Louis Paul Boon (1912-1979)

Op 15 maart 2012 is het 100 jaar geleden dat Louis Paul Boon in Aalst (Vlaanderen) het levenslicht aanschouwde. En het is dit jaar 33 jaar geleden dat hij op 10 november 1979 overleed. Drie keer het gekkengetal (11) zou even toepasselijk op Boon genoemd kunnen worden, hoewel het overlijden waarschijnlijk een stuk minder uitbundig gememoreerd zal worden.

De voorstad groeit / Louis P. Boon, 1942

De voorstad groeit / Louis P. Boon, 1942

De Kapellekensbaan : roman / Louis Paul Boon, 1953

De Kapellekensbaan : roman / Louis Paul Boon, 1953

Abel Gholaerts / Louis-Paul Boon, 1944

Abel Gholaerts / Louis-Paul Boon, 1944

Menuet / Louis Paul Boon, 1955

Menuet / Louis Paul Boon, 1955

Niets gaat ten onder / Louis Paul Boon, 1956

Niets gaat ten onder / Louis Paul Boon, 1956

De zwarte hand, of Het anarchisme van de negentiende eeuw in het industriestadje Aalst / Louis Paul Boon, 1979

De zwarte hand, of Het anarchisme van de negentiende eeuw in het industriestadje Aalst / Louis Paul Boon, 1979

Het Geuzenboek /  Louis Paul Boon, 1979

Het Geuzenboek / Louis Paul Boon, 1979

Rumoer

Rond Boon is het altijd rumoerig geweest en ook dit jubileumjaar is er al weer deining, nog voor de festiviteiten in het kader van Boon 2012 van start zijn gegaan. Het Louis Paul Boon Genootschap kondigde op 23 februari j.l. aan zich van het Boon-eeuwfeest te distantiëren. Reden is dat het Vlaams Fonds voor de Letteren de gevraagde subsidie voor een huldeboek en de continuering van Boelvaar Poef, zijn driemaandelijks tijdschrift, niet honoreerde. Het VFL repliceerde dat het Genootschap al jaren een te zwakke onderbouwing gaf van zijn subsidieaanvraag. De maat was min of meer vol. Een lichtpuntje is dat de Aalster schepen van Cultuur, Dylan Casaer, de dag daarop contact met het Boongenootschap heeft opgenomen om te bezien hoe de activiteiten voor de toekomst veilig gesteld kunnen worden.

Boon 2012 beschermcomité

Ook ontstond ophef rond de deelname van Vlaams minister-president Kris Peeters, VOKA-manager Communicatie Jan Van Gyseghem en ex-Vlaams Belang (nu N-VA) politicus Karim Van Overmeire aan het beschermcomité van Boon 2012. Het zou geen pas geven dat ministers, ondernemers en nationalisten, het type mensen dat Boon zelf niet hoog in het vaandel zou hebben gehad, een rol vervullen bij de herdenking. Het is gebruikelijk politici en ondernemers voor dergelijke evenementen te benaderen, stelde Casaer daar tegenover. De ledenlijst van het comité is overigens niet meer raadpleegbaar op de website van het evenement.

Alive and kicking

In België geniet Boon nog steeds veel bekendheid. Op de scholen wordt hij behandeld en er zijn talloze kunstenaars en schrijvers die geregeld aan zijn werk refereren. Op het Web wemelt het intussen van de foto’s, biografieën en bibliografieën. Er zijn op YouTube filmpjes van en over hem te vinden. Boon heeft zelfs een heuse Facebook-pagina. (Zie bij de links)
Zijn werk is een deel van het Vlaams cultureel erfgoed geworden. En daarmee onvermijdelijk nationaal bezit, geclaimd door een culturele elite. Aan de andere kant is de volksschrijver Boon en vooral zijn sociale gedachtegoed, populair bij het progressieve en artistieke deel van Vlaanderen. Het verschil tussen vorm en inhoud van het begrip ‘Boon’ en vooral de strijd om wie zich daar ‘eigenaar’ van mag noemen, maakt dat Boon 33 jaar na zijn dood nog altijd een terugkerend issue vormt in Vlaanderen.
‘Alleen een bronzen beeld zal ik nog zijn en ergens draagt een godvergeten straat mijn naam’, voorvoelde Boon zijn toekomstig lot. Dat valt dus reuze mee. Niet alleen zijn er tientallen straten en lanen naar hem vernoemd en staat er wel ergens een standbeeld, zolang er rumoer klinkt, is Boon nog niet dood en vergeten.

Wie leest Boon nog?

Gewoonlijk vormen de uitgave van het volledig werk en een biografie van een auteur een schitterend literair grafmonument, een laatste eerbetoon waarna hij definitief tot historisch stof kan vergaan. Dat beide in het geval van Boon nog niet voltooid zijn, is hoopgevend voor zijn literaire overlevingskansen op korte termijn. Elke uitgave van of over zijn werk is weer een klein teken van (her)leven.
Wordt Boon buiten het selecte gezelschap van ‘literatuurders’ aan “tfabriek van het universeel verstand” nog gelezen? Uiteraard door de Boonlanders, de groep van enkele honderden trouwe Boonliefhebbers. Misschien nog door een enkele student Nederlandse taal- en letterkunde? En verder?
Een onderzoekje naar de bekendheid van de auteur onder eerstejaarsstudenten door Boelvaar Poef bij het 50-jarig bestaan van Boons opus magnum, De Kapellekensbaan, gaf weinig reden tot hoop. De naam zei de meesten weinig tot niets. Een student dacht dat het een schrijver uit Den Haag was. Wel bleek in het zuiden van Nederland de bekendheid groter dan in het Noorden. Massaal gelezen als in de jaren zestig/zeventig van de vorige eeuw wordt hij niet meer, maar zijn boeken vinden nog steeds (beperkt) aftrek.

Biografie

Het huldeboek van het Boongenootschap lijkt er niet meer te komen. Maar er is nog een ander boek waar Boonland met smart op wacht. De langgekoesterde hoop herleeft dat in 2012 de publicatie van Kris Humbeecks Boonbiografie het licht zal zien, die eerder aangekondigd was voor Boons 25e sterfdag, maar toen niet gerealiseerd is. Behoudens een enkele regel op internet die op een aankondiging in 2012 zinspeelt, is het stil. Hopelijk maakt die radiostilte de verrassing des te groter. Het is ook alleszins moeilijk om ‘een plas, een zee, een chaos’ in te dammen. Daarmee niet uitsluitend doelend op de 500.000+ woorden omvattende tekst die naar verluid door Humbeeck geschreven is. Het is op zich al bijna onmogelijk om het diverse en ruim 30.000 (volgens sommigen zelfs 50.000) pagina’s omvattende oeuvre en het leven van Boon volledig en toch beknopt samen te vatten.

Langzame erkenning

Bij de publicatie van De voorstad groeit in 1942 was de literaire kritiek nog betrekkelijk mild. Met het diep sombere Abel Gholaerts vielen niet alleen de slippendragers van de Duitse bezetter, maar ook katholieke en vrijzinnige recensenten over hem heen. Door een van hen werd Boon zelfs geadviseerd een eind aan zijn leven te maken, omdat niemand op deze negatieve, ‘miserabilistische’ teksten zat te wachten.
Zijn boeken werden door de kerkelijke censuur in de hoogste categorie op de lijst van verboden boeken geplaatst. Verkocht en gelezen werden ze niet. Daar kwam maar langzaam verandering in toen na weigering van de publicatie van De Kapellekensbaan door Manteau, Boon naar De Arbeiderspers verhuisde. De jaren zestig ‘revolutie’ maakte hem tot een icoon van progressief links in Vlaanderen en Nederland. In België werd hij bij het brede publiek een Bekende Belg door zijn televisie-optreden.
Met de publicatie in 1971 van Pieter Daens werd hij zelfs omarmd door een van zijn grootste vijanden, de katholieken, waar hij van gruwde. Hij verdedigde zich daartegen met de publicatie een jaar later van het pornografische Mieke Maaike's obscene jeugd.

Boon is een van de belangrijkste vernieuwers van de structuur van de roman geweest tijdens en direct na de oorlog. Hij liep daarmee zover vooruit, dat bredere erkenning tot in de jaren zestig uitbleef.

Literatuur

Links