Gerard Reve (1923-2006)

“Wat in De avonden (1947) in zulk een nog altijd de lezer verbijsterende overmoed werd ingezet, wijdere aspecten verkreeg in Werther Nieland (1949), Vier wintervertellingen (1956) en Tien vrolijke verhalen (1959), en tenslotte een ongehoorde driestheid bereikte in Op weg naar het einde (1963) en Nader tot U (1966), vindt thans een nieuw hoogtepunt in de letterlijk voor niets meer terugdeinzende, grotendeels in ballingschap geschreven liefdesroman De taal der liefde.”

Aldus de schrijver Gerard Reve (1923-2006) zelf aan het woord in de flaptekst van zijn boek De taal der liefde (1972). Merk op hoe in dit gedragen proza eigenlijk helemaal niets wordt gezegd. Voor wie thuis is in Reves oeuvre is dat geen bezwaar, men zal begrijpen wat de auteur bedoelt en zijn woordkeus zelfs waarderen. Anderzijds vertoont het een kernprobleem van Reves schrijverschap. Is hij nu een auteur die serieus genomen dient te worden of een uitgekookte grappenmaker die, hoewel geestig en stilistisch onnavolgbaar, eigenlijk ‘niets’ te vertellen heeft?

Toonaangevend

Onmiskenbaar is dat Reve een van Nederlands toonaangevende auteurs is geweest en dat zijn jeugdwerk een pregnantie en zeggingskracht vertoont die het een grote waarde verlenen. Bovendien verzekerde hij zich van de nodige aandacht door opzienbarend gedrag zoals zijn openlijk beleden homoseksualiteit, de kus aan de minister die hem de P.C. Hooftprijs uitreikte, zijn toetreding tot de katholieke kerk, het befaamde ezelproces en zijn racistische uitspraken.
Reve slaagde erin op een of andere wijze de cultus rond zijn persoon te stimuleren: door eigen taalgebruik en humor maar ook door zijn thematiek tot een soort van roeping te verheffen. Dat begrippen als 'De meedogenloze jongen' of 'Revisme' in bepaalde kringen van literatuurliefhebbers gemeengoed zijn is wat dit betreft veelzeggend. Er zijn tientallen studies gewijd aan Reve en zijn werk, er bestaat inmiddels een Reve-krant: Nader tot hem, er is een Reve-jaarboek geweest, antiquaar en specialist Piet van Winden uit Leiden publiceerde twee verschillende edities van Zelf Reve verzamelen. Handleiding tot een fatsoenlijke collectie en sinds enkele jaren wordt zijn verjaardag door liefhebbers gevierd. Enige jaren geleden organiseerde het Letterkundig Museum met groot succes de Reve-dagen. Reve was, kortom, een uitzonderlijk fenomeen in de recente Nederlandse letterkunde.

Jeugd

De schrijver Gerard Reve werd geboren als Gerard Kornelis van het Reve op 14 december 1923 in de Van Hallstraat in Amsterdam als tweede zoon in een gezin van overtuigde communisten. Zijn broer, door Gerard steevast aangeduid als 'mijn geleerde broer', was de Leidse hoogleraar Slavische talen en essayist Karel van het Reve (1921-1999). Zijn vader was de journalist Gerard J.M. van het Reve, die publiceerde onder het pseudoniem Gerard Vanter. Gerard Kornelis van het Reve knutselde nogal aan zijn eigen naam, maar schreef toch het vaakst en het langst onder de naam Gerard Reve, wat ook bij Koninklijk Besluit sinds de jaren zeventig zijn echte, burgerlijke naam is.
Gerard Kornelis groeide op in het deel van Amsterdam dat bekend werd als Betondorp. Later verhuisde hij met zijn ouders naar de Jozef Israëlskade, waar hij zijn bekendste boek schreef en ook situeerde. Over de jeugd van de jonge Gerard zijn weinig betrouwbare gegevens voorhanden. Gerard Reve zelf omschreef zijn jeugd als een verschrikking, liefdeloos en hard en de hem omringende mensen als weinig gevoelig en vol onbegrip. Hoewel Gerard was toegelaten tot het gymnasium verliet hij de school voortijdig. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog gooide bovendien roet in het eten. Van het Reve volgde wel een opleiding als typograaf en werkte korte tijd als journalist.

'De avonden'

Al in 1940 deed hij een dichtbundeltje in eigen beheer verschijnen. Hoewel dit voor het eerst bekend werd in de jaren '80, met het verschijnen van het eerste 'Archief Reve'-deel, werd aan het bestaan van dit boekje weinig geloof gehecht. Pas in de jaren '90 dook voor het eerst een authentiek exemplaar van het bewuste bundeltje Terugkeer op en moest het als het officiële debuut van Reve worden erkend. Veel bekender werd het eerste 'echte' boek van Reve, namelijk De avonden uit 1947. Hij publiceerde dit boek onder de naam Simon van het Reve en het riep felle reacties op in het na-oorlogse Nederland. Het werd afgewezen om de navrante uitzichtloosheid die eruitsprak, de verstikkende sfeer en de onbarmhartige tekening van de oppervlakkig levende ouders. Maar diverse literatoren uit die tijd, zoals Vestdijk, Anna Blaman en W.F. Hermans, prezen het boek om de stijl, compositie en psychologische zeggingskracht. Reve verwierf voor dit boek de Reina Prinsen Geerligsprijs, wat het prestige van het boek ten goede kwam. De invloed van De avonden in de tweede helft van de twintigste eeuw is moeilijk te overschatten - het werd meer dan vijftig maal herdrukt - maar middelbare scholieren van nu schijnen het boek niet meer te begrijpen.

Controversieel schrijverschap

Na 'De avonden' volgde een moeilijk te karakteriseren periode in Reves schrijverschap. Hij publiceerde novellen die tot zijn beste werk gerekend worden, Werther Nieland, De ondergang van de familie Boslowits en De laatste jaren van mijn grootvader. Toen hem evenwel van overheidswege een reisbeurs werd geweigerd wegens een aanstootgevende scène in een kort verhaal, prikkelde dat zijn weerzin jegens het vaderland. Reve zelf zocht naar een andere vorm voor zijn schrijverschap. Die vond hij niet zozeer in de bundels Tien vrolijke verhalen en Vier wintervertellingen maar wel in de zeer succesvolle brievenboeken Op weg naar het einde en Nader tot U uit de jaren zestig, waarin hij feitelijk zijn eigen genre creëerde en voor het eerst na De avonden veel succes had bij een groot publiek. Dit hing samen met de publieke manifestatie van zijn homoseksuele geaardheid, ongehoord in die tijd, en de opzienbarende toetreding tot de katholieke kerk. Reve gold jarenlang, met Harry Mulisch en Willem Frederik Hermans, als een der drie grote schrijvers waarop Nederland in de tweede helft van de twintigste eeuw kon bogen.

Groot publiek

In de jaren zeventig en tachtig was het werk van Reve populair bij een groot publiek, maar critici werden geleidelijk aan minder enthousiast. Het lieve leven, Lieve jongens en Een circusjongen haalden wel grote oplagen maar misten volgens sommigen de zeggingskracht en originaliteit van zijn vroegere werk. Zijn taalgebruik, opzettelijk plechtig of ouderwets, soms ook met een eigen spelling, werd ogenschijnlijk een doel op zichzelf. De openlijke wijze waarop Reve beweerde zijn kunst zo gunstig mogelijk economisch te exploiteren wekte argwaan ten aanzien van de zuiverheid van zijn inspiratie, zeker toen er zeer talrijke brievenboeken volgden, met brieven aan vele vrienden en bekenden. Moeder en zoon, waarin Reve zijn toewijding aan het katholieke geloof beschrijft, werd wel als een overtuigend boek beschouwd, evenals trouwens Bezorgde ouders uit 1988.

Publieke figuur

Reve werd een publieke figuur die zijn zwaarmoedigheid, kunstenaarschap en geloof met een groot en geheel eigen gevoel voor humor beleed. Hij wist ook dikwijls op uitgekiende wijze de publiciteit te halen: door in de jaren vijftig bekend te maken alleen nog in het Engels te willen publiceren, door het proces wegens godslastering in de jaren zestig.Hij verhuisde, eerst naar het piepkleine dorpje Greonterp in Friesland, later naar Frankrijk. Verder door zijn naar alcoholisme neigende drankgebruik, dat hem in 1966 met een delirium in het ziekenhuis deed belanden.Tem slotte vooral door de diverse levensgezellen, vrijwel allen voorkomend in Reves literaire werk, voorzien van sprekende koosnamen als Teigetje, Woelrat, Jakhals en matroos Vos. Achter deze laatste gaat Joop Schafthuizen schuil, met wie Reve al sinds 1975 zijn leven deelt. Meerdere malen echter werd Reve ook racisme verweten, wat hij overigens altijd van de hand wees. Een geruchtmakend interview met Boudewijn Büch in Het parool bracht hem wat dit betreft in moeilijkheden. Deze verhinderden overigens niet dat hij als gastschrijver doceerde aan de Universiteit van Leiden en als speciale verslaggever van de NOS en NRC Handelsblad het bezoek van de paus aan Nederland (1985) op de voet volgde.

Tot april 2006

Reve overleed op 8 april 2006 na een lang ziekbed. De laatste jaren voor zijn dood bleek dat Reve’s boeken het zonder de promotionele ondersteuning van de auteur in levende lijve, zoals optredens, interviews en af en toe een nieuwe titel, maar moeilijk konden redden. Enfin, Reve zelf heeft dit al min of meer voorzien toen hij stelde: “Een kunstenaar moet in de eerste plaats zorgen voor kwaliteit, maar als je in de wereld van de kunst niet af en toe een flinke keel opzet kom je nergens.”

"Het is gezien"

Wat het belang is van Reves omvangrijke oeuvre voor latere generaties zal moeten blijken. De meningen daarover lopen sterk uiteen. Maar, om een van de beroemdste zinnen uit Reves beroemdste boek, De avonden, aan te halen: “Het is gezien. Het is niet onopgemerkt gebleven.”

Onenigheid om biografie

In 2009 en 2010 verschenen de eerste twee delen van een lijvige biografie over Reve. Auteur Nop Maas wist in vijfentwintig jaar onderzoek veel nieuwe informatie over Reve boven water te halen. De publicatie van het derde en laatste deel werd echter per kort geding tegengehouden door Joop Schafthuizen, weduwnaar van Reve, en in het bezit van de auteursrechten op zijn werk. Het conflict liep verder uit de hand toen biograaf Nop Maas in juni 2011 aangifte deed van doodsbedreiging door Schafthuizen.

Reve in de KB

Van de vele publicaties van en over Gerard Reve bezit de KB er honderden, in talrijke, verschillende edities. In de beide titelbestanden bij dit dossier met publicaties van en over Reve worden alleen de meest recente genoemd. Deze en andere publicaties worden aan belangstellenden in vrijwel alle gevallen zonder verdere restricties ter inzage gegeven.

Literatuur

Links

De nadagen van Gerard Reve / Ad Fransen, cop. 2002

De nadagen van Gerard Reve / Ad Fransen, cop. 2002

Op weg naar het einde / Gerard Reve, cop. 1963

Op weg naar het einde / Gerard Reve, cop. 1963

De avonden / Gerard Reve, 2001

De avonden / Gerard Reve, 2001

Mère & fils / Gerard Reve; traduit par Marie Hooghe, 1980

Mère & fils / Gerard Reve; traduit par Marie Hooghe, 1980

De Avonden / Gerard Reve, Dick Matena, cop. 2003-2004.

De Avonden / Gerard Reve, Dick Matena, cop. 2003-2004.

Nader tot U / Gerard Reve, 2001

Nader tot U / Gerard Reve, 2001