. Geweld is overal in potentie aanwezig, het is soms nuttig, maar het kan ook mimetisch besmettelijk zijn zodat geweldsspiralen ontstaan. Dat is een gegeven. We hebben kaders en instituties nodig om het te beheersen. En zelfinzicht. Zelfinzicht helpt, daarvan ben ik overtuigd’ (citaat uit De Groene Amsterdammer).

Hans Achterhuis, *Koning van Utopia* (2016)
Hans Achterhuis, Koning van Utopia (2016)

Hans Achterhuis, Koning van Utopia (2016)