Jan Engelman (1900-1972)

De Braziliaanse sopraan Vera Janacopoulos bracht de schrijver Jan Engelman op 15 februari 1926 in extase. Hij uitte zijn bewondering in zijn recensie van het optreden in het Utrechts dagblad Het Centrum en in het tijdschrift De Gemeenschap. De fabelachtige stem en de ongeëvenaarde muzikaliteit inspireerden hem ook tot een gedicht dat als titel de naam van de bewonderde zangeres voert. Het werd voor het eerst gepubliceerd in de bundel Sine Nomine (Utrecht 1930), gevolgd door een herdruk in de bundel Tuin van Eros (Amsterdam 1932). Onmiddellijk na verschijnen bracht het felle reacties teweeg. De dichter Anthonie Donker beschouwde dit als het 'einde der poëzie (...) de taal is leeg (...) het is een onvruchtbare navolging der muziek'. Voorstanders kwamen woorden te kort om de muzikaliteit van het gedicht te beschrijven. Victor van Vriesland noemde het 'een wiegend, bedwelmend toverformulier, zo vlinderlicht en beminnelijk dat alle critische overwegingen er het zwijgen toe doen'. Volgens Simon Vestdijk is dit vers 'een van de toppen van klankraffinement waartoe de Nederlandse poëzie in staat is gebleken (...) alles klinkt zo zoetvloeiend, zo sierlijk, zo ijl en dromerig, dat wij werkelijk muziek, 'echte' muziek meenen te horen'. De voorstanders hebben van de literatuurgeschiedenis gelijk gekregen. Het gedicht werd opgenomen in de canon. Dankzij de literatuurlessen op de middelbare scholen is Engelmans creatie voor velen hèt voorbeeld geworden van een muzisch gedicht.

Engelman heeft dit afschrift van zijn beroemde gedicht ten geschenke gegeven aan de maecenas en bibliofiel M.R. Radermacher Schorer. Engelman was met Schorer bevriend, ze zaten meermalen in comités ter ondersteuning van bevriende letterkundigen en waren beiden bestuurslid van het Provinciaal Utrechts Genootschap.

De enorme collectie literaire werken die Schorer tijdens zijn leven bijeen had gebracht, waaronder fraaie door Nederlandse typografen verzorgde bibliofiele uitgaven, heeft hij vermaakt aan de Koninklijke Bibliotheek voor het op te richten Museum van het Boek. Zij vormt thans de basis van de collectie moderne bibliofiele werken van het Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum/Museum van het Boek.

'Vera Janacopoulos'. Jan Engelman (1900-1972). S.l., s.a. Papier, 339 x 216 mm. Herkomst: legaat M.R. Radermacher Schorer, 1960. 135 B 39

'Vera Janacopoulos'. Jan Engelman (1900-1972). S.l., s.a. Papier, 339 x 216 mm. Herkomst: legaat M.R. Radermacher Schorer, 1960. 135 B 39

Literatuur

L. Brummel, 'Jhr. Matthieu René Radermacher Schorer', in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden 1958-1959, p. 85-91
J.H. Cartens. Jan Engelman. Brugge 1960 (Ontmoetingen, 20)
H. Stevens, 'Ambrosia, wat vloeit mij aan? Het perspectief van een gedicht', in: De Revisor 12 (1985), p. 53-61.