Willem Frederik Hermans (1921-1995)

De donkere kamer van Damokles behoort met De tranen der acacia’s, Ik heb altijd gelijk en Nooit meer slapen tot het belangrijkste werk van schrijver Willem Frederik Hermans, die in 1995 overleed. Hermans was niet alleen één van de belangrijkste Nederlandse schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog, maar hij was ook de meest gevreesde polemist van zijn tijd. Zijn invloed strekte zich bovendien uit tot ver buiten het domein van de literatuur. Zeventien jaar na zijn dood staan de persoon en de werken van Willem Frederik Hermans nog steeds volop in de belangstelling. Sinds 2005 verschijnen in een monumentale reeks zijn Volledige Werken.

Amsterdam

Willem Frederik Hermans werd op 1 september 1921 geboren in Amsterdam. Na het gymnasium begon hij aan een studie sociale geografie aan de Gemeente Universiteit Amsterdam, maar na een jaar gaf hij de voorkeur aan de bèta-kant van de studie: de fysische geografie. Hij onderbrak de studie tijdens de oorlog, maar studeerde daarna wel af en promoveerde vervolgens cum laude.
Hermans had een moeizame relatie met zijn geboortestad. In 1986 werd hem door het Amsterdamse stadsbestuur onder leiding van burgemeester Ed van Thijn de toegang ontzegd, omdat hij culturele lezingen had gegeven in Zuid-Afrika waar toen nog het apartheidsregime heerste. Hermans zei in 1993 in Trouw over Amsterdam: ‘Het is toch de smerigste en misdadigste stad van Europa? Van Thijn weet wel hoe het allemaal moet in Zuid-Afrika, maar zijn eigen stad op orde houden kan hij blijkbaar niet.’

De tranen der acacia's

Na de bevrijding verschenen Hermans’ eerste publicaties: enkele dichtbundels en in 1947 zijn debuutroman Conserve, die speelt in het milieu van Amerikaanse mormonen. In 1948 publiceerde Hermans de verhalenbundel Moedwil en misverstand. De meeste aandacht trok Hermans echter in 1949 met zijn tweede roman De tranen der acacia’s. Hierin rommelt hoofdpersoon Arthur Muttah zich door de oorlog en de hongerwinter heen, zonder al te veel morele overwegingen. ‘In puinhopen voel ik mij prettig, ergens anders hoor ik niet thuis’, laat Hermans hem zeggen. Door het expliciete taalgebruik waren veel critici geschokt, maar er was ook meteen veel waardering, bijvoorbeeld van Simon Vestdijk en F. Bordewijk.

Ik heb altijd gelijk

In 1951 ontstond nog meer rumoer rond Willem Frederik Hermans. Toen verscheen zijn roman Ik heb altijd gelijk, waarin hoofdpersoon Lodewijk Stegman na de politionele acties als militair terugkeert uit Nederlands-Indië, vervuld van wrok en haat. Nog op de boot barst Stegman los in een tirade tegen de katholieken: ‘De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk! Maar die naaien er op los! Die planten zich voort! Als konijnen, ratten, vlooien, luizen. Die emigreren niet! Die blijven wel zitten in Brabant en Limburg met puisten op hun wangen en rotte kiezen van het ouwels vreten!’. Hermans werd in 1952 voor de rechtbank gedaagd wegens belediging van een bevolkingsgroep, maar werd vrijgesproken omdat de uitspraken niet door hem waren gedaan, maar door een personage uit een roman.

Mandarijnen op zwavelzuur

‘Nergens staan zo veel geslaagde zegswijzen die niet van H.A. Gomperts zijn, als in de schaarse stukjes van H.A. Gomperts.’ In de jaren vijftig was de criticus Gomperts één van de vele slachtoffers die Hermans maakte in zijn polemische artikelen-reeks Mandarijnen op zwavelzuur. In deze reeks veegde Hermans de vloer aan met de Nederlandse literatuur en de literaire kritiek. Hermans gaf de bundeling van deze polemische stukken in 1964 in eigen beheer uit omdat geen uitgever het aandurfde zijn naam erop te zetten. Na de Mandarijnen was menige schrijver in Nederland beducht om door Hermans ‘behandeld’ te worden. Het overkwam in 1978 Cees Buddingh’, die zijn dagboeknotities had gepubliceerd. Hermans brandde Buddingh’ tot de grond af: ‘Staan er, behalve taal- en stijlfouten, eigenlijk ook nog denkbeelden in Kees z’n nieuwe boek? Weinig, vrees ik, weinig of geen.’

De donkere kamer van Damokles

‘Nog nooit hadden ogen hem aangekeken op zo’n manier, behalve als hij zichzelf in de spiegel zag.’ In 1958 verscheen De donkere kamer van Damokles, waarin hoofdpersoon Henri Osewoudt een sigarenwinkeltje drijft. Er komt een man de winkel binnen die Dorbeck blijkt te heten en als twee druppels water op Osewoudt lijkt. Dorbeck vraagt Osewoudt een fotorolletje te ontwikkelen. Dorbeck lijkt voor het verzet te werken en de schuchtere Osewoudt neemt steeds meer klusjes van Dorbeck op zich. Aan het einde van de oorlog wordt Osewoudt gearresteerd omdat Dorbeck wordt gezocht als collaborateur en de geallieerden Osewoudt voor hem aanzien. Het blijkt voor Osewoudt onmogelijk om het bestaan van Dorbeck aan te tonen, maar voor de lezer is dat evenzeer onmogelijk. De literaire misleiding die Hermans in deze spannende thriller toepast is zo sterk dat het vrijwel onmogelijk is om terug te bladeren om te kijken hoe het nu eigenlijk zit. De donkere kamer van Damokles werd van links tot rechts geprezen en in vele talen vertaald. In 1963 werd het boek verfilmd door Fons Rademakers.
In november 2012 staat De donkere kamer van Damokles centraal in de campagne Nederland leest. Alle leden van de openbare bibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek kunnen een gratis exemplaar van de roman afhalen.

Nooit meer slapen

‘Wat zie ik? Niets. Aan alle kanten omgeven door witte nevel.’ In 1966 verscheen Nooit meer slapen, door menigeen gezien als het allerbeste boek van Willem Frederik Hermans. In deze roman gaat de geoloog Alfred Issendorf op expeditie in het noorden van Noorwegen om bewijzen te vinden voor de inslagen van meteorieten. Vanaf het begin gaat alles mis. Alfred kan de noodzakelijke luchtfoto’s niet bemachtigen, zijn kompas werkt niet en onderweg is hij steeds omgeven door zwermen muggen. Alfred maakt de tocht met andere geologen, maar die vinden de meteorietentheorie onzin. Alfred vertrouwt hen niet en wordt steeds meer paranoïde. Als hij collega Arne in de steek laat vanwege onenigheid over de te volgen route, blijkt deze later te zijn gevallen en overleden. Alfreds reis mondt uit in een totale mislukking.

Het sadistische universum

In De donkere kamer van Damokles zijn de verwikkelingen waar de hoofdpersoon in terechtkomt volledig ondoorzichtig. In Nooit meer slapen is de plot juist volkomen helder: de reis van de hoofdpersoon. Toch zijn beide boeken geschreven vanuit één en hetzelfde grondpatroon. Hermans zei zelf dat hij tot die soort schrijvers behoorde die altijd weer hetzelfde boek schrijven. In al zijn boeken falen de personages om inzicht over de wereld te krijgen en iets in hun voordeel te wijzigen. Ze tasten feitelijk permanent in het duister en elk streven kan ook tot het tegenovergestelde van het bedoelde leiden. Volgens Hermans leeft de mens in een ‘sadistisch universum’ omdat dat universum om hem heen onkenbaar en oncontroleerbaar is.
Volgens Hermans was het alleen binnen de natuurwetenschappen mogelijk om uitspraken te doen die ergens naar verwijzen en zijn de alfa-wetenschappen slecht varianten van de theologie: altijd gebaseerd op geloof en verkeerde aannames. Voor de kunst en de literatuur zag Hermans wel een speciale plaats weggelegd, als vormen van irrationeel onderzoek naast de rationele bèta-wetenschap.

Groningen - Parijs - Brussel

Na zijn promotie werd Hermans lector fysische geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ook met die stad boterde het niet. Hermans werd er door zijn collega’s van beschuldigd dat hij zijn academische werk verwaarloosde voor zijn romans en verhalen. Hoewel een onderzoek hem vrijpleitte, nam Hermans ontslag en vestigde hij zich in 1973 als fulltime schrijver in Parijs. In 1975 nam hij wraak op de Groningse universitaire wereld met zijn sardonische roman Onder professoren. Vanuit Parijs zou Hermans Nederland blijven bestoken met vele columns en essays en ook publiceerde hij nog een groot aantal romans en verhalen, zoals Uit talloos veel miljoenen (1981) en Au pair (1989). In 1993 verhuisde Hermans naar Brussel, waar hij ook nog enige zeer productieve jaren beleefde.
In het voorjaar van 1995 werd Hermans opgenomen in het Academisch Ziekenhuis in Utrecht, waar hij op 27 april 1995 overleed.

Literatuur

Links

De donkere kamer van Damocles / W.F. Hermans, editie verschenen ter gelegenheid van de actie Nederland Leest in november 2012

De donkere kamer van Damocles / W.F. Hermans, editie verschenen ter gelegenheid van de actie Nederland Leest in november 2012

De god denkbaar, denkbaar de god / Willem Frederik Hermans, 1956

De god denkbaar, denkbaar de god / Willem Frederik Hermans, 1956

Die Tränen der Akazien / von Willem Frederik Hermans, 1949; vert uit 1968

Die Tränen der Akazien / von Willem Frederik Hermans, 1949; vert uit 1968

Van Wittgenstein tot Weinreb : het sadistische universum 2 / Willem Frederik Hermans, 1970

Van Wittgenstein tot Weinreb : het sadistische universum 2 / Willem Frederik Hermans, 1970

No dormir nunca más / Willem Frederik Hermans, 1966, vert. 2010

No dormir nunca más / Willem Frederik Hermans, 1966, vert. 2010

The darkroom of Damocles / Willem Frederik Hermans, 1958; vert. 2007

The darkroom of Damocles / Willem Frederik Hermans, 1958; vert. 2007

Niet uit kwaadaardigheid : de scherpste polemieken / Willem Frederik Hermans ; samengest. en ingel. door Max Pam, 2005

Niet uit kwaadaardigheid : de scherpste polemieken / Willem Frederik Hermans ; samengest. en ingel. door Max Pam, 2005

Muizenhol : Nederland volgens Willem Frederik Hermans / Ronald Havenaar, 2003

Muizenhol : Nederland volgens Willem Frederik Hermans / Ronald Havenaar, 2003