Anton Koolhaas (1912-1992)

In 1992 overleed Anton Koolhaas, de schepper van een wonderlijk literair universum waarin dieren de hoofdrol spelen. Vanaf zijn eerste boek Poging tot instinct uit 1956 tot aan zijn dood in 1992 publiceerde hij zeer veel verhalen en romans over allerlei dieren, van de doodgewone muis tot de onbestaande hoedna. Bioloog Midas Dekkers noemde Anton Koolhaas de meest ‘betrouwbare boodschapper uit het dierenrijk’. Koolhaas’ dierenverhalen zijn een poging om in te voelen hoe het leven de dieren overkomt. Maar Koolhaas’ dieren lijken in hun kleinheid en onmacht ook vaak toch weer sterk op mensen. De ironische toon en de hilarische taalvondsten van Koolhaas zorgen ervoor dat de fatale afloop van veel van zijn verhalen vaak als een schok komt.

Utrecht

Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 geboren in Utrecht. Na de HBS ging hij in zijn geboortestad studeren, maar hij wijdde zich niet aan één specifieke richting. Hij volgde een programma met vakken die allemaal verband hielden met de journalistiek, want Koolhaas wist al gauw dat zijn beroepsleven zich in de schrijverij zou afspelen. In zijn studietijd werd hij lid van de vereniging Unitas, waar hij vriendschap sloot met Albert Alberts en Leo Vroman, die later ook bekende schrijvers zouden worden. Dit drietal richtte een studententoneelgezelschap op, waarvoor Koolhaas zelf stukken schreef. Hij liet die ook drukken, zoals De deur, droom in drie bedrijven (1933) en Nuchter circus, tragedie in vier korte scènes (1934). Samen met Leo Vroman maakte Koolhaas het stripverhaal Stiemer en Stalma (1937), Koolhaas de tekst en Vroman de tekeningen. In dit verhaal maakte het eerste Koolhaas-dier haar opwachting: de wondervis Stalma.

Nieuwe Rotterdamsche Courant

Vanaf 1935 kon Anton Koolhaas aan de slag als redacteur buitenland van de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Koolhaas schreef niet alleen journalistieke artikelen voor deze krant. Het stripverhaal *Stiemer en Stalma *verscheen er als vervolgreeks en ook kon Koolhaas er zijn eerste verhalen kwijt.
Voor zijn journalistieke post verhuisde Koolhaas van Utrecht naar Rotterdam. In één van zijn eerste krakkemikkige woningen in de havenstad was hij ruimschoots in de gelegenheid om het doen en laten van de muis uitgebreid te bestuderen. Hoe fantastisch of gek zijn dierenverhalen ook kunnen lopen, dat ze toch overtuigen komt ook doordat Koolhaas de dieren zo uitgebreid en nauwgezet observeerde.

Poging tot instinct

In 1956 verscheen de eerste officiële bundel met de typische dierenverhalen waar Koolhaas zo beroemd mee zou worden: Poging tot instinct en andere dierenverhalen. Allerlei soorten dieren treden hierin op, die op laconieke en ironische wijze worden becommentarieerd in hun soms bizarre doen en laten. Zo begint bijvoorbeeld het verhaal ‘De kater komt terug’:
‘“En bij mij thuis”, zeide de muis Karel, veel scheller dan in zijn bedoeling lag zodat iedereen naar hem ging zitten kijken, waarbij sommigen hun verwondering over een dergelijke vrijpostige schelheid ineens voor een nog zo jonge muis, allerminst verborgen hielden, “bij de mensen waar ik dan ben, waar ik dan kom,” ging Karel aanmerkelijk kalmer verder, “zijn ze lid van de facultatieve lijkverbranding.”’

Humoristisch en bitter

Koolhaas’ dieren zijn meestal goed van de tongriem gesneden. Ze scheppen er genoegen in om allerlei nonsenstaal tegen elkaar uit te slaan. Praten is voor hen niet communiceren, maar een manier van aanwezig zijn. Het varken Tip in ‘Mijnheer Tip is de dikste mijnheer’ uit de bundel Vergeet niet de leeuwen te aaien (1957) gaat graag rond in het varkenshok met de vraag ‘Alles kits?’. Als antwoord krijgt hij dan: ‘“Kitserdebitsie”; of “Heeft u geen last van vette benen?”; of “Sabbel je maar door Sabbelland” en meer van die geestige zinnetjes, want varkens zijn vaak goede verstaanders en hebben aan een half woord genoeg.’ Deze vrolijkheid is bij Koolhaas echter bijna altijd met bitterheid gemengd, want de meeste van zijn verhalen lopen erg slecht af. Ook varken Tip moet eraan geloven, als de ‘vrachtauto van de N.V. Exportslachterij, voorheen gebr. Taat’ het terrein opkomt.

Mensenverhalen

Behalve dierenverhalen schreef Anton Koolhaas ook romans en verhalen die alleen over mensen gaan. De roman De hond in het lege huis (1964) handelt over een echtgenoot die alleen achterblijft na het overlijden van zijn vrouw. In de jaren zeventig schreef Koolhaas eigenlijk alleen nog maar ‘mensenverhalen’, zoals De nagel achter het behang uit 1971 en Tot waar zal ik je brengen uit 1976.

Vanwege een tere huid

Toch duiken in Koolhaas’ ‘mensenboeken’ weer af en toe dieren op. Zo ook in zijn allerbekendste roman, Vanwege een tere huid uit 1973. Deze roman gaat over de prille liefdesgeschiedenis van de kinderen Jokke en Takkie die Koolhaas vanaf het begin als een relaas van weemoed en nakend verlies weet te vertellen: ‘De eerste liefde van een meisje of jongen is eigenlijk een soort relatiegeschenk van de duivel. Het ziet er onbeschrijfelijk begerenswaardig uit, maar uitpakken leidt tot verslagenheid en cynisme. Het eerste en het ergste.’ Het verhaal van Jokke en Takkie wordt doorkruist door dat van een ander liefdestel: Lussel en Twenna. Zij zijn ‘hoedna’s, een niet-bestaande diersoort die zich bekwaamt in het maken van dijken. De botsing van de twee geschiedenissen leidt tot een catastrofe.

P.C. Hooftprijs

Koolhaas is voor zijn literaire werk vaak gelauwerd. Zo kreeg hij voor Er zit geen spek in de val de Van der Hoogt-prijs en voor Vanwege een tere huid de Multatuliprijs. Toch zou het een tijd duren voor hij alom en breed in de literaire wereld werd erkend. Door zijn dierenverhalen werd hij niet door iedereen volledig serieus genomen. Vaak denkt men bij dierenverhalen namelijk aan sprookjes of fabels, maar Koolhaas’ verhalen hebben daar niets mee te maken. Brede erkenning kwam uiteindelijk tegen het einde van zijn leven met de toekenning van de Constantijn Huygens-prijs in 1989 en de P.C. Hooftprijs in 1992.

Anton Koolhaas overleed op 16 december 1992 in Amsterdam.

Literatuur

  • Titels door en over Anton Koolhaas

Links

Vergeet niet de leeuwen te aaien en andere dierenverhalen / A. Koolhaas, 1957

Vergeet niet de leeuwen te aaien en andere dierenverhalen / A. Koolhaas, 1957

Vanwege een tere huid / A. Koolhaas, 1973

Vanwege een tere huid / A. Koolhaas, 1973

Weg met de vlinders en andere dierenverhalen / A. Koolhaas, 1961

Weg met de vlinders en andere dierenverhalen / A. Koolhaas, 1961

Der dünne Pelz des Bären Burlót : Tiergeschichten / Anton Koolhaas, 1996

Der dünne Pelz des Bären Burlót : Tiergeschichten / Anton Koolhaas, 1996

Koolhaas' dieren : over de biologie van een schrijver / Wiel Kusters, 2008

Koolhaas' dieren : over de biologie van een schrijver / Wiel Kusters, 2008