Het verhaal van Psyche

Het kasteel

‘Reusachtig massief, met driehonderd torens, op den hoogsten top van een
rotsgebergte, rees het koningsslot in de wolken.
Maar de top was breed vlak als een hoogland, en het slot breidde zich mijlen ver
uit, met wallen, met muren van tinnen, mijlen, mijlen ver uit’

Zo begint het befaamde sprookje Psyche van Louis Couperus. De openingsscène beschrijft het slot waar het meisje Psyche woont. Zij is een prinses want ze is de jongste dochter van de oude vorst, de koning van het Rijk van het Verleden. Haar oudere zussen zijn Astra, die verknocht is aan de wetenschap en met haar telescoop vanuit haar toren de grenzen van het heelal probeert te ontdekken. De oudste zus is Emeralda, de troonpretendente, getekend door een uiterst slecht karakter, gedreven door hebzucht en macht.

Vleugeltjes

Psyche waart vaak rond over de transen van het kasteel, uitkijkend over de verten van het rijk. Ze verlangt sterk naar verre landen: ‘O, hoe ze verlangde te gaan, verder dan het slot, te gaan naar de weiden, de wouden, de steden, te gaan naar de spiegelende meren, opalen eilanden, oceanen van ether, en dan naar dat verre, verre niets, dat zoo trilde als een bleek, bleek licht....’ Psyches gefnuikte verlangen komt tot uiting in haar fysiek: ze is naakt, maar draagt twee kleine broze vleugeltjes waarmee ze echter niet kan vliegen.

Chimera

Toch slaagt Psyche er uiteindelijk toch wel in te vliegen. Op een dag daalt uit de wolken een gevleugeld droompaard: de Chimera. Hij voert haar naar de uithoeken van het rijk, maar uiteindelijk bevredigt ook dat Psyches verlangen niet. De Chimera laat haar huilend achter bij een Sfinxbeeld. Haar prinsessentranen worden juwelen en vormen een prachtige rivier. Zo wordt ze gevonden door prins Eros, die op het slot al was komen dingen naar de hand van één van de dochters

Het rijk van het heden

Eros is de prins van het Rijk van het Heden, een klein koninkrijkje, maar wel een vreedzaam en vrolijk landje. Eros voert Psyche naar zijn rijk, en zij brengt haar dagen door omringd door bloemen, dans en zingende Cupido’s. Psyche is gelukkig, maar er knaagt nog steeds iets. Haar onstilbare verlangen is nog niet gevuld. Dat wordt scherp aangevoeld door een vileine Sater, die haar lokt met fluitspel en wijn. Hij voert haar weg van Eros, naar het zinnelijke leven bij prins Bacchus en zijn liederlijke volgelingen. Prins Eros kwijnt weg van verdriet en sterft. Het rijk van het heden wordt daarop verzwolgen door de grote spinnen van het Rijk van het Verleden. Daar zwaait Emeralda ondertussen de scepter (de oude vorst was overleden).

Boete

Als Psyche de dood van Eros ontdekt, wordt zij verteerd door berouw. Zij beseft de desastreuze gevolgen van haar driften. Haar onmachtige vleugeltjes worden bruut afgeknipt door de sater, daarmee wordt haar neergang naar het laag-bij-de-grondse bekrachtigd. Door spijt gedreven zoekt zij echter weer het kasteel op om boete te doen. Emeralda, door gretige hebzucht langzaam in een hard juweel veranderd, eist van haar dat zij afdaalt in de Hel om het Juweel van de ‘hoogste Almacht’ te bemachtigen. Emeralda wil zo de Goddelijkheid zelve evenaren.

Helletocht

De Chimera keert weer als boodschapper en raadt Psyche: ‘Daal neer in de Hel en zoek het Juweel!’ Dan volgt Psyches afdaling in de Hel, een tocht door de diepste duisternis, waar ze gruwelijke monsters moet trotseren: ‘En van alle zijden doken op de gruwbare verschrikkingen: leviathan-achtige gedrochten; hun muilen hieven ze open op, naar Psyche toe, en langs hun wijde bekken waterviel de zee af. Hun geschubde kronkellichamen krinkelden weg naar achteren, over de zwarte oceaanvlakte heen, en aan den einder, fosforblauw belicht, kurketrekkerden hunne staarten.’ Psyche smeekt de monsters: ‘Monsters van de zee van smart, waar vind ik het Juweel voor Emeralda?’ Dan hoort zij steeds sterker een gezang: ‘IJdelheid, ijdelheid!’ Als Psyche beseft dat het Juweel niet bestaat, alleen in Emeralda’s ijdele geest, wijkt de duisternis en wordt zij weer naar de bovenwereld gedragen.

Dood en herrijzenis

Teruggekeerd in het Rijk van het Verleden confronteert Psyche koningin Emeralda met haar machtswellust: ‘IJdelheid was uw wenschen, want het mystiek Juweel, Alschenker van goddelijke Almacht is: IJDELHEID, en:... BESTAAT NIET. Toen was het verschrikkelijk.’ Woedend laat Emeralda haar zuster Psyche vertrappen door haar paarden. Psyche sterft, maar Emeralda, ook, want zij stort zicht te pletter op de immer zwijgende Sfinx. Psyche herrijst echter, zij stijgt op uit haar dode lichaam en de Chimera voert haar op een hemeltocht, naar het Rijk van de Toekomst, waar haar vader en prins Eros haar wachten: ‘Daar zag zij haar vader, daar zag zij Eros: Eros, goddelijk en naakt en stralend gewiekt!’

Begin van de tekst van Psyche (1898)

Begin van de tekst van Psyche (1898)

Titelpagina en frontispice in een Engelse vertaling van Psyche door B.S. Berringto, met illustraties door Dion Clayton Calthrop (1908)

Titelpagina en frontispice in een Engelse vertaling van Psyche door B.S. Berringto, met illustraties door Dion Clayton Calthrop (1908)

Voorzijde omslag van een Franse vertaling van Psyche en Fidessa door David Goldberg (2002)

Voorzijde omslag van een Franse vertaling van Psyche en Fidessa doorDavid Goldberg (2002)

Een moderne heruitgave Psyche en Fidessa (2006)

Een moderne heruitgave Psyche *en Fidessa*(2006)

Het slot van het sprookje Psyche (1898)

Het slot van het sprookjePsyche (1898)