Constantijn Huygens (1596-1687)

In de nazomer van 1624 schreef de Haagse dichter Constantijn Huygens (1596-1687) een reeks tienregelige gedichtjes die bekend zijn geworden onder de verzamelnaam Dorpen en Stede-stemmen. Het hier afgebeelde 's-Gravenhage is een van de zes dorpen. Huygens schreef het op dinsdag 27 augustus. Wij kennen de datum van ontstaan uit de ook bewaard gebleven kladversie van het gedicht. Het hier getoonde handschrift is een door de dichter zelf vervaardigde nette kopie die gediend heeft als kopij voor de druk in de bundel Otiorum libri sex die in 1625 verscheen bij de Haagse uitgever Aert Meuris. In de kopij heeft de dichter naderhand tussen de titel van dit reeksje en het eerste 'dorp' nog een versje geschreven waarmee hij deze dorpen opdraagt aan Dorothea van Dorp. Om iets van de oorspronkelijke lay-out te redden, gaf Huygens naast dit versje aan: 'Dit in grootachtighe Catijff'. Met 'Catijff' wordt cursief bedoeld. Het gedichtje verscheen overigens met de rest van deze pagina in romein. Dorothea van Dorp was een buurmeisje van Huygens. Zij was zijn eerste liefde, maar een huwelijk zijn zij, tot háár verdriet, niet aangegaan. Wel bleven zij tot haar dood in 1657 zeer bevriend.

In de reeks Dorpen en Stede-stemmen stellen zes dorpen (Valckenburg, Loosduynen, Schevering, Ryswyck, 'sgravesande en 's-Gravenhage) en de achttien steden van Holland zich voor aan de lezer. De plaats vertelt de eigen kwaliteiten. 's-Gravenhage zegt van zichzelf dat het - als zetel van het landsbestuur - eigenlijk het land ìs. Het is de weegschaal van de staat, de beschaver der jeugd, een praktische leerschool. Het is een dorp onder de steden waarin elke straat een stad is. Den Haag bezit geen stadsrechten, maar heeft straten van stedelijk allure. Tegelijk is het met zijn Voorhout een buitengewoon 'groene Buert', tot verwondering van de boer en tot vermaak van de stedeling.

De complete dichterlijke nalatenschap van Constantijn Huygens berust thans in de Koninklijke Bibliotheek. Tot 1785 zijn de handschriften in het bezit gebleven van de familie Huygens. In 1823 werden deze door koning Willem I op een veiling te Amsterdam verworven en verdeeld over een aantal wetenschappelijke instellingen. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen kreeg de poëzie onder haar beheer. In 1937 zijn de handschriften in permanente bruikleen overgedragen aan de Koninklijke Bibliotheek.

Literatuur

  • De gedichten van Constantijn Huygens (ed. J.A. Worp). Groningen 1892-1899
  • Constantijn Huygens. Stede-stemmen en dorpen (ed. C.W. de Kruyter). Zutphen 1981
  • A. Leerintveld, '"Ter goeder memorie van mynen naem"; de nalatenschap van Constantijn Huygens', in: Leven en leren op Hofwijck. Delft 1988, p. 97-115
  • L. Strengholt, 'De Stede-stemmen van Constantijn Huygens', in: Holland 21 (1989), p. 88-110.

's-Gravenhage. [Den Haag] Constantijn Huygens. 1624. Papier, 320 x 205 mm. KA XLa 1624, fol. 18v

's-Gravenhage. [Den Haag] Constantijn Huygens. 1624. Papier, 320 x 205 mm. KA XLa 1624, fol. 18v