Kees Stip (1913-2001)

Op 25 augustus 1913 werd Kees Stip geboren. Hij staat te boek als dichter van het light verse­ en werd vermaard door zijn geraffineerde taalvondsten en zijn meesterschap over de vorm. Onder het pseudoniem ‘Trijntje Fop’ dichtte hij honderden korte gedichten over dieren die in een paradoxaal taalspel terechtkomen. Stips eerste publicaties verschenen in tijdschriften uit het studentenmilieu van Utrecht, waar hij klassieke talen studeerde. Stips gedichten zijn vaak hilarisch en vrolijk, maar hij kon ook zeer venijnig uithalen. In veel van zijn verzen worden politici en militairen voor schut gezet en hij kwam op voor de dierenrechten. Jagen noemde hij bijvoorbeeld ‘necrofilie met een hoedje op’.

Unitas

Cornelis Jan Stip, roepnaam Kees, bracht zijn jeugd door in Veenendaal. Hij bezocht de HBS in Amersfoort en deed staatsexamens Grieks en Latijn om toegelaten te kunnen worden tot de studie klassieke talen. Maar eerst werd hij in militaire dienst opgeleid tot reserve-officier. In Utrecht werd hij lid van de studentenvereniging Unitas. Daar leerde hij andere jonge schrijvers kennen, zoals Leo Vroman, Max de Jong en Albert Alberts. Aan het tijdschrift van de vereniging, Vivos Voco, leverde hij regelmatig literaire bijdragen. Zijn eerste gedicht verscheen in het jaarboek van Unitas. In dat jaarboek publiceerde Stip ook absurde verhalen, zoals ‘Blakkebiebo’ uit 1939, over de Minister van Onsterfelijkheid uit het land Palamasjoeka. Deze minister richt voor elke overledene een ruiterstandbeeld op: ‘Want bij onsterfelijkheid hoort een standbeeld en bij een standbeeld hoort een paard.’

Dieuwertje Diekema

Bij het uitbreken van de oorlog werd Kees Stip opgeroepen als reserve-officier. Hij vocht mee tegen de Duitsers bij de Grebbelinie. Na de capitulatie werd hij niet direct krijgsgevangen gemaakt en hij kon daardoor in 1941 zijn kandidaats klassieke talen afronden. In 1943 moesten alle officieren zich toch melden voor krijgsgevangenschap, maar Kees Stip dook onder. In de onderduik schreef hij in één ruk het gedicht Dieuwertje Diekema. Een lied in dertig verzen waar geen woord Spaansch bij is. Het is een parodie op het gedicht Maria Lécina van J.W.F. Werumeus Buning uit 1932. In het origineel staat: ‘Mária Lécina heeft lichte oogen/daar staan groene stortzeeën in,/dat diepe water is betooverd/daar schijnt de hel en de hemel in’. Bij Kees Stip werd dat:

Dieuwertje Diekema heeft twee oogen
die zijn zo blauw als vlijmscherp staal.
Geen sterveling heeft er zulke oogen
Van Rilland-Bath tot Stadskanaal.

Niet alleen al het hoogdravende werd weggepoetst, ook alles wat bij Buning Spaans was, werd bij Kees Stip oer-Nederlands. En van meet af is Stips voorkeur voor pittoreske, vaak noordelijke plaatsnamen zichtbaar, van Scheemda, Sneek tot Wolvega.

Clandestiene uitgave

Kees Stip stuurde zijn tekst naar de gepersifleerde dichter Werumeus Buning zelf. Die vond het hilarisch en hij hielp Stip om het boekje uitgegeven te krijgen. In het voorwoord bij de herdruk uit 1946 schreef Stip: ‘De heer J.W.F. Werumeus Buning danste vijfhoog de tarantella in zijn daktuin, waar hij onkruid kweekt om op te eten, en een week later was ik kind aan huis bij alle clandestiene uitgevers.’ De eerste druk verscheen in 1943, zogenaamd bij de ‘N.V. Douwe Diekema’s uitgeversmaatschappij op de Elfstedengracht 333’ te Franeker. De echte uitgever was boekhandelaar Chris Leeflang uit Utrecht. Het gedicht werd razend populair en tijdens de oorlog veelvuldig gekopieerd en verspreid. Juist het overdreven, oer-Nederlandse karakter van Dieuwertje werd als bespotting van het het Blut-und-Boden-denken van de nazi’s gezien.

Vijf variaties op een misverstand

Na de oorlog zou Kees Stip in dienst treden bij de Rijksvoorlichtingsdienst en later bij het Polygoonjournaal. Maar bovenal ontpopte hij zich als een zeer productieve dichter. Hij leverde verzen en verhalen aan onder meer Elseviers weekblad *en *De volkskrant. Hij zou net als in Dieuwertje nog herhaaldelijk bekende Nederlandse dichters persifleren. Zo ook in *Vijf variaties op een misverstand *uit 1950. In variaties op Speenhoff, Gorter, Jan Prins, Vondel en Nijhoff vertelt Stip hier het klassieke liefdesverhaal van Pyramus en Thisbe na. Stips achtergrond als classicus en zijn taalvirtuositeit komen hier gezamenlijk naar voren. In 1984 zou Stip nog een variatie toevoegen, ‘Long distance (Thisbe spreekt)', waarin hij subtiel speelt met de thematiek en stijl van Gerrit Achterberg: ‘Neem op, uw naam en nummer zijn gevonden./En zeg mij niet: gij zijt verkeerd verbonden.’

Trijntje Fop

Het beroemdst werd Kees Stip door de absurde diergedichten van Trijntje Fop. Hij ontleende dat pseudoniem aan de naam van een leerling van meester Pennewip uit Woutertje Pieterse van Multatuli. Deze ‘Trijntje Fops’ verschenen vanaf 1951 tot 1964 in De volkskrant. Eén van de beroemde diergedichten van Fop is deze, ‘Op een woerd’:

‘Den Haag’, zo zegt een woerd, ‘is blijkbaar
per trein uit Utrecht onbereikbaar.
Want telkens als ik het probeer
begint een goudgebiesde heer
zijn longen vol met lucht te happen
en roept dan: “Woerden overstappen!”’

De diergedichten van Trijntje Fop lijken op limericks, maar zijn dat niet. Limericks hebben vijf regels, de gedichten van Fop meestal zes. Er is wel geopperd om ze ‘Trijntje Fop-sixtijn’ te noemen. Deze Fops zijn altijd uiterst strak opgezet. Vaak wordt in de eerste regel een specifiek dier uit een Nederlandse plaats geïntroduceerd. Er zijn her en der in Nederland nog betreurenswaardige gemeenten die nooit een dier hebben mogen leveren aan Trijntje Fop, maar bijvoorbeeld Hulst (‘Te Hulst hield een kalkoense haan/een lezing over grootheidswaan’) en Bolnes (‘Het wolvenweerbaarheidscongres/hield een bijeenkomst te Bolnes’) viel deze eer wel te beurt.

Au! De rozen bloeien

Naast de dierkundige dichtoefeningen van Trijntje Fop zou Kees Stip veel andersoortige gedichten schrijven. Hij was ook bedreven in het sonnet. In 1983 verscheen de bundel Au! De rozen bloeien. Sonnetten van bedreigd geluk. In deze sonnetten diept Stip onder andere herinneringen op uit zijn eigen jeugd. Maar in deze weemoedige sonnetten laat Stip toch ook weer veel dieren optreden, zoals de ‘Angsthaas’:

Angst voor de dood blijft mij als razend drijven.
Mijn leven is een levenslange angst.
Maar ben ik door mijn angsten op zijn bangst
dat ik hem niet meer voor zal kunnen blijven,
wees dan maar zeker dat ik schop of schiet.
Zo’n bange angsthaas is mijn angsthaas niet

Geen punt

In de gedichten van Trijntje Fop werden al geregeld de representanten van de macht gehekeld. In andere korte gedichten maakte Stip ook een punt van zijn kritiek op het militarisme, de macht, de kerk en de dierenmishandeling. Veel van die gedichten en andere kritische stukjes werden gebundeld in Geen punt uit 1998. Kees Stip blijkt hier bijvoorbeeld voor de diverse vormen van het geloof weinig achting te hebben: ‘Ik vrees den heere niet. Een schurk van dit kaliber kan niet bestaan.’ Over God zei hij ook: ‘Iedereen spreekt over God, maar niemand doet er iets tegen’.

Lachen in een leeuw

In 1993 verscheen het verzameld dichtwerk van Kees Stip onder de titel Lachen in een leeuw. Behalve de bekende Trijntje Fops, de parodieën en de sonnetten werden in deze bundel ook eerder ongepubliceerde gedichten opgenomen, zoals enkele puntdichten op bekende politici als Wim Kok en Hans van den Broek:

Kok
Ze hebben Marx zo mooi vervalst
dat Kok er nog net niet van halst.

Van den Broek
Hij lijkt een kuiken waar de kloek van zei:
‘Voordat ik kakel kakelt al dat ei.’

Kees Stip overleed op 27 juni 2001 in Winschoten. De prijs voor de beste light verse-dichter is naar hem de Kees Stip-prijs genoemd.

Literatuur

Links

De dierkundige dichtoefeningen van Trijntje Fop / door Kees Stip, 1955

De dierkundige dichtoefeningen van Trijntje Fop / door Kees Stip, 1955. Aanvraagnummer: 928 H 56

Gedicht Nox traiectina door Tips, in: U.S.R. Boek 1937, pag. 148

Gedicht Nox traiectina door Tips, in: U.S.R. Boek 1937, pag. 148. Aanvraagnummer: T 1006. Dit is het eerste gepubliceerde gedicht van Kees Stip.

Dieuwertje Diekema : een lied in dertig verzen waar geen woord Spaansch bij is / Kees Stip, 1946

Dieuwertje Diekema : een lied in dertig verzen waar geen woord Spaansch bij is / Kees Stip, 1946. Aanvraagnummer: 3186 G 8

Ezelsoor / Kees Stip, 1957

Ezelsoor / Kees Stip, 1957. Aanvraagnummer: 2304436

Vijf variaties op een misverstand / door Kees Stip, 1950

Vijf variaties op een misverstand : dat is de droevige geschiedenis van Pyramus en Thisbe behandeld in de trant van enige Nederlandse dichters / door Kees Stip, 1950. Aanvraagnummer: 1190 G 55

Au! de rozen bloeien : sonnetten van bedreigd geluk / Kees Stip, 1983

Au! de rozen bloeien : sonnetten van bedreigd geluk / Kees Stip, 1983. Aanvraagnummer: FD 1983 417

Lachen in een leeuw : verzamelde gedichten / Kees Stip, 1993

Lachen in een leeuw : verzamelde gedichten / Kees Stip, 1993. Aanvraagnummer: 2076468