Henk Hofland

Op 13 december 2010 besloot het bestuur van de P.C. Hooftprijs de prijs voor 2011 toe te kennen aan journalist, essayist en columnist H.J.A. (‘Henk’) Hofland. Hij kreeg de prijs voor zijn essayistische werk uitgereikt op 16 mei 2011 in de Aula van de Koninklijke Bibliotheek.
Hoflandvolgt de actualiteit in zijn columns nog steeds op de voet, maar hij weet vaak ook heel scherp afstand te nemen van de tijdgeest.

Rotterdam

Henk Hofland werd op 20 juli 1927 geboren in Rotterdam. Hij maakte als jongen van twaalf het bombardement op die stad mee. Dit maakte een onuitwisbare indruk op hem. De oorlog en de oorlogservaringen spelen in Hoflands werk altijd een grote rol. Als zeventienjarige wilde Hofland zich in 1945 als vrijwilliger aanmelden voor de bevrijding van Nederlands-Indië, maar zijn ouders stonden het niet toe. Tijdens de ‘politionele acties’ in Nederlands-Indië was hij wel filmoperateur aan boord van de oorlogsschepen die de Nederlandse troepen vervoerden.

Journalist

Hofland studeerde enige tijd aan de pas opgerichte universiteit van Nijenrode en aan de UvA, maar maakte zijn studie politicologie niet af. In 1953 werd hij leerling-journalist bij het Algemeen Handelsblad en al vrij snel was hij er vast in dienst. Als jonge journalist versloeg hij onder andere de Russische inval in 1956 in Hongarije. Het bezorgde hem voor de rest van zijn leven een afkeer van het communisme. Tijdens de protesten tegen de Vietnamoorlog in de jaren zestig nam hij dan ook een gematigd standpunt in. Hij was en is allesbehalve anti-Amerikaans, ook omdat zijn eigen oorlogservaringen hem dat verhinderen.

NRC Handelsblad

Tijdens de jaren zestig maakte Hofland furore als journalist. Met zijn scherpe pen had hij zelf in de jaren vijftig al de starre zuilen bekritiseerd, maar pas in de provojaren begon de werkelijke ontmanteling van het verzuilde systeem. Hofland bleef echter kritisch op de elites, ook op de nieuwe elites in wording.
Henk Hofland maakte bij het Handelsblad snel carrière, eind jaren zestig was hij hoofdredacteur. Hofland was echter een betere journalist dan manager. Met de oplage van de krant ging het steeds slechter en Hofland wist dat tij niet te keren. In 1970 ging zijn krant op in het nieuwe NRC Handelsblad.

Tegels lichten

In 1972 publiceerde Hofland één van zijn meest geprezen werken: Tegels lichten of Ware verhalen over de Autoriteiten in het Land van de Voldongen Feiten. Hofland lichtte in dit boek de tegels van de verwerking van de oorlog, de politionele acties en de restauratie van het oude bestel na de oorlog. Hij wierp ook het volle licht op kwesties die in Nederland in achterafkamers en wandelgangen werden bedisseld, zoals de Greet Hofmans-affaire.

Oltmans

1973 bracht een dieptepunt in Hoflands leven. Tijdens een feestje thuis bij zijn collega en studiegenoot Willem Oltmans waren ook enkele Russische diplomaten aanwezig. Tijdens de Koude Oorlog was zoiets pikant. Een foto van het gezelschap verscheen in De Telegraaf. Oltmans verdacht Hofland ervan de hand in de publicatie te hebben. Het deed Hoflands carrière geen goed. Hij raakte in diskrediet en werd bij NRC Handelsblad gedegradeerd tot TV-recensent.

S. Montag

Hofland vocht zich echter terug. Hij ging aan de slag als freelancer en ontpopte zich als een vakkundig columnist. Er kwam een ritme op gang van minstens drie columns per week. Vanaf 1975 trad zijn alter ego S. Montag op in NRC Handelsblad. De ‘overpeinzingen’ van Montag handelen niet direct over de politiek of de macht, maar over alledaagse waarnemingen op straat of in de tram. Als Montag schrijft Hofland over verkeerslichten, koptelefoontjes, kantoortuinen, muziek en voetbal. In deze columns is Hofland een afstandelijke waarnemer die het vanzelfsprekende probeert te doorgronden. Soms neemt hij echter ook duidelijk stelling.
Het hoofdonderwerp van Hoflands columns is evenwel de internationale politiek. Dat hij afwisselend in Amsterdam en New York woont, helpt hem het juiste midden tussen afstandelijkheid en betrokkenheid te houden.

De Alibicentrale

Naast essays en columns schreef Hoflandeen aantal geprezen literaire romans. De bekendste is De Alibicentrale uit 1990, waarin een jongeman een bureau leidt dat tegen betaling alibi’s verschaft aan mensen die ongemerkt ergens anders willen zijn. In 1993 verscheen de autobiografische roman Het diepstepunt van Nederland, waarin Hofland zijn geboortestad Rotterdam voor en na de oorlog beschrijft.

In 1996 kreeg Hofland de Gouden Ganzenveer. In 2001 ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit van Maastricht. In 1999 werd hij door zijn vakgenoten uitgeroepen tot ‘Journalist van de eeuw’.

Literatuur

Links

H. J. A. Hofland, journalist : een vriendenboek / samenst. W. Woltz, 1992

H. J. A. Hofland, journalist : een vriendenboek / samenst. W. Woltz, 1992

De draagbare Hofland, 1993

De draagbare Hofland, 1993

Tegels lichten, of Ware verhalen over de autoriteiten in het land van de voldongen feiten / H.J.A. Hofland, 1972

Tegels lichten, of Ware verhalen over de autoriteiten in het land van de voldongen feiten / H.J.A. Hofland, 1972

De kronieken van S. Montag : Nederland 1975-2010 / H.J.A. Hofland, 2010

De kronieken van S. Montag : Nederland 1975-2010 / H.J.A. Hofland, 2010

Een teken aan de wand : album van de Nederlandse samenleving, 1963-1983 / tekst H.J.A. Hofland, 1983

Een teken aan de wand : album van de Nederlandse samenleving, 1963-1983 / tekst H.J.A. Hofland, 1983