Simon Vestdijk (1898-1971)

Simon Vestdijk is de schepper van een enorm oeuvre. Alleen al zijn verzamelde romans beslaan 52 delen. De dichter A. Roland Holst noemde hem de ‘man die sneller schrijft dan God kan lezen’. Maar niet alleen vanwege die omvang van zijn werk is Vestdijk zo bijzonder. Zijn romans zijn onderling zeer verschillend; en ook zijn poëzie is divers van vorm en toon. Daarnaast bewoog hij zich ook in zijn talrijke essays op de meest uiteenlopende terreinen: literatuur, filosofie, theologie, geschiedenis, astrologie en vooral de muziek. Menno ter Braak noemde Vestdijk vanwege die unieke veelzijdigheid en ongeëvenaarde schrijfdrang een ‘duivelskunstenaar’. Toch is hij nog steeds vooral bekend als romanschrijver. Tot zijn beroemdste romans behoren Terug tot Ina Damman, De kellner en de levenden, De koperen tuin en Ivoren wachters.

Harlingen

Simon Vestdijk wordt op 17 oktober 1898 geboren in Harlingen, waar hij de HBS volgt (middelbare school). Die stad zou als het plaatsje Lahringen een belangrijk decor vormen in zijn autobiografische romans uit de Anton Wachter-reeks. Vanaf 1917 studeert hij geneeskunde in Amsterdam, waar eén van zijn studiegenoten de latere dichter Slauerhoff is. Vestdijk zou net als Slauerhoff een tijdje scheepsarts zijn. Maar waar Slauerhoff zijn hele leven de wereldzeeën zou blijven bevaren, neemt Vestdijks carrière een hele andere loop. Na zijn studie neemt hij nog wel her en der waar als huisarts, maar in 1932 kiest Vestdijk voor een leven dat volledig in dienst staat van de literatuur. In zijn latere essaybundel De zieke mens in de romanliteratuur vinden we de arts Vestdijk nog eenmaal terug.

Debuut als dichter

Al in zijn studententijd publiceerde Vestdijk enkele keren gedichten in almanakken. Zijn ‘officiële debuut’ in de literaire wereld is echter het gedicht Riem zonder eind dat in 1926 in het belangrijke tijdschrift De Vrije Bladen verschijnt. Maar aan het begin van de jaren dertig blijkt pas echt Vestdijks grote creatieve kracht. Met een reeks gedichten overstelpt hij Nederland en maakt hij grote indruk op de literaire wereld. In 1932 verschijnt zijn eerste bundel Verzen, een jaar later al gevolgd door de tweede, Berijmd palet.

Poëzie: de glanzende kiemcel

Het wordt wel eens vergeten, maar de poëzie maakt een wezenlijk deel uit van Vestdijks oeuvre. Zijn Verzamelde Gedichten beslaan meer dan vijftienhonderd bladzijden. Vestdijk zag zelf geen scherpe grens tussen proza en poëzie. Volgens hem kon een gedicht in enkele beelden iets weergeven waar een roman vele bladzijden voor nodig had. Deze ideeën werkte Vestdijk uit in de lezingenreeks die na de oorlog is uitgegeven als De glanzende kiemcel. De ‘kiemcel’ staat voor het gedicht, de uitgegroeide plant is het proza. Vestdijk hield deze lezingen over poëzie in oorlogstijd, toen hij door de Duitse bezetter was geïnterneerd in het gijzelaarskamp St. Michielsgestel. De toehorende medegevangenen waren andere prominente Nederlanders. De lezingen zijn nauwgezette beschouwingen over alle middelen en technieken die de dichter ter beschikking staan. Tegelijkertijd relativeert Vestdijk die middelen sterk, omdat het volgens hem uiteindelijk ging om het beeldend vermogen van een gedicht.

Forum

Mede door zijn gedichtenstroom wordt Vestdijk begin jaren dertig ontdekt door de redacteuren van het tijdschrift Forum: Menno ter Braak en E. du Perron. Zij waren toen de meest gezaghebbende critici en Forum domineert het literaire leven. Zij zijn onder de indruk van Vestdijks schrijfdrang; vooral als Vestdijk zich ook op het essay en ander proza stort, kan hij bij hen niet meer stuk. Volgens beide redacteuren was Vestdijk de grootste ontdekking van Forum. Du Perron en Ter Braak voeren in hun tijdschrift strijd voor waarachtige literatuur die niet de vorm, maar de ‘vent’ vooropstelde. Zij hekelden de literaire experimenten (vorm), maar zochten de directe, liefst autobiografische uitdrukking (vent). Vestdijk benaderde dit ideaal rond 1933 in hun ogen het meest. Du Perron was zo idolaat van Vestdijk dat hij diens manuscripten meestal ongezien plaatste.

Kind tusschen vier vrouwen

Gestimuleerd door de mannen van Forum begint Vestdijk aan een grootst opgezet prozaplan: een omvangrijke autobiografische roman over zijn jeugd. Hij sluit zich weken op om er aan te schrijven, en het resultaat geeft hij de titel: Kind tusschen vier vrouwen. Maar als hij in 1933 het manuscript aanbiedt aan Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar durft die de uitgave van zo’n groot werk niet aan. Gedrukt zou het boek namelijk meer dan 800 bladzijden dik worden. Ook Du Perron en Ter Braak zijn teleurgesteld. De enorme, diffuse roman is allesbehalve die directe weerslag van het leven van een ‘vent’ die zij verwacht hadden. Vestdijk trekt zijn roman terug en besluit het geheel om te werken tot kleinere romans. Pas in 1972 zou Kind tussen vier vrouwen voor het eerst verschijnen. Vestdijk-bewonderaar Maarten ’t Hart noemde het toen het ‘meest verbijsterende debuut uit de hele Nederlandse literatuur’.

Terug tot Ina Damman

In 1934 verschijnt Vestdijks officiële eerste roman: Terug tot Ina Damman. Hoofdpersoon is Vestdijks alter ego Anton Wachter. De roman is het verslag van een grote jeugdliefde. Anton Wachter wordt heen en weer geslingerd tussen een allesverterende liefde voor het meisje Ina en verlangen naar afstand, observatie en overdenking. Daarmee introduceert deze roman één van Vestdijks grote thema’s: de spanning tussen een passievol streven naar vereenzelviging en de neiging tot afstand en isolatie. Ina Damman is één van de kleinere werken die Vestdijk putte uit zijn Kind tusschen vier vrouwen. Er volgden nog zeven romans over Anton Wachter. Het geheel groeide zo uit tot de vrij omvangrijke ‘Anton Wachter-cyclus’.

Vrouwen

In Terug tot Ina Damman verwerkte Vestdijk zijn HBS-liefde voor het meisje Lies Koning. In Kind tusschen vier vrouwen representeerde zij als Ina Damman de ideële, onbereikbare liefde. De andere drie vrouwen waren de moeder van ‘Anton Wachter’, die de moederlijke liefde representeerde, Tsjitske van der Staag als ‘Marie van den Bogaard’ de zinnelijke liefde en het dienstmeisje van de familie vertegenwoordigde als ‘Janke’ de louter sexuele liefde. Deze symbolische groepering van de vrouwen uit zijn jeugdjaren is typerend voor de rol van de vrouw in het werk en het leven van Vestdijk. Ook later zou hij enkele complexe verhoudingen aangaan, bijvoorbeeld met de schrijfster Henriëtte van Eyk. Van 1939 tot haar overlijden in 1965 woonde hij samen met Ans Koster. Daarna trouwde hij met Mieke van der Hoeven, met wie hij een dochter en een zoon kreeg.

Proust & Joyce

Terug tot Ina Damman was een veel realistischer roman dan Kind tusschen vier vrouwen, maar Ter Braak en Du Perron beseften op den duur dat ze zich in Vestdijk vergist hadden. Hij was allesbehalve wars van het literaire experiment. Het grote voorbeeld voor Kind tusschen vier vrouwen was À la recherche du temps perdu van Marcel Proust. Ook dat is een autobiografisch verslag, maar opgezet op en volstrekt nieuwe, associatieve manier. Vestdijk volgt Proust in de associatieve methode, die ook wel met stream of consciousness (bewustzijnsstroom) wordt aangeduid. Iets vergelijkbaars is te vinden in Ulysses van James Joyce, die Vestdijk inspireerde tot de bizarre roman Meneer Visser’s hellevaart uit 1936.

Na de oorlog

Naast de psychologische autobiografische romans als Terug tot Ina Damman publiceert Vestdijk historische romans als De nadagen van Pilatus en De vuuraanbidders en fantastische werken zoals De kellner en de levenden en Bericht uit het hiernamaals. Vooral na de oorlog behoort Vestdijk tot de absolute top van de Nederlandse literatuur. Opvallend is dat hij meer dan veel van zijn leeftijdgenoten oog had voor het werk van de jongeren na 1945. Als criticus ziet hij bijvoorbeeld al heel snel de waarde van het werk van Willem Frederik Hermans. In 1950 wint Vestdijk de P.C. Hooft-prijs en in 1955 de Constantijn Huygens-prijs. In 1971 zou hij de Prijs der Nederlandse Letteren ontvangen, maar hij overlijdt op 23 maart van dat jaar in zijn woonplaats Doorn. De prijs wordt postuum toegekend en uitgereikt aan Vestdijks weduwe Mieke Vestdijk-van der Hoeven. Na Vestdijks dood heeft zij zich altijd beijverd om het werk van haar man onder de aandacht en in druk te houden.

Literatuur

Links

Vestdijk, een biografie / Wim Hazeu, 2007

Vestdijk, een biografie / Wim Hazeu, 2007

Terug tot Ina Damman : de geschiedenis van een jeugdliefde / Simon Vestdijk, 2005; eerste druk uit 1934

Terug tot Ina Damman : de geschiedenis van een jeugdliefde / Simon Vestdijk, 2005; eerste druk uit 1934

De glanzende kiemcel / S. Vestdijk, 2007, lezingen uit 1943

De glanzende kiemcel / S. Vestdijk, 2007, lezingen uit 1943

De bruine vriend : novellen / S. Vestdijk, 1991; eerste druk 1935

De bruine vriend : novellen / S. Vestdijk, 1991; eerste druk 1935

Muziek in blik : opstellen over muziek / S. Vestdijk, 1960

Muziek in blik : opstellen over muziek / S. Vestdijk, 1960

Een snik tot glimlach omgelogen / Simon Vestdijk, 2010

Een snik tot glimlach omgelogen / Simon Vestdijk, 2010

Wij zijn van elkaar : brieven 1946-1947 / Simon Vestdijk & Henriëtte van Eyk, 2007

Wij zijn van elkaar : brieven 1946-1947 / Simon Vestdijk & Henriëtte van Eyk, 2007

Kind tusschen vier vrouwen : de kroniek van een jongensleven / S. Vestdijk, 2010

Kind tusschen vier vrouwen : de kroniek van een jongensleven / S. Vestdijk, 2010