Jan Wolkers (1925-2007)

Jan Hendrik Wolkers werd geborenop 26 oktober1925. Hij groeide op in Oegstgeest en stamde uit een streng gereformeerd, groot gezin. Tijdens de oorlog overleed zijn oudste broer als gevolg van een ziekte - een steeds terugkerend thema in Wolkers' werk. Wolkers bleef uit de handen van de Duitsers en ontkwam aan de Arbeitseinsatz. Hij bekwaamde zich als beeldend kunstenaar en ging na de oorlog in Amsterdam aan de Rijksacademie studeren. In de jaren vijftig volgde hij lessen bij enige bekende kunstenaars in het buitenland. In die tijd maakte Wolkers diverse beeldhouwwerken die op tal van plaatsen in de Nederlandse openbare ruimte staan.

Jan Wolkers trouwde in 1947, zijn vrouw schonk hem drie kinderen van wie er een, een meisje, als peuterbij een ongeluk in huis overleed. Hierover schreefhij in zijn roman Een roos van vlees. Na een scheiding volgde een kortstondig tweede huwelijk met de vrouw die model zou staan voor Olga uit Turks fruit en in 1963 ontmoette hij Karina Gnirrep, met wie hij tot het eind van zijn leven samen zou blijven. Zij werd in 1981 de moeder van de tweeling Bob en Tom, met wie Jan Wolkers samen een boek maakte over wat hen in het dagelijks leven opviel. Zijn kinderen waren voor Wolkers heel belangrijk: “Het beste wat ik gemaakt heb, zijn mijn kinderen. Ik zou al mijn werk geven om ze een dag langer te laten leven”(2).

Wolkers zelf noemde zich ‘Beeldhouwer, schilder, schrijver, in die volgorde’, maar het grote publiek maakte toch in de eerste plaats kennis met de schrijver Wolkers. Dit schrijven overkwam hem aanvankelijk tamelijk onverwacht. In de tweede helft van de jaren vijftig begon hij verhalen te schrijven. In 1961 debuteerde bij met een bundel verhalen bijde kleine uitgeverij Heijnis. Deze bundel, Serpentina’s petticoat, werd goed ontvangen. Met name Wolkers’ vertellerstalent en zijn oog voor treffende details werden onmiddellijk onderkend. Na dit boek volgden romans en verhalen elkaar in snel tempo op, waarbij twee zaken in het oog springen: de grote vrijheid die Wolkers zich wist te permitteren ten opzichte van de behandeling van seksualiteit in zijn werk, en het voor Nederland ongekende succes van zijn werk. Boeken als Kort Amerikaans, Terug naar Oegstgeest en Turks fruit, met de beroemde omslagen van Jan Vermeulen, haalden tientallen herdrukken. Ook ruim voordat er van zijn boeken succesvolle verfilmingen werden gemaakt. De zich vrijvechtende jeugd laafde zich aan Wolkers’ werk en hij zelf schreef onverdroten voort. In de jaren tachtig volgden boeken als De walgvogel en De kus, met een voor Nederland onvoorstelbaar grote eerste oplage van 90.000 exemplaren.

In de jaren negentig ging de aandacht geleidelijk aan meer uit naar Wolkers’ beeldende werk dan naar zijn boeken. Hij maakte beelden van glas die een hommage inhielden aan Rembrandt of Joop den Uyl. Befaamd is ook zijn Auschwitz-monument in Amsterdam, met gebroken spiegels. De boeken die hij schreef, Tarzan in Arles of Rembrandt in Rommeldam bevatten essays, die een verrassende, onbekende kant van Wolkers blootlegden, zijn grote eruditie en zijn talent voor het schrijven van ‘autobiografische artikelen’. Ook in een opstel over Van Gogh of Multatuli verwerkte Wolkers jeugdherinneringen of heel eigenzinnige observaties. Maar ook in andere opzichten was Wolkers onbedaarlijk veelzijdig: in de jaren zestig ontwierp hij bijvoorbeeld politiek geëngageerde affiches, hij schilderde en hij trad op voor de televisie op met het programma ‘De achtertuin van Jan Wolkers’. Uit zijn bloemrijke en tedere natuurbeschrijvingen van planten en dieren kon men zijn liefde voor de natuur goed opmaken.De tuin rondom zijn huis op Texel had hij omgetoverd in een natuurparadijs.

In interviews heeft Wolkers zich regelmatigexpliciet over de dood uitgelaten.“Ik heb altijd een soort onverschrokkenheid tegenover de dood gehad. Ik heb er nooit zo’n punt van gemaakt. Ik zie op de televisie zoveel van die zeurverhalen over allerlei kwalen en mislukkingen. Dan denk ik: godverdomme, geef dat mens een schop onder de kont en zeg: ga aan het werk. Ik ben daar heel nuchter in, hoor. Dat gezeur tegenwoordig. We leven echt in een zeurcultuur. Je kan de televisie niet aanzetten of er zitten mensen te zeiken over moeilijkheden in hun jeugd. Dan denk ik: ja, dat zal best, die hebben we allemaal gehad, maar daar moet je wat mee doen. Dat is je innerlijk behang, dat is vaak ook rijkdom.
Kijk, de dood is in mijn werk heel belangrijk, maar er wordt nooit over gezeikt. Het hoort tot de aard der dingen dat alles weer verdwijnt, dat we in nevel oplossen. Er is een mooi kwatrijn van Omar Khayyam: ’Ze zijn voor sterven en vergaan geboren / zo sprak ik toen ik bij de rozen was / maar schrok en hoorde dreunen in mijn oren / wat is uzelve, ijdel mens, beschoren? / zo kort als gij hier wandelt bij de rozen in het gras.’ Dat besef heb ik altijd gehad. Het gekke is: de dood is helemaal niet zo’n probleem, maar ten opzichte van de jongens, hè. Als ze vijfendertig zijn, zie ik ze waarschijnlijk niet meer. Langs de weg der genen kan ik me wel een voorstelling maken van hoe ze zich verder zullen ontwikkelen, maar ik zal er geen getuige meer van zijn. Ja, daar denk je wel eens aan, en dan ga je weer aan het werk. Ik heb dreiging en angst altijd bestreden met energie, met dingen doen, iets maken. En dat doe ik nog. Dat blijft. Je wordt oud zoals je geleefd hebt.” (3)

Jan Wolkers overleed op 19 oktober 2007. In reactie hierop werd een overweldigende hoeveelheid tv-programma's en krantenpagina's aan zijn leven en dood gewijd. De uitvaart op 24 oktober werd zelfs rechtstreeks op tv uitgezonden. Wolkers zou dit waarschijnlijk wel amusant hebben gevonden.

Literatuur

Link

Jan Wolkers/ Foto Steye Raviez ; tekst Coen Verbraak, 2007

Jan Wolkers/ Foto Steye Raviez ; tekst Coen Verbraak, 2007

De schuimspaan van de tijd: verzamelde essays/ Jan Wolkers, 2001

De schuimspaan van de tijd: verzamelde essays/ Jan Wolkers, 2001

Jan Wolkers, schilder, beeldhouwer/ Jan Wolkers, 1986

Jan Wolkers, schilder, beeldhouwer/ Jan Wolkers, 1986

Terug naar Oegstgeest/ Jan Wolkers, 1978

Terug naar Oegstgeest/ Jan Wolkers, 1978

Turks fruit/ Jan Wolkers, 1969

Turks fruit/ Jan Wolkers, 1969

Gesponnen suiker/ Jan Wolkers, 1978

Gesponnen suiker/ Jan Wolkers, 1978

A rose of flesh/ Jan Wolkers; transl. by John Scott, 1967

A rose of flesh/ Jan Wolkers; transl. by John Scott, 1967