Conrad Busken Huet (1826-1886)

Op 1 mei 2011 is het 125 jaar geleden dat Conrad Busken Huet overleed, die rond 1860 de meest gevreesde literaire criticus van Nederland was. Busken Huet meende dat het de taak van de criticus was om de vaderlandse literatuur naar het hetzelfde hoge peil te brengen als in Frankrijk en Duitsland. Hij hoopte op een Nederlandse ‘renaissance’. Met zijn meedogenloze kritieken geselde hij letterkundig Nederland, maar hij kwam na jaren tot de conclusie dat zijn vaderland reddeloos verloren was aan de onbeschaafdheid. Hij trok zijn handen af van Nederland en emigreerde naar Nederlands-Indië en daarna naar Parijs. Als criticus was hij een voorbeeld voor latere gevreesde polemisten als Lodewijk van Deyssel en Willem Frederik Hermans.

Busken Huet : een biografie / Olf Praamstra, 2007

Busken Huet : een biografie / Olf Praamstra, 2007

Belydenisvryheid / C. Busken Huet, 1853

Belydenisvryheid / C. Busken Huet, 1853

Aan mevr. Bosboom Toussaint / C. Busken Huet, 1862

Aan mevr. Bosboom Toussaint / C. Busken Huet, 1862

Vernuft ontzondigt / C. Busken Huet, inl. Garmt Stuiveling, 1956 (1979)

Vernuft ontzondigt / C. Busken Huet, inl. Garmt Stuiveling, 1956 (1979)

Lidewyde / C. Busken Huet, inl. Margaretha Schenkeveld, 1981

Lidewyde / C. Busken Huet, inl. Margaretha Schenkeveld,1981

Dominee

Conrad Busken Huet werd op 28 december 1826 geboren in Den Haag. De familie Huet stamt af van de Franse Hugenoot Gédéon Huet, die in 1685 vluchtte naar Nederland en dominee werd bij de Waalse kerk. Generaties lang zouden de Huets predikanten leveren. Zo ook Conrad Busken Huet. Hij studeerde theologie in Leiden en werd in 1848 beroepen bij de Waalse kerk in Haarlem. Als predikant publiceerde hij zijn eerste boek in 1853: Belydenisvryheid. Een strafgeding in Pruissen.

Afscheid van de kerk

Als predikant raakte Busken Huet in de ban van de zogenaamde ‘modernistische’ richting in de theologie. Die richting wilde de Bijbel in overeenstemming brengen met de steeds verder voortschrijdende wetenschap, maar de tegenstellingen bleken niet altijd te overbruggen. Busken Huet publiceert in 1857 en 1858 zijn reeks Brieven over den Bijbel. Voor veel lezers waren deze brieven buitengewoon schokkend. Busken Huets standpunten riepen tegenspraak op bij de schrijfster A.L.G. Bosboom-Toussaint met wie hij in 1862 een langdurige openbare pennenstrijd uitvocht.

De Gids

Busken Huet nam in 1862 afscheid van de kerk. Hij was nog wel enige tijd voorganger bij een vrije gemeente, maar richtte zich verder volledig op zijn werk als schrijver en criticus. E.J. Potgieter, met wie hij zijn hele leven bevriend zou blijven, haalde hem binnen als medewerker van het gezaghebbende tijdschrift De Gids. Elke maand vulde Busken Huet de rubriek ‘Kronijk en Kritiek’ met een bespreking van dertig bladzijden. Deze zouden later worden gebundeld in de vijfentwintigdelige Litterarische Fantasien en Kritieken.

De beul van Haarlem

Door zijn kritieken werd de reputatie van Busken Huet definitief gevestigd. Hij ontpopte zich als een medogenloze criticaster van de vaderlandse letteren. Zijn bijnaam werd ‘De beul van Haarlem’. Busken Huet schroomde niet om zelfs de grootheden uit het verleden aan te vallen, zoals Jacob Cats, ‘met zijn door en door lafhartige moraal, zijn leuterlievende vroomheid en keutelachtige poëzie’. Als reden voor zijn hardheid wees Busken Huet op zijn opvoedende taak. Hij zag zichzelf als een instrument bij de opbouw van een Nederlandse cultuur die de vergelijking met Frankrijk en Duitsland zou kunnen doorstaan. ‘De letteren van een volk zijn de standaard zijner beschaving’, zei hij. De criticus moest volgens Busken Huet daarom bevorderen dat deze standaard tot het allerhoogste niveau reikte.

Schandalen

In 1865 ging het mis bij De Gids. Busken Huet was niet alleen scherp voor de literatuur. Hij richtte zijn pijlen ook op de politiek en de bovenlaag van de maatschappij. In 1865 publiceerde hij in De Gids het stuk ‘Een avond aan het hof’, waarin de koningin van Nederland (Sophie) sprekend werd opgevoerd, te midden van een leesclubje van freules. Dat was in die tijd ontoelaatbaar en het kwam Busken Huet op een officiële berisping van het hof te staan. Hij werd ook gedwongen het redacteurschap van De Gids op te geven. Zijn trouwe vriend Potgieter vertrok met hem.Na De Gids publiceerde Busken Huet in diverse andere tijdschriften. Een volgend schandaal deed zich voor toen hij in 1868 zijn roman Lidewyde publiceerde. De roman was ongekend realistisch en vooral heel onverbloemd over de erotiek. Opnieuw werd Busken Huet aangevallen van alle kanten.

Indië

Busken Huet raakte meer en meer verbitterd over Nederland. De Nederlandse ‘renaissance’ waarop hij had gehoopt, verdween volledig uit zicht. Nederland was volgens hem overgeleverd aan de barbarij. Hij vertrok in 1868 naar Indië, waar hij achtereenvolgens bij de Java-bode en het Algemeen Dagblad van Nederlandsch-Indië werkte. Zijn toon werd daar veel milder. Hij wilde niet langer opvoeden, maar slechts de weinige Nederlanders in de Oost voorlichten en wijzen op goede boeken.

Parijs

In 1876 keerde Busken Huet terug in Nederland, maar hij zag zijn ergste vrees bewaarheid. Nederland was volgens hem in de jaren van zijn afwezigheid nog verder verloederd. ‘Hier heeft het ploertendom zijn zetel opgeslagen’, oordeelde hij over zijn vaderland. Hij vertrok onmiddellijk opnieuw, nu naar Parijs, waar hij de rest van zijn leven zou slijten.
Conrad Busken Huet overleed op 1 mei 1886 achter zijn schrijftafel. Aan de gevel van het woonhuis Rue de l’Université 107 is een herdenkingsplaat aangebracht. Conrad Busken Huet werd begraven op Cimetière du Montparnasse.

De KB bezit vrijwel alle werken van Busken Huet.

Literatuur

Links