Nescio (1882-1961)

Op 25 juli 2011 is het vijftig jaar geleden dat de schrijver Nescio overleed. Nescio, Latijn voor ‘ik weet [het] niet’, was het pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh.
Het oeuvre van Nescio is heel klein, maar vooral de drie verhalen die hij tussen 1910 en 1918 schreef zijn klassiek geworden: De uitvreter, Titaantjes en Dichtertje. Nescio’s werk gaat over jeugdige hemelbestormers die uiteindelijk altijd het hoofd moeten buigen voor de harde eisen van de maatschappij. Maar zijn werk gaat ook over de troost die de natuur biedt, hoewel die natuur steeds wordt bedreigd door ingrepen van mensen.
Nescio is uniek in zijn combinatie van ironie en weemoed. In zijn eigen tijd werd het talent van Nescio niet direct door iedereen herkend, maar de invloed die hij op latere generaties uitoefende is enorm. Gerard Reve zei over hem: ‘Ik voltooi eigenlijk geen bladzij, zonder dat ik tenminste een keer aan Nescio heb gedacht.’

Amsterdam

J.H.F. Grönloh werd op 22 juni 1882 geboren in Amsterdam. Zijn vader was winkelier. Grönloh ontvluchtte later vaak de grote stad om zijn heil te zoeken in de natuur, maar toch was hij verknocht aan Amsterdam en zou er zijn hele leven blijven wonen. Als het personage Bavink aan Japi, ‘de uitvreter’ uit het gelijknamige verhaal, vraagt ‘Is u Amsterdammer?’ antwoordt die: ‘Ja, Goddank’. Na een handelsopleiding in Twente komt Grönloh uiteindelijk terecht bij de Holland-Bombay-Trading-Company in Amsterdam. Grönloh bracht zijn hele verdere carrière bij dit bedrijf door, hij eindigde er als directeur.

De Uitvreter

‘Behalve den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter.’ Zo begint Nescio’s eerste verhaal De Uitvreter uit 1910. De uitvreter is Japi, die niet wil werken en eigenlijk het liefst alleen maar wat over het water staart. Hij leeft op de pof en zwerft rond. Maar Japi wordt toch gedwongen kantoorbaantjes aan te nemen. Japi kan de eisen van het burgerlijke bestaan echter niet aan. Koekebakker, de verteller van het verhaal, beschrijft hoe Japi uiteindelijk van de Waalbrug bij Nijmegen stapt. ‘Op zijn kamer vonden ze een stok die van Bavink had gehoord en aan de muur zes briefjes met G.v.d. erop en één met “Ziezoo”.’

Titaantjes

‘Jongens waren we – maar aardige jongens. Al zeg ik ’t zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is.’ In Nescio’s tweede verhaal, Titaantjes uit 1915, treedt Koekebakker weer op als spilfiguur, met zijn vrienden Bavink, Bekker, Hoyer en Ploeger. Weer maken de jongens lange tochten door de natuur en verzetten ze zich wanhopig tegen het kantoorbestaan en de ‘heeren’ die daar de baas over hen spelen. Bavink is schilder en zit niet op kantoor, maar hij gaat ten onder aan zijn onvermogen om het met de seizoenen veranderende zonlicht in zijn schilderijen te vangen. ‘Begrijp jij wat die zon van mij wil? Vier-en-dertig ondergaande zonnen heb ik tegen de muur staan, achter elkaar, omgekeerd. En toch staat-i daar weer iederen avond.’

Dichtertje

‘Een groot dichter te zijn en dan te vallen. Als ’t dichtertje er over dacht, wat hij eigenlijk ’t liefst zou willen, dan was ’t dat.’ In Nescio’s derde verhaal, Dichtertje uit 1918, wil het dichtertje Edu zo graag een groot dichter worden. Maar Edu is maar een dichtertje en hij moet de kost verdienen op kantoor, minzaam aanschouwd door de ‘God van Nederland’, die roos op zijn kraag heeft. Ook de duivel schuift aan als Edu op het terras zit met zijn schoonzus Dora, die wanhopig verliefd op hem is. Het dichtertje wordt gek, net als Bavink. Aan het eind van het verhaal is hij dood. ‘Zijn boek is driemaal herdrukt, z’n verzamelde gedichten zijn uitgegeven met een inleiding, van meneer Scharten of een ander.’

Boven het dal

‘Weer was de langste dag voorbij. De dagen kortten nog nauwelijks merkbaar, maar wij wisten ’t, ook deze zomer zou voorbijgaan.’ Dit zijn de eerste regels van de bundel Mene tekel, die verscheen in 1946, dus bijna twintig jaar na Dichtertje. Ook in Mene tekel treden Koekebakker en zijn vrienden weer op, in verhalen die gedrenkt zijn in weemoed. De verhalen uit Mene tekel bleken maar een gedeelte te zijn van wat Nescio nog in portefeuille had. Vlak voor zijn dood in 1961 verraste hij iedereen met de bundel Boven het dal, waarin Mene tekel ookwerd opgenomen. Met Boven het dal verdubbelde Nescio zijn kleine oeuvre in één keer in omvang.

Kolonie en natuur

Grönloh hield zijn pseudoniem lang verborgen en liet zich ook weinig uit over zijn eigen werk. Maar in Koekebakker en Japi moet veel van Grönloh zelf zijn terug te vinden.
Terwijl Grönloh in de leer was als kantoorbediende raakte hij in de ban van de schrijver en psychiater Frederik van Eeden. De man die nog wonderlijker was dan de uitvreter, was niemand anders dan Van Eeden. Van Eeden had een maatschappijhervormende commune in het Gooi gesticht, Walden, waarvoor Grönloh zich inschreef, maar hij zou er nooit komen te wonen. Wel poogde Grönloh in 1901 met zijn vrienden een eigen kolonie op te zetten: Tames. In 1903 was het utopische project al mislukt en moest Grönloh uit lijfsbehoud definitief voor het kantoorbestaan kiezen.

Natuurdagboek

In 1996 verscheen het Verzameld Werk van Nescio, bezorgd door Lieneke Frerichs. Het bleek dat met Boven het dal de ongepubliceerde werken van Nescio nog lang niet uitgeput waren. Het Nagelaten werk van Nescio bevat vele jeugdverhalen maar ook werk van later datum. Een bijzonder onderdeel van het Nagelaten werk was het Natuurdagboek, dat in 1997 ook apart werd uitgegeven. Het bevat de aantekeningen die Nescio maakte tussen 1946 en 1955 over zijn zwerftochten door de natuur. Het Natuurdagboek is nauw verwant aan Nescio’s andere werk, door de aandacht voor de seizoenen, het verschuivende licht en de angst voor verandering en menselijk ingrijpen.

De KB bezit vrijwel alle werken van Nescio.

Literatuur

Links

Dichtertje, De uitvreter, Titaantjes / Nescio, facsimile van de eerste druk uit 1918, 1982

Dichtertje, De uitvreter, Titaantjes / Nescio, facsimile van de eerste druk uit 1918, 1982

De Uitvreter / Nescio, met tekeningen van Joost Swarte, 2006

De Uitvreter / Nescio, met tekeningen van Joost Swarte, 2006

Verlangen zonder te weten waarnaar; over Nescio/ Maurits Verhoeff, 2011

Verlangen zonder te weten waarnaar; over Nescio/ Maurits Verhoeff,2011

Boven het dal / Nescio, 1961

Boven het dal / Nescio, 1961

Natuurdagboek / Nescio, editie 2009

Natuurdagboek / Nescio, editie 2009