Willem Elsschot (1882-1960)

Op 31 mei 2010 is het vijftig jaar geleden dat Willem Elsschot overleed. Willem Elsschot, pseudoniem van Alphonsus Josephus de Ridder, overleed in dezelfde stad als waar hij het levenslicht zag: Antwerpen. Het kleine oeuvre van de ras-Antwerpenaar Elsschot past in één verzamelband, maar alle romans die hij schreef zijn klassiekers geworden, zoals Villa des Roses, Lijmen/Het Been en Kaas. Net zo klassiek werd zijn gedicht ‘Het huwelijk’ met de onsterfelijke regel ‘want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’.

Antwerpen

Alfons de Ridder wordt op 7 mei 1882 geboren als de zoon van een bakker. Hij bezoekt het Koninklijke Atheneum in Antwerpen, waar hij in contact wordt gebracht met de literatuur door zijn bevlogen leraar Nederlands, de dichter Pol de Mont. De Ridder is geen studiehoofd en hij wordt van het Atheneum verwijderd wegens ‘baldadigheid’. Hij is daarna enige tijd loopjongen bij diverse Antwerpse firma’s.

De Kapel

Rond 1900 ontpopt De Ridder zich als bohemien. Hij sluit zich aan bij de anarchistische kunstenaarsclub rond ‘De Kapel’, genoemd naar de kapel aan de Falconrui waar artistieke en politiek opruiende avondjes worden georganiseerd. In het tijdschrift van deze club, Alvoorder, maakt De Ridder zijn literaire debuut. Als dichter, zoals het een romantische jongeman betaamt. Zijn bestaan als loopjongen en bohemien zou Elsschot later verwerken in de novelle *Een**ontgoocheling* uit 1921. Uiteindelijk zou hij toch nog een diploma halen: aan het Hoger Handelsinstituut studeerde hij in 1903 af in de ‘handels- en consulaire wetenschappen’.

Juffrouw van der Tak

Na zijn studies trekt De Ridder naar Parijs, waar hij als klerk in dienst treedt van de Argentijnse zakenman Alfredo H. Bustos, die een flamboyante zwendelaar blijkt te zijn. In Parijs woont De Ridder in een pension met zeer merkwaardige gasten. In 1907 verkast Alfons de Ridder van Parijs naar Nederland, waar hij krijgt een kantoorbaan krijgt bij de Gusto-werf in Schiedam. Hij gaat wonen in Rotterdam. Op kantoor ontmoet hij de vijfenveertigjarige ‘juffrouw’ Anna van der Tak, die hem aanspoort om zijn hilarische verhalen over het pension in Parijs op te schrijven. Daarmee stimuleert zij hem in zijn schrijversloopbaan.

Villa des Roses

In 1913 verschijnt De Ridders roman over zijn belevenissen in het memorabele Parijse pension: Villa des roses. In de pensionhouders meneer en madame Brulot, het kamermeisje Louise en gasten als madame Gendron, de Noor Aasgaard, de Hollander Knidelius en de Duitser Grünewald vereeuwigde De Ridder zijn medebewoners in Parijs. De roman is opgedragen aan 'mej. Anna Christina van der Tak, mijn trouwe vriendin'. Het boek verschijntbij Uitgeverij Van Dishoeck onder het pseudoniem Willem Elsschot. Er was namelijk al een ‘A. de Ridder’ actief in de Vlaamse letteren. ‘Elsschot’ verwijst naar de streek ‘Helschot’ bij Blauberg in de provincie Antwerpen, waar de jonge De Ridder vaak kwam tijdens vakanties. Villa des roses verrast de literaire critici omdat de zakelijke stijl van de roman zo afwijkt van de uitgebreide beschrijvingen die dan nog gebruikelijk zijn in de literatuur.

Het Huwelijk

In zijn Nederlandse tijd schrijft Elsschot ook weer gedichten, nu geen romantische verzen meer, maar schrijnende commentaren op het dagelijks leven, die zowel sarcastisch en cynisch als ontroerend tegelijkertijd zijn. Het gedicht ‘Het huwelijk’, waarin een man het verstrijken van de tijd betreurt en met afgrijzen zijn verlepte echtgenote aanschouwt, bevat Elsschots beroemdste dichtregels:

‘Maar doodslaan deed hij niet, want tusschen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.’

De gedichten die Elsschot in deze jaren schrijft, worden niet direct uitgegeven. Pas in 1934 verschijnen ze onder de titel Verzen van vroeger.

Lijmen

Na Rotterdam vestigt Elsschot zich in 1912 als zakenman in Brussel. Met zijn jeugdvriend Jules Valenpint redigeert hij het tijdschrift La Revue Générale Illustrée. Dit tijdschrift duikt in 1924 op in de roman Lijmen als het Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen. In de roman bieden de uitgever Boorman (Valenpint met een scheutje Alfredo H. Bustos) en zijn assistent Laarmans (Elsschot) ondernemers een artikel over hun zaak in het tijdschrift aan. Zij hoeven dan alleen ‘enkele’ exemplaren van het tijdschrift te kopen. Zij beseffen niet dat het tijdschrift eigenlijk helemaal niet bestaat. Het Wereldtijdschrift bestaat alleen uit de exemplaren die de slachtoffers kopen. Boorman en Laarmans gebruiken voor het tijdschrift steeds weer dezelfde tekst. Boorman is een meester in het ompraten, het ‘lijmen’ van zijn slachtoffers.

Forum

De roman Lijmen wordt bij zijn verschijnen in 1924 nauwelijks opgemerkt en de lust tot schrijven vergaat Elsschot in de jaren twintig enigszins. Begin jaren dertig wordt hij echter herontdekt door de redacteuren van het tijdschrift Forum: E. du Perron en Menno ter Braak. Zij zijn laaiend enthousiast over de sobere stijl van Elsschot en de autobiografische strekking van zijn romans en verhalen. Dankzij Forum verschijnen de Verzen van vroeger en schrijft Elsschot ook in ijltempo een geheel nieuwe roman: Kaas (1933). In Kaas stort Elsschots alter ego Laarmans zich op de kaashandel, met rampzalige gevolgen. Onder invloed van Ter Braak schrijft Elsschot in 1938 ook een vervolg op Lijmen: *Het**Been*, waarin Boorman wroeging krijgt.

Gedicht aan Borms

Sinds het optreden van Forum heeft Willem Elsschot in Nederland een onaantastbare status. Hij wordt vanwege zijn toon en stijl vaak in één adem genoemd met Nescio. Meestal wordt dan vergeten dat Elsschot een Vlaming was en een sterke band had met de Vlaamse emancipatiestrijd. Dat bleek ook na de Tweede Wereldoorlog toen Elsschot het gedicht ‘Borms’ schreef. August Borms was de oude flamingantische leider die gecollaboreerd had met de Duitsers en daarom geëxecuteerd werd. Willem Elsschot was zelf links, zelfs communistisch georiënteerd en dat hij de rechtse Borms eer bewees, was een verrassing voor vriend en vijand. Elsschot eerde echter niet de collaborateur, maar de oude actievoerder die zoveel had betekend voor de Vlaamse taalstrijd.

De stad Antwerpen staat in het herdenkingsjaar 2010 geheel in teken van Willem Elsschot. In het Letterenhuis in Antwerpen is tot 31 december de tentoonstelling Dicht bij Elsschot te zien.

Literatuur

Links

Het dwaallicht / Willem Elsschot, editie uit 2003

Het dwaallicht / Willem Elsschot, editie uit 2003

Villa des Roses / Willem Elsschot, editie uit 2002

Villa des Roses / Willem Elsschot, editie uit 2002

Kaas / Willem Elsschot, editie 2005

Kaas / Willem Elsschot, editie 2005

Verzen van vroeger / Willem Elsschot, editie 1980

Verzen van vroeger / Willem Elsschot, editie 1980

De Verlossing / Willem Elsschot, 1921

De Verlossing / Willem Elsschot, 1921

Lijmen : Het been / Willem Elsschot, editie 2004

Lijmen : Het been / Willem Elsschot, editie 2004

Aan Borms : Willem Elsschot, een politiek schrijver : essay / Matthijs de Ridder, 2007

Aan Borms : Willem Elsschot, een politiek schrijver : essay / Matthijs de Ridder, 2007