De boekbanden voor Couperus’ uitgaven, tot 1915

Veel van de banden voor het werk van Couperus worden - puur op grond van de jaartallen - tot art-nouveauboekbanden bestempeld, maar dat zijn ze lang niet allemaal. Er zijn bijvoorbeeld neorenaissancistische banden van K. Sluyterman bij. De banden van Jan Toorop en van Chris Lebeau intussen horen tot de top van wat in Nederland de Nieuwe Kunst is gaan heten.

De periode die als Nieuwe Kunst is aangemerkt is die tussen 1892 en 1903. De internationale benaming Art nouveau wordt voor een iets langere periode gebruikt: 1890-1914. Als we de boekbanden uit deze periode chronologisch bekijken zien we verschillende kunststijlen de revue passeren.

De boekbanden weerspiegelen niet een doorgaande lijn van een zich steeds verder ontwikkelende Nieuwe kunst. Nog op traditioneel negentiende-eeuwse wijze gepresenteerd is de roman Noodlot (1890). Titel en auteursnaam staan in goud en binnen een zwart kader op rood linnen. De ingenaaide editie heeft een ruitvormig kader voor de titelgegevens en daaromheen zijn versierende elementen en kaders aangebracht. Ook de eerste drukken van Extaze en Eene illuzie (1892) zijn geen manifestaties van Art nouveau.

Vanaf 1893 laat uitgever L.J. Veen veel banden ontwerpen door jonge moderne kunstenaars, die verwant zijn aan moderne stromingen als de Art nouveau of de Gemeenschapskunst. Hij wist dat deze banden aantrekkelijk werden gevonden door het publiek. Maar ook bij deze uitgever zien we niet een doorgaande lijn.

Tussendoor gaf uitgever L.J. Veen opdrachten aan binders met een afwijkende stijl, of werden banden als vanouds in de drukkerij of binderij 'ontworpen', zoals in 1896 voorDe verzoeking van den H. Antonius, in 1911 voor Antieke verhalen en in 1912 voor Schimmen van schoonheid. Voor De berg van licht (1905-1906) kozen uitgever Veen en Couperus uiteindelijk om foto's van kunstwerken op de band te reproduceren: voor een roman was dat in die tijd verrassender dan voor een kunstboek.

Veen moest soms voor één boek verschillende kunstenaars langs, omdat zij geen tijd hadden voor een ontwerp. Bovendien keurde hij enkele ontwerpen af (van Jan Verkade bijvoorbeeld) en verzocht hij vervolgens een andere kunstenaar een ontwerp te maken. Ook uitgever P.N. van Kampen gaf opdrachten aan deze moderne kunstenaars, terwijl de Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur in 1911 Korte arabesken in hun door Willem Klijn vormgegeven standaarduitvoering op de markt bracht. Opvallend is dat veel van de bandtekeningen door de kunstenaars zijn gesigneerd, met uitsluiting van die van Toorop en Lebeau.

R.N. Roland Holst (1868-1938)

De eerste boekband voor Couperus die door een moderne kunstenaar is vormgegeven is Majesteit (1893), waarvan het ontwerp is gemaakt door R.N. Roland Holst. De elementen in zijn bandtekening zijn symbolistisch voor het verhaal. Hij koos daarvoor bloemen die aan weerszijden van het voorplat opbloeien tot aan de bovenrand met een aster tussen sterren. Daarbij is de Franse lelie als vorstelijk embleem gebruikt, net als zwaarden, granaatappel en rijksappel. De getekende sierletters zijn een uiting van de gangbare ideeën over 'boekverciering' uit die tijd.

Roland Holst introduceerde meteen een nieuwigheid door als eerste kunstenaar in de rij een Couperusband te signeren met zijn monogram 'RNRH'. Het monogram staat op de achterzijde van de band. Engelse boekkunstenaars signeerden hun boekbanden al veel langer en Roland Holst bezocht juist in deze periode enkele jongere (boek)kunstenaars in Londen. In Nederland werd de gewoonte om boekbanden te signeren maar door enkele kunstenaars overgenomen.

Roland Holst ontwierp ook de band voor de herdruk van Extaze uit 1894. De linnen editie toont op voor- en achterplat de in goud gedrukte versieringen die de sluiting van een album verbeelden. Het auteursmonogram LC fungeert als een soort slotje of zegel dat verbroken zou moeten worden om het boek te openen. Uitzonderlijk is dat Roland Holst dit ontwerp voor de ingenaaide editie niet vond passen; alba zijn tenslotte altijd gebonden en voor een boek met een papieren omslag zou het niet passend zijn. Hij maakte daarvoor een litho met bloemmotieven. Dit is de enige Couperus-band waarbij verschillende ontwerpen zijn gemaakt voor de gebonden en de ingenaaide uitvoering.

Karel Sluyterman (1863-1931)

De band van Karel Sluyterman voor Reisimpressies (1894) is naturalistisch te noemen, terwijl zijn latere ontwerp voor Uit blanke steden onder blauwe lucht (1912-1913) neorenaissancistisch is. Dit laatste ontwerp werd gesigneerd met zijn monogram 'K.S.'' Tussendoor ontwierp hij Fidessa (1899): de tekening toont een zwaard gericht op het voorhoofd van een eenhoorn, het symbool van zuiverheid. Ook dit is geen art nouveau-band.

H.P. Berlage (1856-1934)

Rond 1893 veroordeelde H.P. Berlage de neorenaissancestijl van de jaren tachtig (waarin hij destijds zelf werkte) om zich toe te leggen op een geometrisch-ornamentele stijl. In Wereldvrede (1895) zien we een symbolische verbeelding van de inhoud: de pionfiguur staat voor Othomar XII, diplomaat én idealist; de klauw om de voet van de pion is het noodlot. De band kan niet tot de stroming van het symbolisme worden gerekend, aangezien ze geen verbeelding zijn van hyperindividuele ideeën of mystiek.

Berlage signeerde deze band met zijn monogram 'HPBNZ'. De kleinere initialen 'NZ' staan voor N-zoon: Berlage was de zoon van Nicolaas Willem Berlage. Het monogram staat onder de plaatsnaam Amsterdam op de achterzijde van de band.

In 1896 verscheen Hooge troeven, waarvoor Berlage een patroon ontwierp van vier kaartemblemen: harten is troef. De constructie van de boekband begon inmiddels een rol te spelen bij het ontwerp van een boekband en dat zien we hie. Door de symmetrische opbouw van voor- en achterplat maakt het geheel een geometrische indruk, die typerend is voor de architect-ontwerpers. Ook deze band is gesigneerd, onder de plaatsnaam Amsterdam op de achterzijde van de band.

L.W.R. Wenckebach (1860-1937)

In 1895 ontwierp L.W.R. Wenckebach de band voor Williswinde. Veel van zijn werk tot dan toe was zuiver illustratief. Maar deze bandtekening verbeeldt twee gelieven (in het openingsgedicht) die elkaar als rozenstuiken omstrengelen en steunen. De dood van de een betekent onherroepelijk ook de dood van de ander. De ineengestrengelde rozentakken omkaderen een veld voor titel en auteursnaam. Ook Wenckebach signeerde zijn boekbanden. Hier staat het monogram LWRW tussen de wortels onder de boomstam.

Een typerende art-nouveauband tekende Wenckebach in 1898 voor de vierde druk van Eline Vere (uitgever P.N. van Kampen). Binnen een kader zijn symmetrische wervelende lijnen en bloemmotieven aangebracht, zowel op de rug als op het voorplat. Wenckebach signeerde deze boekband met zijn monogram rechtsonder op het voorplat.

Jan Toorop (1858-1928)

De eerste band van Toorop voor Couperus betrof Metamorfoze in 1897. Dat het hem ernst was, bleek uit de behoefte die hij formuleerde om het boek eerst te lezen. Ook betrok hij niet alleen de rug bij het ontwerp van het voorplat, maar ook het achterplat, dat op ouderwetser banden vaak blanco gelaten is. Hij tekende voor Metamorfoze een vrouwenfiguur die zich losmaakt uit de windselen - dit staat voor de zich ontwikkelende ziel. De zweepslaglijn overheerst het geheel.

Ook voor Psyche (1898) tekende Toorop een dergelijk vintage Nieuwe kunst-band. Hier lijkt het ontwerp van achterplat, via de rug naar het voorplat door te lopen en één geheel te vormen, maar dat is niet juist. Het zijn drie afzonderlijke tekeningen, waarvan het voorplat een explosieve vaart suggererende werveling toont: de vlucht van Psyche, gezeten op het paard Chimera, op weg naar hemelse sferen. De rug toont hoe dit type wervelingen de belettering van de titel in een keurslijf dwingt, waar typografen tegen zouden protesteren. Het achterplat is ook los ontworpen en veel statischer. De drie afzonderlijke delen zijn omkaderd.

In 1901 ontwierp Toorop de band voor Babel. De figuur is Astarte, met uitgestrekte armen. Ook hier is de belettering ondergeschikt gemaakt aan de tekening.

In 1903 volgde God en goden. Binnen een symmetrisch patroon van zonnevlammen staat de figuur van 'Hoop', die afdaalt in de zonnekrater. Die krater is ook verbeeld in de leegte op de rug tussen auteurs- en uitgeversnaam. Daar staat welbewust niet de titel. Toen in de boekbinderij de schets van Toorop voor het bandstempel werd overgetekend, werd er een titel in getekend, die er op last van de kunstenaar weer uit is verwijderd.
De vier ontwerpen van Toorop zijn niet door hem van een monogram voorzien.

R.W.P. de Vries, jr. (1874-1952)

De kunstenaar R.W.P. de Vries jr. ontwierp voor Veen de van Elsevier overgenomen uitgave Noodlot. Het betrof de derde druk uit 1898. Zijn bandtekening loopt door van het achter- naar het voorplat met symmetrische lijnen en vormen. Het monogram RWPV staat onderaan de rug. Zijn ontwerpen zijn ingegeven door een strak systeem, dat is beïnvloed door de zogeheten Vâhana-cursus waarbij op theosofische grondslag les gegeven werd in meetkunde en kunstgeschiedenis.

J.G. van Caspel (1870-1928)

Tussen opdrachten aan echte art nouveau-kunstenaars zoals Toorop en Lebeau door, kreeg in 1900 J.G. van Caspel de vraag om Langs lijnen van geleidelijkheid te ontwerpen. Destijds was hij een portretschilder, later ontwikkelde hij zich tot ontwerper van affiches en architect in de stijl van K.P. de Bazel. Lijnen, ornamenten en arabesken versieren de rug en het voorplat. De kleuren paars en oranje zijn verrassend. Het achterplat is onversierd gebleven. Net als Wenckebach in 1898 deed, signeerde Van Caspel de band met zijn monogram: 'v.C.'.

Chris Lebeau (1878-1945)

Het ontwerp van Chris Lebeau voor De stille kracht (1900) is een van de bekendste Nieuwe kunst-uitingen geworden, deels ook door de gekozen techniek. Symmetrische figuren werden op katoen gebatikt; maar er waren ook veertig exemplaren gebatikt op fluweel. Om te batikken wordt de stof eerst gedeeltelijk met een waterafstotende was behandeld; de behandelde gedeelten blijven na het verven wit en de was wordt vervolgens weer verwijderd. De titel en auteursnaam zijn vervolgens in goud gedrukt. Voor- en achterplat zijn gespiegeld en met elkaar verbonden door lijnen die de technische constructie van de boekband verbeelden. De naam van de ontwerper staat niet op de band, wel die van de boekbinderij en van het batikatelier.

Lebeau ontwierp in die tijd niet veel boekbanden, maar in 1906 maakte hij een bandtekening voor een nieuwe roman van Couperus:* Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan*... Er verschenen exemplaren in een papieren bandje (in twee delen) en in geel linnen met paarse opdruk. Ook verschenen er enkele exemplaren in perkament met de tekening gedrukt in goud. Op de voorzijde zijn vier geschakelde 'wielen' te zien en horizontale stroken, die doorlopen op de rug. Op het achterplat is een ornament geplaatst, waarvan een kleinere variant tweemaal op de rug is afgedrukt. Daarin zijn de initialen van L.J. Veen verwerkt. Ook deze band is niet door Lebeau gesigneerd.

Theo Neuhuys (1878-1921)

Theo Neuhuys was directeur van Kunstzaal Kleykamp in Den Haag, waar Couperus zijn laatste lezing zou geven (Neuhuys was toen al overleden). Deze tekenaar en lithograaf ontwierp één boekband voor Couperus, maar die werd gebruikt voor alle vier delen van de roman* De boeken der kleine zielen* (1901-1903). Het is een symmetrisch ontwerp met florale decoraties en ornamenten die voortvloeien uit het gekozen patroon. Zeer opvallend is intussen dat Neuhuys zijn band niet simpelweg met een monogram signeerde, maar pontificaal zijn naam vermeldde: op de rug, onderaan, waar veelal de naam van de uitgever staat. Dit is voor deze periode in Nederland uniek.

Julius de Preatere (1879-1947)

De Belgische kunstenaar Julius de Praetere was actief in de kunstnijverheid en richtte de eerste Vlaamse private press op. De uitgaven werden deels gedistrubueerd door L.J. Veen, die hem in 1902 vroeg de band voor* Over lichtende drempels* te ontwerpen. Daarmee is het de enige Vlaamse Couperusband in de Art nouveau-stijl. Hij signeerde zijn ontwerp met het monogram 'dP'. Typerend voor zijn stijl is de afwijkende letter 's' in de getekende auteursnaam en titel.

Jan Rotgans (1881-1969)

De illustrator Jan Rotgans tekende één ontwerp voor Couperus' Dionyzos (1904), een in die tijd al traditionele Arts-and-Crafts randdecoratie om een portret van de wijngod. Dit portret is rechtsonder voorzien van zijn monogram 'JR'. De gebonden uitvoering heeft een blanco achterzijde; de ingenaaide exemplaren hebben op de achterzijde het drukkersmonogram 'GJT' van G.J. Thieme in Nijmegen, waar de omslagen van die uitvoering zijn gedrukt.

Willem Jiddo Taanman (1876-1935)

In 1910 verscheen een eerste bundel van Van en over mijzelf en iedereen in een band ontworpen door de kunstschilder W.J. Taanman, die rechtsonder op het voorplat zijn monogram aanbracht.

André Vlaanderen (1881-1955)

In 1911 gaf Van Holkema & Warendorf van Couperus Antiek toerisme uit met een band door grafisch kunstenaar André Vlaanderen. Hij tekende een varende quadrireem en daaromheen Egyptische symbolen in typerende kleuren. Vlaanderen zou bekend worden door zijn reclamewerk voor firma's als de Gezelle Rijwielfabriek. Zijn band is in niets vergelijkbaar met de art nouveaubanden en lijkt eerder op kinderboeken uit die tijd. Ook André Vlaanderen signeerde de bandtekening, rechtsonder, met zijn volledige naam.

Een meer door de Art nouveau geïnspireerde band maakte Vlaanderen voor een serie van dezelfde uitgever, de Modern-Bibliotheek. Daarin verscheen in 1911* De zwaluwen zijn neêr gestreken*.

Latere ontwerpers

Voor uitgaven na 1914 werden banden ontworpen door Tjipke Visser (Oostwaarts, 1923, en Nippon, 1925), J.B. van Heukelom (Proza, 1923) en S.H de Roos (Het snoer der ontferming, 1924), maar veel van deze latere banden zijn anoniem ontworpen of puur typografisch.

R.N. Roland Holst: band voor Louis Couperus, Majesteit (1893)

R.N. Roland Holst: band voor Louis Couperus, Majesteit (1893)

R.N. Roland Holst: monogram gebruikt op de band van Louis Couperus, Majesteit (1893)

R.N. Roland Holst: monogram gebruikt op de band van Louis Couperus,Majesteit(1893)

R.N. Roland Holst: band voor Louis Couperus, Extaze (1894)

R.N. Roland Holst: band voor Louis Couperus,Extaze(herdruk 1894)

Karel Sluyterman: band voor Louis Couperus, Uit blanke steden onder blauwe lucht (1912-1913)

Karel Sluyterman: band voorLouis Couperus, Uit blanke steden onder blauwe lucht(1912-1913)

Karel Sluyterman: band voor Louis Couperus, Fidessa (1899)

Karel Sluyterman: band voor Louis Couperus, Fidessa (1899)

H.P. Berlage: band voor Louis Couperus, Wereldvrede (1895)

H.P. Berlage: band voorLouis Couperus, Wereldvrede(1895)

H.P. Berlage: monogram voor de band voor Louis Couperus, Wereldvrede (1895)

H.P. Berlage: monogram voor de band voorLouis Couperus,Wereldvrede(1895)

H.P. Berlage: band voor Louis Couperus, Hooge troeven (1895)

H.P. Berlage: band voorLouis Couperus, Hooge troeven(1895)

L.W.R. Wenckebach: band voor Louis Couperus, Williswinde (1895)

L.W.R. Wenckebach: band voor Louis Couperus, Williswinde (1895)

L.W.R. Wenckebach: band voor Louis Couperus, Eline Vere (herdruk 1898)

L.W.R. Wenckebach: band voor Louis Couperus,Eline Vere(herdruk 1898)

Jan Toorop: band voor Louis Couperus, Metamorfoze (1897)

Jan Toorop: band voor Louis Couperus, Metamorfoze (1897)

Jan Toorop: band voor Louis Couperus, Psyche (1898)

Jan Toorop: band voor Louis Couperus, Psyche(1898)

Jan Toorop: band voor Louis Couperus, Babel (1901)

Jan Toorop: band voor Louis Couperus, Babel(1901)

Jan Toorop: band voor Louis Couperus, God en goden (1903)

Jan Toorop: band voor Louis Couperus, God en goden(1903)

R.W.P. de Vries jr.: band voor Louis Couperus, Noodlot (herdruk: 1898)

R.W.P. de Vries jr.: band voor Louis Couperus,Noodlot(herdruk: 1898)

J.G. van Caspel: band voor Louis Couperus, Langs lijnen van geleidelijkheid (1900)

J.G. van Caspel: band voor Louis Couperus, Langs lijnen van geleidelijkheid(1900)

Chris Lebeau: band voor Louis Couperus, De stille kracht (1900)

Chris Lebeau: band voor Louis Couperus, De stille kracht(1900)

Chris Lebeau: band voor Louis Couperus, Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan... (1906)

Chris Lebeau: band voor Louis Couperus, Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan...(1906)

Theo Neuheuys: band voor Louis Couperus, De boeken der kleine zielen (1901-1903)

Theo Neuheuys: band voor Louis Couperus, De boeken der kleine zielen(1901-1903)

Julius de Preatere: band voor Louis Couperus, Over lichtende drempels (1902)

Julius de Preatere: band voor Louis Couperus,Over lichtende drempels(1902)

Jan Rotgans: band voor Louis Couperus, Dionyzos (1904)

Jan Rotgans: band voor Louis Couperus,Dionyzos(1904)

De Eekhofcollectie in de KB met onder andere de band door W.J. Taanman voor Van en over mijzelf en iedereen (1910)

De Eekhofcollectie in de KB met onder andere de band door W.J. Taanman voor Van en over mijzelf en iedereen (1910)

André Vlaanderen: band voor Louis Couperus, Antiek toerisme (1911)

André Vlaanderen: band voor Louis Couperus, Antiek toerisme(1911)