Simon Carmiggelt (1913-1987)

7 oktober 2013 is de honderdste geboortedag van Simon Carmiggelt. Tijdens de hoogtijdagen van zijn carrière was Carmiggelt de populairste schrijver van Nederland. Aan die populariteit droeg zijn optreden voor radio en televisie sterk bij. Simon Carmiggelt heeft er zelfstandig voor gezorgd dat de krantencolumn uitgroeide van een journalistiek bijproduct tot genre van aanzien. De column die Carmiggelt decennialang elke dag als ‘Kronkel’ publiceerde in Het Parool bewoog zich op het grensgebied van journalistiek, literatuur en egodocument. Carmiggelt maakte tijdens de oorlog deel uit van de redactie van het illegale Parool en zou ook na de bevrijding fel alle totalitaire opvattingen, zoals die van het communisme, blijven bestrijden.

Carmiggelt : het levensverhaal / Henk van Gelder, 1999

Carmiggelt : het levensverhaal / Henk van Gelder, 1999. Aanvraagnummer: 2191328

Vijftig dwaasheden / beleefd en verteld door S. Carmiggelt, 1940

Vijftig dwaasheden / beleefd en verteld door S. Carmiggelt, 1940. Aanvraagnummer: ACU 519

Allemaal onzin / S. Carmiggelt, 1948

Allemaal onzin / S. Carmiggelt, 1948. Aanvraagnummer: 2335463

Vliegen vangen / S. Carmiggelt, 1955

Vliegen vangen / S. Carmiggelt, 1955. Aanvraagnummer: 1466 A 44

We leven nog / S. Carmiggelt, 1963

We leven nog / S. Carmiggelt, 1963. Aanvraagnummer: 1467 G 49

Neskol'ko bespoleznych soobraÿézenij : korotkie rasskazy / Simon Karmiggelt, 1985

Neskol'ko bespoleznych soobraÿézenij : korotkie rasskazy / Simon Karmiggelt, 1985. Aanvraagnummer: 978 H 2

Den Haag

Simon Carmiggelt werd op 7 oktober 1913 geboren in Den Haag als tweede zoon na zijn broer Jan. Zijn geboortehuis stond aan de Loosduinsekade, op de grote zevensprong waar ook de Beeklaan en De La Reyweg samenkomen. Moeder Carmiggelt baatte een hoedenwinkel aan het Westeinde uit, vader was handelsreiziger voor de vleeswarenfabriek Stegeman. Vooral vader Carmiggelt was principieel aanhanger van de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP), die streefde naar ruimere opleidingsmogelijkheden voor de arbeidersklasse. Carmiggelt senior had het zelf altijd betreurd dat hij niet hogerop kon komen en verwachtte daarom veel van zijn zoons. De zeer ijverige zoon Jan was daarom ook de oogappel, want bij Simon bleek al heel vroeg dat hij school vooral als een hinderlijke onderbreking van de dag ervoer.

Journalist

Broer Jan vloog door zijn opleiding, maar de schoolcarrière van Simon Carmiggelt was een drama. Alleen in het redigeren van de schoolkrant De Schakelaar beleefde hij tijdens zijn jaren op de Haagse gemeentelijke handelsdagschool enig plezier. Hij ontdekte daardoor al heel jong dat hij de journalistiek in wilde. In 1932 kon hij aan de slag als volontair (onbezoldigd vrijwilliger) bij het dagblad Vooruit, een kopblad van de landelijke socialistische krant Het Volk. De jonge Carmiggelt ontpopte zich als ras-journalist. Hij versloeg alles: moorden, branden, rechtbankzittingen, lokale politiek, kunst, toneel, film. Zeer bepalend was de opdracht die hij kreeg om de fascistische bewegingen te volgen. Van nabij volgde hij de opkomst van partijen als de NSB. Carmiggelt had ook contact met Duitse vluchtelingen in Den Haag en besefte daardoor al vroeg dat een oorlog met Hitler-Duitsland onvermijdelijk was.

Het Parool

Nadat de oorlog was uitgebroken werkte Carmiggelt enige tijd voor het uitgaansblaadje Deze week in Den Haag, maar toen de hele pers gelijkgeschakeld werd door de bezetter bedankte Carmiggelt voor de journalistiek. Hij raakte betrokken bij de verzetsgroep rond de illegale krant Het Parool. Met zijn vrouw Tiny de Goey, met wie hij in 1939 getrouwd was, verhuisde hij in 1944 naar Amsterdam, waar ze elke dag in de weer waren voor het verzetsblad. Carmiggelt heeft later verklaard dat hij toen af en toe doodsbang was geweest: ‘Ik was vaak doodsbenauwd, ik piste in mijn broek van de angst.’ Naar zijn zeggen was zijn vrouw Tiny veel moediger, maar ondanks zijn angst vond Carmiggelt dat het onmogelijk was om niet in verzet te gaan.

Oorlog als maatstaf

Ook broer Jan Carmiggelt was betrokken bij het verzet. Hij werd gearresteerd en in 1943 vermoord door de nazi’s. Het was een grote klap. Van Jan Carmiggelt werd gezegd dat hij na de oorlog mogelijk minister zou worden. Simon Carmiggelt voelde zich altijd in de schaduw staan van zijn broer. De reactie van zijn vader op het overlijden van Jan was daarom voor hem erg pijnlijk: ‘Alles tevergeefs’. Simon Carmiggelt heeft de rest van zijn leven geworsteld met een irrationeel schuldgevoel dat niet hij, maar zijn briljante broer door de oorlog was geveld. Na de oorlog zou Carmiggelt altijd de principes van het verzet en de Parool-groep blijven hanteren. Hij was een fel bestrijder van alle totalitaire ideologieën, zoals het communisme.

Kronkel

Na de oorlog ging Het Parool verder als legale krant. Voor de oorlog had Carmiggelt in Vooruit al kleine krantenstukjes geschreven, ‘Kleinigheden’, maar in Het Parool schiep hij een nieuwe column onder de naam ‘Kronkel’. In deze dagelijkse columns had Carmiggelt de absolute vrijheid om te bespreken wat hij wou. Vaak gaat het over ontmoetingen met eenzame mannen in Amsterdamse café’s, maar het kon ook gaan over opmerkingen van kinderen, over echtelijke twisten, over politiek. Om stof te vinden liep Carmiggelt dagelijks door de stad, met bepaalde café’s als vaste ankerpunten. Alles wat hij tegenkwam kon onderwerp worden van een Kronkel. Met zijn grote metaforische vermogen maakte Carmiggelt kleine kunststukjes van zijn column. Zo begint bijvoorbeeld een Kronkel over een slapend meisje in de trein:
‘Het meisje sliep, toen ik de coupé binnenkwam. Zij deed het met het elan der jeugd. Oude treinslapers verzakken als een instortend pand. Zij verliezen de façade die zij in wakende toestand zo dapper ophouden en schijnen prematuur te ontbinden.’

O, drank

Door Kronkel werd Carmiggelt razend populair. De verzamelbundels die bij De Arbeiderspers verschenen haalden oplagen van 100.000 exemplaren. En van die bundels verschenen er vele tientallen. Elk jaar bracht wel een nieuwe bundel Kronkels. Aan het begin van de jaren zeventig was Carmiggelt op het hoogtepunt van zijn roem, niet in de laatste plaats omdat hij inmiddels zijn Kronkels ook voorlas voor de VARA-televisie. Maar het jarenlange bohémienachtige journalistenbestaan in Amsterdamse café’s eiste in 1972 zijn tol: Carmiggelt werd overvallen door depressies, kreeg een acute alcoholvergiftiging en moest abrupt stoppen met zijn dagelijkse inname. Over zijn alcoholisme schreef hij in het gedicht ‘Tekst voor een wijnkaart’:

O, drank, je hebt zoveel verpest.
Toch ben je in mijn dorstig leven
altijd die ene hoer gebleven,
die mij het diepste heeft gelest

De meest getrouwde man van Nederland

Simon Carmiggelt was op zeker moment de nationale opa van Nederland. Zijn gemoedelijke voorkomen en zijn relativerende uitlatingen verhulden vaak zijn diepere drijfveren. In zijn Kronkels vertelde hij trots over het familieleven. Meer dan veertig jaar was hij getrouwd met Tiny en hij werd door zijn aanhankelijkheid aan haar ‘de meest getrouwde man van Nederland’ genoemd. Het kwam dan ook als een grote verrassing toen bleek dat schrijfster en essayiste Renate Rubinstein na haar dood in 1990 een manuscript voor een boek had nagelaten over haar relatie met Simon Carmiggelt. Dit boek, Mijn beter ik, kwam uit in 1991 en leidde tot grote ophef, maar het getuigt wel van de uitzonderlijke figuur die Simon Carmiggelt geweest moet zijn: ‘Wat ik aan hem dank is niet alleen het geluk, maar het leven zelf.’

Simon Carmiggelt overleed op 30 november 1987.

Literatuur

Links