De boekband van K. Sluyterman

Uitgever L.J. Veen en Louis Couperus

L.J. Veen (1863-1919) leerde het vak door stage te lopen bij Nederlandse uitgeverijen en in Londen te werken voor T. Fisher Unwin, een uitgever met wie hij steeds contact bleef houden. Dankzij een erfenis kon Veen in 1887 een eigen uitgeverij in Amsterdam vestigen. Toen Couperus’ roman Eline Vere in 1889 een succes werd, nam hij contact op met de auteur die twee boeken later tot zijn fonds ging behoren. Ook in Vlaanderen wist hij het te brengen tot de uitgever van een befaamde auteur, namelijk Stijn Streuvels. Maar de uitgeverij was financieel gezond dankzij auteurs van minder allooi: de bestsellers van die dagen werden geschreven door Marie Corelli en Hall Caine en door de Nederlandse schrijfsters Jeanne Reyneke van Stuwe en Anna van Gogh-Kaulbach.

Vanaf mei 1892, toen Extaze bij L.J. Veen werd uitgegeven, zou hij Couperus’ vaste uitgever worden, een relatie die 27 jaar stand hield tot in 1918. Veen wilde toen de hoge honoraria van Couperus aanpassen aan de gedaalde verkoop. Daarom gaf Couperus zijn werk tijdens de laatste jaren van zijn leven aan andere uitgevers.

Veen en Couperus hebben elkaar niet vaak gesproken, want de auteur verbleef veelal buitenlands. Dankzij hun correspondentie is na te gaan hoe de boeken tot stand kwamen en welke overwegingen bij de vormgeving en uitvoering een rol speelden.

K. Sluyterman en de Art Nouveau

Karel Sluyterman (1863-1931) was architect, schilder, keramist en hoogleraar, en hij ontwierp meubels en boekbanden. Tijdens zijn leerperiode bij E.J. Niermans in Parijs tussen 1888 en 1891 raakte hij goed op de hoogte van de nieuwe ontwikkelingen in de kunst en maakte hij de opkomst van de Art Nouveau mee. De Art Nouveau (Jugendstil, Nieuwe Kunst) was een internationale kunststroming die met name voor gebruiksvoorwerpengetypeerd wordt door het gebruik van moderne technieken en stilistisch door asymmetrie en natuurmotieven (vooral bloemen en vogels). De architectuur werd erdoor beïnvloed, maar ook de boekkunst.

Terug in Nederland droeg Sluyterman de nieuwe ideeën over kunstnijverheid uit en daar kreeg hij ruim de kans voor gedurende zijn leraarschap ornamenttekenen aan de School voor Kunstnijverheid in Haarlem, vanaf 1901, en zijn (hoog)leraarschap voor decoratieve kunst en ornamentleer aan de Polytechnische School in Delft, vanaf 1895. In 1891 raakte hij ook als esthetisch adviseur en ontwerper betrokken bij Het Binnenhuis, de door architect H.P. Berlage opgerichte firma voor interieurontwerp.

De boekbanden die Sluyterman ontwierp voor Veen worden echter niet gerangschikt onder de Nieuwe kunst: de ontwerpen daarvan zijn meer verwant aan die van de negentiende-eeuwse neo-stijlen.

Uitgever Veen en K. Sluyterman

Uitgever Veen raakte omstreeks 1894 bevriend met de kunstenaar en hij gaf hem de opdracht voor een band voor Couperus’ Reis-impressies *(1894), waar weinig art nouveau-achtigs aan was, op de bloemblaadjes om het kader en de tekening van het stromende water na. Het was Sluytermans eerste ontwerp voor een boekband; hij was er op dat moment nog niet ervaren in. Vervolgens ontwierp hij *Fidessa (1899), een tekening die enigszins werd aangepast en hergebruikt voor de tweede druk van Eene illuzie (1901). Tenslotte ontwierp Sluyterman de band voor de twee delen van Uit blanke steden onder blauwe lucht (1912-1913). In het prospectus stond trots dat ‘Prof. K. Sluyterman’ de bandtekening had gemaakt. Couperus had er op aangedrongen dat dit vooral ‘niet modern style’ moest worden, maar een ‘band in Renaissance-stijl’.

De keuze viel niet meteen op Sluyterman – dat was trouwens ook al het geval bij Fidessa. Voor Fidessa was eerst Theo Nieuwenhuis gepolst, voor *Uit blanke steden onder blauwe lucht *werd H.P. Berlage gevraagd. Berlage had geen tijd. Op 15 augustus 1912 schreef Veen aan Sluyterman over de uitgave en half september lag de tekening klaar. Het ontwerp daarvoor is in het Rijksprentenkabinet. De bandtekening is rechtsonder gesigneerd: ‘K S’.

De vormgeving van Uit blanke steden onder blauwe lucht

De eerste brieven van Veen en Couperus over de uitgave werden in mei en juni 1912 gewisseld. Meteen kwamen formaat en illustraties ter sprake. Couperus vroeg zich af of Veen de reproducties naar Alinari kon gebruiken. De firma van de gebroeders Alinari werd in 1852 in Florence opgericht en is nu het oudste fotografiebedrijf ter wereld. Het Alinari-archief omvat vier miljoen foto’s. In de tijd van Couperus was het bedrijf gespecialiseerd in portretten en kunstreproducties. De keuze van de illustraties was aan Couperus en er wordt verder geen gewag gemaakt van de rechten op de foto’s. Couperus wilde dat de illustraties ‘heel mooi’ werden; anders zag hij liever een boek zonder afbeeldingen. Veen dacht aanvankelijk aan een uitgave in één deel, met 16 illustraties. Dat werden er 54 op 33 pagina’s kunstdrukpapier. Als voorbeeld nam hij zijn editie van Henri Borels Het daghet in den oosten *(1910), ook geïllustreerd met platen. Het formaat van *Uit blanke steden onder blauwe luchtis afwijkend van de andere Couperus-edities, het is een folio van 29,5 bij 21,5 cm. Dat formaat werd niet bedacht door de ontwerper, maar werd door Veen overgenomen van de Borel-uitgave. De typografie van de Borel-uitgave werd bepaald door een in oker gedrukt kader om de tekst. Dat kader bestond uit een stippellijn; in de Couperus-uitgaven zouden het doorgetrokken lijnen in oker worden, met op de hoeken een vierkant ornamentje. Couperus vond ‘de omraming der bladzijden *niet *mooi en zoû die liever weglaten’. De tekst, vond Veen, zou dan gaan zwemmen. Dat komt doordat er op dit formaat eigenlijk meer regels op een pagina hadden kunnen staan én omdat de (te) ruime marges geen goede (moderne) verhouding hebben. De typografie is feitelijk nog negentiende-eeuws. De gedachten van William Morris en anderen over 'het ideale boek' vonden in Nederland pas later algemene ingang.

Couperus bemoeide zich ook met de indeling van de teksten. Waar een paragraaf ophield en een andere begon, gaf de auteur aan met drie sterretjes. Hij wilde graag dat daar dan ‘een soort cul-de-lampe (klein)’ zou komen of een fleuron (hij tekende een blaadje in zijn brief omdat hij het woord ervoor niet paraat had), en waarschuwde ervoor dat ‘de heer zetter’ niet eigenwijs moest ‘dóor zetten, als of er niets staat’. In het boek zijn tekstdelen, zoals paragrafen en hoofdstukken gescheiden door drie sterretjes (in een driehoeksvorm), een fileet (een liggende streep) of een fleuron. Couperus vond het boek er uiteindelijk ‘netjes’ uitzien.

Uitvoering en boekbandvarianten

De oplage van 1250 exemplaren van deel 1 verscheen in december 1912, het tweede deel kreeg een kleinere oplage van 900 exemplaren en werd uitgebracht in december 1913. Beide delen verschenen in een ingenaaide en in een gebonden uitvoering (prijs: f. 4,25 en f. 4,90). Van deel 1 werden 500 exemplaren gebonden; van het tweede deel 400.

Het Renaissance-kader op het voorplat wilde Sluyterman aanvankelijk in goud laten drukken, maar daarvan zei Veen meteen dat ‘Bruin’ dat niet kon trekken. Uit verschillende proefbanden koos de kunstenaar ‘het koel-blauw blanke bandje’. De bandtekening werd in die kleur op wit linnen gedrukt. De voorstelling is een antieke zuil, met sierranden, waaromheen blad- en bloemmotieven zijn aangebracht. Centraal is een Franse lelie afgebeeld, die terugkeert in de rugdecoratie. Het achterplat is blanko. Sluyterman kreeg f. 40,- voor het ontwerp dat in 1915 ook werd gebruikt voor de (veel kleinere) delen van de reeks Van en over alles en idereen. Dagelijks onderwees Sluyterman aan zijn leerlingen hoe je zulke ornamenten moest tekenen. Dat gebeurde aan de hand van handboeken zoals De plant in hare ornamentale behandeling (1888).

Niet alle exemplaren werden in één keer gebonden, er zijn verschillende bindpartijen en daarvoor zijn afwijkende kleuren gebruikt. Sommige exemplaren hebben de titel en auteurs- en uitgeversnaam gedrukt in goudkleur; bij andere zijn die gedrukt in donkerblauw. Er zijn exemplaren in half-linnen, waarbij de rug donkerblauw is en de platten lichtblauw, met het ontwerp gedrukt in lichtblauw op een grijs fond. Er zijn er met de tekening gedrukt in licht en in donker blauw en ook in blauwgrijs. De gouden belettering is waarschijnlijk die van de eerste bindoplage, maar de exacte chronologie van de varianten is niet te bepalen.

Uitgeversembleem van L.J. Veen

Uitgeversembleem van L.J. Veen

Voorzijde band van Louis Couperus, Uit blanke steden onder blauwe lucht (deel 1, 1912)

Voorzijde band van Louis Couperus, Uit blanke steden onder blauwe lucht(deel 1, 1912)

Portret van K. Sluyterman (uit: Jos Hilkhuijsen, Delftse Art Nouveau : onderwijs en ontwerp van Adolf le Compte (1850-1921), Karel Sluyterman (1863-1931) en Bram Gips (1861-1943). - Assen : Drents Museum; Zwolle : Waanders, 2001)

Portret van K. Sluyterman (uit:Jos Hilkhuijsen,Delftse Art Nouveau : onderwijs en ontwerp van Adolf le Compte (1850-1921), Karel Sluyterman (1863-1931) en Bram Gips (1861-1943). -Assen : Drents Museum;Zwolle : Waanders, 2001)

Voorzijde band van Louis Couperus, Reis-impressies. - Amsterdam : L.J. Veen, 1894

Voorzijde band van Louis Couperus,Reis-impressies. -Amsterdam : L.J. Veen, 1894

Boekband van Louis Couperus, Fidessa. - Amsterdam : Veen, 1899

Boekband van Louis Couperus,Fidessa. -Amsterdam : Veen, 1899

Voorzijde band van Louis Couperus, Eene illuzie. - 2e dr. - Amsterdam : L.J. Veen, 1901

Voorzijde band van Louis Couperus,Eene illuzie. -2e dr. -Amsterdam : L.J. Veen, 1901

Detail van kader in Henri Borel, "Het daghet in den Oosten". - Amsterdam : Veen, 1910

Detail van kader in Henri Borel,"Het daghet in den Oosten". -Amsterdam : Veen, 1910

Detail van kader in Louis Couperus, Uit blanke steden onder blauwe lucht. - Amsterdam : Veen, 1913 (deel 2, p. 270)

Detail van kader in Louis Couperus, Uit blanke steden onder blauwe lucht.-Amsterdam : Veen, 1913 (deel 2, p. 270)

Voorzijde band van Louis Couperus, Uit blanke steden onder blauwe lucht. - Amsterdam : Veen, 1912 (deel 1)

Voorzijde band vanLouis Couperus,Uit blanke steden onder blauwe lucht.-Amsterdam : Veen, 1912 (deel 1)

Voorzijde band van Louis Couperus, Uit blanke steden onder blauwe lucht. - Amsterdam : Veen, 1912 (deel 1)

Voorzijde band vanLouis Couperus,Uit blanke steden onder blauwe lucht.-Amsterdam : Veen, 1912 (deel 1)