Couperus en Japan

Japonisme

Couperus' verslag van zijn reis door Japan zoals die in Nippon is vastgelegd, is doordesemd van deceptie, hoezeer hij ook zijn best doet om de vreemde cultuur te bewonderen. De veelal teleurstellende ervaringen van Couperus kwamen gedeeltelijk voort uit het beeld dat hij al had van Japan en de confrontatie van dat beeld met de werkelijkheid. Zoals veel andere Europeanen aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw was Louis Couperus in de ban geraakt van het 'Japonisme'. Kunst uit Japan was in de mode en Japanse motieven werden ook verwerkt in Westerse kunst, bijvoorbeeld door Vincent van Gogh. In de Haagse kunstzaal van Kleykamp bezocht Couperus in 1921 de tentoonstelling 'Japansche en Chineesche kunst' en las hij zelf Japanse sprookjes en verhalen voor uit Myths and legends of Japan van Hadland Davis.

Studie in de Koninklijke Bibliotheek

Voordat Couperus aan zijn grote reis naar Nederlands-Indië en Japan begon, verrichte hij uitvoerige voorstudie in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Couperus werd bovendien uitgebreid voorgelicht over Azië door zijn vriend en China-kenner Henri Borel. In een aantal feuilletons uit Nippon stelt Couperus zijn lectuur expliciet aan de orde en vergelijkt hij zijn eigen oordeel met dat van schrijvers als Lacadio Hearn, de auteur van Glimpses of unfamiliar Japan (1894) en Japan, an attempt at interpretation (1904). Zijn reisgids in Japan was het door B.H. Chamberlain en W.B. Mason geschreven Handbook for travellers in Japan van uitgeverij Murray, 'dat geen toerist ongebladerd laat'. Voor zijn bezoek aan de hoerenbuurt van Yokohama bestudeerde hij in Japan The nightless city van J.E. de Becker (1899), een exemplaar daarvan werd hem geleverd door gids Saga Kawamato.

Invloed van het Westen

Ondanks - of misschien juist door - al zijn voorkennis over Japan, raakte Couperus toch teleurgesteld over wat hij zag. Het werkelijke Japan was toch heel iets anders dan de geïdealiseerde beelden die men in het westen had. Vooral ergerde hem de westerse invloed in Japan, die leidde tot een 'hybridisch' volk. 'Ik vind dit volk heel krachtig en vitaal maar grof. De Oostersche fijnheid is te loor gegaan in haar Westersche aspiraties. Het is goed voor een volk zich zelve te blijven, zijn nationaliteit - dat wat zijn nationaliteit vormt - ongerept te bewaren. Het Japansche volk heeft dit niet gedaan. Het is hybridisch geworden, een amfibie tusschen Oosten en Westen.' Maar Couperus vraagt zich ook af of Japan echt is aangetast door de Westerse moderniteit of dat de aanbidding van Amerikaans kapitalisme en efficiency slechts schijn is: 'Wàt voelen zij toch voor onze cultuur der machine? Is hunne moderniteit een vernis? Gaan deze moderne staatslieden en business-men tòch, als niemand hen ziet, in het bosch, den koekoek hooren, den vogel van levensdroefenis, die bloed spuwt?' Couperus kwam er niet uit: 'Vreemd, vreemd volk.'

Duitschers van het Oosten

In Nippon hamert Couperus er steeds op dat hij van de Japanners eigenlijk niets begrijpt, maar ondertussen weet hij al toeschouwend en schrijvend toch steeds dieper door te dringen in de Japanse ziel. Met zoveel woorden lijkt hij zelfs het Japanse aandeel in de Tweede Wereldoorlog in 1922 al te kunnen voorspellen, mét de nederlaag die Japan daarin zou lijden: 'Zal het oorlog krijgen met Amerika? En China onder zijn duim? En wat doet dan verbrijzeld Europa? Toch, ik weet niet of de Japanners ooit sterk genoeg zullen zijn om tegen het Westen op te tornen en de wereld hun eigen te maken. Zij bevroeden onze materieele Westersche dingen wel in hun naijverigen geest, maar zij zijn eigenlijk onhandig, niet plooibaar en te hoovaardig om niet ten val te komen, minstens om niet groote décepties door te maken.' Enkele keren noemt Couperus de Japanners de 'Duitschers van het Oosten'.

Het snoer der ontferming

Dat ondanks alles Japan toch heel veel indruk heeft gemaakt, blijkt wel uit het boek dat hij schreef na terugkeer in Nederland: Het snoer der ontferming en Japansche legenden . Dit boek verscheen postuum in 1924 terwijl Nippon, dat eigenlijk veel eerder ontstond, pas in 1925 verscheen. In Het snoer der ontferming geeft Couperus zijn eigen versies van de Japanse mythes en legenden die hij tijdens zijn reis door Japan heeft opgezogen. Zo vertelt hij de fabel van 'De vossen', de betoverde vossen die bezit nemen van de mensen. Tijdens zijn ziekte in Japan meende Couperus zelf door een dergelijke vos bezeten te zijn. Het snoer der ontferming is gewijd aan de Boeddha Amida, de ontfermende Boeddha, die uit medelijden niet het Nirvana binnengaat, maar zijn reddende snoer uitwerpt naar de mensen. 'Want hij is het, Amida Boeddha, die, voór elke sterveling gelukzalig zoû zijn, niet wenschte, in opperste gelukzaligheid, over de meren van glans, waar ontluiken, stengel-hoog, de duizende zonnende lotosbloemen, zelve te drijven Nirwâna binnen. Gezegend zijt gij, Boeddha Amida! Namu Amida Butsu!'

Laatste voordracht

Couperus zou de publicaties van Nippon en Het snoer der ontferming niet meer meemaken. Tijdens de reis door Japan werd hij al geteisterd door ziekte en na terugkeer in Nederland zou hij niet meer volledig herstellen. Hij overleed op 16 juli 1923. Zijn laatste voordracht hield hij op 21 maart 1923 in zaal Kleykamp in Den Haag. Couperus las voor uit enkele Japanse verhalen, die later zouden worden gebundeld in Het snoer der ontferming. Het weekblad De Kunst was verrukt over deze voordracht: 'De sfeer van Japan en de geest van 't Boeddhisme leeft in deze schetsen.' Het weekblad vond de verhalen over de verlossende Amida prachtig: 'Dit wordt ons door Couperus zoo wondermooi geschilderd, dat wij ons in de sfeer van Japansche subtiliteit verplaatst wanen.'

Lafcadio Hearn, Japan: an attempt at interpretation (1905)

Lafcadio Hearn,Japan: an attempt at interpretation (1905)

Murray's hand-book Japan, eigenlijk: Basil Hall Chamberlain and W.B. Mason, A handbook for travellers in Japan: including Formosa (1913)

Murray's hand-book Japan, eigenlijk: Basil Hall Chamberlain and W.B. Mason,A handbook for travellers in Japan: including Formosa (1913)

Louis Couperus, Het snoer der ontferming, en Japansche legenden (1924)

Louis Couperus,Het snoer der ontferming, en Japansche legenden (1924)

Winkelstraat in het oude Canton, in: Louis Couperus, Nippon (1925)

Winkelstraat in het oude Canton, in: Louis Couperus, Nippon (1925)

Louis Couperus, Het snoer der ontferming en Japanse legenden (1984)

Louis Couperus,Het snoer der ontferming en Japanse legenden (1984)